Alles is oké (2)

Het is al dagenlang bloedheet in Nederland en het lichaam waarmee ik het moet doen is daartegen slecht bestand — zo blijkt. We zitten nu op acht tropische dagen en dat houdt in dat het elke dag 30° Celsius of hoger is. Meestal hoger, helaas.

Ik merk dat ik vandaag wil dat het anders is. Ik wil dat het ophoudt en weer koeler wordt, zodat ik kan gaan wandelen en weer actief kan zijn zonder me kapot te zweten. Met andere woorden: ik krijg de pest in, maar — zoals Een Cursus in Wonderen zegt — niet om de reden die ik denk.

Het lijkt vaak zo te zijn, dat wanneer een nieuw inzicht zich heeft genesteld, alles in het werk wordt gesteld om dit weer terug te draaien. Ik denk ook dat dit zo is, want het enige doel van de droomstaat is om de droomstaat in stand te houden en als werkelijkheid te zien. Alles wat dit plan tegenwerkt of onderuithaalt moet in de knop worden gebroken.

Het inzicht dat ik had was heel duidelijk en blijkt een van de sterkste tegengiffen tegen de droomstaat te zijn. Heel simpel gezegd komt het hier op neer: alles is precies zoals het moet zijn, er is niets mis, omdat het alleen maar het resultaat kan zijn van wat ik — als denkgeest — schijnbaar heb gewild. Wat ik ervaar is wat ik blijkbaar geloof en daarmee is alles wat ik zie en ervaar er alleen voor mij om van te leren.

Na dat inzicht ontstaat er, opnieuw vanuit Een Cursus in Wonderen, de vraag: onder leiding van welke ‘leraar’ heb ik dit gewild? Heb ik dit gewild onder leiding van de ego-denkgeest, dan wordt het ervaren als vervelend, kut en klote, maar als ik het heb gewild onder leiding van de heilige geest, dan wordt het ervaren als oké, goed en prima. Met andere woorden, het feit dat ik nu vandaag een probleem heb met deze hittegolf, laat mij zien dat ik blijkbaar heb gekozen voor de leiding van de ego-denkgeest.

Waarom weet ik dat dit zo is? Heel simpel. Gisteren was het net zo warm als vandaag en toen heb ik drie uur in de Dierentuin gewerkt (waar ik vrijwilliger ben). Ik heb drie uur lang in de brandende zon gestaan, zonder dat ik daar een probleem mee had. Het was gister bloedheet en helemaal oké, terwijl het nu net zo heet is en blijkbaar niet oké… het enige wat anders kan zijn is de keuze tussen de ego-denkgeest en de heilige geest.

Voor alle duidelijkheid, er is niet zoiets als een ego-denkgeest of een heilige geest, dit zijn symbolen voor de onjuist gerichte denkgeest en de juist gerichte denkgeest. Denk ik vanuit de eerste, dan ervaar ik mijzelf als ‘slachtoffer’ en alles als iets wat mij overkomt, denk ik vanuit de tweede, dan gaat het niet over mij en wordt alles als oké ervaren. En, voor nog meer duidelijkheid, alles is natuurlijk ook altijd oké en alles gaat in zijn geheel niet over mij.

Deze hittegolf — net als de corona-crisis, net als de daaropvolgende maatregelen, net als de paniekerige mainstream én conspiracy reacties, net als letterlijk alles wat ik heb mogen ervaren in mijn bijna 55 jaar in de droomstaat— is materiaal dat wordt aangeleverd en gepresenteerd, zodat ik de les kan leren die ik moet leren.

Na deze les, in feite na elke les, zijn er twee mogelijke uitkomsten: ik vind het klote of ik vind het oké. De eerste uitkomst — klote! — geeft aan dat ik voor de onjuist gerichte denkgeest heb gekozen, en de tweede — oké! — geeft aan dat ik voor de juist gerichte denkgeest heb gekozen. In het eerste geval ontstaat er de mogelijkheid om opnieuw te kiezen, en in het tweede geval is alles precies zoals het moet zijn… oké!

Natuurlijk is alles, wanneer het als klote wordt ervaren, ook oké, alleen zie en ervaar ik het niet als zodanig. Dus blijkbaar, zoals ik al zei, heb ik vandaag de leiding van de onjuist gerichte denkgeest gekozen. Nu ik dit zie, kan ik overnieuw beginnen met hetzelfde te doen onder leiding van de juist gerichte denkgeest. Dit klink als een hoop extra werk, maar in feite is het werk al gedaan op het moment dat er het inzicht is dat ik voor de onjuist gerichte denkgeest heb gekozen.

Een keuze voor de onjuist gerichte denkgeest heeft altijd als effect een vervelend of ongelukkig gevoel. Zo’n keuze is nooit een onherstelbare fout, het is altijd een vergissing en elke vergissing wordt altijd meteen gecorrigeerd op het moment dat de vergissing wordt gezien en herkend, zoals een schaduw verdwijnt wanneer je er een licht op schijnt

Verlies van interesse

Oké! Het eerste obstakel is de omschrijving van het proces, dus ik moet voorzichtig en soepel in dit verhaal glijden om te voorkomen dat het zweverig wordt. Ik wil iets schrijven over wat ik ervaar als een gevolg, of een effect, van het proces dat ik onbewust 30 jaar geleden ben ingestapt: zoeken naar waarheid.

Die zoektocht heeft geleid naar iets wat Jed McKenna “waarheidsrealisatie” noemt, waarna hij toegeeft dat “onwaarheidsonrealisatie” een betere term is, omdat ‘waarheid’ niet te realiseren is in een droomstaat, maar er wel gerealiseerd kan worden wat onwaar is. Hij noemt het ook wel “blijvend nonduaal bewustzijn”, maar dat vind ik al weer te zweverig en net zo nietszeggend als spirituele verlichting.

Hoe dan ook, het resultaat van werkelijk bloedserieus zoeken naar iets dat waar is, leidt altijd tot ontwaken in de droomstaat en leidt soms tot ontwaken uit de droomstaat, en de laatste tijd realiseer ik me dat dit gepaard gaat met verlies van interesse. Dingen die ik vroeger heel erg leuk en belangrijk vond om te doen — waarbij het spelen in een bandje en muziek maken het meest duidelijke voorbeeld is — worden gestaakt en verdwijnen uit beeld.

Nu wordt ‘verlies van iets’ altijd geassocieerd met ‘verdriet’ of ‘gemis’, maar dat is als gevolg van ontwaken niet het geval. Ik begrijp ook dat ‘verlies van interesse’ een negatieve klank heeft en al snel wordt geassocieerd met ‘desinteresse’ of zelfs ‘apathie’, en ook dat is niet wat hier ervaren wordt. Ik zou, hoe het hier ervaren wordt, liever omschrijven als een bevrijding; wat apart is, aangezien iets wat je leuk en belangrijk vindt niet snel wordt ervaren als gevangenschap.

Zo is er in de loop van de tijd de verbondenheid met verschillende zaken weggevallen. Zaken die ik belangrijk vond en die onbewust nog steeds een deel van mijn persona waren, werden opeens als onbelangrijk ervaren, en ik denk dat dit betekent dat mijn persona langzaam aan het oplossen is. Een ‘persona’ bestaat uit meerdere ‘ikken’ (kunstmatige identificaties) die allemaal verschillende specifieke zaken leuk of belangrijk vinden, en wanneer één zo’n ‘ik’ oplost, verdwijnt ook de interesse in zo’n specifieke zaak.

Elke ik-identificatie, zoals ik al tussen haakjes vermelde, is een kunstmatige identificatie. Het wordt door het ego geconstrueerd om er voor te zorgen dat er niet wordt gezien en gerealiseerd wat de droomstaat werkelijk is en wat wij werkelijk zijn. Alle ik-identificaties zijn verzonnen, waarna ze worden geloofd en uiteindelijk worden gezien als iets dat we werkelijk zijn.

Om weer het voorbeeld van de muziek te nemen; zodra de ‘ik’ die zichzelf identificeerde als muzikant oploste, verdween ook de interesse in muziek maken en het in een bandje spelen. Zo zijn er verschillende identificaties geweest die zomaar zijn verdwenen. Sommige verdwenen geleidelijk en dan realiseerde ik me pas veel later dat ik er al een hele tijd geen interesse in heb gehad, andere verdwenen plotsklaps.

De laatste ‘verdwijning van een ik’ die ik heb kunnen constateren, is de identificatie als ‘conspiracy-onderzoeker’. Mede door de corona-onzin, begon ik me er weer in te verdiepen, maar sinds kort is de interesse er in verdwenen. Het voelt alsof die identificatie zijn nut heeft gehad, zijn doel heeft gediend, en nu is het weer tijd om verder te gaan.

De interesse verdwijnt dus niet omdat ‘conspiracies’ binnen de droomstaat niet waar zouden zijn of plaats zouden vinden, maar omdat de identificatie met de ‘conspiracy-ik’ wegvalt en de persona die dan nog overblijft geen nut ziet in die informatie. Net zoals de identificatie met de ‘muziek-ik’ ooit is weggevallen en de persona die overbleef het bandje en het muziekmaken niet meer nodig had.

Ik ben nog wel in staat om —bij wijze van spreken — de huls of de huid van zo’n weggevallen ‘ik’ aan te trekken. Zo kan ik nog steeds een ‘broer-ik’, ‘zoon’ik’, ‘collega-ik’, ‘conspiracy-ik’ of zelfs ‘muziek-ik’ lijken te zijn, en als het me lukt om me in die ‘rol’ in te leven, dan kan ik een tijdje in de situatie mee gaan, maar ik zie mij niet werkelijk als broer, zoon, collega, conspiracy-onderzoeker of muzikant, omdat ik altijd weet en zie dat ik dat niet meer ben.

Dit is niet iets waar ik controle over heb, het is niet iets dat ik doe, het is zelfs niet iets dat ik per se wil, maar het is blijkbaar een gevolg van altijd maar verder gaan in het scherpstellen van de vraag ‘wat is waarheid?’ Hoe scherper je de vraag stelt, hoe beter je de vraag kunt formuleren, hoe eerder er geen antwoord meer nodig is en hoe sneller de vraag oplost… en daarmee de ‘ik’ die die vraag stelde en daarmee de interesse in het onderwerp of de situatie.

Wat uiteindelijk overblijft is dit lichaam-brein-systeem dat een beetje per moment leeft en geen interesse heeft in wat voor gevolg het kan hebben of hoe het er in de toekomst gaat uitzien. Niets hoeft meer iets te worden en alles mag zijn wat het nu is, zonder enige spijt of schuldgevoelens over het verleden of enige verwachtingen ten opzichte van de toekomst… zelfs ‘nu’ doet er niet meer toe.

Alles is oké

Het is vrijdag 7 augustus. Buiten is het inmiddels — ten tijde van dit schrijven is het 12:50 uur — 30° Celsius en de verwachting is dat het gaat oplopen tot 33°. Dat is voor mij een beetje teveel van het goede, dus ik heb besloten om de rest van de dag binnen te blijven. Ik heb meer dan genoeg boodschappen in huis, ik heb geluncht en nu ben ik dit aan het schrijven.

Zo ziet een blog eruit als ik schrijf over wat er daadwerkelijk gaande is in mijn leven. Fucking boring, right? Het is zelfs nog saaier geworden dan het al was, aangezien ik me letterlijk helemaal niet meer bezighoud met het verleden en de toekomst, en dat was het enige wat nog enig drama kon veroorzaken.

Personages die slapen willen vaak wakker worden om voor altijd bevrijd te zijn van het drama in hun leven zonder de hoogtepunten te verliezen, om de rest van de tijd in hemelse gelukzaligheid te leven met alles wat hun hartje maar begeert… maar de realiteit is anders. Als je wakker wordt, dan is er niets meer wat je begeert, niets wat je moet doen, niets wat je per se wilt en ‘gelukzaligheid’ is niet van toepassing omdat er geen tegenovergestelde meer is.

Nee, wakker zijn is, bekeken vanuit de droomstaat, saai en zeker iets wat je niet zou moeten willen zolang je redelijk gelukkig slaapt. Maar als je eenmaal wakker bent, bestaat ‘saai’ niet meer, dus dat scheelt, maar ook ‘spannend’ is verdwenen. Het enige wat dan nog ervaren wordt, is een ‘oké-zijn’ en dat is, zoals het woord al zegt, alleen maar oké.

Jed McKenna schreef (en ik parafraseer, want ik heb de quote niet bij handen), dat pasgeboren baby’s niet anders worden ervaren dan patiënten op een brandwondenafdeling van een ziekenhuis. Toen ik dat voor het eerst las, begreep ik het niet, maar dat is wat dit is; het resultaat van wakker zijn is zien dat beiden helemaal oké zijn, omdat alles altijd helemaal oké is.

Als er honderden, of duizenden, of honderdduizenden, of voor mijn part miljoenen mensen doodgaan aan een virus, dan is dat net zo oké als dat dit niet zou gebeuren. Voor iemand in de droomstaat klinkt dat harteloos, maar als je uit de droomstaat bent ontwaakt, is het een uiting van absolute liefde voor alles wat schijnbaar is, zonder enig onderscheid.

Het is allemaal oké omdat, als het plaatsvindt, het precies is wat plaatsvindt en niet wat niet plaatsvindt. Het is de externe projectie van de innerlijke conditie van de denkgeest en het kan dus alleen maar een perfecte projectie zijn. De projectie die ik zie is er speciaal voor mij om van af te lezen waar ik mij bevind binnen de droomstaat, en hoe wakkerder ik word, hoe minder drama ik zal ervaren… en wat mij betreft is dat echt heel erg ontzettend oké.

Als ik nu ’s ochtends wakker word, herinner ik mijzelf er aan dat alles helemaal oké is en niet beter zou kunnen zijn, ongeacht wat er staat te gebeuren en ongeacht wat de uitkomst zal zijn. En ja, ik geef het toe, dat is eigenlijk best wel fucking boring.

But I like it!

De externe projectie (2)

Elke situatie waarin ik mij nu bevind, zoals ik al vaker heb gezegd, is de externe projectie van de innerlijke conditie. De vergissing die ik tot nu maakte, is geloven dat ik, in de hoop een leukere externe projectie te creëren, de innerlijke conditie moet aanpassen of veranderen. Dat werkt volgens mij niet.

Dit is een vergissing die gemakkelijk wordt gemaakt, omdat ego letterlijk alles binnen een fractie van een seconde 180° omdraait. Wat er steeds gebeurde, is dat ik me realiseerde dat de ervaring van dit moment de externe projectie is van een innerlijke conditie en vervolgens dacht ik dat ik mij onprettig voelde als gevolg van die externe projectie, terwijl het ‘mij onprettig voelen’ de oorzaak was van de externe projectie.

Kort gezegd: er is een innerlijke conditie, die innerlijke conditie levert een onprettig gevoel op en dat onprettige gevoel wordt extern geprojecteerd als ‘de wereld’. Mijn externe wereld is het gevolg van hoe ik mij voel en hoe ik mij voel is het gevolg van de innerlijke conditie van de denkgeest.

Doordat ego het 180° omdraait en van een oorzaak een gevolg maakt, waardoor het gevolg opeens de oorzaak lijkt te zijn, wordt er gedacht dat ik de innerlijke conditie moet veranderen om zo een externe projectie te creëren waardoor ik mij prettig zou kunnen gaan voelen… en dat werkt dus niet.

De misvatting is als volgt, en ik weet dat ik hetzelfde ga zeggen in andere bewoording: er wordt gedacht dat, omdat de externe projectie mij onprettig doet voelen, ik de innerlijke conditie moet veranderen, waardoor de externe projectie zal worden bijgesteld, waardoor ik mij beter zal gaan voelen; terwijl de externe projectie alleen maar laat zien wat en waar ik nu ben, omdat dit is wat ik blijkbaar hebt gewild!

In plaats van de externe projectie te willen veranderen door de innerlijke conditie aan te passen, dien ik de externe projectie te gebruiken om vast te stellen wat ik dan wel wil, aangezien dat wat ik voorheen wilde niet is waar ik blij van word. Hierin moet ik wel verschrikkelijk, ontiegelijk en niets ontziend eerlijk zijn, ik moet vaststellen wat ik — als denkgeest — absoluut werkelijk wil en daarmee het doel vaststellen.

Zoals Een Cursus in Wonderen ook zegt in hoofdstuk 17.VI:

“In elke situatie waarin je onzeker bent, is het eerste wat je dient na te gaan heel eenvoudig: ‘Wat wil ik dat hiervan komt? Waartoe dient het?’ Opheldering over het doel hoort thuis aan het begin, want dat zal de afloop bepalen.”

Dit dien ik dan niet te doen omdat ik me beter wil voelen en niet omdat ik wil dat de externe projectie verandert, met andere woorden, ik moet dat niet doen omdat ik daadwerkelijk een bepaald effect of een bepaald iets wil creëren, maar puur en alleen omdat dit de enige manier is om de innerlijke conditie bij te stellen.

Door de externe projectie te gebruiken om vast te stellen wat mijn werkelijk doel is — en dat is niet meer geld, een leuker leven of wat voor aardse bullshit dan ook — train ik de denkgeest en verander ik de innerlijke conditie van die denkgeest, waarna de externe projectie zal vormgeven wat ik wil… ook al heb ik geen idee hoe dat er uit gaat zien.

Als die nieuwe externe projectie mij vervolgens rust oplevert — ook wel ‘de vrede van God’ genoemd — dan weet ik dat ik het juiste doel heb vastgesteld, en zo niet, dan gebruik ik deze nieuwe externe projectie om opnieuw het doel vast te stellen. Dit betekent overigens niet dat een externe projectie verkeerd of fout is; elke externe projectie is altijd helemaal perfect voor mij op dit moment!

Nadat ik al het vuilnis en alles wat overbodig is, al mijn veronderstellingen, al mijn aannamen, elk geloof dat ik ooit heb gehad en al mijn gehechtheid aan relaties, materiële en immateriële zaken heb verwijderd, is dit de laatste “spirituele” oefening die nog gedaan hoeft te worden. Het enige wat hiervoor nodig is in absolute eerlijkheid kijken naar de externe projectie, dat wat ik blijkbaar heb gewild, en die te gebruiken om vast te stellen wat het is dat ik werkelijk wil.

Wat ik werkelijk wil kan ik niet verkrijgen door de externe projectie te veranderen, want die is perfect, noch door de denkgeest (de innerlijke conditie) aan te passen, want de denkgeest slaapt, maar alleen door naar de externe projectie te kijken en te zien wat ik blijkbaar heb gewild, om vervolgens vast te stellen of dit werkelijk is wat ik wil. De mate van rust of vrede van God dat dit oplevert, is mijn graadmeter.

Rupsen en vlinders (2)

Naar aanleiding van mijn vorig artikel — Rupsen en vlinders — stelde collega-blogger Illusje mij de volgende vraag:

Illusje:
“Goed verhaal van de rups en de vlinder. Alleen vraag ik me af of wel begrepen wordt dat de zelf die “verdwijnt” (oplost in Waarheid) de (ego)denkgeest is en niet een lichaam… [..] het is juist zo essentieel dat men niet denkt dat het lichaam eerst “dood” moet…”

Dus misschien is het een goed idee om daar iets over te schrijven?

Om heel eerlijk te zijn heb ik geen goed beeld van de mensen die deze blog lezen. Ik ken er een paar persoonlijk en van hen weet ik dat ze begrijpen dat ik met het rupsen en vlinders verhaal niet zeg dat het lichaam dood moet, maar dat het zelf — met andere woorden, de denkgeest die gelooft dat het is afgescheiden van Eénheid en denkt en gelooft een ‘lichaam-brein-systeem’ te zijn — moet sterven.

Van de meeste lezers heb ik geen persoonlijke achtergrond informatie. Ik heb geen idee waar ze zich bevinden in hun ‘spirituele ontwikkeling’ en als er lezers zijn die geloven dat ik het over een daadwerkelijk fysiek sterven van het lichaam heb, dan kan dat in theorie vervelende gevolgen hebben. Niet voor mij, maar voor de lezer in kwestie.

Deze wereld, inclusief het lichaam en alles en iedereen om het lichaam heen, is een illusie. Het is een projectie vanuit de denkgeest die gelooft dat het zich heeft afgescheiden van Eénheid. Vanuit dat geloof in afscheiding, in een poging zichzelf van de waarheid van afscheiding te overtuigen, droomt deze denkgeest een dualistische wereld. Het is zinloos om het gedroomde lichaam dood te laten gaan om een verlichte ‘vlinder’ te worden, aangezien er niet werkelijk een lichaam is.

Dit is waarom zelfmoord zinloos is en geen oplossing biedt. Je kunt niet iets vermoorden dat niet werkelijk bestaat en het lost geen enkel probleem op, omdat het probleem zich niet in het lichaam maar in de denkgeest bevindt dat dit gehele traumatische leven — werkelijk alles wat je denkt mee te maken en te ervaren — alleen maar projecteert. De enige acties die iets kunnen opleveren moeten als gedachtes plaatsvinden in de denkgeest en nergens anders.

Het kan alleen de denkgeest zijn (de rups) die op een gegeven moment genoeg heeft van de Big Macs in de spirituele MacDonald’s (de stupiditeit en onwaarheid van de wereld), zich vervolgens terugtrekt in zichzelf (de cocon) en zichzelf ontbindt tot een soort van oersoep (bijvoorbeeld middels spirituele autolyse!). Die ‘oersoep’ is waar ooit de beslissing werd genomen om te kiezen voor de onjuist gerichte denkgeest (de rups) en nu, terug in die ‘oersoep’, kan er opnieuw gekozen worden voor de juist gerichte denkgeest (de vlinder).

Helaas is het zo dat onze ego-denkgeest — de onjuist gerichte denkgeest vanwaaruit de illusoire wereld wordt geprojecteerd — elk verhaal vertaalt naar een letterlijke betekenis, maar letterlijk niets in deze wereld, in deze droomstaat, is letterlijk letterlijk; alles is symbolisch! Op het moment dat je het letterlijk gaat nemen — of dit nu een spiritueel verhaal is, een heilig boek, een wetboek of voor mijn part een liefdesbrief van de persoon van je dromen — maak je het waar en werkelijk en verleng je de droomstaat.

Niets in deze wereld is waar, niets in deze wereld is letterlijk wat het lijkt te zijn; ALLES IS SYMBOLISCH!! Zolang dit niet tot je doordringt, kun jij — als denkgeest — nooit de eerste stap nemen tot ontwaken in of uit de droomstaat, zul jij je nooit kunnen ontbinden in je symbolische cocon en zul je nooit uitvliegen als die symbolische vlinder.

Rupsen en vlinders

Ik heb de afgelopen weken niets geschreven en qua iets anders ook niet echt iets gedaan. Ik zit een beetje vast in een loop van observeren, aangezien de wereld inmiddels compleet gestoord is geworden. Dit lijkt me een mooi moment om dat te doorbreken en wat me bezighoudt is het idee van de rups en de vlinder.

Ik ben de boeken van Jed McKenna aan het herlezen en hij stipt het verhaal van de rups en de vlinder slechts heel kort aan, maar dat zette me wel aan het denken. Spirituele ontwikkeling wordt namelijk best wel vaak vergeleken met de transformatie die de rups ondergaat om een vlinder te worden en veel spirituele zoekers vinden dat een prachtige vergelijking; want wie wil nou niet een vlinder worden?

Binnen die vergelijking is het ‘zijn in de wereld’ de rups-staat en het ‘zijn in de wereld, maar niet van de wereld’ de vlinder-staat; of anders gezegd, de rups is niet wakker en de vlinder wel; of nog anders gezegd, de rups is niet spiritueel verlicht en de vlinder wel. Met andere woorden, iedereen begint als rups en kan in theorie, middels spirituele bezigheden zoals zelfonderzoek, verlichting bereiken en een vlinder worden.

Als we het idee van een zelf te zijn — het ‘ik ben dit lichaam met deze identiteit’ idee — zien als de rups, dan zijn de meeste mensen als rupsen bezig om een vlinder te worden, maar ze willen dan wel een vlinder zijn zonder het rups-zijn te verliezen. Anders gezegd, IK wil verlicht worden als IK en IK wil dat als IK ervaren. Het is daarom dat het verhaal van de rups en de vlinder zo belangrijk is, want een rups wordt nooit een vlinder als rups en kan het vlinder-zijn ook nooit ervaren als rups.

Sterker nog, de rups en de vlinder zijn twee compleet verschillende organismen en de enige manier waarop de vlinder kan uitvliegen is als de rups sterft. Als dat het geval is, dan is het logisch dat de rups nooit een vlinder wil worden en blijft dooreten van de spirituele voeding die hij voorhanden heeft, tot hij het simpelweg niet meer aan kan. De rups wil zijn dood zo lang mogelijk uitstellen en zal liever net doen alsof hij een vlinder is dan daadwerkelijk een vlinder worden.

Wat gebeurt er met de rups, nadat hij het eten heeft opgegeven en zich terugtrekt in een cocon? Dat is een vraag die zelden wordt gesteld wanneer er weer eens een spirituele goeroe (een rups die doet alsof hij een vlinder is) met het verhaal komt aandraven over de rups die een vlinder kan worden. Het antwoord is: die rups sterft en vergaat.

Wanneer een echte rups in de natuur klaar is met eten, trekt hij zich terug in een cocon. In die cocon sterft de rups en begint te ontbinden. De gehele rups vergaat tot een vloeistof van celmateriaal, waardoor de cocon een soort van baarmoeder wordt waarin, aan de hand van die vloeibare bouwmaterialen, een compleet nieuw en een compleet ander organisme ontstaat: de vlinder!

Ik zeg het nogmaals kort: de rups wordt niet een vlinder, maar de rups sterft in zijn cocon en vanuit het materiaal van zijn vergane lichaam wordt een nieuw organisme geboren… de vlinder.

Dat is het verhaal van de rups en de vlinder en dat is ook het verhaal van het ontwaken uit de droomstaat. Dit verhaal vertelt ons dat wij, als die zelf die we geloven te zijn, eerst moeten sterven om herboren te kunnen worden als een compleet nieuw organisme: een niet-zelf. Dit nieuwe organisme heeft niets met ons oude zelf te maken. Wij zijn dan niet een niet-zelf geworden, maar wij zijn letterlijk gestorven en vanuit het materiaal van ons vergane zelf is een nieuw organisme geboren… de niet-zelf.

Dat is wat spirituele verlichting is, en omdat iedereen eerst moet sterven om herboren te kunnen worden, is dat de reden waarom niemand spiritueel verlicht is en ook waarom niemand werkelijk spiritueel verlicht wil zijn. Wat de spirituele zoekers willen is een rups zijn die denkt en gelooft dat hij een vlinder is, maar geen enkele spirituele zoeker wil werkelijk een vlinder zijn, omdat dit betekent dat hij zichzelf moet opgeven en laten gaan.

Het is de angst om niet meer te bestaan als dat wat we nu denken te zijn wat ons tegenhoudt een vlinder te worden, terwijl een vlinder zijn zoveel geweldiger is dan het zijn van een rups, wat alleen maar een vreetmachine is die aan een tafeltje in de Spirituele McDonald’s zit en een veelvoud aan spirituele Big Macs opslokt alsof het Haute Cuisine is.

Lees ook “Rupsen en vlinders (2)

Een toneelstuk

Het voelt alsof er een oorlog woedt in dit lichaam. Af en toe zijn er hevige conflicten die dan weer worden afgewisseld met rustige momenten, maar veelal blijft het bij pesterijen over en weer en het elkaar uitdagen. Dus misschien is ‘oorlog’ een wat overdreven benaming, laten we het een ‘schermutseling’ noemen. Maar wie tegen wie?

In termen van Een Cursus in Wonderen is het ’t beste te omschrijven als een gevecht van de ego-denkgeest tegen de juist gerichte denkgeest. Die juist gerichte denkgeest vecht niet werkelijk terug, maar wacht rustig af tot de ego-denkgeest uitgeput is en het voor een tijdje weer opgeeft — net als een kleuter die een woedeaanval heeft en op een gegeven moment doodmoe neerstort.

Meer spiritueel bekeken, is het te omschrijven als valse-zelf tegen ware-zelf, waarbij ware-zelf weet dat het in feite geen-zelf is en om die reden niet terug hoeft te vechten; ware-geen-zelf hoeft alleen af te wachten tot valse-zelf het opgeeft. Hoe we het omschrijven maakt niet uit, het resultaat is een gevoel van onrust in het lichaam en het brein.

Dit is overigens niets om me zorgen over te maken, voor mij is het iets om blij mee te zijn, hoewel dit ‘blij zijn’ pas komt wanneer het voorbij is. Ik weet, inmiddels uit ervaring, dat als de ego-denkgeest — of kortweg ‘ego’ — in opstand komt, er iets aan het veranderen is waar de ego-denkgeest niet blij mee is… en dat is altijd goed, het betekent altijd ‘verder’.

De meest voor de hand liggende reactie op een gevoel van onrust, de reactie die de meeste mensen zullen hebben, is om dat onrustige gevoel kwijt te willen raken. Maar dat is precies de reden waarom de ego-denkgeest deze schermutseling is begonnen, dus de onrust bestrijden is vanzelfsprekend precies wat ik niet wil doen. De ego-denkgeest is niet werkelijk iets en verzet en strijd hiertegen geeft het juist een realiteit die het niet heeft.

De manier om hiermee om te gaan, voor mij, is om me te realiseren dat ik in werkelijkheid — in absolute waarheid — de toeschouwer ben en het gebeuren slechts waarneem. Het is dan alsof ik in een toneelzaal zit en naar een voorstelling kijk. Ik ervaar het effect van de emoties op toneel en het verhaal dat uitgebeeld wordt, maar ik weet dat het niet waar is en dat het niets met mij te maken heeft.

Ik los de onrust op het toneel niet op door, bijvoorbeeld, alcohol te gaan drinken en ook niet door te gaan sporten of andere afleiding te zoeken. Wat ook niets oplevert is om boos te worden of mijzelf te verzuipen in een pesthumeur. Het enige wat ik kan doen, is me realiseren dat het slechts een voorstelling is die op een gegeven moment tot een einde komt. Ik kan dan simpelweg kijken naar wat er gebeurt en af en toe zelfs lachen om de absurditeit van het toneelstuk.

De denkgeest en de droom

Metafysica is een tricky iets, het onderzoekt namelijk niet “de werkelijkheid [..] zoals ze ons gegeven wordt uit zintuiglijke of instrumentele waarneming (wat bijvoorbeeld de fysica doet), maar [gaat] op zoek [..] naar het wezen van die werkelijkheid en wat er achter zit” [wiki] waardoor het al snel klinkt als fantasie, geloof of waan. Toch voel ik de noodzaak om vanuit de metafysica het een en ander neer te pennen.

Zoals in Een Cursus in Wonderen wordt beschreven, maar wat ook in andere spirituele stromingen, leringen en filosofieën is terug te vinden, is dit leven op aarde niets anders dan illusie, symbolisch omschreven als het dromen van een droom. Het is de externe projectie van de innerlijke conditie van een ‘denkgeest’ in de vorm van een personage (ik) in een wereld. Als we die ‘externe projectie van de innerlijke conditie’ symbolisch beschrijven als het dromen van een droom, dan houdt dit automatisch in dat die ‘denkgeest’ de dromer van die droom is.

‘Denkgeest’ is een symbolisch beeld voor een schijnbaar deel van Eénheid dat het idiote idee had dat het zich kon afscheiden van die Eénheid en sindsdien een droom droomt van dualisme. Die ‘denkgeest’ is dus niets anders dan een symbolisch beeld van het idiote idee van afscheiding en niet iets fysiek tastbaars.

Binnen het dromen van een droom is er altijd één personage waar de dromer zich mee identificeert en dat is de held van de droom. Die held is altijd het vormgegeven beeld van de dromer, zoals de ‘held’ in de dromen die wij ’s nachts dromen, ook altijd het vormgegeven beeld is van onszelf. Dit betekent automatisch, dat:

Als de ‘denkgeest’ de dromer van de droom is
En ik mij identificeer met de ‘held van de droom’
Dan ben ik die denkgeest.

Door het geloof in de werkelijkheid van die afscheiding, ontstaat er schijnbaar een ‘denkgeest’ die droomt van dualisme, en door het geloof in de werkelijkheid en waarheid van die droom, alsmede door de identificatie met de ‘held van de droom’, ontstaat er een ‘ik’ in een wereld en die ‘ik’ ben ik (Frits) — althans, ik geloof die ‘ik’ te zijn, in feite ben ik die ‘denkgeest’.

En dan begint hier pas hetgeen ik wilde schrijven, maar blijkbaar had ik een lange inleiding nodig…

IK (denkgeest) ben de dromer van de droom. Dat houdt automatisch in dat ik (Frits) de ‘held van de droom’ ben en dat de wereld om mij heen precies is wat IK (denkgeest) wil dromen. Ik (Frits) weet in principe niet dat ik gedroomd word en geloof daarom dat ik echt besta en een leven heb in een wereld waarmee ik moet onderhandelen om te kunnen overleven.

IK (denkgeest) weet niet dat IK droom (net zoals we tijdens onze nachtelijke dromen niet weten dat we dromen). IK (denkgeest) neem de droom voor waar aan, omdat IK werkelijk geloof dat IK me heb afgescheiden van Eénheid. (Wat onmogelijk is, omdat Eénheid minus een afgescheiden deel geen Eénheid meer kan zijn en het hele idee van Eénheid nou eenmaal is dat het een eenheid is.)

Onbewust stuur IK (denkgeest) die droom zo dat het de afscheiding van Eénheid keer op keer bevestigt. IK (denkgeest) bombardeer mijzelf (Frits) op een geweldig hoog tempo voortdurend met ‘bewijzen’ van dualisme, waardoor er geen tijd en ruimte is om te realiseren dat het maar een droom is en dat het idiote idee van afscheiding van Eénheid nooit is uitgevoerd en de separatie nooit heeft plaatsgevonden.

Eénheid is nog steeds Eénheid;
Er is geen twee.

Het resultaat, voor nu, voor mij (Frits), is dat mijn perceptie steeds fluctueert tussen ik (Frits) en IK (denkgeest). Ik (Frits) ervaar een wereld die me niet aanstaat en wil daar graag verandering aan toebrengen, maar ben daartoe niet in staat. De wereld die ervaren wordt, bestaat namelijk alleen als droom in MIJ (denkgeest) en niet rondom mij (Frits), dus ik (Frits) kan niets veranderen in of aan die wereld, omdat ook ik (Frits) alleen besta als ‘held van de droom’ in de droom in MIJ (denkgeest).

Noot: Vandaar dat Een Cursus in Wonderen ook voorstelt om niet de wereld te veranderen, maar je gedachten over de wereld te veranderen, en die gedachten vinden plaats in de ‘denkgeest’, waar geloofd wordt dat de gedroomde wereld werkelijkheid is, en niet in mij (Frits), wat slechts een droompersonage is in de gedroomde wereld.

Het lastige van dit verhaal, is dat het binnen dat verhaal, dus binnen de droom, wel kan worden begrepen, maar nooit volledig kan worden geaccepteerd en geleefd. Zodra de ‘held van de droom’ er mee aan de gang gaat, wordt het verwerkt door een gedroomd brein (de hersenen) in die droom en wordt het gezien en onderzocht door de bril van de fysica. Dat is net zoiets als de appel onderzoeken met instrumenten en apparaten die gericht zijn op bananen; dat levert een vertekend en verkeerd beeld op van de appel.

Voor iemand die zich volledig identificeert met de ‘held van de droom’ en volledig gelooft in de werkelijkheid en waarheid van de droom, is het volslagen mesjokke en gestoord om ook maar voor te stellen dat hij alleen maar ‘denkgeest’ is die droomt. Het is voor hem onmogelijk om voor te stellen dat er verder niemand is en dat letterlijk alles wat hij ziet en meemaakt een projectie is van zijn eigen fantasie, maar dat is precies wat dit is.

Het meest gestoorde hiervan, is dat ik (Frits) geloof en ervaar dat ik interactie heb met andere mensen, die zelf ook een leven hebben en dingen meemaken waar ik geen deel van uitmaak, terwijl niets van dat alles waar is. Het is een soort van schizofrene droom waarin ik alle rollen speel en meteen vergeet dat dit zo is, waardoor ik me druk kan maken over wat een ander doet, zegt of gelooft, en over wat een ander misschien zal denken over wat ik doe, zeg of geloof, terwijl ik zelf al die rollen speel en ik zelf het script heb geschreven en de regie voer. Niet ik (Frits) maar IK (denkgeest), aangezien ‘ik (Frits)’ ook zo’n rol is.

Terwijl ik dit schrijf, voel ik hoe het brein van mij (Frits) in een soort van gekte belandt. Hoe het bijna doordraait, omdat het niet kan vatten en verwerken wat er net geschreven is (hoe schizofreen is dat?).

Het idee dat IK (denkgeest) de enige ben die zeggenschap heeft en sturing geeft aan een als realiteit ervaren droom, maar dat IK (denkgeest) mij daar niet bewust van ben en dus niet werkelijk zeggenschap heb of sturing geef, en dat er verder niemand anders is die iets doet of kan doen, inclusief ikzelf (Frits), is voor het droompersonage ‘Frits’, de ‘held van de droom’, niet te bevatten.

Het idee dat alles en iedereen om mij heen, inclusief mijzelf, alleen bestaat in de droom die IK (denkgeest) droom, is met recht waanzinnig te noemen… en toch is het zo.

[‘FRITS’ LACHT HYSTERISCH. LICHTEN DOVEN EN HET DOEK VALT. IN HET DONKER HET GELUID VAN EEN PISTOOLSCHOT]

Het idiote idee

Dit is een kort stukje dat ik op Facebook heb geplaatst (op Snips in de Zandbak en later ook gedeeld op Frits Snips), maar ik plaats het hier ook, want ik ben er wel tevreden over. Het gaat over hoe we onze focus richten op de vorm in plaats van de oorzaak, en hoe dat er voor zorgt dat we nooit vinden wat we zoeken en nooit krijgen wat we willen.

Tot zover de inleiding, hieronder staat de Facebook-tekst:

We leven hier vanuit het onbewuste idee dat we niet compleet zijn. Daarom zoeken we relaties met anderen (liefdesrelatie of vriendschapsrelatie) en zoeken we status of macht of rijkdom of spirituele verlichting… alles vanuit het idee dat we iets missen, iets kwijt zijn en dus niet compleet zijn.

Dit is wat ons motiveert als lichaam en het is ook wat de Droomstaat — de illusie van dualiteit — in stand houdt. Het feit is namelijk dat wij als dat wat we zijn altijd compleet zijn en nooit niet compleet kunnen zijn, maar we denken dat dit wel zo is en we geloven dat het waar is.

Het is het idee niet compleet te zijn vanwaaruit alles gecreëerd wordt — de Droomstaat, de wereld, jij, ik, alles! —, puur en alleen om te bewijzen dat het idee waar is en wij niet compleet zijn. Daarom gaan we letterlijk als waanzinnigen op zoek om onszelf compleet te maken.

Aangezien het alleen door het idee komt, is het dus ook alleen maar dat idee dat gecorrigeerd moet worden. Dat doe je niet hier in deze wereld met dit lichaam, want dat is de vormgeving van het idee en alles wat je hier doet om “het probleem” te herstellen, komt voort uit het idee niet compleet te zijn en lost dus nooit iets op. Nee, je doet het daar waar dat idiote idee is ontstaan.

Daarom is onderzoek naar “wat ben ik?” zo belangrijk (wat in feite inhoudt dat je gaat onderzoeken wat je NIET bent), want zolang je niet weet “wat” je bent, omdat je gelooft iets anders te zijn, hoe kun je dan daar als “wat je bent” het idiote idee corrigeren?

Crisissen, angst en boosheid

De wereld staat op zijn kop. De ene crisis na de andere volgt elkaar op en al deze crisissen hebben één ding gemeen, ze leveren mensen angst en boosheid op. In deze wereld zijn bange mensen volgzaam, terwijl boze mensen makkelijk te manipuleren zijn.

Noot: Dit verhaal gaat over hoe het ervoor staat in de Droomstaat, verwar dat niet met hoe het in Waarheid is; het zijn twee verschillende werelden.

Er is de Corona crisis, de Black Lives Matter crisis, de klimaatverandering crisis, een economische crisis als gevolg van de Corona crisis en een maatschappelijke crisis als gevolg van de Black Lives Matter crisis en de Corona crisis. Maar, we hebben ook een basisrechten crisis, zoals het schenden van vrijheid van meningsuiting, van vrijheid van vergadering en betoging, van de onaantastbaarheid van lichaam en huisrecht, et cetera, als gevolg van de Corona crisis maatregelen… en dit zijn nog maar de zichtbare crisissen.

Mensen die bang zijn volgen veelal blind de bevelen op, omdat ze bang zijn voor de consequenties of de publieke opinie. Terwijl, zoals ik al zei, mensen die boos zijn makkelijk te manipuleren zijn en vaak maar een klein duwtje nodig hebben om ‘de tegenpartij’ te lijf te gaan. Wat zowel bange mensen als boze mensen gemeen hebben, is dat ze niet meer in staat zijn om rationeel en relativerend te denken en vooral zonder introspectie volledig vanuit ego functioneren.

Het zijn beangstigende tijden wanneer je je laat leiden door de—mijns inziens—gemanipuleerde media en gelooft dat alles wat ze je vertellen waar is, maar ook wanneer je inziet dat het allemaal grotendeels gecreëerde crisissen zijn, als onderdeel van een verborgen agenda, met een doel dat ons niet wordt verteld, kan de paniek je om het hart slaan. Hier spreek ik uit ervaring, want ik zie namelijk heel veel mensen die als een soort zombie meelopen aan de hand van onze leiders die, om wat voor reden dan ook, die verborgen agenda dienen, en actiefiguurtje ‘Frits’ wordt daar niet vrolijk van.

Iedereen die verder kan kijken dan een gemiddelde neus lang is, moet kunnen zien dat Rutte en zijn ‘merry band of’ kornuiten niet het beste met ons voorhebben. Zij dienen niet het volk, maar wel de verborgen agenda en de mensen die deze agenda opstellen. Het is het clubje mensen dat werkelijk de macht in handen heeft, de mensen die wij inmiddels “de 1%” noemen. Dit zijn mensen—liever gezegd, psychopaten—die het niets kan schelen wat er met ons gebeurt.

Het enige wat deze mensen willen, de politici en die 1%, is dat we ons gedragen en doen wat zij zeggen. Iedereen die hieraan niet voldoet, wordt net zo makkelijk verwijderd; zoals John F. Kennedy, Robert F. Kennedy, Martin Luther King, Malcolm X, Pim Fortuyn, Maarten van Traa, Els Borst en een shitload aan dissidenten en voor zichzelf denkende en daardoor dwarsliggende journalisten, onderzoekers en wetenschappers, om maar een paar voorbeelden te noemen.

Ik benadruk nogmaals dat het de bedoeling is dat we oftewel bang zijn, oftewel boos zijn (wat overigens een effect of resultaat van angst is), en het is om deze reden dat onze basisrechten worden geschonden en wellicht uiteindelijk worden afgeschaft. De Corona maatregelen schenden deze rechten al, een Corona-wet zou deze rechten afschaffen. Een wet draai je niet zomaar terug, zeker niet wanneer die wordt aangenomen door mensen die bekendstaan om hun leugenachtig gedrag (politici) en onder leiding staan van psychopaten (de 1%).

Dus, wat te doen? Wat te doen als je ziet dat de wereld naar de klote wordt geholpen door een handjevol psychopaten? Wat te doen als je merkt dat bijna niemand wil zien of horen wat er overduidelijk aan de hand is? En wat te doen als je—zoals ik—weet dat dit niets anders dan een Droomstaat is; een externe projectie van een interne conditie?

Een Cursus in Wonderen stelt heel duidelijk dat ik niets hoef te doen, maar zegt ook dat het ontkennen van de ervaren realiteit—de egorealiteit—niet de oplossing is. Ik moet naar ego kijken en zien wat het doet, ik moet kijken naar de resultaten van ego in de wereld, want anders kan ik niet vaststellen dat ik dat niet wil, en zonder dat kan ik niet opnieuw beslissen vanuit welk perspectief ik de wereld wil zien en door welke denkgeest—de juist gerichte denkgeest of de onjuist gerichte denkgeest—mijn acties moeten worden gestuurd.

Een Cursus in Wonderen stelt dat ik moet kijken naar die wereld, naar die crisissen, naar die politici, naar die 1%, naar die verborgen agenda en zien waartoe het leidt. Ik moet bekijken en me realiseren wat er gaande is in de wereld, aangezien dat een externe projectie is van mijn (als denkgeest) interne conditie, en vervolgens beslis ik of dit is wat ik wil of niet. Als het oordeel ‘niet’ is, wat het is, dan is ‘niet-naleving’ of ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’ de enige houding die ik in deze wereld kan aannemen.

Daarvoor hoef ik dus niets te doen, want juist meedoen met wat de regering, het kabinet, de politici, de media en de 1% mij opleggen is iets doen. Mij conformeren aan maatregelen of wetten die mijn basisrechten ontnemen, levert mij angst en boosheid op, want impliceert dat ik voor de onjuist gerichte denkgeest heb gekozen, en dat is iets doen—namelijk, de Droomstaat realiteit toekennen—en mij niet conformeren, en dus niet meedoen, is het resultaat van kiezen voor en vertrouwen op de juist gerichte denkgeest, omdat het geen angst en geen boosheid, maar vrede oplevert, en dat is dus niets doen.

Ik begrijp dat de ‘spirituele manier’ om problemen op te lossen veelal betekent dat je net doet alsof er niets aan de hand is en dat je de rest wel oplost met positief denken, mediteren en hopen dat het daardoor overwaait, of simpelweg heel hard gaan roepen dat het toch allemaal illusie is en dus niet waar. Maar dat is de ego-manier van denken en dat is nou net niet wat je moet willen als je daadwerkelijk ooit wilt ontwaken uit die Droomstaat.

De enige juiste ‘spirituele manier’, mijns inziens, is kijken naar de illusie—de door jou als schijnbare entiteit ervaren realiteit van de wereld zoals die nu is—en die illusie naar Waarheid brengen—oftewel, beslissen dat je dit niet wilt, wat zich in mijn geval uit door niet mee te doen aan de regels en wetten die politici en die 1% mij opleggen. Met andere woorden, burgerlijke ongehoorzaamheid.