Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag

Een leven al voorbij

De wereld is een projectie die wij als denkgeest, onder leiding van de ego-denkgeest, projecteren op een neutraal canvas. Die projectie, of het verhaal van die projectie, is ontstaan binnen tijdloosheid. Tijd, net als ruimte, bestaat alleen binnen de projectie op het canvas en we bekijken deze projectie, als denkgeest, vanuit een tijdloze en onbegrensde werkelijkheid.

Een verhaal dat is ontstaan binnen tijdloosheid kan niet anders dan voorbij zijn op het moment dat het begint. Zonder tijd en ruimte is er geen tijdlijn mogelijk, waardoor alles wat er gebeurt — stel dat er iets zou gebeuren — tegelijk moet gebeuren. Er is binnen tijdloosheid geen verleden of toekomst, dus als er iets gebeurt, dan moet en kan dat alleen NU TEGELIJK gebeuren en voorbij zijn wanneer het begint.

Dit betekent dat het leven dat jij als mens nu lijkt te leiden, een projectie is van een verhaal dat voorbij was op het moment dat het begon. En dát betekent dat het einde van dat leven al vast staat, en dat alles wat er in dat leven gebeurt, al is gebeurt en dus al voorbij is. Je kunt niets meer aan de loop van het verhaal veranderen, maar wel aan de manier waarop jij er als denkgeest naar kijkt.

Het idee dat je iets kunt veranderen aan het leven dat je nu leidt, is gebaseerd op het geloof dat er een toekomst is die nog niet vaststaat. Maar aangezien dit leven een projectie is van een verhaal dat voorbij was op het moment dat het begon, is het onmogelijk om er nu nog iets aan te veranderen.

We bekijken het geprojecteerde verhaal op het canvas als het ware vanaf het moment dat het voorbij was, waarbij we weer aan het begin van het verhaal zijn begonnen en zijn vergeten dat we al weten hoe het afloopt. We denken dat wat we nu ervaren ook echt nu gebeurt, en dat het in de toekomst nog alle kanten op kan gaan. Daarom denken we dat we controle over ons leven kunnen hebben, terwijl je simpelweg geen controle hebt over iets dat al voorbij is.

Alles wat je nu nog als denkgeest bedenkt, heeft geen effect op het verhaal dat je op dat neutrale canvas aan het bekijken bent. Het verhaal is voorbij, het is al verteld en het is wat het is. Het script is geschreven, de film is opgenomen en ontwikkeld en in de projector geplaatst, en die projector laat ons een film zien waaraan niets meer te veranderen is; dit is de definitieve versie van die film.

De enige keuze die je hebt, is of je er naar kijkt onder leiding van de onjuist gerichte denkgeest (de ego-denkgeest) die alles bloedserieus neemt, of dat je er naar kijkt onder leiding van de juist gerichte denkgeest (de heilige geest) die weet dat het allemaal illusie is… het dromen van een droom.

Wat je ook kiest, de juist of onjuist gerichte denkgeest, betekent niet dat het leven op aarde, of de projectie op het neutrale canvas, beter wordt of gaat veranderen. Dat is onmogelijk, omdat het een projectie is van een verhaal dat al is geëindigd op het moment dat het begon. De persoon die jij denkt te zijn in de projectie is gestorven op het moment dat hij of zij werd geboren, en alles wat hij of zij nu denkt te doen, is al gedaan en voorbij.

De enige keuze die je als denkgeest hebt, en denkgeest is het enige dat jij bent, is de manier waarop je naar de projectie van je leven kijkt. Neem je het serieus omdat je denkt en gelooft dat het allemaal echt waar is, of kijk je er naar met een glimlach omdat je weet dat het ’t dromen van een droom is waaraan je op dit moment niets meer kunt veranderen.

Het leven dat je aanschouwt op dat neutrale canvas is een droom waaraan je niets kan veranderen en waaraan je ook niets hoeft te veranderen, omdat de heilige geest — of de juist gerichte denkgeest, als je dat prettiger vindt klinken —  je laat weten, dat wat er ook op dat canvas gebeurt, geen enkel effect kan hebben op wat jij werkelijk bent.

Jij bent de dromer van de droom die op geen enkele manier geraakt kan worden door wat er in de droom gebeurt. Het hoofdpersonage, de held van de droom, kan duizenden keren sterven en weer geboren worden, zonder dat de dromer er iets van zal merken, anders dan in zijn beleving van de droom. Wanneer de dromer wakker wordt, weet hij dat er nooit iets is gebeurd, omdat het verhaal dat in de droom werd geprojecteerd al voorbij was toen het begon.

Dit betekent dat zoiets als ‘wakker worden uit de droom’ nooit gedaan kan worden voor het personage waarmee jij je identificeert hier op aarde in deze wereld. Er is namelijk geen personage op aarde in deze wereld, er is geen aarde in deze wereld, er is zelfs geen wereld. Er is alleen de projectie van een verhaal, het dromen van een droom.

Jij als denkgeest wordt wakker door de droom niet meer serieus te nemen en jezelf vervolgens te vergeven voor het feit dat je zoiets stupide als deze droom hebt verzonnen. Jij alleen bent volledig verantwoordelijk voor de wereld die je projecteert en voor de wereld die je ervaart, want jij alleen bent degene die deze droom droomt omdat je hebt gekozen voor de ego-denkgeest in plaats van de heilige geest.

Dat was een domme keuze, het was een vergissing, en aangezien er verder niemand anders hier is, ben jij de enige die je kan vergeven. Als je dat consequent doet, dan kijk je vanuit vergeving naar de projectie van de film over je leven en wacht je tot de film is afgelopen.

Misschien blijf je aan het einde van de film nog even zitten, glimlachend om de idioterie die je op het canvas hebt geprojecteerd, je afvragend hoe je het ooit hebt kunnen geloven, maar uiteindelijk sta je op en verlaat je de bioscoop. De laatste die weggaat doet het licht uit, en aangezien er verder niemand is, moet jij dat doen.

Eén in God

Officieel mag het niet meer na 3 koningen, maar bij deze wens ik iedereen alsnog een gelukkig en ontwakend 2023. Laat ik eens iets schrijven over Eenheid en één zijn met God, en ondertussen ook even tussen neus en lippen door verklaren wat God nou precies is.

Het kwam bij me op na het lezen en doen van Les 124 van Een Cursus in Wonderen: “Laat me mij herinneren dat ik één ben met God.” Eén met God? Hoe werkt dat dan? — vroeg ik me af, en het antwoord arriveerde direct in een taalgebruik dat ik goed kan verstaan.

Allereerst kan ik met zekerheid als feit vaststellen dat er iets is. Ik heb dat jarenlang ‘dat wat is’ genoemd en dit ‘dat’ wat is moet er zijn, het moet bestaan omdat er zonder ‘dat wat is’ niets is; simpelweg omdat er zonder iets, niets kan bestaan. Zelfs een droom of een illusie kan niet bestaan zonder ‘dat wat is’; want waarin anders zou het kunnen opkomen of ontstaan?

Als we voor ‘dat wat is’ het woord ‘God’ gebruiken, zoals de Cursus dat doet — en ook omdat ‘God’ volgens mij het woord is dat van oorsprong bedoeld is als verwijzing naar ‘dat wat is’ — dan hebben we: ‘God is.’ Daarna doen we, zoals de Cursus ook zegt, er het zwijgen toe.

Dat wat is, wat we vanaf nu God noemen, is het enige dat is, want alles wat los zou staan van God is automatisch het tegenovergestelde en is niet. Alles wat los staat of apart is van God, is automatisch iets dat niet is, en iets dat niet is, bestaat niet. Dit houdt ook in dat God vanzelfsprekend geen tegendeel kent, en dat maakt God non-dualistisch en sluit tegelijkertijd dualisme uit als iets dat niet is. Hiermee kunnen we vaststellen dat er niets anders kan zijn dan God. God is!

Wat ik ook met zekerheid kan vaststellen als feit is dat ik ben. Ik weet niet of jij bent en of er naast mij nog iemand anders is, maar ik weet zeker dat ik ben. Ik ben niet Frits, ik ben niet dit lichaam met dat brein, maar dat ik ben staat vast, omdat ik overduidelijk deze droom, of deze illusie van een wereld, ervaar. De ervaring mag een illusie of een droom zijn, de ervaring mag niet waar zijn, maar dat wat het ervaart, moet bestaan, anders zou er geen ervaring kunnen zijn.

Dan hebben we nu dus ‘God is’ en ‘ik ben’, maar ik heb eerder al vastgesteld dat alleen God is en dat er niets naast, los of apart van God kan bestaan, omdat dit dan niet zou zijn, en iets dat niet is, kan niet bestaan. Maar ik ben, dat is onontkenbaar, en dat is alleen mogelijk wanneer die ‘ik’ één is met God.

Dit betekent dat die ‘ik’ en die ‘God’ beiden onderdeel zijn van dezelfde Eenheid, of liever gezegd, onderdeel van de enige Eenheid die bestaat. Die Eenheid is — net als God, want God moet in feite die Eenheid zijn, aangezien er naast, los en apart van God niets bestaat — non-dualistisch en sluit elke tegenpool uit. Er kan niet zoiets bestaan als ‘geen eenheid’ en Eenheid zou geen eenheid zijn als er iets naast, los of apart van zou bestaan.

‘Dat wat is’, wat we God noemen, is Eenheid en het enige dat is. Alles wat daar naast, los of apart van lijkt te bestaan, alles wat die Eenheid niet lijkt te bevestigen, kan dan vanzelfsprekend niet werkelijk bestaan. Niettemin besta ik, anders is ervaring niet mogelijk en ik ervaar overduidelijk van alles. Ik ben, en als ik ben en God is, dan moeten ik en God samen die non-dualistische Eenheid zijn. Hiervoor moet ik wel één zijn in God, omdat dit de enige optie is die Eenheid bevestigt.

Verlossing

Aangezien het bijna kerst is, lijkt dit me een mooie aanleiding om het eens over ‘verlossing’ te hebben. Ik denk dat we daar allemaal op een of andere manier naar op zoek zijn, bewust of onbewust. Verlossing van pijn, van armoede, schuld, noem maar op, zijn allemaal projecties van de ultieme verlossing: verlossing van het lichaam en de droom waarin het zich bevindt.

Het woord ‘verlossing’ herbergt de betekenis al in zich: ver-lossing, als in het los komen van iets. We zoeken verlossing omdat we vrij willen zijn van wat ons gevangen houdt, alleen hebben we vaak een verkeerd beeld van wat het nou eigenlijk is dat ons gevangen houdt. Hierdoor richten we ons veelal op negatieve aardse zaken waarvan we denken dat ze ons gevangen houden, zoals pijn, armoede, schuld, schaamte, verdriet… et cetera.

Maar dat zijn, zoals gezegd, alleen projecties van wat ons werkelijk gevangen houdt, en dat is het geloof dat we ons lichaam zijn en dat we ons daardoor werkelijk fysiek op deze aarde bevinden. Dit betekent dat ook alle positieve aardse zaken, zoals liefde, rijkdom, gezondheid, geluk, et cetera, ons net zo gevangen houden in dat lichaam als alles wat we als negatief ervaren.

Ik wil graag een tekst uit het Tekstboek van Een Cursus in Wonderen gebruiken (Hoofdstuk 31.VI) om wat dieper in te gaan op het idee ‘verlossing’, hierin wordt uitgelegd wat verlossing is en waar we werkelijk van verlost dienen te worden. De Cursus zegt het volgende over verlossing:

Verlossen is ongedaan maken. Als je ervoor kiest het lichaam te zien, dan kijk je naar een wereld van afscheiding, van dingen zonder verband, en gebeurtenissen zonder enige zin. De een verschijnt en verdwijnt in de dood; de ander is gedoemd tot lijden en verlies. En niemand is precies zoals hij was het ogenblik daarvoor, noch zal hij een ogenblik later dezelfde zijn als nu. […] Verlossing maakt dit alles ongedaan. Bestendigheid dient zich immers aan in het zicht van hen wier ogen door verlossing zijn bevrijd van het kijken naar de prijs voor het behouden van schuld, omdat zij in plaats daarvan ervoor kozen die los te laten. (T31.VI.2:1-4, 6-7)

Verlossing— als gevolg van het loslaten van schuld (en boete), wat de basis is van deze wereld — verlost ons dus van de wereld van veranderingen, van geboorte en dood en alle onzekerheden daar tussenin, zodat we de bestendigheid van Eenheid, wat we als denkgeest in werkelijkheid zijn, kunnen ervaren.

Met de tweede zin in het bovenstaande citaat — “Als je ervoor kiest het lichaam te zien, dan kijk je naar een wereld van afscheiding” — geeft de Cursus aan dat we een keuze hebben. De Cursus geeft vrij bot en direct aan dat het een keuze is tussen simpelweg twee zaken:

Je ziet het vlees of herkent de geest. Er is geen compromis tussen de twee. Als het een werkelijk is moet het ander vals zijn, want wat werkelijk is ontkent zijn tegendeel. Binnen visie is er geen andere keus dan deze. Wat jij hierin beslist, bepaalt al wat je ziet, werkelijk acht, en voor waar houdt. Op deze ene keuze berust heel je wereld, want hier heb je vastgelegd wat jij bent: vlees of geest naar je eigen overtuiging. Als je vlees kiest, zul je nooit aan het lichaam ontsnappen als je eigen realiteit, want jij hebt besloten dat je het zo wilt. Kies echter de geest, en heel de Hemel buigt zich om je ogen aan te raken en je heilig zicht te zegenen, opdat je de wereld van het vlees niet meer zou zien behalve om te genezen, te troosten en te zegenen. (T31.VI.1)

Iets later volgt er nog een verduidelijking ten opzichte van de keuze, waarin wordt uitgelegd dat je het vlees — oftewel het lichaam — niet terzijde hoeft te schuiven of hoeft te ontkennen:

Verlossing vraagt niet dat je de geest aanschouwt en het lichaam niet ziet. Ze vraagt alleen dat dit jouw keuze zou zijn. Want het lichaam kun jij zonder hulp zien, maar je begrijpt niet hoe jij een wereld kunt aanschouwen die daar los van staat. Verlossing zal jouw wereld ongedaan maken, en je een andere wereld tonen die jouw ogen nooit zouden kunnen vinden. (T31.VI.3:1-4)

Het enige waar verlossing om vraagt is een klein beetje bereidwilligheid om aan te nemen dat je geest bent in plaats van het lichaam, en het tonen van de bereidheid om tussen die twee een keuze te maken. Door bereid te zijn te kiezen voor de geest in plaats van het lichaam, ontstaat er verlossing — maar..!

Bekommer je er niet om hoe dit ooit zou kunnen. Jij begrijpt niet eens hoe wat je ziet voor je ogen is ontstaan. Want begreep je dat wel, dan zou het verdwenen zijn. De sluier der onwetendheid is over het kwade en het goede neergelaten, en men moet er doorheen gaan opdat beide verdwijnen, en de waarneming geen schuilplaats meer vindt. Hoe wordt dit gedaan? Het wordt helemaal niet gedaan. (T31.VI.3:5-10)

Dit is natuurlijk iets waarover menigeen struikelt. We hebben allemaal het idee dat we iets moeten doen om iets te bereiken, daar komt ook het hele idee van ‘vechten voor vrede’ vandaan en alle soortgelijke krankzinnige gedachtes van de ego-denkgeest. Zo denken we dat we iets moeten doen om verlost of bevrijd te raken, maar dat is niet zo.

Een keuze maken is niet iets doen, een keuze is aangeven wat je wilt dat gebeurt zodat het zo kan zijn. Het is als bij de keuze tussen links of rechts afslaan; de keuze zelf is geen handeling, de handeling volgt pas na de keuze, pas dan sla je links of rechts af, al naar gelang de keuze die je hebt gemaakt. Het verschil is nu dat je een handeling na de keuze weglaat.

De keuze tussen het lichaam en de geest is simpel, het is het een of het andere — “je ziet het vlees of herkent de geest. Er is geen compromis tussen de twee. Als het een werkelijk is moet het ander vals zijn, want wat werkelijk is ontkent zijn tegendeel. (T31.VI.1:1-3)” Je kiest voor het vlees of de geest, en daarna doe je niets met die keuze. Alleen de keuze is van belang, want, zoals de Cursus poëtisch en symbolisch zegt…

Wat zou er in het universum dat God geschapen heeft, kunnen bestaan dat nog gedaan moet worden? Alleen in je arrogantie zou jij je kunnen indenken dat jij de weg naar de Hemel moet effenen. (T31.VI.3:11, 4:1)

Uiteindelijk is het een simpele keuze tussen wat waar is en wat niet. Geest is waar, het lichaam is dat niet. Maar wanneer je voor het lichaam kiest, dan is het lichaam binnen jouw perceptie waar en zal de wereld die jij ziet en ervaart zich vormen naar jouw keuze. Dit verandert de waarheid niet, het verandert alleen jouw perceptie van de waarheid; een perceptie die inherent niet waar is, aangezien je hebt gekozen om iets dat niet waar is tot waarheid te bestempelen.

De wereld zoals wij die nu ervaren is niets anders dan het resultaat van de keuze voor onwaarheid, de keuze voor het lichaam in plaats van de geest. Om dit ongedaan te maken, met andere woorden, om hiervan verlost te worden, dien je te kiezen voor de geest in plaats van het lichaam, want…

Ben jij een lichaam? Dan wordt heel de wereld als verraderlijk gezien, eropuit te doden. Ben jij geest, onsterfelijk, zonder de belofte van vergankelijkheid, en zonder de smet van de zonde op jou? Dan wordt de wereld als stabiel gezien, je vertrouwen ten volle waard, een gelukkig oord om een tijdje te verpozen, waar niets te vrezen, maar alles te beminnen valt. Wie is níet welkom voor de milden van hart? En wat zou de waarlijk onschuldigen kunnen kwetsen? (T31.VI.6:5-10)

Dus mijn wens is dat jij de bereidheid kan opbrengen om te kiezen voor de waarheid, voor de geest in plaats van het lichaam. En ik wens iedereen ook meteen fijne kerstdagen en alvast — voor het geval ik dit jaar niets meer schrijf — een verlost 2023.

De twee dromen

De wereld is een zelfverzonnen denkbeeldige verdediging tegen de waarheid over wat je werkelijk bent en wat ‘het leven’ werkelijk is. Je droomt dat jij in deze wereld leeft, om te vergeten wat je werkelijk bent. Dit doe je, omdat je gelooft dat je iets vreselijks hebt gedaan. Je gelooft dat jij schuldig bent aan de afscheiding van Eenheid, en dat wil je vergeten.

Wat is er precies gebeurt? Laten we daar eens rustig naar kijken middels een symbolisch verhaal. Je was gewoon lekker relaxt een onlosmakelijk deel van Absolute Eenheid. Er was echt letterlijk niets aan de hand. Maar op een gegeven moment begon je te spelen met het idee dat het wellicht mogelijk zou moeten zijn om je los te maken van die Absolute Eenheid.

Afscheiding van Absolute Eenheid is onmogelijk, laat ik daar duidelijk over zijn. Het kan niet worden gedaan, omdat Absolute Eenheid niet absoluut en geen eenheid kan zijn als het mogelijk is dat een deel zich ervan los kan maken. Maar hé, je bent nou eenmaal denkgeest, dus je kan daarover nadenken en filosoferen, en dat is wat je deed; je kwam op het idee dat afscheiding mogelijk moet zijn.

Na dat eerste nietig en dwaas idee, dat afscheiding mogelijk is — een idee dat je begon te geloven en serieus ging nemen — viel je (nog steeds bij wijze van symbolisch verhaal) in slaap en volgde er een droom over die afscheiding. In die droom, die je als werkelijkheid bent gaan ervaren, voelde jij je zo schuldig over die afscheiding, dat jij — als die gedroomde afgescheiden denkgeest in die al gaande droom — bent gaan dromen over een wereld van vormen.

Die tweede droom, de droom over de wereld, droom je als gedroomde afgescheiden denkgeest, zodat jij jezelf als onschuldig kunt gaan zien. Je droomt over jezelf als mens in een wereld, met daarin inmiddels 8 miljard andere afgescheiden mensen, die je overal de schuld van kan geven. In die tweede droom is alles, en dus ook de afscheiding, hun schuld; dus jij bent het slachtoffer van hun acties en van alles wat er verder om je heen gebeurt.

We hebben het hier over een droom in een droom. De eerste droom ontstaat in de denkgeest die droomt dat het een afgescheiden denkgeest is; afgescheiden van Absolute Eenheid. Die gedroomde afgescheiden denkgeest voelt zich schuldig over de schijnbaar plaatsgevonden afscheiding en droomt een tweede droom — die plaatsvindt in die eerste droom en in feite als doel heeft om die eerste droom van afscheiding te vergeten — over een wereld waarin hijzelf onschuldig is en de schuld altijd bij een ander ligt.

Jij gelooft werkelijk dat je het gedroomde personage in die tweede droom bent, omdat je in deze droom bent vergeten dat jij dit, als eveneens gedroomde denkgeest, droomt. Maar jij, de wereld waarin jij leeft en het leven op aarde zelf, zijn alleen maar verzonnen om te verhullen dat jij in werkelijkheid die denkgeest bent die droomt dat hij zich heeft afgescheiden van Absolute Eenheid.

Die afscheiding vindt dus alleen maar schijnbaar plaats, als een gedroomd evenement, in die eerste droom, die verhult dat je nog steeds die immer uitbreidende en uitdijende Absolute Eenheid bent en dat afscheiding van die Eenheid onmogelijk is en nooit heeft plaatsgevonden. De tweede droom, waarin jij als mens met een lichaam in een wereld van afscheiding leeft, droom je alleen om te vergeten dat de eerste droom een droom is, en dat kan alleen als je de gedroomde wereld en jezelf als mens als werkelijkheid ziet en ervaart.

Hierbij maakt het niet uit hoe je deze wereld ervaart. Je kunt de wereld ervaren als volledig krankzinnig en moordlustig en een absolute hel, of als prachtig en geweldig en bijna hemel op aarde. In beide gevallen verhult het diezelfde eerste droom over datzelfde onnodige schuldgevoel over een afscheiding die nooit heeft plaatsgevonden, waarin jij als denkgeest blijkbaar gelooft; want dat is het enige doel van deze wereld, die jij bovendien ook nog eens zelf hebt verzonnen en nu op dit moment aan het dromen bent.

Door als gedroomd personage in die tweede droom, over jij als mens in deze wereld, volledig te beseffen dat het een droom is, creëer je de ruimte en de omstandigheden waarin jij — als slapende in afscheiding gelovende denkgeest die de eerste droom droomt — langzaam en geleidelijk, maar met absolute zekerheid, zult ontwaken uit die eerste droom; waarna het duidelijk zal zijn dat er nooit iets is gebeurd en dat niemand waar dan ook schuldig aan is.

Einde verhaal… en alvast fijne Kerstdagen.

Eén denkgeest

Er zijn niet 8 miljard denkgeesten die dromen dat ze mens zijn, er is 1 denkgeest die droomt 8 miljard mensen te zijn. Dat schreef ik laatst op Facebook na een aantal dagen van flink worstelen met de droom, niet begrijpende waarom de droom niet ophoudt terwijl ik precies weet wat het is.

Uiteindelijk gaf ik het op, ik kwam er niet uit, en als laatste middel vroeg ik letterlijk om duidelijkheid: “Als er dan een hogere macht, of een Heilige Geest is die alles weet, geef me dan gewoon een duidelijk antwoord?” En dit was het antwoord dat binnenkwam:

Er zijn niet 8 miljard denkgeesten die dromen dat ze mens zijn, er is 1 denkgeest die droomt 8 miljard mensen te zijn.

Met andere woorden, als IK wil dat deze droom ophoudt en IK me afvraag waarom dat niet gebeurt, terwijl IK me volledig besef dat dit het dromen van een droom is, dan redeneer IK vanuit het idee van een ik-personage. Maar dit ik-personage is onderdeel van de droom, dat ik-personage bestaat niet echt, dus hoe kan de droom dan ophouden voor een personage dat niet bestaat?

Dat is wat het antwoord me vertelde: er zijn niet 8 miljard denkgeesten — oftewel, 8 miljard ikken — die dromen, er is één denkgeest die droomt 8 miljard ikken te zijn. Het punt met die ene denkgeest, is dat die denkgeest geen ‘ik’ is of kan zijn, omdat er geen ‘ander’ is. Het idee van een ‘ik’ te zijn hangt af van de aanwezigheid van een ‘ander’, en zonder het bestaan van een ‘ander’ is er geen noodzaak voor het zijn van een ‘ik’ of het hebben van een ‘ik-gevoel’.

Dit antwoord op mijn vraag draait alles om. Waar ik eerst nog geloofde dat ik de denkgeest was die droomde, begrijp ik nu dat ik niet die denkgeest ben. Ik wist al dat ik niet dit lichaam was, maar ik geloofde toch nog steeds ‘iets’ te zijn, en dat moest wel die dromende denkgeest zijn. Nu zie ik, nu besef ik, dat ik letterlijk niets ben; niet Frits, niet denkgeest en niet Eenheid. Ik word gedroomd.

Die denkgeest, die droomt, is niet een ‘ik’, want voor een ‘ik-gevoel’ is het bestaan van een ‘ander’ noodzakelijk en die is er niet. Dus dan kan ik, met mijn ‘ik-gevoel’, niet die denkgeest zijn. Die ‘ik-Frits’ is slechts een gedroomd personage en bestaat in zijn geheel niet. Er is alleen denkgeest die droomt een ‘ik’ te zijn — en niet slechts één ‘ik’, niet slechts ‘ik-Frits’, nee, denkgeest droomt 8 miljard ‘ikken’ te zijn (en dan reken ik nog niet eens alle dieren mee).

Ik weet dat er in Een Cursus in Wonderen staat dat wij de dromende denkgeest zijn, maar dat is alleen omdat het de denkgeest aanspreekt op het niveau waarop die denkgeest zich gelooft te bevinden binnen die droom. De denkgeest gelooft het gedroomde personage te zijn dat het boek leest, en dus vertelt Een Cursus in Wonderen dit personage dat het in werkelijkheid de denkgeest is die droomt.

Het antwoord dat ik kreeg — en het maakt me niet uit of je me wel of niet gelooft — sprak het deel van de denkgeest dat zich met mij identificeert, aan op het punt waarop die denkgeest zich bevindt, en dat is het punt waarop hij kan accepteren dat er in zijn geheel geen ‘Frits’ bestaat, of wat voor ‘ik’ dan ook, zelfs niet als denkgeest. Ik en die denkgeest zijn niet hetzelfde, want er is alleen denkgeest en elke ik is een gedroomd personage. Denkgeest IS, ik IS NIET.

Er is nu het besef dat er alleen denkgeest is die droomt over een wereld en zich in die droom identificeert met de ‘ikken’ in die droom. Dus niet alleen met mij als Frits, maar met alle 8 miljard mensen in die droom, plus, zo vermoed ik, alle ontelbare miljarden dieren in die droom. Er is ook het besef dat ik niet die denkgeest ben. Er is geen ik die wakker wordt en de droom verlaat en terug naar huis (Eenheid) zal gaan, want die ‘ik’ is een gedroomd personage… die ‘ik’ bestaat niet… ik besta niet… geen enkele ik bestaat.

Ziekte

Ziek zijn is een ‘twister’ die, als je niet oppast, alles onderuit kan halen. Het punt is namelijk nog steeds dat alles wat je hier ervaart, een projectie is, en ‘projectie’ houdt in dat jij het zelf hebt verzonnen en er zelf verantwoordelijk voor bent. Dat geldt ook voor ziekte en het laatste wat je wilt accepteren is dat jijzelf ziek wilde zijn, dat dit jouw beslissing is geweest.

In Een Cursus in Wonderen staat over projectie:

Projectie maakt waarneming. De wereld die jij ziet is wat jij haar gegeven hebt, niets meer. Maar ook al is ze niets meer, ze is ook niets minder. Daarom is ze voor jou belangrijk. Ze getuigt van de staat van jouw denkgeest, de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand. Zoals een mens denkt, zo neemt hij waar. (T21.1:1-6)

Dit wil je natuurlijk niet geloven wanneer je, bijvoorbeeld zoals ik nu, probeert beter te worden van een griep. Dan wil je de verantwoordelijkheid ergens anders leggen. Bij de mensen die je hebben aangestoken of het virus dat je ziek maakt. Als je daarin meegaat, weerleg je alles wat De Cursus je heeft verteld, want er zijn geen anderen en er is niet zoiets als een virus.

Het enige wat er is, is “de staat van jouw denkgeest, de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand.” Ziekte is net als alles wat je ziet en ervaart, een verdediging tegen Waarheid. Anders gezegd, het is een projectie van de ego-denkgeest die zo wil bewijzen dat afscheiding waar is en dat dualiteit realiteit is. Ziekte is een projectie van angst voor Eénheid.

Alleen de ego-denkgeest projecteert. De Heilige geest, ons enige andere alternatief, kijkt alleen naar de ego-projectie vanuit vergeving, maar onderneemt verder geen acties in deze geprojecteerde wereld. Hij verandert de wereld niet, en zorgt er dus ook niet voor dat het geprojecteerde lichaam weer beter wordt. De Heilige geest, wanneer ik ervoor kies om aan de hand van hem te kijken naar de projectie, kijkt naar de geprojecteerde ziekte en vergeeft dat ik schijnbaar dacht dat ik ziek zou kunnen zijn.

De Heilige Geest vergeeft de ziekte omdat het niet waar is, maar hij maakt het lichaam niet beter, omdat ook het lichaam niet waar is. Het lichaam dat niet waar is beter maken, terwijl de ziekte die het schijnbaar heeft ook niet waar is, zou het lichaam en de ziekte tot waarheid bombarderen.

Vergeving van de ziekte door de Heilige Geest verandert de projectie niet, maar het kan er wel voor zorgen dat de ego-denkgeest het op een gegeven moment opgeeft om deze specifieke ziekte nog te projecteren; afhankelijk van hoe groot de angst voor Eénheid is.

Een belangrijk punt, een cruciaal punt zou ik bijna zeggen, is dat de Heilige Geest nooit projecteert. Dit betekent dat letterlijk alles wat je als lichaam op deze aarde ziet en ervaart afkomstig is vanuit de ego-denkgeest. Het enige dat je hiertegen kunt doen, is ervoor kiezen om er aan de hand van de Heilige Geest naar te kijken en het te vergeven, zonder hierbij te verwachten dat de projectie verandert.

Dit laatste is het meest lastige, omdat we graag in vorm een positief effect willen ervaren wanneer we zo goed zijn dat we voor de Heilige Geest hebben gekozen. Maar de Heilige Geest houdt zich nooit bezig met vorm, omdat dit de droom, de illusie, het krankzinnige waanbeeld van afscheiding, tot werkelijkheid zou maken.

Einde van angst

Angst! Hier wilde ik iets over schrijven, en toen zag ik dat ik hier al iets over heb geschreven (Zie: “Angst voor het onbekende“), maar ik denk dat ik het iets specifieker wil verwoorden dan alleen de angst voor het onbekende.

Ik geloof namelijk dat er slechts één heel erg specifieke angst is die de meeste van ons, zo niet allen van ons drijft. Of het nou angst voor spinnen is, angst om te vallen, angst voor het donker, angst voor doodgaan, of angst voor wat er wel of niet staat te gebeuren na de dood; al deze angsten komen voort uit slechts één angst: de angst om niet meer deze specifieke op zichzelf staande entiteit te zijn die we nu denken te zijn.

That’s it!

Elke angst is altijd gericht op een of ander gevaar voor het lichaam, en omdat we denken en geloven — bewust of onbewust — dat we dit lichaam zijn, is die angst altijd gericht op het niet meer zijn van deze specifieke op zichzelf staande entiteit. Dit kan de angst zijn voor het helemaal niet meer bestaan van die entiteit, of de angst dat we een deel van die entiteit verliezen — geestelijk, mentaal of letterlijk lichamelijk, zoals ziek worden of het verliezen van een ledemaat.

Ook wanneer we bang zijn voor wat er na onze dood gebeurt, wat vanzelfsprekend ook valt onder de angst voor het onbekende waarover ik eerder heb geschreven, is dat nog altijd gebaseerd op ons geloof een op zichzelf staande entiteit te zijn. We zijn bang voor, of vragen ons af, wat er met ONS als personage zal gebeuren na die dood, alsof wij als personage werkelijk zullen blijven bestaan na die dood.

De kern van alle angsten is de angst om niet meer dit personage te zijn. Die angst in ongegrond, aangezien we nooit dat personage zijn geweest. Dus, zolang je nog iets van angst ervaart, dan is die angst een projectie van de angst om niet meer dit personage te zijn, de angst om niet meer deze op zichzelf staande entiteit te zijn… en dit laat jou zien dat je er nog niet volledig van overtuigd bent dat je nooit dit personage, deze op zichzelf staande entiteit, bent geweest.

Voor alle duidelijkheid moet ik hier aan toevoegen, dat als je het hier op aarde leuk vindt en je het fijn vindt om hier te zijn, of dat je hier nog wel wat langer wilt blijven omdat er best wel leuke momenten zijn en jezelf zo wijsmaakt dat je bewust van de droom aan het genieten bent, ook uitingen zijn van diezelfde angst. Alleen ervaar je het niet als angst, maar als genot, niettemin is het gewoon angst, ongeacht wat je denkt dat het is of wat jij jezelf wijsmaakt.

Je richten of focussen op die angst, is niet de oplossing, en het onderzoeken van die angst of het onderdrukken van die angst ook niet, want die angst is niet de oorzaak van iets, maar het gevolg. De angst is het gevolg van, en laat je alleen maar zien, dat jij — bewust of onbewust — denkt dat je een op zichzelf staande entiteit bent, dat jij dit personage bent terwijl je dat niet bent.

Het enige vraagstuk waarmee je aan de slag kan gaan, is de vraag waarom je blijkbaar denkt dat je een op zichzelf staande entiteit bent. Wanneer je dat vraagstuk hebt opgelost, dan is die angst ook verdwenen. Niemand is bang voor ziek worden, voor het krijgen van een ongeluk, voor de dood of wat er na de dood zal gebeuren; alle angst is alleen maar gericht op het niet zijn, of het niet meer volledig zijn, van deze op zichzelf staande entiteit die we schijnbaar denken te zijn. Het absolute besef dat je niet die entiteit en dat lichaam bent, betekent automatisch het einde van angst.

Binding met aardse zaken

Na jaren van bezig zijn met spiritualiteit en zoeken naar ‘verlichting’, is mijn conclusie dat veel spirituele stromingen een versimpeld beeld schetsen van hoe je tot ‘verlichting’ kunt komen. Ik durf te zeggen dat de meeste huidige vormen van spirituele stromingen onder leiding staan van de ego-denkgeest, met als enige doel: ‘zoek en gij zult niet vinden.’

Nu wil ik niet iets negatiefs schrijven over al die spirituele stromingen, omdat ik moet toegeven dat ik, zonder mij te hebben verdiept in al die stromingen, nu niet zou zijn zoals ik nu ben. En nee, ik noem mij niet ‘verlicht’, want dat heb ik vroeger als eens gedaan, en toen was ik het ook niet. Wat ik wel ben is wakkerder dan ik ooit ben geweest.

Hierdoor weet ik dat dit soort wakker zijn alleen ontstaat wanneer je daar schijnbaar klaar voor bent, en dat is niet iets dat jijzelf kunt beslissen. Ik weet dat Tijn Touber in zijn eerste boek heeft geschreven dat hij op een gegeven moment besloot dat hij ‘verlicht’ was, waarna hij opeens ‘verlicht’ was. Ik betwijfel dit ten zeerste, maar als het Tijn blij maakt om te geloven dat hij ‘verlicht’ is, heb ik daar geen probleem mee.

En wie weet, misschien is het werkelijk voor iedereen weer anders; ik kan daar verder geen zinnig woord over zeggen, anders dan mijn eigen verhaal. Wat ik weet is hoe ik schijnbaar wakker ben geworden — en met ‘ik’ bedoel ik niet dit personage Frits in dat lichaam, maar ‘ik’ als denkgeest.

Mijn wakker zijn komt voort uit het steeds meer wegvallen van binding met aardse zaken. Ergens in Een Cursus in Wonderen staat ook, dat zolang je nog denkt en gelooft dat dit leven op deze aarde je iets te bieden heeft — met andere woorden, zolang iets je nog bindt aan deze wereld — jij kiest voor de ego-denkgeest, waardoor echt wakker worden niet mogelijk is.

Vanzelfsprekend, als je emotioneel gebonden bent aan gedroomde zaken, dan moet je wel nog steeds aan het dromen zijn. Het geloof dat iets in deze wereld realiteit is en iets voor je kan betekenen is het dromen van een droom, en naarmate je ontwaakt moet die binding met aardse zaken — met de droom — wegvallen.

De Cursus belooft ergens in het begin van het boek dat dit geleidelijk zal gaan, zodat je niet meteen in een diep donker gat zal vallen. Zoiets zou alleen paniek en angst creëren in de denkgeest, en vervolgens in dat lichaam, waardoor de kans dat je huilend terug rent naar de ego-denkgeest alleen groter wordt. Stap voor stap, heel geleidelijk, als je echt het werk doet, ga je merken dat dingen, zaken, bezigheden, waarvan je dacht dat ze belangrijk voor je waren, simpelweg uit je systeem verdwijnen.

Als je serieus met De Cursus aan de slag gaat, zal er een moment komen waarop alle binding met alle aardse zaken wegvalt. Op dat moment weet je dat je zo wakker bent als je wakker kunt zijn in deze wereld. Ik noem dit expres geen ‘verlichting’ omdat het idee van verlichting zoals het tegenwoordig wordt gebruikt, iets is dat gericht is op een persoon in een lichaam dat schijnbaar ‘verlicht’ kan worden of zijn. Waar ik het over heb heeft helemaal niets met de persoon of het lichaam te maken.

De persoon in dit lichaam wordt gedefinieerd door de binding die het heeft met dingen, zaken en bezigheden in deze wereld. Je bent je naam, je bent je geslacht, je bent wat je doet, je bent wat je gelooft… dat alles samen, opgebouwd over een periode van verscheidene tientallen jaren, vormt jouw idee van wat jij bent. Wanneer die binding met dat alles wegvalt, bestaat er geen definitie meer van jou. Je bent dan ex-alles, en daarmee vervalt de rol die je personage speelde.

Dit kan betekenen dat je stopt met het spelen van je rol, maar dat hoeft niet per se zo te zijn. Ik merk zelf dat ik niet stop met het spelen van mijn rol, maar ik ben me er wel volledig van bewust dat ik die rol speel. Het verschil is dat ik nu de rol speel zonder dat ik verwacht dat het me iets oplevert. Ik heb geen binding meer met aardse zaken, ik heb niets nodig en ik verwacht ook niets; deze wereld heeft letterlijk geen betekenis voor mij.

Dit is lastig uit te leggen, merk ik, en ieder die na vele jaren bezig zijn met De Cursus (of een andere werkende leermethode) het moment bereikt waarop alle binding met aardse zaken wegvalt, zal het met me eens zijn dat woorden niet kunnen verwoorden hoe het daarna is, hoe deze wereld daarna ervaren wordt.

Overigens durf ik niet te zeggen dat er nooit meer iets van binding met iets zal optreden, aangezien de meeste bagger zich onder het oppervlak bevindt, in het onbewuste. Die bagger kan zomaar naar boven komen drijven en ‘gezien’ worden. Dit ‘zien’ van de binding (de bagger), en wat het is, doet en betekent, is noodzakelijk om er vrij van te geraken. Zolang je niet ziet wat de binding met aardse zaken veroorzaakt, kan het niet wegvallen.

Nadat kortgeleden opnieuw de binding met iets spontaan wegviel, iets dat mij net zo sterk definieerde als bijvoorbeeld muziek dat deed (waarvan de binding ergens in 2014 spontaan wegviel), ben ik ervan overtuigd dat uiteindelijk alle binding met alles in deze wereld, alles wat misschien nog naar boven komt drijven, voor mij zal wegvallen.

Voor alle duidelijkheid, dit wegvallen van binding met aardse zaken is niet iets dat jij als personage voor elkaar gaat krijgen. Dus ga niet van alles en nog wat opgeven om zo snel mogelijk die staat van wakker zijn te bereiken; zo werkt het niet! Dat is het omdraaien van de volgorde, het omdraaien van oorzaak en gevolg, dat kan ik je vanuit mijn ervaring garanderen. Het wegvallen van binding gebeurt geleidelijk, wanneer je er klaar voor bent, en die beslissing is niet aan jou.

Zonde en schuld

De wereld die ik zie en ervaar — en hoewel ik praat over mijzelf, geldt dit voor iedereen, aangezien we allemaal hetzelfde zijn — heeft afleiding van zonde en schuld als enig doel.

Ik, als in afscheiding gelovende denkgeest, heb deze wereld gecreëerd, oftewel verzonnen en geprojecteerd, om er voor te zorgen dat ik, nog steeds als die denkgeest, niet naar mijn zonde en schuld hoef te kijken. Sterker nog, deze wereld is zo overtuigend, dat ik vergeet dat ik ergens schuldig aan ben, hoewel de schuld onbewust blijft dooretteren. Ik, als die denkgeest, geloof namelijk dat ik mij heb afgescheiden van Eenheid.

In Een Cursus in Wonderen wordt dit grofweg als volgt symbolisch omschreven. Ik, als denkgeest/Zoon van God, heb mij afgescheiden van God. Ik heb God afgewezen, ik heb Hem vermoord en ik heb Zijn macht van Hem afgenomen. Dat is zo’n beetje de grootste zonde die wie dan ook kan plegen, geen wonder dat ik mij schuldig voel en straf verdien.

Het schuldgevoel dat ik overhield, als gevolg van het plegen van die zonde, was zo ondraaglijk, dat ik niet anders kon dan een wereld dromen waarin ik die schuld en die zonde kan projecteren op schijnbare anderen, zodat ik mijzelf als onschuldig kan zien en die anderen als schuldig. Bovendien leidt die wereld mij zo af, dat ik niet aan de zonde die ik heb gepleegd hoef te denken en ik die zonde, samen met het schuldgevoel daarover, gaandeweg kan vergeten.

Die afscheiding van Eenheid, die moord op God, was de eerste droom en vond plaats in de Denkgeest. Het was een droom, met andere woorden: niet waar, omdat afscheiding van Eenheid onmogelijk is. Eenheid, of God, IS! Er is niet meer dan dat en er is niets buiten dat. Dus wie of wat zou zich dan kunnen afsplitsen van Eenheid? Wie of wat zou God kunnen vermoorden en zijn macht stelen, als er alleen maar God IS?

Het geloof in die eerste droom over afscheiding, een afscheiding die nooit heeft plaatsgevonden, creëerde het ongefundeerde schuldgevoel over die moord op God, en om dat schuldgevoel kwijt te raken, droomt de over afscheiding dromende denkgeest — ik! — een nieuwe droom in die eerste droom, over een leven in een wereld waarin iedereen schuldig is, behalve hijzelf.

Deze tweede droom is niet waar omdat de eerste droom over afscheiding niet waar is. Die tweede droom, over een wereld waarin iedereen schuldig is behalve ikzelf, waarin iedereen het fout doet behalve ikzelf, waarin iedereen ongelijk heeft behalve ikzelf, wordt alleen gedroomd om de eerste droom, waarin ik als denkgeest verteerd word door zonde en schuld als gevolg van de moord op God en de afscheiding en vernietiging van Eenheid, te vergeten.

De eerste droom vond plaats in tijdloosheid, aangezien tijd en ruimte alleen ingrediënten zijn van de tweede droom. Omdat de eerste droom in tijdloosheid plaatsvond, was hij voorbij op het moment dat hij begon. Het geloof in die eerste droom van afscheiding, moord en vernietiging, een geloof dat ontstond op het moment dat de droom al voorbij was, leverde een schuldgevoel op.

Schuld is altijd gerelateerd aan iets wat is gebeurd, en iets wat is gebeurd heeft een gevolg, wat automatisch het idee van ‘tijd’ en een oplossing in de toekomst creëert, en het idee van een schijnbare oplossing in de toekomst creëert automatisch het idee van ‘ruimte’… en zo is het schijnbare universum geboren.

De enige keuze die ik als denkgeest zag, was de keuze tussen de ego-denkgeest die een wereld verzint waarin ik mijn eigen zonde vergeet en die projecteer op iedereen om mij heen, of de Heilige Geest die mij vertelt dat de afscheiding en vernietiging van Eenheid (de moord op God) nooit heeft plaatsgevonden.

Verteerd door zonde en schuld, en ervan overtuigd dat ik straf verdiende, koos ik voor de ego-denkgeest, want net als een klein kind die zijn ouders niet gelooft als die zeggen dat er geen monsters onder zijn bed zitten, geloofde ik de Heilige Geest niet; want ik ben schuldig, daarvan was ik absoluut overtuigd.

Mijn absolute geloof in mijn moord op God, de vernietiging van Eenheid, zorgde ervoor dat ik alleen maar kon kiezen voor de ego-denkgeest, die mij zoetjes in slaap suste en mij een droom laat dromen over een volkomen krankzinnige en moordlustige wereld waarin ik als enige onschuldig ben.

Zoals ik al zei, gaat dit verhaal over iedereen. We willen niet wakker worden uit deze droom over deze wereld, omdat we niet willen terugkeren naar onze eerste droom waarin we schuldig zijn aan de moord op God en de vernietiging van Eenheid. Zolang we niet durven te kijken naar dat schuldgevoel dat we allemaal hebben (want we zijn allemaal hetzelfde) en zolang we niet kunnen accepteren dat we dat schuldgevoel hebben, kunnen we niet inzien dat dit schuldgevoel nergens op gebaseerd is.

Afscheiding van Eenheid is onmogelijk, niets kan God vermoorden, en niemand is schuldig aan welke zonde dan ook. Wij, als Denkgeest, fantaseerden en droomden over afscheiding en geloofden dat het echt had plaatsgevonden, maar dat is niet waar. Dat wat wij geloofden dat heeft plaatsgevonden was een droom die voorbij was op het moment dat hij begon, en de wereld die wij als reactie hierop verzonnen, creëerden en projecteerden, was op datzelfde moment al voorbij.

In een later stadia zal ik hier ongetwijfeld op terugkomen, aangezien dit de kern is van wat wij allemaal denken dat gaande is en in feite de sleutel is tot ontwaken, of bevrijding, of verlichting… of geef het maar een naam.

Wakker in of uit de droom

Wakker worden ‘in de droom’ en ‘uit de droom’ zijn verwarrende termen, tot ze dat niet meer zijn. Heel simpel gezegd is wakker worden uit de droom niet mogelijk in de droom, en alles hier in dit leven is in de droom.

Dit betekent dat iedereen die zegt dat hij wakker is uit de droom, zich vergist en alleen maar gelooft dat hij wakker is uit de droom. Ik was ook zo iemand, ik vergiste me ook en geloofde ooit dat ik wakker was uit de droom, omdat mensen als Jed McKenna beweerden wakker te zijn geworden uit de droom en vervolgens weer terug waren gekeerd in de droom.

De ervaring die dit soort mensen beschreven, was de ervaring die ikzelf heb gehad. Als je dan niet beter weet dat dat wakker worden uit de droom is, dan is de vergissing snel gemaakt. De ego-denkgeest wil niets liever dan iets geloven wat niet waar is, omdat dit er voor zorgt dat je niet meer op zoek gaat naar wat wel waar is.

Nu, vanuit mijn eigen huidige ervaring, zie ik dat bij voorbeeld Jed McKenna niet is ontwaakt uit de droom, maar gelooft, en er waarschijnlijk echt van overtuigd is, dat hij is ontwaakt uit de droom. Dit maakt hem niet ‘fout’ of een slechte leraar, zijn boeken (de eerste drie dan) kunnen je op een geweldige manier op weg helpen, maar als je echt wakker wil worden uit de droom, moet je op een gegeven moment elke leraar achter je laten.

Dit geldt uiteindelijk ook voor de leraar in Een Cursus in Wonderen, die vanuit een algemeen consensus ‘Jezus’ wordt genoemd. Ook deze leraar moet je op een gegeven moment achter je laten wanneer hij je heeft geleerd wat hij je hier op aarde kan leren. Deze ‘Jezus’, maar ook Jed McKenna, of Ramana Maharshi, of Boeddha, of Nisargadatta Maharaj, kunnen je helpen om wakker te worden in de droom — wat het hoogst haalbare is in deze droom.

Zolang je aanwezig bent als mens op aarde, kun je alleen wakker worden in de droom. Dat ben je wanneer jij je volledig beseft dat jij niet dat lichaam bent en dat alles wat er hier in dit universum schijnbaar gebeurt, ooit gebeurd is of ooit zal gebeuren, niet waar is en geen enkel effect kan hebben op wat jij werkelijk bent. Je beseft je, dat als je niet dat lichaam bent, je iets anders moet zijn.

Wat jij werkelijk bent, is wat ik ook werkelijk ben, want we zijn allemaal hetzelfde. We beseffen ons in eerste instantie, na ontwaken in de droom, dat we een verdwaalde denkgeest zijn die geloof hecht aan een nietig dwaas idee over afscheiding van Eenheid.

Die denkgeest koos vervolgens voor de ego-denkgeest, omdat die voor hem bevestigde dat die afscheiding mogelijk is. De denkgeest voelde zich als gevolg daarvan schuldig over de afscheiding van Eenheid, maar de ego-denkgeest waarvoor de denkgeest had gekozen had een oplossing!

De ego-denkgeest projecteerde de in afscheiding gelovende denkgeest als miljarden losstaande personages (wij als mensen) en projecteerde de schuld die we ervoeren buiten ons (zodat wij het zelf kwijt zou zijn) in de vorm van een droom over een wereld waarin alles en iedereen schuldig is behalve wijzelf.

Wanneer dat gezien en beseft wordt, ontstaat er iets dat we binnen onze nachtelijke dromen ‘lucide dromen’ noemen, waarbij het droomfiguur (wij als ons lichaam) zich bewust is van het feit dat het een droomfiguur is dat zich in een droomwereld bevindt. Dat is wat we wakker worden in de droom noemen.

In tweede instantie zijn wij Denkgeest (met een hoofdletter) die in staat is om te kijken naar onszelf als die dromende denkgeest (kleine letter). Als die Denkgeest (hoofdletter) zijn we in staat om de keuze voor de ego-denkgeest terug te trekken, om daarna te kiezen voor de juist gerichte denkgeest, Heilige Geest genoemd in Een Cursus in Wonderen. Let wel, dit is nog steeds in de droom. Hoewel die droom nu lucide is, is het nog steeds een droom.

Wanneer je dat als Denkgeest (hoofdletter) hebt gedaan, kun je — volgens de theorie van Een Cursus in Wonderen — alles wat je dacht dat waar was vergeven, waardoor je jezelf kunt vergeven voor jouw geloof in alles wat niet waar was en voor je projectie van deze krankzinnige wereld. Daarna zul je zien en beseffen — in plaats van intellectueel ‘weten’ — dat de droom je niets meer te bieden heeft en dat je dit niet alleen niet meer wilt, maar letterlijk niet meer kan gebruiken.

Vervolgens, wanneer je er echt klaar voor bent als Denkgeest (hoofdletter), zal je ontwaken uit de droom; wat betekent dat de droom zal ophouden en het universum waarover je droomde — wat dus uiteindelijk nooit werkelijk heeft bestaan — verdwenen zal zijn. Er kan dan geen sprake meer zijn van een personage in of op een wereld, omdat er geen sprake meer is van een wereld.

Wakker worden uit de droom is de allerlaatste stap, en die stap is aan ‘God’ — zoals het in Een Cursus in Wonderen wordt genoemd — of aan ‘Het Absolute’ — zoals Nisargadatta het noemde. Dat is wat men wel ‘genade’ noemt (‘grace’ in het Engels).

Wat je dan zal zijn is Geest (eveneens met hoofdletter), maar dat heeft letterlijk en volledig niets meer te maken met wat je nu denkt te zijn. Er is maar één Geest en omdat deze Geest het enige is dat er is, is het zich nergens bewust van, omdat er niets anders is om bewust van te zijn; het wil niets, het moet niets en het doet niets… het is! ‘Geest’ is overigens ook alleen maar een woord, een symbool voor iets dat niet te beschrijven valt.

Wakker worden uit de droom betekent het absolute einde van bewustzijn, en dat betekent het absolute einde van jou als bewuste entiteit, als verdwaalde denkgeest die koos voor de ego-denkgeest of als Denkgeest die koos voor de Heilige Geest. Er is dan niets meer van dat alles, er niet eens meer niets, en dat is wat ‘God’ is!

Vanzelfsprekend moet je mij ook niet op mijn woord geloven, maar moet je, mits je wilt ontwaken in of uit de droom, zelf aan de slag gaan en het zelf ervaren en zelf tot dit (of wellicht een ander) besef komen.