Pauw in Kalkoenland

Af en toe voelt het bestaan op aarde, mijn aanwezigheid in de Droomstaat, alsof ik de enige volwassene ben in een kleuterklas terwijl alle kleuters mij zien als gelijkwaardig aan hen. Dit klinkt heel erg arrogant en misschien zelfs denigrerend, dat snap ik, maar zo bedoel ik het niet.

Ik bedoel alleen te zeggen dat, als jij de enige pauw in een wereld vol kalkoenen bent, dan ben jij degene die lelijk is en ben jij de vreemde eend in de bijt en ben jij de uitzondering op de regel. Niettemin zal de tekst die ik nu ga schrijven soms arrogant en soms denigrerend overkomen, maar dan alleen bij de kalkoenen. Ik vermoed dat elke pauw precies begrijpt wat ik bedoel.

Ik merkte afgelopen vrijdag weer eens hoeveel energie het soms kost om normaal mee te doen met de kalkoenen, puur en alleen omdat ik een gesprek mocht hebben met een andere pauw. Deze pauw, Richard, heeft de Droomstaat doorzien, hij heeft dat veel sneller gedaan dan ik, en we begrijpen allebei wat ‘dit hier’ is en wat wij zijn en hoe het leven is als pauw in Kalkoenland.

Hierdoor vindt een gesprek letterlijk moeiteloos plaats. Elk woord dat we gebruiken wordt ook begrepen zoals het bedoeld is. Er wordt niet iets anders van gemaakt of verbasterd tot iets wat het niet is. Door het wegvallen van de moeite die ik onbewust en vanzelfsprekend altijd moet doen om te kunnen functioneren in een grote stad, merk ik pas hoeveel moeite dat is. Het is net als met zwaartekracht. Je weet niet wat zwaartekracht met je doet tot je gewoon een keer in een antizwaartekrachtkamer gaat zitten.

Hier moet ik mij even nader verklaren, want nu klinkt het alsof ik het heel erg vreselijk vind om me te bewegen in de grote stad waar ik me toch veelal begeef tussen mensen die ik leuk en interessant vindt. Ik vind het niet vreselijk en het is ook niet extreem vermoeiend, maar het feit is wel dat ik mij aanpas aan de omgeving terwijl een groot deel van omgeving geen moeite doet om zich aan te passen aan mij. Er wordt van mij verwacht dat ik interesse toon in wat anderen leuk vinden terwijl het overgrote deel van de mensen om me heen geen interesse toont in wat mij beweegt.

Uitzonderingen daargelaten, natuurlijk, en ik hoop dat die mensen weten dat zij een uitzondering zijn. Een graadmeter daarin is in hoeverre ik bereid ben te praten over wie of wat ik ben (of denk te zijn) en hoe ik deze realiteit ervaar. Als ik daarover open met je praat, ongeacht hoe gestoord dat klinkt, dan vertrouw ik je en schat ik je waarschijnlijk hoger in dan jij jezelf inschat en dan is er geen reden om je aangesproken te voelen door deze tekst.

Maar niet alleen op dat punt was de ontmoeting met Richard verhelderend. Richard kwam met een idee naar me toe, een project om samen aan te werken, en dat vroeg van mij om bij mijzelf na te gaan wat ik wil en hoe ik mijzelf zie als pauw in een wereld vol kalkoenen. Nogmaals, minus de uitzonderingen, en eveneens nogmaals, de kalkoenen zijn ‘de standaard’ en een pauw is de vreemde en wellicht gestoorde idioot. Je moet tegenwoordig zo op je woorden passen, voor je het weet heb je een boze meute met hooivorken voor de deur staan die je op de brandstapel willen smijten.

Ik merkte dat ik nog in de oude modus opereerde waarin ik graag mensen wilde laten zien wat ‘dit hier’ is en in hoeverre dat onwaar is. Ik wilde mensen helpen om wakker te worden door ze te laten zien dat ze wakker kunnen worden en ze te laten zien hoe ze dat zouden kunnen doen. Dit was de modus waarin ik de website www.autolyse.nl schreef en publiceerde, maar dat is alweer meer dan vijf jaar geleden.

Ik realiseerde me dat die oude modus van mensen te helpen door hen te vertellen wat ‘dit hier’ is en wat zij zijn, door hen er op te wijzen wat dit niet is en wat zij niet zijn, aan het begin van dit jaar volledig was weggevallen. Het was daarvoor al stukken minder geworden, maar begin januari was het volledig verdwenen. Dit werd door dit lichaam-geest-systeem ervaren als een gemis, het was iets kwijt, en dat leverde een gevoel van richtingloosheid op waar ik een week lang niets mee kon.

Doordat de ooit ervaren noodzaak om mensen te ‘onderwijzen’ over de Droomstaat is weggevallen, merk ik ook dat de moeite die ik moest doen om mij te bewegen in Kalkoenland drastisch is verminderd. Die ooit ervaren noodzaak om te ‘onderwijzen’ kwam voort uit het idee of het gevoel dat dit leven anders zou moeten zijn en dat het voor de kalkoenen veel beter zou zijn als ze zich zouden realiseren dat ze in werkelijkheid allemaal pauwen zijn, maar het is niet aan mij om dat te beslissen en niet aan mij om daar iets aan te veranderen.

Bovendien, het feit dat ze denken en geloven dat ze kalkoenen zijn verandert niets aan het feit dat ze werkelijk pauwen zijn die alleen maar ten onrechte denken en geloven dat ze kalkoenen zijn. Niet elke pauw die denkt dat hij een kalkoen is zal gaan inzien dat hij of zij in werkelijkheid een pauw is, en dat hoeft ook niet. Het is niet mijn taak om iedereen wakker te schudden.

Het is niet mijn taak om de Droomstaat nog verder in kaart te brengen en iedereen ervan te overtuigen dat dit het dromen van een droom is — hoewel het boek waaraan ik momenteel werk daar nog wel over gaat, maar dat is materiaal wat ik al geschreven heb en waarmee ik dat hoofdstuk mooi kan afsluiten. Ik heb het gevoel dat mijn functie als schrijver nu eerder ligt in het laten zien hoe het is om Kalkoenland te zien vanuit het pauw-perspectief en deze ‘Frits Snips’ weblog was in feite al de eerste stap in die richting.

Niettemin nodig ik iedereen die vragen heeft over het ontwaken in of uit de Droomstaat, of vragen heeft over hoe het is om een pauw in Kalkoenland te zijn, of denkt dat ik informatie kan verschaffen om te helpen bij de zoektocht, mij een E-MAIL te sturen. Ik zal dan natuurlijk mijn best doen om je op gang te brengen of te houden.

Maar ook voor mij houdt het hier niet op, er is altijd verder. Het enige wat dit wegvallen van de noodzaak om mensen te helpen of te ‘onderwijzen’ mij oplevert als lichaam-geest-systeem is nog meer rust en nog mee vrijheid om lichter te reizen door de ongekende krankzinnigheid van deze compleet gestoorde droomwereld.

Mijn 2020

Allereerst: Gelukkig Nieuwjaar! Ik wens iedereen een prachtig 2020 toe en dat iedereen maar mag vinden waarnaar hij of zij op zoek is. Het is inmiddels dag twee van het nieuwe jaar en het is weer tijd om gewoon door te gaan met wat ik vorig jaar ook deed.

Dat is in feite wat volgens mij iedereen doet, gewoon doorgaan op de oude voet. We maken ons misschien even wijs dat het in het nieuwe jaar allemaal anders zal zijn en dat we het allemaal anders gaan doen, maar slechts weinigen zullen werkelijk het roer volledig omgooien; voor zover dat mogelijk of werkelijk zinvol is. Ook ik ben daar geen uitzondering op, hoewel misschien op het gebied van het roer omgooien, aangezien ik het roer heb losgelaten.

Ik pak zo zoetjes aan weer mijn bezigheden op. Komende vrijdag, dat is op dit moment dus morgen, begin ik weer met mijn vrijwilligerswerk in ARTIS. Tot 18 januari is er op donderdag, vrijdag en zaterdag de mogelijkheid om in een donkere dierentuin rond te wandelen en vrijwilligers houden dan een oogje in het zeil en geven antwoord op vragen. Dat ga ik morgen doen, omdat ik dat heel erg leuk vind om te doen.

Daarnaast werk ik aan materiaal dat wellicht ooit een boek gaat worden. Ik doe dit omdat ik plezier beleef aan het werken met teksten. Ik vind dat in feite het leukste dat er is. Natuurlijk maak ik me wijs dat het ook belangrijk is of een doel dient, maar dat is niet werkelijk ergens op gebaseerd. Net doen alsof wat je doet belangrijk is voor jezelf of voor andere mensen, of gewoon voor het bedrijf waar je werkt, is noodzakelijk voor het actiefiguur om bezig te blijven. En op zich is bezig blijven niet noodzakelijk, maar het lijkt er op dat de tijd daardoor sneller voorbij gaat en een hele dag niets doen is gewoon dodelijk saai.

Verder schrijf ik voor deze blog en ik maak me wijs dat het schrijven voor deze blog iets toevoegt aan het leven van de mensen die dit lezen. Ook hiervoor heb ik geen enkel bewijs, maar dat maakt niet uit. Dit hele leven is het dromen van een droom en ikzelf, als het actiefiguur Frits, ben een gedroomd karakter in die gedroomde werkelijkheid. Niets van dit alles is waar en niets is ooit gebeurd, maar schijnbaar gebeurt er van alles en waarom zou je dan niet net doen alsof het wel ergens over gaat?

Ik maak mezelf wijs dat wat ik doe ergens nut voor heeft. Ik maak mezelf wijs dat ik beslissingen kan nemen en dat er iets bereikt kan worden. Wat dat is en of iets wel of niet lukt doet er niet toe, omdat ik weet dat het niet waar is en alles letterlijk nonsens is. Ik kan er voor kiezen om me ontzettend druk te maken over dat alles zinloos en doelloos is, maar ik kan ook gewoon net doen alsof het zinvol is en een doel dient, terwijl ik me er volledig van bewust ben dat ik mijzelf van alles wijs maak wat niet waar is.

It’s a joke! Dit alles is het uitspelen van een geloof in het idiote idee dat iets afgescheiden van eenheid kan bestaan en vervolgens zijn we vergeten om daar om te lachen. Dit betekent niet dat je moet stoppen met mee te doen, maar dat je gewoon door moet gaan met het leven en alleen maar hoeft te zien dat het een idioot idee is. Het lachen komt dan vanzelf wel.

Ik doe van alles waarvan ik me wijs kan maken dat het tot iets kan leiden. Wat dat is weet ik niet en daar houd ik me ook niet mee bezig. Ik doe van alles, maar stuur niets. Ik blijf dat doen zolang de financiën dit toelaten en wanneer het geld op is zal ik iets anders moeten verzinnen of er komt opeens iets langs dat het schijnbare probleem op een magische manier oplost… maar dat zien we dan wel weer.

Als laatste wil ik iedereen meegeven dat het leven niet ingewikkeld of zwaar is, maar dat wijzelf dit leven ingewikkeld en zwaar maken. Wij geven alles alle waarde en betekenis die het heeft. Je kunt het serieus nemen en er onder lijden, of je kunt het zien voor wat het is: een idioot idee waarom we zijn vergeten te lachen. Hoe ingewikkeld of zwaar kan iets zijn als het in essentie niet werkelijk bestaat?

Wat het leven is

Zo aan het einde van het jaar lijkt me een mooi moment om eens te bekijken wat dit leven op aarde nou werkelijk is. Dit staat los van wat wij denken dat dit leven is en ook los van wat al die wetenschappers denken dat dit leven is.

Ik moet beginnen met een analogie, en wel de analogie van het dromen. Wanneer je in bed ligt en gaat slapen, bestaat er de kans dat je gaat dromen. Althans, dat is wat jij jezelf, achteraf, wanneer je ontwaakt, wijs maakt. Jijzelf bent niet gaan dromen, maar dromen is iets dat als activiteit ontstaat als gevolg van de diepe slaap. Je bent niet in bed gaan liggen met het idee ‘nu ga ik dromen’, maar je viel in slaap en daar was opeens de schijnbare activiteit ‘dromen’.

Tijdens het dromen ontstaat er een wereld die voorheen niet bestond met daarin een ‘held’ die verdacht veel op jou lijkt. Die ‘held’ is gecreëerd naar het evenbeeld van de bron waarin het dromen gebeurt en jij, als die bron, identificeert jezelf met die ‘held’ van de droom. Niet dat jij daadwerkelijk die ‘held’ bent, want jij, als de bron, ligt in diepe slaap in bed. In feite lig je in coma terwijl het dromen gaande is in jou.

De ‘held’ van de droom maakt van alles mee in een gedroomde wereld waarvan hij denkt en gelooft dat die werkelijkheid is en los van hem staat. Alles wat er in deze wereld gebeurt overkomt hem en heeft effect op hem, en hij, als de ‘held’ van de droom, moet zich beschermen en weren tegen deze buitenwereld. Dit blijft zo tot jij ontwaakt uit je coma, waarna de droom misschien als herinnering blijft bestaan maar niet als daadwerkelijk plaatsgevonden realiteit. Er is letterlijk niets gebeurd.

Het is weliswaar mogelijk om de ‘held’ tijdens het dromen van de droom zich in de droom te laten realiseren dat de realiteit waarin hij zich bevindt het dromen van een droom is. Dit noemen we ‘lucide dromen’. In plaats van dat de gedroomde buitenwereld de ‘held’ van de droom overkomt en beïnvloedt, kan de ‘held’ van de droom in de droom ontwaken en het dromen beïnvloeden. Het dromen overkomt hem niet meer, maar hij overkomt het dromen.

Omdat jij jezelf als bron in coma identificeert met deze ‘held’, geloof je wanneer je wakker wordt uit je coma dat jij de droom hebt kunnen manipuleren en dat jij ‘wakker’ was in de droom, terwijl het alleen maar de ‘held’ in de droom was, het personage dat tijdens het dromen naar jouw evenbeeld is geschapen, dat ‘wakker’ was in de droom en de droom kon manipuleren. Jijzelf lag nog steeds in coma en was niet in staat om iets te doen of iets te willen en je zal het gebeuren pas claimen wanneer je ontwaakt uit die coma.

Dat is wat het leven is, een gedroomd verhaal binnen een bron, en net zoals jij niet je droom droomt, zo ook droomt die ‘bron’ niet het gedroomde verhaal dat schijnbaar of blijkbaar in die ‘bron’ verschijnt. Het verschil tussen de analogie en de werkelijkheid is dat jij in de analogie van de nachtelijke droom ontwaakt als persoon, als ‘iets’, die zich de droom wellicht herinnert en zich dan bewust is van het gedroomde verhaal, terwijl de ‘bron’ in de werkelijkheid niet ‘iets’ is.

Dit houdt in dat in werkelijkheid jij als de ‘held’ van de droom alleen kan ontwaken in de droom en daarmee het dromen om kunt vormen tot lucide dromen. Dit betekent dat de buitenwereld niet iets is dat jou overkomt of effect heeft op jou, maar dat jij de buitenwereld overkomt en dat jij beslist wat het is. Jij hebt dan effect op de buitenwereld omdat die buitenwereld precies hetzelfde is als wat jij bent: het gedroomde in een gedroomd verhaal.

Dit, het ontwaken in het dromen, waarna jij als ‘held’ van de droom ziet wat dit leven werkelijk is, namelijk: het dromen van een droom, is de enige mogelijkheid om volledig mentaal-volwassen in deze schijnbare realiteit te staan. Pas dan zie je wat is in plaats van wat niet is, of liever gezegd, je ziet wat niet is als iets wat niet is in plaats van iets wat is. Het dromen houdt niet op, maar je wordt niet meer in de maling genomen dat het een werkelijke harde realiteit is die werkelijk in positieve of negatieve zin daadwerkelijk effect op je kan hebben, omdat je weet dat het alleen maar dromen is.

Vanzelfsprekend kan er ontwaakt worden uit de droom, maar aangezien ‘de bron’ niet ‘iets’ is, is er niet iets dat ontwaakt uit de droom en is er niet iets dat zich achteraf bewust kan zijn van dat er schijnbaar gedroomd is en kan er niet worden vastgesteld dat er ooit iets is gebeurd. Voor jij als gedroomde ‘held’ binnen het dromen is ontwaken uit de droom letterlijk het absolute einde van jouw verhaal, niet omdat je dan ophoudt te bestaan, maar omdat je nooit hebt bestaan en omdat er nooit werkelijk iets is gebeurd.

Egocentrisch middelpunt

In eerdere artikelen heb ik al eens beschreven hoe ons ik-gevoel ontstaat. Het is een goocheltruc van de ego-denkgeest en het is vrij simpel, maar zo snel dat we het niet zien gebeuren. Het draait letterlijk om het egocentrisch middelpunt.

Als voorbeeld neem ik ‘zien’ dat simpelweg gebeurt. Er is zien en omdat dit zien schijnbaar plaatsvindt in tijd en ruimte wordt er aangenomen dat er iemand is die ziet. Die ‘iemand die ziet’ is een illusie, het is niet waar en wordt alleen maar aangenomen als waar; er is alleen zien als activiteit en dat wordt niet door iets of iemand gedaan.

De ego-denkgeest draait het plaatje volledig om. Waar eerst vanuit het ‘zien’ de onterechte aanname ontstond dat er iemand moet zijn die ziet, bevind die nietbestaande ‘iemand die ziet’ zich na de omdraaiing opeens voor het ‘zien’. Dankzij die omdraaiing is er plotsklaps iemand die actief en opzettelijk kijkt en wij identificeren onszelf met die ‘iemand’, waardoor we vrijwel automatisch zeggen dat wij kijken terwijl we letterlijk niets met die actie te maken hebben.

De as waar het plaatje om draait, waardoor “zien —> iemand die ziet” verandert in “iemand die kijkt —> zien”, noem ik het egocentrisch middelpunt. Het is het punt waarmee we ons identificeren, omdat letterlijk alles om dat punt draait. Zien wordt ‘ik kijk’, horen wordt ‘ik luister’, gedachten worden ‘ik denk’, et cetera. De ego-denkgeest creëert, naar aanleiding van wat spontaan en vanzelf gebeurt, vanuit het niets een personage dat alles claimt als van hem of door hem gedaan en dat personage wordt geprojecteerd op het egocentrische middelpunt dat we denken te zijn, het egocentrisch middelpunt dat we IK noemen.

Wij zijn niet die IK, niet dat egocentrisch middelpunt, wij zijn wat daaraan vooraf gaat, maar omdat we ons door die omdraaiing van de feiten zijn gaan identificeren met en als dat egocentrisch middelpunt hebben we ons ego gecreëerd. We doen wat ego ons opdraagt, omdat we geloven dat wij dat zelf zijn.

Ego gelooft dat het ’t middelpunt van het universum is en het is hetgeen dat zich voelt aangesproken wanneer iemand iets vervelends zegt. Ego is hetgeen dat zich beledigd voelt of aangevallen voelt. Ego is hetgeen dat altijd gelijk moet hebben omdat het ervan overtuigd is dat het altijd gelijk heeft. Ego is en blijft eeuwig een klein kind. Het weet niets, kan niets en is puur en alleen op zichzelf gericht en toch luisteren we er naar alsof het God is.

Het meest belangrijke dat we moeten weten over dat ego is dat het een verzonnen creatie is van de vergissing dat wij geloven dat wij dat egocentrisch middelpunt zijn. De reden waarom we dit zijn gaan geloven is omdat we niet zien dat de ego-denkgeest middels een supersnelle goocheltruc ‘Waarheid’ omdraait en er ‘onze realiteit’ van maakt, zoals ik aan het begin heb beschreven.

Waarheid is dat wij niets te maken hebben met wat er hier allemaal gebeurt en dat niets wat hier allemaal gebeurt ooit enig effect op ons kan hebben, maar onze realiteit is dat we geloven dat dit wel zo is waardoor we het ook ervaren alsof het zo is. Die misvatting draait om dat egocentrisch middelpunt waarmee de ego-denkgeest letterlijk alles verdraait.

Zolang we ons identificeren met dat personage dat alles lijkt te doen, met dat ego dat gecreëerd is vanuit het omdraaien van feiten rond dat egocentrisch middelpunt, bekijken we en handelen we altijd en zonder uitzondering vanuit het verkeerde en onvolwassen perspectief. De meesten van ons doen dit en dat is de reden waarom vrijwel niemand in staat is om een goede weldoordachte beslissing te nemen of een juiste gedachte te hebben, en ook de reden waarom de paar die hiertoe wel in staat zijn voor gek worden verklaard.

De IK en egocentrisch gedrag

Het lijkt mij dat elk probleem in de kern alleen maar voortkomt uit het idee een IK te zijn die van alles wil, van alles denkt te moeten, van alles denkt nodig te hebben en op van alles en nog wat recht denkt te hebben. Het idee een IK te zijn betekent dat er een andere IK tegenover staat en dat levert automatisch egocentrisch gedrag op en dat kan alleen maar ten koste gaan van de omgeving van die IK, de directe leefruimte en alles wat daarin schijnbaar leeft.

Natuurlijk is dit egocentrisch gedrag bij de een destructiever dan bij de ander, maar zolang je denkt iets te willen of te moeten, zolang je gelooft dat je iets nodig hebt of ergens recht op hebt, ontneem je dat van je omgeving. Gezien het gegeven dat er 7,7 miljard (telling van 2019) van die IKKEN op aarde leven die allemaal van alles willen, van alles denken te moeten, van alles denken nodig te hebben en op van alles en nog wat recht denken te hebben, kan dat niet anders dan het kernprobleem van alle problemen zijn.

Een probleem bij het oplossen van al die problemen is dat elke IK gelooft dat hij niet een kern van het probleem is. Het ligt altijd aan de omstandigheden buiten hem en aan een andere IK of al die andere IKKEN. Dit betekent dat er 7,7 miljard IKKEN zijn die er van overtuigd zijn dat zij niet het probleem zijn. In principe is het ook zo dat het probleem gecreëerd wordt door een andere IK, maar het is helaas zo dat elke IK ten opzichte van een andere IK ook een andere IK is die gelooft dat die andere IK het probleem creëert.

Het is onmogelijk om de problemen die wij als extern zien op te lossen als geen enkele IK bereid is om het probleem intern op te lossen. Dit levert weer een nieuw probleem op, namelijk dat de kern van elk probleem de identificatie met die IK is; het idee die IK te zijn. We geloven allemaal dat we een losstaand en zelfstandig personage zijn en omdat we geloven dat we van alles willen, van alles moeten, van alles nodig hebben en op van alles en nog wat recht hebben — wat allemaal ten koste gaat van de omgeving — creëren we automatisch problemen.

Los van de vaststelling dat we van alles denken te willen, denken te moeten, denken nodig te hebben en overal recht op denken te hebben, zijn we bang dat elke andere IK precies hetzelfde wil. Omdat we geloven in schaarste in plaats van overvloed, geloven we dat we iets niet kunnen verkrijgen als die andere IK het heeft, of als we het wel verkrijgen, dan geloven we dat die andere IK het ook wil en het van ons zal of kan afnemen.

Het probleem is niet dat een ander heeft wat wij willen of dat wij hebben wat een ander wil, het probleem is de identificatie met het idee die IK te zijn ten opzichte van een andere IK. Zonder het idee en de overtuiging die IK te zijn, is er niet werkelijk een personage dat iets wil, iets moet, iets nodig heeft of ergens recht op denkt te hebben. Er is dan alleen dat wat gebeurt zonder dat dit goed of fout is, zonder dat er teveel of te weinig is.

Mijn ervaring is dat er zonder de IK-identificatie altijd precies is wat nodig is, zonder dat dit ten koste gaat van de omgeving en wat daarin schijnbaar bestaat. Zonder het door die IK-identificatie gecreëerde egocentrisme komt het idee dat er te weinig kan zijn of dat er een tekort kan ontstaan niet op en daarmee is de kern van letterlijk alle problemen automatisch verwijderd.

Stel je voor dat de gehele 7,7 miljard aan menselijke verschijningen zich niet meer zouden zien als zo’n IK. Die 7,7 miljard menselijke verschijningen zouden dan niet meer iets willen, moeten en nodig hebben of ergens recht op denken te hebben. Het is mijn oprechte overtuiging dat er dan voor alles — de 7,7 miljard menselijke verschijningen plus alle dierlijke verschijningen plus alle plantaardige verschijningen en zelfs het gehele universum — precies zal zijn wat nodig is.

Ik weet dat dit een utopie gedachte is en ik weet dat het nooit zo zal zijn. Niet omdat wij slecht zijn, maar omdat dit hele gebeuren alleen kan bestaan bij de gratie van de illusie van dualisme en daarvoor is het nodig dat wij egocentrisch zijn en dat letterlijk alles ergens tegenover staat, maar volgens mij is het in theorie wel mogelijk.

Na de dood

Toen mijn moeder in 2015 stierf, bleek dat zij een brief had geschreven met daarin haar laatste woorden aan de familie en haar wensen voor haar crematie. Ik zal het briefje hier niet integraal gaan plaatsen, omdat dit vanzelfsprekend persoonlijk is, maar het einde wil ik jullie niet onthouden; bij wijze van voorbeeld.

Ze eindigde haar brief met:

“Mijn leven is voor mijn gevoel goed verlopen. Dus – jullie allemaal – niemand uitgezonderd, bedankt dat jullie in mijn leven waren. En heel veel liefs van Evie

Huishoudelijke mededeling.
Ik ben geen donor! En ik wil niet dat andere mensen mij nog kijken A.U B.

Muziek!
Paul Weller – Wild wood
Bob Seger – Like a rock
The Alan Parsons Project – Old and wise”

We vonden het allemaal heel mooi dat ze dit achter had gelaten en vanzelfsprekend namen we ons allemaal voor om ook zoiets te doen.

Vanochtend werd ik wakker met het bovenstaande in mijn gedachten en nam me voor om vandaag dan eindelijk zo’n brief te gaan schrijven; maar toen ik begon met schrijven, merkte ik dat iets mij tegenhield. Het was niet de angst voor de dood of het doodgaan, want die heb ik niet (ik ben in principe elk moment klaar om te sterven), en het was ook niet dat ik niet wist wat te schrijven. Het was puur dat ik er het nut niet van inzag, omdat het me werkelijk niet iets kan schelen wat er na mijn sterven wel of niet gebeurt.

Een reden waarom ik zo’n brief zou schrijven, zou zijn om de nabestaanden iets mee te geven, iets na te laten, maar ik heb niets om na te laten. Als ze na mijn dood mijn huis goed doorzoeken, vinden ze vanzelf alle informatie die ze nodig hebben om mijn ‘zaken’ af te handelen, in mijn telefoon staan de telefoonnummers van de mensen die geïnformeerd zouden moeten worden, in mijn computer staan nog veel meer gegevens over mij en ligt ergens een schrift met de nodige wachtwoorden (en ja, ik weet, dat mag niet, want dan kunnen mensen die zien en misbruiken, maar ik heb niet de gewoonte om zo spastisch en krampachtig door het leven te gaan).

Een andere reden, de reden die mijn moeder waarschijnlijk had, is om de kans te hebben mijn nabestaanden iets te vertellen en hen te laten weten welke muziek er gedraaid moet worden. Deze reden bestaat voor mij niet meer. Ik heb niets meer te vertellen, niet meer dan ik al tijdens het leven doe (en na mijn dood dus heb gedaan) en welke muziek er gedraaid wordt kan mij eigenlijk niet zo heel veel meer schelen.

De begrafenis of crematie — als dat tegen die tijd nog mag ten opzichte van het stikstofbeleid en de klimaatregels — is uiteindelijk alleen voor de nabestaanden. Het is hun kans om voor de laatste keer afscheid te nemen van de overledene. Het lijkt mij dus veel beter dat zij een afscheid organiseren die het beste werkt voor hen. Met andere woorden, verras me maar!

Wat het schrijven van de brief ook tegenwerkt is mijn absolute overtuiging —niet als mentaal verzinsel, maar als directe ervaring — dat dit leven op aarde het dromen van een droom is. Zolang er de identificatie met het gedroomde lichaam bestaat, lijkt het allemaal heel erg echt, maar zodra je een stap naar achter doet en er van een afstand naar kijkt, is er geen andere conclusie mogelijk: dit is het dromen van een droom. Het is niet echt en het vindt niet werkelijk plaats. Dit houdt in dat er nooit iemand geboren is en vanzelfsprekend nooit iemand dood kan gaan.

Dat wat ik werkelijk ben is de context waarin het dromen — de content — plaatsvindt. Alleen de context is waar, de content niet. En dat is niet wat ik alleen ben, het is wat iedereen en alles is dat als schijnbare content verschijnt binnen de context. Ik weet niet wat er gebeurt na het afleggen van het lichaam. Ik weet niet wat er met het schijnbare punt van perspectief dat we ‘Frits’ noemen gebeurt wanneer dit het lichaam verlaat, dus misschien zal ik gewoon aanwezig zijn bij mijn begrafenis. Niet als lichaam, niet als ‘Frits’, maar misschien als een soort van lichaamsloos bewustzijn, en dan zie ik wel wat voor moois jullie er van hebben gemaakt.

Evenzogoed kan het ook zo zijn dat met het einde van ‘Frits’ het dromen ophoudt en dat er niets overblijft. Geen overleden lichaam, geen begrafenis, geen nabestaanden, geen aarde en geen universum. Ik weet het niet, maar uiteindelijk ga ik het een keer meemaken. Ik ben daar erg benieuwd naar.

Zien en kijken

Het verschil tussen zien en kijken is in feite het verschil tussen waar en niet waar. Als we iets zien met onze ogen dan wordt de informatie verzonden naar ons brein waar het wordt vergeleken met eerdere waarnemingen die daar liggen opgeslagen. Het brein beslist wat dit ‘iets’ is gebaseerd op informatie uit het verleden en we geloven dat we daadwerkelijk zien wat het is. Dit is niet zien maar kijken naar persoonlijk gekleurde perceptie.

Als we het in dagelijkse leven hebben over ‘iets zien’ bedoelen we eigenlijk dat we naar iets kijken en dat waarnemen volgens de perceptie van ons brein. Het is wat ons brein er van maakt gebaseerd op bestaande aannames, geloven en overtuigingen. Perceptie (of waarneming) is “het proces van het verwerven, registreren, interpreteren, selecteren en ordenen van zintuiglijke informatie” (wikipedia) en dat is wat anders dan iets daadwerkelijk zien zoals het is.

Iets zien staat los van wat we waarnemen, het staat los van perceptie, het staat los van wat ons brein denkt dat het is. We kunnen iets alleen werkelijk ‘zien’ wanneer het niet vertekend wordt door aannames, geloven en overtuigingen. Hiertoe zijn we pas in staat wanneer we hebben doorzien dat onze aannames, geloven en overtuigingen geen waarheid zijn. Hiervoor moeten we eerst even vaststellen wat aanname, geloof en overtuiging inhoudt.

Aanname:
Dit is informatie die je hebt aangenomen van een ander zonder het zelf te onderzoeken. Het is alles wat je voor waar hebt aangenomen alleen omdat het je is verteld door andere mensen of is geleerd in het onderwijs. Je neemt het aan zonder dat je zelf ooit hebt vastgesteld dat er daadwerkelijk bewijs bestaat dat aantoont dat het waar is.

Geloof:
Dat is onbewezen informatie die je als waarheid aanneemt. We geloven iets omdat het ons beter uitkomt, omdat we ons er beter door voelen of omdat het iets wegredeneert wat ons niet bevalt, zelfs als het soms overduidelijk waar is. Voor zaken die we niet kunnen verklaren of ongewenst zijn, verzinnen we een reden of oorzaak en maken onszelf wijs dat het waar is bij gebrek aan- of het niet willen ‘zien’ van een andere reden of oorzaak.

Overtuiging:
Dat is de persoonlijke waarheid waarvan jij jezelf hebt overtuigt dat waar is. Het is de informatie waarvan jij gelooft en aanneemt dat waar is en waarvan je overtuigt bent dat het voor iedereen zo is, omdat het voor jou ondenkbaar is dat je ongelijk zou kunnen hebben. Overtuiging is het ultieme zelfbedrog, omdat jij jezelf hebt wijsgemaakt dat iets waar is puur en alleen omdat jij gelooft en aanneemt dat het waar is. Daarbovenop heb jij jezelf wijsgemaakt dat jij daadwerkelijk beter dan een ander in staat bent om vast te stellen of iets waar is of niet.

Het is hopelijk onnodig om te vermelden dat elke aanname, elk geloof en elke overtuiging niets met waarheid te maken heeft, maar puur en alleen met de perceptie van ons brein dat alleen kan werken met oude informatie ten opzichte van eerdere waarnemingen die eveneens verwerkt zijn met oude informatie. Ons brein kan nooit iets nieuws zien en nooit iets nieuws ervaren zonder het te vergelijken met iets wat het al eerder gezien en ervaren heeft en te verbasteren tot iets waarvan het denkt dat het dat is omdat het lijkt op iets wat het al kent.

Wanneer we zeggen dat we iets zien, dan bedoelen we dat we naar iets kijken waarover ons brein beslist wat het is en dat dit is wat het werkelijk is. Hierna overtuigt ons brein ons ervan dat wat we waarnemen daadwerkelijk is wat het is, zonder enig bewijs. Dit wetende moet het niet zo’n grote stap zijn om het grote verschil te begrijpen tussen ‘zien wat is’ en ‘zien wat niet is’, waarbij het eerste werkelijk zien is en het tweede slechts kijken.

‘Zien wat is’ is het zien van iets dat niet is verbasterd door aannames, geloven of overtuigingen. Het is eerder een soort van inherent intern ‘weten’ en niet het daadwerkelijk fysiek zien van iets. Het wordt vaak verward met intuïtie en wordt daarom weggeredeneerd als ongefundeerd, terwijl intuïtie meestal een voorproefje is van werkelijk zien. Echt zien vindt plaats los van de ogen en het brein en is een inherent weten en ervaren van waarheid, terwijl zien met de ogen daarentegen niets anders is dan kijken en dat is een persoonlijk door aannames, geloven en overtuigingen gekleurde en verbasterde perceptie en nooit wat het werkelijk is.

Hoewel ik mijn best heb gedaan, is het ‘zien wat is’ iets dat alleen jijzelf kunt ervaren en elke poging om het onder woorden te brengen en het over te brengen op iemand anders is gedoemd te mislukken, omdat die ander het dankzij zijn brein en de aanwezige aannames, geloven en overtuigingen zal zien als wat het niet is. Werkelijk zien gaat voorbij aan het brein en wordt ervaren door de essentie van wat we zijn, terwijl dat wat we in het dagelijkse leven ‘zien’ noemen slechts kijken is en wat we denken te zien is niets meer dan een persoonlijke perceptie die altijd onwaar is.

Werkelijk zien is niet iets wat jij kunt doen, maar je kunt wel de omstandigheden creëren waardoor er de kans bestaat dat je kunt gaan zien wat werkelijk is. Hiervoor moet naar jezelf kijken en al je aannames, geloven en overtuigingen onder de loep leggen. Bekijk bij alles wat je denkt dat waar is of het een aanname, geloof of overtuiging is of dat jij werkelijk zelf hebt vastgesteld dat het waar moet zijn. Geloof niets wat iemand anders je vertelt, geloof niets wat een meerderheid of minderheid voor waar aanneemt en stoot elke informatie en kennis af als dit slechts een aanname, geloof of overtuiging blijkt te zijn; en alles wat je niet zelf kunt bewijzen of bevestigen is een aanname, geloof of overtuiging.

Dit naar jezelf kijken en alle aannames, geloven en overtuigingen uit je systeem verwijderen moet je bloedserieus willen doen zonder je bezig te houden met wat het gevolg of de uitkomst zou kunnen zijn. Het is bij mijn weten de enige manier om daadwerkelijk te gaan zien wat is, in plaats van je leven lang te blijven kijken naar wat niet is en afhankelijk te zijn van de perceptie van je brein. Bovendien is het bij mijn weten de enige manier om de realiteit, deze wereld, deze Droomstaat, te gaan ervaren vanuit een volwassen perspectief.