Het draaiboek is geschreven

Na een inzicht, dat volgde op een conflict, een botsing, met iemand dichtbij mij (dat blijft nog een flinke triggerpunt), zag ik opeens alles in een helder perspectief. Daarna kwamen er via verschillende kanalen teksten en uitspraken langs, sommige rechtstreeks uit Een Cursus in Wonderen, anderen gerelateerd daaraan, die mijn nieuwe — of hernieuwde — inzicht bevestigden.

Een van deze teksten komt uit Les 158 van het Werkboek van Een Cursus in Wonderen, en hier kom ik de laatste paar dagen steeds op terug:

“Tijd is een kunstgreep, een goocheltoer, een immense illusie waarin figuren als bij toverslag komen en gaan. Toch zit er een plan achter alle verschijningsvormen dat niet verandert. Het draaiboek is geschreven. Wannéér ervaring een eind komt maken aan jouw twijfelen staat vast. Want wij zien de reis slechts vanaf het punt waarop ze eindigde en kijken erop terug, terwijl we ons inbeelden dat we haar nog eens maken; en we zien mentaal opnieuw wat is voorbijgegaan.” (WdI.158.4)

Deze paragraaf is in feite een verduidelijking op verschillende mededelingen in Een Cursus in Wonderen, zoals:

“Zo is elk leven: een ogenschijnlijk interval van geboorte naar dood en opnieuw naar leven, een herhaling van een ogenblik dat lang geleden al voorbij was en niet kan worden herbeleefd. En alle tijd is niets anders dan de waanzinnige overtuiging dat wat voorbij is nog steeds hier is en nu.” (T26.V.13:3-4)

“Deze wereld was lang geleden al voorbij. De gedachten die haar hebben gemaakt, zijn niet meer in de denkgeest die ze gedacht heeft en een tijdje liefhad.” (T28.1:6-7)

“Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen.” (WdI.132.6:2-3)

En nog veel meer. Ik voel de noodzaak om daar nu iets over te zeggen, alleen weet ik nog niet wat dat is. Niettemin ga ik het proberen.

De meeste mensen ervaren het leven lineair in tijd en ruimte, van geboorte tot de onafwendbare dood. Op die tijdlijn ervaren de meeste mensen zichzelf in het nu, met achter hen een verleden en vóór hen een onbekende toekomst. Een Cursus in Wonderen weerspreekt dat door te stellen dat de wereld al lang voorbij is (T28.1:6) en dat er nu, op dit moment geen wereld is (WdI.132.6:2).

Dit betekent onherroepelijk dat wij ons niet nu op de tijdlijn kunnen bevinden, aangezien de wereld — en daarmee die tijdlijn — al lang voorbij is en op dit moment niet (meer) bestaat. Dit betekent dat letterlijk alles al is gebeurt en voorbij is, en dat betekent ook dat, als wij dat leven, die wereld, die tijdlijn die al voorbij is nu aan het ervaren zijn, wij ergens veilig zijn waar vandaan we dat leven, die wereld, die tijdlijn kunnen aanschouwen — net als een toeschouwer in een theater.

De implicatie van zo’n inzicht is zonder al teveel overdrijving te vergelijken met een nucleaire aanslag op de psyche. Opeens kijk ik naar mijn leven in deze wereld vanuit de realisatie dat het draaiboek al is geschreven, de show al is opgevoerd en opgenomen en dat ik nu naar de herhaling aan het kijken ben. De uitkomst, het einde van de show, staat al vast en het feit dat ik in staat ben om de herhaling van die show te bekijken en te ervaren, betekent dat ik absoluut veilig ben waar ik nu werkelijk ben.

“Zo is elk leven: een ogenschijnlijk interval van geboorte naar dood en opnieuw naar leven, een herhaling van een ogenblik dat lang geleden al voorbij was [..].” (T26.V.13:3)

“Want wij zien de reis [ons leven] slechts vanaf het punt waarop ze eindigde en kijken erop terug, terwijl we ons inbeelden dat we haar nog eens maken; en we zien mentaal opnieuw wat is voorbijgegaan.” (WdI.158.4:5)

Het spel is voorbij, ik kijk alleen nog even naar de herhaling.

Het rustige centrum van de storm

Sinds een paar dagen is mijn externe wereld een projectie van een idee dat wordt geopperd in Een Cursus in Wonderen, en dat idee is: Ik hoef niets te doen. Dit is niet zomaar een idee dat ergens tussen neus en lippen door wordt vermeld, maar waar een heel hoofdstuk aan wordt gewijd (Een Cursus in Wonderen, Tekstboek – Hoofdstuk 18.VII).

De laatste dagen, sinds 13 september, is er de situatie ontstaan waarin ik — en dit gaat dramatischer klinken dan het is — van alles buitengesloten ben of ga worden. De trigger was de aankondiging op 12 september dat er een corona-pas wordt ingevoerd. De invoering van die pas (gepland op 25-9) houdt in feite in, dat als je niet tegen corona bent gevaccineerd, je niet meer naar optredens kan gaan of in horeca mag verblijven. Ik ben niet gevaccineerd, om verschillende redenen, dus dat betekent dat ik niet meer mag meedoen.

Uitsluiting is altijd wel iets geweest in mijn leven, omdat ik vroeger als kind heel moeilijk aansluiting vond bij andere kinderen. Het gevolg daarvan is dat ik altijd een soort van einzelgänger ben geweest die of niet meedeed of niet werd uitgenodigd om mee te doen. Door de invoer van deze draconische corona-pas kwam dat gevoel van alleen zijn en buitengesloten worden weer terug, waardoor ik drie dagen nodig had om weer in balans te komen.

Nu ik weer in balans ben, kan ik er op een andere manier naar kijken. Door in feite van alles uitgesloten te worden — horeca en cultuur middels de corona-pas, eerder al mijn sociale zekerheid als gevolg van het verliezen van mijn baan en daarna het stopzetten van mijn uitkering, en momenteel mag ik drie dagen niets plaatsen op Facebook omdat ik iets heb verteld wat niet mag — zie ik dit nu als een uitnodiging om niets te doen, omdat er letterlijk niets is dat ik kan doen.

Een Cursus in Wonderen begint het bovengenoemde hoofdstuk met de volgende tekst:

Je stelt nog steeds te veel vertrouwen in het lichaam als bron van kracht. Welke plannen maak je niet die op een of andere manier om zijn welbehagen, bescherming of genot draaien? Dit maakt het lichaam in jouw interpretatie tot doel en niet tot middel, en dat betekent altijd dat je zonde nog steeds aantrekkelijk vindt. Niemand die zonde nog steeds als zijn doel aanneemt, aanvaardt de Verzoening voor zichzelf. En zo heb je je enige verantwoordelijkheid ontlopen. T-18.VII.1:1-5

Belangrijk hierin is de opmerking dat we het lichaam als doel zien in plaats van als middel. We doen alles voor het lichaam, zodat het gezond blijft, zich goed voelt, vermaakt wordt of mooier of beter wordt, terwijl we het niet gebruiken als middel, als gereedschap, om wakker te worden uit de diepe slaap waarin we ons bevinden. Het is als de auto die we elke dag wassen en onderhouden, waaraan we steeds nieuwe onderdelen toevoegen om hem mooier en beter te maken, maar waarmee we nooit op reis gaan.

Een Cursus in Wonderen vervolgt:

Er is één ding dat je nog nooit hebt gedaan: je hebt het lichaam niet volkomen vergeten. Het heeft zich misschien af en toe aan je zicht onttrokken, maar het is nog niet volledig verdwenen. Er wordt je niet gevraagd dit meer dan een ogenblik lang te laten gebeuren, maar juist in dat ogenblik vindt het wonder van de Verzoening plaats. Daarna zul je het lichaam opnieuw zien, maar nooit helemaal op dezelfde manier. En ieder ogenblik dat je doorbrengt zonder het bewust te zijn, geeft jou er een andere kijk op wanneer je terugkeert. T-18.VII.2

Ik heb deze tekst natuurlijk heel vaak gelezen, maar het is nu pas dat ik werkelijk begrijp wat er staat, omdat ik het nu zo ervaar. Elke keer wanneer ik het lichaam ervaar als doel, door iets persoonlijk op te vatten of het idee heb dat iets mij wordt aangedaan of iets mij bedreigt, om vervolgens daarna weer terug te keren naar de modus waarin ik het lichaam als middel zie, ben ik een stap verder op het pad van ontwaken. Dit valt niet meteen op, maar wanneer het vaker gebeurt en zeker wanneer het kwartje valt, kan het je nooit meer niet opvallen.

Alles valt of staat met de realisatie dat er niet werkelijk een lichaam is en het inzicht dat alle problemen die we denken en geloven te hebben worden veroorzaakt door het geloof dat we dat niet bestaande lichaam zijn.

In geen enkel ogenblik bestaat het lichaam überhaupt. Het wordt altijd herinnerd of geanticipeerd, maar nooit precies in het nu ervaren. Alleen zijn verleden en toekomst verlenen het een schijn van werkelijkheid. De tijd heeft er volledig controle over, want zonde ligt nooit geheel in het heden. In elk afzonderlijk ogenblik zou de aantrekking van schuld worden ervaren als pijn en niets dan pijn, en worden vermeden. In het nu heeft die geen aantrekkingskracht. Heel zijn aantrekking is denkbeeldig, en moet dus in het verleden of de toekomst worden gezien. T-18.VII.3

Het hoofdstuk eindigt met deze tekst:

Met iets doen is het lichaam gemoeid. En als je inziet dat je niets hoeft te doen, heb je uit je denkgeest de waarde van het lichaam weggenomen. Hier is de snelle, openstaande deur waardoor jij voorbij glipt aan eeuwen van inspanning, en aan de tijd ontsnapt. Dit is de manier waarop zonde direct alle aantrekkingskracht verliest. Want hier wordt de tijd verworpen, en zijn verleden en toekomst voorbij. Wie niets hoeft te doen heeft geen behoefte aan tijd. Niets doen betekent rusten en binnenin je een plaats maken waar de activiteit van het lichaam niet langer aandacht eist. Naar die plaats komt de Heilige Geest, en houdt daar verblijf. Hij zal daar blijven wanneer jij dat vergeet, en de activiteiten van het lichaam opnieuw je bewuste denkgeest in beslag nemen.

Toch zal er steeds die rustplaats zijn waarnaar je terug kunt keren. En je zult je meer bewust zijn van dit rustige centrum van de storm dan van al zijn razende activiteit. Dit rustige centrum, waarin je niets doet, zal bij je blijven, en jou rust geven te midden van alle drukke bezigheden waarop je wordt uitgestuurd. Want vanuit dit centrum zal je gewezen worden hoe je het lichaam zondeloos kunt benutten. En dit centrum, waarin het lichaam afwezig is, zal het zo in je bewustzijn ervan bewaren. T-18.VII.7-8

In die rustplaats bevind ik me nu. En dan is het niet de vraag of ik wel of niet iets hoef of moet doen, aangezien er in die rustplaats werkelijk niets is dat gedaan hoeft te worden. Ik ben ervan overtuigd dat ik op een gegeven moment weer in de storm zal worden getrokken, maar ik ben er eveneens van overtuigd dat zoiets nooit lang zal duren en dat ik die rustplaats weer schijnbaar moeiteloos zal kunnen betreden, waardoor ik weer een stap dichterbij het herinneren in eenheid zal zijn.

Hoop is het probleem

Men zegt wel dat hoop doet leven, maar het enige wat hoop doet, is dit schijnbare leven op aarde voortzetten; een leven dat niet echt leven is. Wat hoop in feite doet, is het leven zoals dat vanuit de ego-denkgeest wordt geprojecteerd voort te laten duren. Met andere woorden, het enige wat het hebben van hoop doet, is het in standhouden van de illusie en het laten voortduren van de droomstaat.

Hoop op een betere toekomst, hoop op dat het allemaal goed gaat komen, hoop dat je morgen stopt met een verslaving of ander destructief gedrag, hoop dat je ooit de liefde van je leven zult ontmoeten, dat je ooit een goede relatie zult hebben, hoop dat je ergens in de toekomst daadwerkelijk gelukkig zult zijn. Dit alles, en meer, houdt de droomstaat en het dromen van de droom in stand.

Jed McKenna — of één van de inmiddels vele Jed McKenna’s — schreef ooit dat we allemaal aan het watertrappelen zijn in een oeverloze zee. Dat is wel een mooi beeld. We zijn aan het watertrappelen om niet ten onder te gaan in de diepe zee, omdat we hopen dat er hulp komt, omdat we hopen dat het allemaal goed zal komen als we maar lang genoeg in staat zijn om ons hoofd boven water te houden.

Maar waar moet die hulp vandaan komen en hoe moet die hulp er uit gaan zien als er alleen maar zee is en geen oever? Er is geen hoop op hulp omdat letterlijk iedereen aan het watertrappelen is in diezelfde oeverloze zee, dus je kunt net zo goed stoppen met watertrappelen om zo te laten gebeuren wat er uiteindelijk toch zal gaan gebeuren.

De hoop dat het goed zal komen, het vertrouwen dat het goed zal komen, het geloven dat goed zal komen, zijn allemaal gericht op een toekomst die niet bestaat in een wereld die niet bestaat, maar die wereld houden we wel in stand door te blijven hopen, vertrouwen en geloven dat het goed zal komen. Er komt geen hulp, het komt nooit goed, en hoe eerder dat tot je doordringt, hoe eerder je zult ontwaken uit de droomstaat.

Paradoxaal genoeg, en niet gespeend van enige humor, is het zo dat hetgeen waarop we hopen juist hetgeen is dat we steeds verder wegdrukken doordat we hopen dat het zal komen. Wakker worden uit de droomstaat is de enige oplossing, maar dan moet je wel ophouden met watertrappelen. Zolang je hoopt dat het in dit leven ooit beter zal worden of goed zal komen, blijf je vastzitten in de illusie van de ego-denkgeest.

Hopen op een oplossing ergens in de toekomst, is niet slechts het bestendigen van het probleem, het is de kern van het probleem. De enige oplossing is stoppen met watertrappelen en jezelf volledig en absoluut hopeloos overgeven aan wat er dan gebeurt. Je weet niet wat dat is, je weet niet hoe dat er uitziet, maar het is altijd beter dan blijven watertrappelen terwijl je weet dat je dit niet eeuwig kunt volhouden.

“Oké? Dit is het dus.”

Wanneer spirituele zoekers beginnen aan hun spirituele zoektocht, dan is het doel in de meeste gevallen iets dat men “spirituele verlichting” heeft genoemd. Het probleem is alleen dat het de zoeker onbekend is wat spirituele verlichting nu precies is. Veel spirituele leraren geven wel globaal aan wat die spirituele verlichting is, en dat is dan waarnaar de spirituele zoeker op zoek gaat.

Het punt is dat de spirituele verlichting die door veelal New Age leraren wordt aangeprezen niet heel veel tot helemaal niets te maken heeft met wat het werkelijk is. Dus de spirituele zoeker gaat op zoek naar die spirituele verlichting, vanuit het beeld dat is geschetst door die leraren, zonder werkelijk te weten wat het is, hoe het er uitziet en hoe het aanvoelt.

Dat is zoiets als op zoek gaan naar je sleutels, gebaseerd op een foutieve beschrijving door je buurman, zonder dat je weet hoe een sleutel er in het echt uitziet. Misschien vind je de sleutels wel, dat is goed mogelijk, maar je herkent ze niet omdat je niet weet hoe ze er uit moeten zien en zelfs gelooft dat ze er anders uit moeten zien. Je legt ze naast je neer en zoekt verder en verder en verder tot je een ons weegt en dood neervalt.

Ik moest hieraan denken toen ik vandaag in ARTIS werkte. Ik stond ingedeeld bij het open verblijf van de Wallaby’s. Een open verblijf is een dierenverblijf waar bezoekers naar binnen kunnen en zich dan bevinden in dezelfde ruimte als de dieren. Ik stond daar, er waren even geen bezoekers in het verblijf, maar wel rondom het verblijf, het had net geregend, een vaal zonnetje scheen op mij, ik was in rust, in vrede, in feite absoluut tevreden in dat moment (wat dat ook precies mag betekenen) en ik dacht: “Oké? Dit is het dus.”

Ik bedoel natuurlijk niet specifiek dat gevoel tussen de Wallaby’s, want als iemand anders daarnaar op zoek gaat, is de kans groot dat het voor hem helemaal niets doet, maar als omschrijving van wat spirituele verlichting is voor mij, hoe het er uitziet voor mij en hoe het aanvoelt voor mij, is dat voor mij een perfecte omschrijving.

Hieruit wordt hopelijk duidelijk dat spirituele verlichting er voor iedereen anders uitziet, dat het voor iedereen anders aanvoelt en dat het dus voor iedereen wat anders is. Het probleem is dat je, terwijl je aan het zoeken bent, niet weet wat je zoekt, en als je niet weet wat je zoekt, kan en zal je het nooit vinden.

Het volgende is eigenlijk de belangrijkste zin die je uit dit stuk kan meenemen: Als je gelooft dat spirituele verlichting is wat de leraren je hebben verteld dat het is, dan zul je spirituele verlichting altijd naast je neerleggen, omdat het letterlijk nooit is, nooit lijkt op en nooit aanvoelt als wat de leraren je hebben verteld over spirituele verlichting.

Als je op zoek gaat met een specifieke verwachting in je hoofd, dan kun je er beter mee ophouden. Verlies eerst de verwachting, en ga dan pas verder met je zoektocht. Het is prima om op zoek te gaan naar spirituele verlichting, maar zorg ervoor dat je niet in de val loopt van dat het er op een specifieke manier uit moet zien. Sta open voor verrassingen.

Het kan zijn dat je er tien jaar geleden al eens over bent gestruikeld, en dat je dan nu, tien jaar later, opeens ergens staat, zoals ik vandaag bij de Wallaby’s, en denkt: “Oké? Dit is het dus.” Vervolgens zul je moeten toegeven dat het er niet uitziet zoals je ooit dacht dat het er uit zou zien en dat het zelfs absoluut onvergelijkbaar is.

En, misschien ten overvloede, maar om zo duidelijk mogelijk te zijn, spirituele verlichting is niet iets heel erg bijzonders en het is niet iets dat je kunt zijn. Het is niet meer dan een moment, een gevoel, iets dat is en dan weer niet, iets dat langskomt en dan weer wegwaait… dus maak je er niet al te druk over. Het is dichterbij dan je kunt vermoeden en je bent het nooit kwijtgeraakt.

Tricky shit

Er is iets dat ik onder woorden wil brengen — al was het maar voor mijzelf als denkgeest —, maar het probleem is dat ik niet weet hoe ik moet beginnen. Ik weet dat het moet gaan over iets doen of niets doen, over beslissingen nemen, over overgave en ook over verslaving. Meestal is het dan maar het beste om te beginnen met de melding dat ik niet weet hoe te beginnen, in de hoop dat de rest dan vanzelf komt.

Bij verslaving denken we meestal meteen aan drugs, seks, eten of gokken, maar al die verslavingen zijn slechts een projectie van de ultieme en enige verslaving, en dat is dit leven op aarde — althans, de noodzaak om dit leven op aarde te projecteren om zo te verhullen dat de afscheiding van eenheid, waarin we geloven, onmogelijk is en nooit heeft plaatsgevonden.

Mijn geprojecteerde verslaving is alcohol. Ik heb het op zich redelijk onder controle. Ik — als lichaam-brein-systeem — functioneer volgens mij goed genoeg. Dat neemt niet weg dat ik voortdurend beslissingen neem ten opzichte van alcohol — koop ik wel of geen alcohol? drink ik wel of geen alcohol? —, waardoor ik de verslaving serieus neem en tot een werkelijkheid maak.

Aangezien de alcoholgerichte verslaving een projectie is van de afscheidingsverslaving, maak ik, door voortdurend te beslissen of ik het wel of niet doe, de afscheiding tot werkelijkheid. Ik begrijp dat dit vergezocht kan klinken, maar het is hoe het is en daarbij maakt het niet uit of je het gelooft of niet.

Dualisme gaat voortdurend over de beslissing om wel mee te doen of niet mee te doen aan het afscheidingsverhaal, of wel of niet toe te geven aan de afscheidingsverslaving, maar beide beslissingen zijn gericht op iets wat serieus wordt genomen en alles wat ik serieus neem, wordt tot werkelijkheid gemaakt.

Ik kan midden in een stad wonen en in het het leven staan, of ik kan ergens in de rimboe leven om het leven te ontlopen, in beide gevallen maak ik het leven tot dezelfde werkelijkheid. Het ene noch het andere lost de afscheidingsverslaving op.

Zie daar het probleem van de paradox, dat wat ik ook doe en wat ik ook beslis, ik maak altijd de afscheiding tot een werkelijkheid. De enige oplossing is niets doen, maar zodra ik beslis om niets te doen, heb ik iets besloten ten opzichte van de afscheiding en maak ik het tot een werkelijkheid.

Als ik dat even projecteer op de alcoholgerichte verslaving, dan lijkt het alsof het een goed idee is om te beslissen om geen alcohol te drinken, maar daarmee geef ik alleen toe dat er een verslaving is en wordt de verslaving een werkelijkheid terwijl ik juist van die verslaving af wil. Alcoholonthouding lijkt de oplossing voor een alcoholverslaving, maar versterkt alleen maar de overtuiging dat er een alcoholverslaving is.

Tricky shit, no?

De enige oplossing die er lijkt te zijn is absolute overgave. Niet overgave aan de verslaving, want daar wil ik nou juist van af, maar overgave aan het feit dat ik niets kan doen en niets kan beslissen om van die verslaving af te komen, omdat elke actie en elke beslissing alleen maar bewijst dat er een verslaving is.

De 12-stappen methode van Anonieme Alcoholisten — waar ik overigens niet bij zit, maar waarover ik wel gelezen heb — is erop gericht om toe te geven dat je hulpeloos bent ten opzichte van de verslaving en dat je het vinden van een oplossing voor de verslaving overgeeft aan een hogere macht die voor jou kan doen wat jij niet voor jezelf kunt doen.

Deze methode werkt letterlijk voor alle verslavingen en aangezien alle verslavingen een projectie zijn van de ultieme verslaving aan afscheiding, moet het ook daarvoor werken. Dit houdt in dat ikzelf geen beslissingen meer dien te nemen, maar het overlaat aan de hogere macht (de heilige geest in Een Cursus in Wonderen). Het houdt in dat ik me niet ga bemoeien met de uitkomst ervan of hoe het er uitziet binnen het schijnbare dagelijkse leven.

Helaas is dit onmogelijk om te doen, omdat ik dat zelf niet kan doen. Sterker nog, het hele idee achter het overgeven van in feite mijn hele leven aan die hogere macht is dat ik helemaal niets doe. De ego-denkgeest — de sneaky bastard — zal er alles aan doen — en doet dat ook — om me over te halen toch iets te beslissen… en zodra ik iets beslis, heb ik iets gedaan.

Zodra ik iets beslis, heb ik iets gedaan, zodra ik iets heb gedaan, maak ik de verslaving weer een werkelijkheid en dat is alles wat de ego-denkgeest nodig heeft. Ik hoef niet weg te zinken in de verslaving, ik hoef er alleen maar een beslissing over te nemen en de ego-denkgeest heeft weer de controle. Als ik me dan ook nog eens schuldig ga voelen over het feit dat ik er weer ben ingestonken, dan is de ego-denkgeest helemaal gelukkig.

Tricky shit, no?

Ik kan niets doen en ik kan niets beslissen om hier uit te komen, ik kan alleen maar steeds teruggaan naar de intentie om het over te geven aan de hogere macht/heilige geest en mijzelf te vergeven voor het feit dat ik opnieuw ben gevallen voor de doortraptheid van de ego-denkgeest. Steeds maar weer opnieuw de intentie uitspreken, of alleen maar voelen in wat we ‘ons hart’ noemen, totdat de ego-denkgeest het opgeeft.

Yes… tricky shit, indeed!

Hoe ‘het’ in elkaar steekt

Ik wil even zo kort mogelijk proberen te schetsen hoe ‘het’ in elkaar steekt. Van daaruit wordt hopelijk duidelijk wat voor soort spiritueel leerproces je nodig hebt om te ontwaken uit de droomstaat. Het lijkt een algemeen verhaal, maar het is uiterst specifiek bedoeld. Het is letterlijk voor iedereen hetzelfde. Je kunt, als je dat nodig vindt, de terminologie veranderen, maar de kern van het verhaal is voor iedereen gelijk.

Het begin van ons — wij als personage, als mens — start op het moment dat de denkgeest — vanaf nu schrijf ik dat als ik/denkgeest — is gaan denken en geloven dat het zich heeft afgescheiden van Eenheid. Het geloof in die afscheiding creëert een onwaarschijnlijk groot gevoel van schuld voor de daad van afscheiding en dit schuldgevoel is zo groot dat het letterlijk ondraaglijk is.

Om dit schuldgevoel te onderdrukken, om het weg te drukken in het onbewuste deel van de ik/denkgeest, projecteert de ik/denkgeest, middels een punt van perspectief, een wereld vol afleiding. Dit punt van perspectief is de mens, jij en ik — vanaf nu noem ik dat ik/mens.

De ik/denkgeest projecteert niet slechts één projectie middels één ik/mens, maar projecteert inmiddels zo’n kleine 8 miljard werelden middels een kleine 8 miljard ik/mensen, want deze ik/denkgeest gelooft in afscheiding, dus dat is wat het ook projecteert.

Elke wereld voor elke ik/mens is gericht op het specifieke punt van perspectief. De ene ik/mens is gevoelig voor plezier, de ander voor drama en weer een ander voor verslaving. Het maakt niet uit wat voor wereld er geprojecteerd wordt, zolang de specifieke ik/mens maar gelooft dat het waar is, want dan wordt de ik/denkgeest afgeleid van dat ondraaglijke schuldgevoel.

De ik/denkgeest heeft steeds meer nodig om de aandacht van het schuldgevoel af te leiden. Dat is wat we in onze persoonlijke wereld zien gebeuren. Steeds meer hersenloos vermaak, steeds grotere rampen, steeds meer drugs en andere zaken om verslaafd aan te raken. Kortom, steeds meer afleiding, steeds groter en groter en overweldigender, zodat het eveneens groeiende schuldgevoel maar onderdrukt blijft.

Iedereen die dit verhaal kan volgen, moet kunnen snappen dat de oplossing niet in de wereld te vinden is. De wereld is een projectie om het werkelijke probleem te verhullen. Zolang ik mij blijf focussen op die wereld, de projectie, zie ik het werkelijke probleem, het schuldgevoel, niet. Dat is de bedoeling en zelfs de enige functie van mijn wereld, en dat geldt ook voor jouw wereld en de werelden van alle 8 miljard mensen op aarde.

Wanneer dit verhaal doordringt tot een ik/mens, dan wordt er vrijwel meteen een nieuwe wereld geprojecteerd. De ik/denkgeest geeft niet zomaar op en ziet dat het oude verhaal niet meer werkt, dus dan projecteert het een spiritueel verhaal in een spirituele wereld.

Die spirituele wereld leidt net zo goed af van het werkelijk probleem als de oude wereld. Ook een spirituele wereld heeft als enig doel en als enige functie het verhullen van het werkelijke probleem — en dat is nog steeds dat ondraaglijke schuldgevoel als gevolg van het geloof in de afscheiding van Eenheid.

De ik/denkgeest wil het probleem — het ondraaglijke schuldgevoel — onderdrukken, omdat het ondraaglijk is. Dat kan alleen als de ik/mens —het punt van perspectief, de projector — gelooft dat het een werkelijk personage is en dat de wereld een werkelijke fysieke realiteit is waarin werkelijke problemen opkomen.

De oplossing zit hem niet in het oplossen van de schijnbare problemen die je in jouw wereld ervaart, maar in het absolute inzicht dat elke wereld die je ervaart er alleen maar is om de aandacht af te leiden van het onbewuste ondraaglijke schuldgevoel in de ik/denkgeest. Het probleem bevindt zich in de ik/denkgeest, dus het oplossen van dat probleem moet zich eveneens in de ik/denkgeest afspelen.

Wanneer dit inzicht absoluut is, met andere woorden, als niet alleen de ik/mens het begrijpt, maar ook de ik/denkgeest het inziet, kan er opnieuw worden gekozen. Daarna begint de terugreis naar de realisatie dat afscheiding van Eenheid onmogelijk is en dat dit nooit heeft kunnen plaatsvinden. Het schuldgevoel zal daarna langzaam wegebben uit de ik/denkgeest en uiteindelijk zal die ik/denkgeest weer gewoon een denkgeest zijn, niet los van Eenheid, maar een inherent niet los te maken onderdeel van Eenheid.

Dit is een pijnlijk proces, omdat het betekent dat je door dat schuldgevoel heen moet. Het wegebben gaat langzaam. De ik/denkgeest zal geregeld twijfelen en de pijn proberen te verminderen door opnieuw iets te projecteren dat hopelijk afleidt van de pijn. De ik/mens moet zichzelf voortdurend trainen dat het alleen maar een punt van perspectief is van de ik/denkgeest en dat projecteren geen oplossing brengt.

De enige spirituele methode die werkt is de methode die je leert en laat zien dat deze wereld een deken is die over dat ondraaglijke schuldgevoel is gedrapeerd, en elke gebeurtenis, elke ergernis, elk voorval, alles wat schijnbaar in deze wereld gebeurt, is een nieuwe deken. Het moet een leerproces zijn dat deken voor deken weghaalt.

Pas aan het einde van dat leerproces kan er gekeken worden naar dat schuldgevoel zodat er gezien kan worden dat dit schuldgevoel nergens op gebaseerd is. Er heeft nooit afscheiding van Eenheid plaatsgevonden, de ik/denkgeest heeft nooit iets verkeerd gedaan, er is nog nooit iets gebeurd.

De twee methodes die ik ken, die dat voor elkaar krijgen, zijn Spirituele Autolyse en Een Cursus in Wonderen. Maar ik geef toe dat ik niet alle methodes ken.

Spirituele verlichting?

Het komt soms voor dat mensen om me heen, althans, zij die weten waar ik mee bezig ben, mijn schijnbare staat van zijn verwarren met zoiets als spirituele verlichting waarover ze iets hebben gelezen of gehoord. Vanochtend werd ik wakker met het verhaal dat ik nu ga proberen op te schrijven (dus blijkbaar is er een noodzaak om het er opnieuw over te hebben) met het risico arrogant of zelfingenomen over te komen.

Spirituele verlichting is niet een staat van zijn. Het is niet iets dat je kunt vinden of verkrijgen, het is eerder een gevoel. Het is een gevoel van verlichting dat de denkgeest (spirit) ervaart wanneer er de absolute realisatie is dat het geen mens is. Met andere woorden, de denkgeest — alias spirit — is verlicht van de last die het droeg toen het nog dacht, geloofde of aannam dat het een mens was.

Na die absolute realisatie van geen mens te zijn —alias, ontwaken uit de droomstaat —, valt het idee, het geloof, de aanname en de overtuiging dat je een mens bent weg. Daarna gaat de show gewoon door, maar is er de duidelijkheid dat het lichaam niets meer is dan een pion waarmee het spel “leven op aarde” wordt gespeeld. De “spirit” is verlicht van het mens zijn, vandaar: spirituele verlichting.

Wanneer de absolute realisatie dat je geen mens bent nog niet heeft plaatsgevonden, wanneer je bijvoorbeeld nog steeds echt gelooft dat je een mens bent, of alleen maar denkt, gelooft of aanneemt dat je geen mens bent omdat een of andere spirituele leraar je dat heeft verteld, kun je niet weten hoe het is om te zijn na die absolute realisatie dat je geen mens bent.

Iedereen waarbij die absolute realisatie nog niet heeft plaatsgevonden, zal iedereen om zich heen vergelijken met zichzelf of met het idee hoe mensen in elkaar steken. Zo zullen ze de overgebleven pion van het voormalige personage, dat nu die absolute realisatie heeft ervaren waarbinnen duidelijk is geworden dat hij of zij geen mens is, zien als één van hen, met de dezelfde eigenschappen, dezelfde mogelijkheden, dezelfde tekortkomingen en dezelfde blinde vlekken.

Dit is een vergissing, hoewel het een begrijpelijke vergissing is. Wanneer je gelooft een mens te zijn, kun je alles alleen maar aanschouwen vanuit dat perspectief —het perspectief van in de droomstaat —, terwijl er na de absolute realisatie dat je geen mens bent, alles kan worden gezien vanuit het volledige en absolute overzicht dat de denkgeest heeft en de kennis en het inzicht dat het illusie is. In de droomstaat kun je niet weten hoe het uit de droomstaat is, maar uit de droomstaat weet je precies hoe het in de droomstaat was.

Na de absolute realisatie dat je geen mens bent, kunnen er geen blinde vlekken zijn, aangezien alles volledig duidelijk en overzichtelijk is. Alles klopt omdat je het vanuit het juiste perspectief bekijkt. Je weet op een of andere manier precies wat alles is, hoe alles is en waarom het zo is, ook al heb je daar geen directe bewijzen voor. Je ervaart het leven op aarde als het spel dat het is en je ervaart de pion — het lichaam dat je vroeger dacht te zijn — als een voorwerp waarmee je het spel speelt.

Er kan dus na de absolute realisatie worden besloten om als denkgeest wel of niet een rol te spelen in het spel. Je kunt midden in het leven blijven staan of ergens op een berg of in de wildernis gaan zitten. Maar, er kan ook worden besloten om af en toe wel en af en toe niet een rol te spelen, bijvoorbeeld alleen wanneer dit handig is of wanneer de situatie er om vraagt of wanneer jij dat wilt.

Zoals gezegd, iedereen waarbij deze realisatie nog niet heeft plaatsgevonden, kan zich hier geen voorstelling van maken. Dus wanneer zij horen over zoiets als ‘spirituele verlichting’ of het idee dat ‘iemand verlicht is’, dan kunnen ze niet anders dan daar een verkeerd en verwrongen beeld van hebben. Ze zullen denken dat het personage, de pion, daadwerkelijk verlicht is, terwijl alleen de denkgeest is verlicht van de last van de overtuiging echt die pion te zijn.

Iedereen die zich nog identificeert met het lichaam en zegt dat hij of zij verlicht is, of zegt dat jij als mens verlicht kunt worden, heeft letterlijk geen idee waarover hij of zij spreekt. Je kunt het pas weten na die absolute realisatie en dan weet je dat het niet is waarover al die aardse spirituele leraren en stromingen spreken. Het is puur en alleen het gevoel van verlichting dat de denkgeest ervaart doordat het verlicht is van de last die het droeg toen het nog dacht en geloofde dat het een mens op aarde was.

Ikzelf, als de denkgeest die ik ben, speel nog steeds de rol ‘Frits’, maar alleen wanneer dat handig is of wanneer de situatie er om vraagt. Dit werkt af en toe verwarrend, omdat de personages waarmee ik samen het spel “leven op aarde” speel, grotendeels denken en geloven hun pion te zijn en dat het spel geen spel is. Omdat ze zelf geloven hun pion te zijn, zien ze ook de pion ‘Frits’ als een echt personage dat grotendeels hetzelfde functioneert als zij zelf, terwijl dat niet meer zo is.

Niettemin, wanneer ik als denkgeest de rol ‘Frits’ speel, doe ik dat voor de volle 100%. Dan doe ik alsof ik dit lichaam ben en alsof alles wat gebeurt echt plaatsvindt en echt waar is. Maar altijd — en dit is een belangrijk punt! — altijd vanuit het absolute overzicht van de denkgeest die de rol ‘Frits’ speelt.

Natuurlijk zit er in de pion ‘Frits’ nog een residu ego, want dat is onderdeel van het spel dat we hier spelen, en soms probeert dat ego het weer over te nemen. Maar dat is altijd van korte duur, omdat de absolute realisatie dat ik niet ‘Frits’ ben, niet dit lichaam, niet deze mens, niet meer terug te draaien is. Uiteindelijk trek ik me weer terug uit de klauwen van ego en ervaar ik het spel weer vanuit dat absolute overzicht van de denkgeest en vanuit een absoluut weten wat het spel is, wat ik ben en wat dat lichaam is.

Ik weet dat dit arrogant over kan komen, maar soms is dat nodig om het zo duidelijk mogelijk onder woorden te brengen voor de mensen die het nog niet hebben mogen ervaren. Ik zeg steeds met nadruk “nog niet”, omdat die absolute realisatie uiteindelijk onvermijdelijk is. Waarheid is, onwaarheid is niet, en wat niet is, kan niet eeuwig duren.

Zijn vanuit de absolute realisatie dat je geen mens bent, is niet iets bijzonders. Bijzonder is dat er zo belachelijk en onvoorstelbaar veel mensen, pionnen, delen van de denkgeest zijn, die zo ontzettend vol vuur en vanuit een bijna onwrikbare vastberadenheid hun best doen om die realisatie te ontlopen.

Dilemma van het bestaan

Het dilemma van ons bestaan is dat we geloven dat we afgescheiden entiteiten zijn die leven in een potentieel bedreigende wereld terwijl dat niet zo is. De reden waarom we denken dat we afgescheiden entiteiten zijn, en dat de wereld een fysieke realiteit is, komt voort uit het feit dat we het als zodanig ervaren. Maar wat als die ervaring niet juist is?

Door de eeuwen heen zijn er veel namen gegeven aan het enige dat werkelijk bestaat — God, het Absolute, het Ene, Eenheid, Dat wat IS… en ga zo maar door — in de hoop dat we er iets van kunnen maken dat ons brein kan behappen. Het probleem hierbij is dat het enige dat bestaat onnoembaar is en zodra je het een naam geeft, maak je er iets van wat het niet is. Bovendien overtuigen veel rationele mensen zich ervan dat zoiets niet bestaat, juist omdat we het niet kunnen ervaren.

Dat enige onnoembare dat werkelijk bestaat, is vormloos. Ons brein kan alleen met iets aan de slag, als dat op een of andere manier vorm heeft. We moeten het kunnen zien, voelen, horen, ruiken of proeven, en als dat niet lukt, willen we het kunnen vaststellen middels cijfers en statistieken. Het onnoembare kan op geen van deze manieren worden ervaren of bewezen. Je kunt niet bewijzen dat iets bestaat vanuit een situatie die niet bestaat met middelen die niet bestaan.

We nemen aan dat de wereld bestaat en we nemen aan dat wij als losstaande entiteiten bestaan, dat is het startpunt dat we nooit betwijfelen. Van daaruit proberen we te bewijzen dat er iets bestaat dat dit alles overkoepelt (God, het Absolute, het Ene, Eenheid, Dat wat IS, etc.), maar alleen ‘dat wat bestaat’ bestaat en alles wat daarin verschijnt bestaat niet, dus hoe kan dat wat erin verschijnt en niet bestaat, bewijzen dat hetgeen waarin het verschijnt bestaat?

Dat is het dilemma. Alles wat we ervaren met onze zintuigen is hetgeen dat niet waar is, en hetgeen dat waar is, kunnen we niet ervaren met onze zintuigen. Het is geen wonder dat we geloven dat deze fysieke wereld waar is en echt bestaat, omdat dit het enige is dat we kunnen ervaren en dus bewijzen, en als die wereld echt bestaat, dan moeten wijzelf echt bestaan en moeten we wel die losstaande entiteiten zijn.

Dat is hoe de ego-denkgeest ons ervan overtuigt dat dualiteit de norm is en dat eenheid niet kan bestaan. De redenatie van de ego-denkgeest wordt ondersteund door alles wat we met onze zintuigen ervaren. Het is ontzettend overtuigend en daarom lukt het zo weinig mensen om werkelijk wakker te worden uit die droomstaat. We blijven geloven dat we toch iets moeten zijn en we willen bevrijding en wakker worden voor hetgeen we geloven te zijn, terwijl we dat niet zijn.

Het meest lastige is accepteren dat al je redenaties, aannames en overtuigingen zijn gebaseerd op het valse uitgangspunt dat er een fysieke wereld is en dat jij daarin als personage bestaat. Letterlijk het laatste wat we willen, is geconfronteerd worden met het feit dat we niet bestaan, want daarmee houdt voor ons gevoel alles op.

Het punt is natuurlijk dat we niet bestaan en nooit hebben bestaan, waardoor er vanzelfsprekend niets is dat ooit kan ophouden — maar wat houdt dit precies in voor dat wat we denken en geloven te zijn? Dat lijkt me een goede vraag om te overpeinzen:

“Als ik niet besta en nooit heb bestaan,
wat houdt dat precies in?”

Probeer je daar maar eens een voorstelling van te maken, zonder aan te nemen en ervan uit te gaan dat je bestaat.

Jijzelf bent de enige die hier is

Het meest lastige gegeven om te omarmen is misschien wel dat jijzelf de enige bent die hier is. Vooral omdat het compleet mesjokke klinkt en alles er op wijst dat je hier niet alleen bent. Maar toch is het waar, jijzelf bent de enige die hier is, er is hier verder helemaal niemand, er is hier verder helemaal niets.

Hoe werkt zo’n inzicht in de praktijk? In feite is het ’t logische gevolg van het inzicht dat alles hier op aarde 180 graden andersom is. Dus waar we ervaren dat we hier met z’n allen zijn en terug willen naar eenheid, zijn we die eenheid die ten onrechte gelooft dat we hier met zijn allen zijn. Die eenheid projecteert de veelheid die we hier ervaren vanuit één punt van perspectief en dat punt van perspectief, waarmee die veelheid wordt ervaren, ben jijzelf.

Dat is waarom jijzelf de enige bent die hier is. De andere mensen en andere objecten die jij ervaart als losstaand van jouzelf, zijn, net als dat punt van perspectief dat jij bent, de projectie van eenheid. Er is hier niets anders dan een projectie van eenheid in de onware vorm van veelheid, en dat is wat jij bent.

Het is niet zo dat wij allemaal een zijn, maar wel dat er alleen eenheid is dat alles is, en aangezien jijzelf die eenheid bent, ben jij alles, wat betekent dat jij de enige bent die hier is.

Zoals Arthur Conan Doyle (Sherlock Holmes) al zei: “Als je het onmogelijke hebt geëlimineerd, moet alles wat overblijft, hoe onwaarschijnlijk ook, de waarheid zijn.” Dus wanneer je alles wat onwaar is hebt verwijderd, kom je terecht bij de enige waarheid die waar moet zijn en dat is eenheid.

Als eenheid het enige is dat waar is en jij bent hier aanwezig binnen dit verhaal over veelheid, dan kun jij alleen maar het enige zijn dat hier is. Jij bent die eenheid, jij bent het punt van perspectief, jij bent het verhaal dat gedroomd wordt en daarom ben jij ook alles wat in dat verhaal gemanifesteerd wordt. Daarom ben je de enige die hier is. Het kan simpelweg niet anders zijn.

Eigen verantwoordelijkheid

De wereld is de uiterlijke weergave van de innerlijke toestand. Die innerlijke toestand bevindt zich in de denkgeest. Die denkgeest projecteert die innerlijke toestand in de vorm van een lichaam. De wereld, onze wereld, is het resultaat van onze collectieve gemoedstoestand.

Met andere woorden, de wereld die we zien en ervaren is het gemiddelde van al onze innerlijke toestanden en de manier waarop we die toestand uitten qua denken en gedrag, Dit houdt in dat letterlijk iedereen verantwoordelijk is voor de toestand van de wereld, maar niemand er persoonlijk schuldig aan is.

We zijn allemaal verantwoordelijk omdat onze wereld ’t collectieve effect van ieders afzonderlijk gedrag is en daarom kan de schuld niet bij één persoon of één groepering worden gelegd. Niettemin is het zo dat vrijwel iedereen altijd de schuld van iets bij een ander legt en roept dat andere mensen hun gedrag moeten aanpassen omdat het door hen fout gaat met de wereld.

Dit doen we om vooral niet onze eigen verantwoordelijkheid te nemen, terwijl dit de enige macht is die we hebben. Als ons persoonlijk gedrag een evenredig groot effect heeft op de wereld als het gedrag van ieder ander, dan ligt de enige macht om iets te veranderen in het aanpassen van ons eigen gedrag. Ook omdat het niet mogelijk is om het gedrag van iemand anders aan te passen, terwijl het wel mogelijk is om het gedrag van een ander te beïnvloeden door zelf het goede voorbeeld te geven.

Als je wilt dat de wereld verbetert of verandert, dan dien je jouw eigen gedrag zodanig aan te passen dat het ’t tegenovergestelde is van hoe jij de wereld nu ervaart. Verwachten of eisen dat andere mensen hun gedrag veranderen omdat jij de wereld niet leuk vindt, is een zinloze exercitie dat alleen maar aantoont dat jij zelf niet jouw verantwoordelijkheid wilt nemen — en daarmee ben je deel van het probleem en sta je een oplossing in de weg.