Hoe ‘het’ in elkaar steekt

Ik wil even zo kort mogelijk proberen te schetsen hoe ‘het’ in elkaar steekt. Van daaruit wordt hopelijk duidelijk wat voor soort spiritueel leerproces je nodig hebt om te ontwaken uit de droomstaat. Het lijkt een algemeen verhaal, maar het is uiterst specifiek bedoeld. Het is letterlijk voor iedereen hetzelfde. Je kunt, als je dat nodig vindt, de terminologie veranderen, maar de kern van het verhaal is voor iedereen gelijk.

Het begin van ons — wij als personage, als mens — start op het moment dat de denkgeest — vanaf nu schrijf ik dat als ik/denkgeest — is gaan denken en geloven dat het zich heeft afgescheiden van Eenheid. Het geloof in die afscheiding creëert een onwaarschijnlijk groot gevoel van schuld voor de daad van afscheiding en dit schuldgevoel is zo groot dat het letterlijk ondraaglijk is.

Om dit schuldgevoel te onderdrukken, om het weg te drukken in het onbewuste deel van de ik/denkgeest, projecteert de ik/denkgeest, middels een punt van perspectief, een wereld vol afleiding. Dit punt van perspectief is de mens, jij en ik — vanaf nu noem ik dat ik/mens.

De ik/denkgeest projecteert niet slechts één projectie middels één ik/mens, maar projecteert inmiddels zo’n kleine 8 miljard werelden middels een kleine 8 miljard ik/mensen, want deze ik/denkgeest gelooft in afscheiding, dus dat is wat het ook projecteert.

Elke wereld voor elke ik/mens is gericht op het specifieke punt van perspectief. De ene ik/mens is gevoelig voor plezier, de ander voor drama en weer een ander voor verslaving. Het maakt niet uit wat voor wereld er geprojecteerd wordt, zolang de specifieke ik/mens maar gelooft dat het waar is, want dan wordt de ik/denkgeest afgeleid van dat ondraaglijke schuldgevoel.

De ik/denkgeest heeft steeds meer nodig om de aandacht van het schuldgevoel af te leiden. Dat is wat we in onze persoonlijke wereld zien gebeuren. Steeds meer hersenloos vermaak, steeds grotere rampen, steeds meer drugs en andere zaken om verslaafd aan te raken. Kortom, steeds meer afleiding, steeds groter en groter en overweldigender, zodat het eveneens groeiende schuldgevoel maar onderdrukt blijft.

Iedereen die dit verhaal kan volgen, moet kunnen snappen dat de oplossing niet in de wereld te vinden is. De wereld is een projectie om het werkelijke probleem te verhullen. Zolang ik mij blijf focussen op die wereld, de projectie, zie ik het werkelijke probleem, het schuldgevoel, niet. Dat is de bedoeling en zelfs de enige functie van mijn wereld, en dat geldt ook voor jouw wereld en de werelden van alle 8 miljard mensen op aarde.

Wanneer dit verhaal doordringt tot een ik/mens, dan wordt er vrijwel meteen een nieuwe wereld geprojecteerd. De ik/denkgeest geeft niet zomaar op en ziet dat het oude verhaal niet meer werkt, dus dan projecteert het een spiritueel verhaal in een spirituele wereld.

Die spirituele wereld leidt net zo goed af van het werkelijk probleem als de oude wereld. Ook een spirituele wereld heeft als enig doel en als enige functie het verhullen van het werkelijke probleem — en dat is nog steeds dat ondraaglijke schuldgevoel als gevolg van het geloof in de afscheiding van Eenheid.

De ik/denkgeest wil het probleem — het ondraaglijke schuldgevoel — onderdrukken, omdat het ondraaglijk is. Dat kan alleen als de ik/mens —het punt van perspectief, de projector — gelooft dat het een werkelijk personage is en dat de wereld een werkelijke fysieke realiteit is waarin werkelijke problemen opkomen.

De oplossing zit hem niet in het oplossen van de schijnbare problemen die je in jouw wereld ervaart, maar in het absolute inzicht dat elke wereld die je ervaart er alleen maar is om de aandacht af te leiden van het onbewuste ondraaglijke schuldgevoel in de ik/denkgeest. Het probleem bevindt zich in de ik/denkgeest, dus het oplossen van dat probleem moet zich eveneens in de ik/denkgeest afspelen.

Wanneer dit inzicht absoluut is, met andere woorden, als niet alleen de ik/mens het begrijpt, maar ook de ik/denkgeest het inziet, kan er opnieuw worden gekozen. Daarna begint de terugreis naar de realisatie dat afscheiding van Eenheid onmogelijk is en dat dit nooit heeft kunnen plaatsvinden. Het schuldgevoel zal daarna langzaam wegebben uit de ik/denkgeest en uiteindelijk zal die ik/denkgeest weer gewoon een denkgeest zijn, niet los van Eenheid, maar een inherent niet los te maken onderdeel van Eenheid.

Dit is een pijnlijk proces, omdat het betekent dat je door dat schuldgevoel heen moet. Het wegebben gaat langzaam. De ik/denkgeest zal geregeld twijfelen en de pijn proberen te verminderen door opnieuw iets te projecteren dat hopelijk afleidt van de pijn. De ik/mens moet zichzelf voortdurend trainen dat het alleen maar een punt van perspectief is van de ik/denkgeest en dat projecteren geen oplossing brengt.

De enige spirituele methode die werkt is de methode die je leert en laat zien dat deze wereld een deken is die over dat ondraaglijke schuldgevoel is gedrapeerd, en elke gebeurtenis, elke ergernis, elk voorval, alles wat schijnbaar in deze wereld gebeurt, is een nieuwe deken. Het moet een leerproces zijn dat deken voor deken weghaalt.

Pas aan het einde van dat leerproces kan er gekeken worden naar dat schuldgevoel zodat er gezien kan worden dat dit schuldgevoel nergens op gebaseerd is. Er heeft nooit afscheiding van Eenheid plaatsgevonden, de ik/denkgeest heeft nooit iets verkeerd gedaan, er is nog nooit iets gebeurd.

De twee methodes die ik ken, die dat voor elkaar krijgen, zijn Spirituele Autolyse en Een Cursus in Wonderen. Maar ik geef toe dat ik niet alle methodes ken.

Spirituele verlichting?

Het komt soms voor dat mensen om me heen, althans, zij die weten waar ik mee bezig ben, mijn schijnbare staat van zijn verwarren met zoiets als spirituele verlichting waarover ze iets hebben gelezen of gehoord. Vanochtend werd ik wakker met het verhaal dat ik nu ga proberen op te schrijven (dus blijkbaar is er een noodzaak om het er opnieuw over te hebben) met het risico arrogant of zelfingenomen over te komen.

Spirituele verlichting is niet een staat van zijn. Het is niet iets dat je kunt vinden of verkrijgen, het is eerder een gevoel. Het is een gevoel van verlichting dat de denkgeest (spirit) ervaart wanneer er de absolute realisatie is dat het geen mens is. Met andere woorden, de denkgeest — alias spirit — is verlicht van de last die het droeg toen het nog dacht, geloofde of aannam dat het een mens was.

Na die absolute realisatie van geen mens te zijn —alias, ontwaken uit de droomstaat —, valt het idee, het geloof, de aanname en de overtuiging dat je een mens bent weg. Daarna gaat de show gewoon door, maar is er de duidelijkheid dat het lichaam niets meer is dan een pion waarmee het spel “leven op aarde” wordt gespeeld. De “spirit” is verlicht van het mens zijn, vandaar: spirituele verlichting.

Wanneer de absolute realisatie dat je geen mens bent nog niet heeft plaatsgevonden, wanneer je bijvoorbeeld nog steeds echt gelooft dat je een mens bent, of alleen maar denkt, gelooft of aanneemt dat je geen mens bent omdat een of andere spirituele leraar je dat heeft verteld, kun je niet weten hoe het is om te zijn na die absolute realisatie dat je geen mens bent.

Iedereen waarbij die absolute realisatie nog niet heeft plaatsgevonden, zal iedereen om zich heen vergelijken met zichzelf of met het idee hoe mensen in elkaar steken. Zo zullen ze de overgebleven pion van het voormalige personage, dat nu die absolute realisatie heeft ervaren waarbinnen duidelijk is geworden dat hij of zij geen mens is, zien als één van hen, met de dezelfde eigenschappen, dezelfde mogelijkheden, dezelfde tekortkomingen en dezelfde blinde vlekken.

Dit is een vergissing, hoewel het een begrijpelijke vergissing is. Wanneer je gelooft een mens te zijn, kun je alles alleen maar aanschouwen vanuit dat perspectief —het perspectief van in de droomstaat —, terwijl er na de absolute realisatie dat je geen mens bent, alles kan worden gezien vanuit het volledige en absolute overzicht dat de denkgeest heeft en de kennis en het inzicht dat het illusie is. In de droomstaat kun je niet weten hoe het uit de droomstaat is, maar uit de droomstaat weet je precies hoe het in de droomstaat was.

Na de absolute realisatie dat je geen mens bent, kunnen er geen blinde vlekken zijn, aangezien alles volledig duidelijk en overzichtelijk is. Alles klopt omdat je het vanuit het juiste perspectief bekijkt. Je weet op een of andere manier precies wat alles is, hoe alles is en waarom het zo is, ook al heb je daar geen directe bewijzen voor. Je ervaart het leven op aarde als het spel dat het is en je ervaart de pion — het lichaam dat je vroeger dacht te zijn — als een voorwerp waarmee je het spel speelt.

Er kan dus na de absolute realisatie worden besloten om als denkgeest wel of niet een rol te spelen in het spel. Je kunt midden in het leven blijven staan of ergens op een berg of in de wildernis gaan zitten. Maar, er kan ook worden besloten om af en toe wel en af en toe niet een rol te spelen, bijvoorbeeld alleen wanneer dit handig is of wanneer de situatie er om vraagt of wanneer jij dat wilt.

Zoals gezegd, iedereen waarbij deze realisatie nog niet heeft plaatsgevonden, kan zich hier geen voorstelling van maken. Dus wanneer zij horen over zoiets als ‘spirituele verlichting’ of het idee dat ‘iemand verlicht is’, dan kunnen ze niet anders dan daar een verkeerd en verwrongen beeld van hebben. Ze zullen denken dat het personage, de pion, daadwerkelijk verlicht is, terwijl alleen de denkgeest is verlicht van de last van de overtuiging echt die pion te zijn.

Iedereen die zich nog identificeert met het lichaam en zegt dat hij of zij verlicht is, of zegt dat jij als mens verlicht kunt worden, heeft letterlijk geen idee waarover hij of zij spreekt. Je kunt het pas weten na die absolute realisatie en dan weet je dat het niet is waarover al die aardse spirituele leraren en stromingen spreken. Het is puur en alleen het gevoel van verlichting dat de denkgeest ervaart doordat het verlicht is van de last die het droeg toen het nog dacht en geloofde dat het een mens op aarde was.

Ikzelf, als de denkgeest die ik ben, speel nog steeds de rol ‘Frits’, maar alleen wanneer dat handig is of wanneer de situatie er om vraagt. Dit werkt af en toe verwarrend, omdat de personages waarmee ik samen het spel “leven op aarde” speel, grotendeels denken en geloven hun pion te zijn en dat het spel geen spel is. Omdat ze zelf geloven hun pion te zijn, zien ze ook de pion ‘Frits’ als een echt personage dat grotendeels hetzelfde functioneert als zij zelf, terwijl dat niet meer zo is.

Niettemin, wanneer ik als denkgeest de rol ‘Frits’ speel, doe ik dat voor de volle 100%. Dan doe ik alsof ik dit lichaam ben en alsof alles wat gebeurt echt plaatsvindt en echt waar is. Maar altijd — en dit is een belangrijk punt! — altijd vanuit het absolute overzicht van de denkgeest die de rol ‘Frits’ speelt.

Natuurlijk zit er in de pion ‘Frits’ nog een residu ego, want dat is onderdeel van het spel dat we hier spelen, en soms probeert dat ego het weer over te nemen. Maar dat is altijd van korte duur, omdat de absolute realisatie dat ik niet ‘Frits’ ben, niet dit lichaam, niet deze mens, niet meer terug te draaien is. Uiteindelijk trek ik me weer terug uit de klauwen van ego en ervaar ik het spel weer vanuit dat absolute overzicht van de denkgeest en vanuit een absoluut weten wat het spel is, wat ik ben en wat dat lichaam is.

Ik weet dat dit arrogant over kan komen, maar soms is dat nodig om het zo duidelijk mogelijk onder woorden te brengen voor de mensen die het nog niet hebben mogen ervaren. Ik zeg steeds met nadruk “nog niet”, omdat die absolute realisatie uiteindelijk onvermijdelijk is. Waarheid is, onwaarheid is niet, en wat niet is, kan niet eeuwig duren.

Zijn vanuit de absolute realisatie dat je geen mens bent, is niet iets bijzonders. Bijzonder is dat er zo belachelijk en onvoorstelbaar veel mensen, pionnen, delen van de denkgeest zijn, die zo ontzettend vol vuur en vanuit een bijna onwrikbare vastberadenheid hun best doen om die realisatie te ontlopen.

Dilemma van het bestaan

Het dilemma van ons bestaan is dat we geloven dat we afgescheiden entiteiten zijn die leven in een potentieel bedreigende wereld terwijl dat niet zo is. De reden waarom we denken dat we afgescheiden entiteiten zijn, en dat de wereld een fysieke realiteit is, komt voort uit het feit dat we het als zodanig ervaren. Maar wat als die ervaring niet juist is?

Door de eeuwen heen zijn er veel namen gegeven aan het enige dat werkelijk bestaat — God, het Absolute, het Ene, Eenheid, Dat wat IS… en ga zo maar door — in de hoop dat we er iets van kunnen maken dat ons brein kan behappen. Het probleem hierbij is dat het enige dat bestaat onnoembaar is en zodra je het een naam geeft, maak je er iets van wat het niet is. Bovendien overtuigen veel rationele mensen zich ervan dat zoiets niet bestaat, juist omdat we het niet kunnen ervaren.

Dat enige onnoembare dat werkelijk bestaat, is vormloos. Ons brein kan alleen met iets aan de slag, als dat op een of andere manier vorm heeft. We moeten het kunnen zien, voelen, horen, ruiken of proeven, en als dat niet lukt, willen we het kunnen vaststellen middels cijfers en statistieken. Het onnoembare kan op geen van deze manieren worden ervaren of bewezen. Je kunt niet bewijzen dat iets bestaat vanuit een situatie die niet bestaat met middelen die niet bestaan.

We nemen aan dat de wereld bestaat en we nemen aan dat wij als losstaande entiteiten bestaan, dat is het startpunt dat we nooit betwijfelen. Van daaruit proberen we te bewijzen dat er iets bestaat dat dit alles overkoepelt (God, het Absolute, het Ene, Eenheid, Dat wat IS, etc.), maar alleen ‘dat wat bestaat’ bestaat en alles wat daarin verschijnt bestaat niet, dus hoe kan dat wat erin verschijnt en niet bestaat, bewijzen dat hetgeen waarin het verschijnt bestaat?

Dat is het dilemma. Alles wat we ervaren met onze zintuigen is hetgeen dat niet waar is, en hetgeen dat waar is, kunnen we niet ervaren met onze zintuigen. Het is geen wonder dat we geloven dat deze fysieke wereld waar is en echt bestaat, omdat dit het enige is dat we kunnen ervaren en dus bewijzen, en als die wereld echt bestaat, dan moeten wijzelf echt bestaan en moeten we wel die losstaande entiteiten zijn.

Dat is hoe de ego-denkgeest ons ervan overtuigt dat dualiteit de norm is en dat eenheid niet kan bestaan. De redenatie van de ego-denkgeest wordt ondersteund door alles wat we met onze zintuigen ervaren. Het is ontzettend overtuigend en daarom lukt het zo weinig mensen om werkelijk wakker te worden uit die droomstaat. We blijven geloven dat we toch iets moeten zijn en we willen bevrijding en wakker worden voor hetgeen we geloven te zijn, terwijl we dat niet zijn.

Het meest lastige is accepteren dat al je redenaties, aannames en overtuigingen zijn gebaseerd op het valse uitgangspunt dat er een fysieke wereld is en dat jij daarin als personage bestaat. Letterlijk het laatste wat we willen, is geconfronteerd worden met het feit dat we niet bestaan, want daarmee houdt voor ons gevoel alles op.

Het punt is natuurlijk dat we niet bestaan en nooit hebben bestaan, waardoor er vanzelfsprekend niets is dat ooit kan ophouden — maar wat houdt dit precies in voor dat wat we denken en geloven te zijn? Dat lijkt me een goede vraag om te overpeinzen:

“Als ik niet besta en nooit heb bestaan,
wat houdt dat precies in?”

Probeer je daar maar eens een voorstelling van te maken, zonder aan te nemen en ervan uit te gaan dat je bestaat.

Jijzelf bent de enige die hier is

Het meest lastige gegeven om te omarmen is misschien wel dat jijzelf de enige bent die hier is. Vooral omdat het compleet mesjokke klinkt en alles er op wijst dat je hier niet alleen bent. Maar toch is het waar, jijzelf bent de enige die hier is, er is hier verder helemaal niemand, er is hier verder helemaal niets.

Hoe werkt zo’n inzicht in de praktijk? In feite is het ’t logische gevolg van het inzicht dat alles hier op aarde 180 graden andersom is. Dus waar we ervaren dat we hier met z’n allen zijn en terug willen naar eenheid, zijn we die eenheid die ten onrechte gelooft dat we hier met zijn allen zijn. Die eenheid projecteert de veelheid die we hier ervaren vanuit één punt van perspectief en dat punt van perspectief, waarmee die veelheid wordt ervaren, ben jijzelf.

Dat is waarom jijzelf de enige bent die hier is. De andere mensen en andere objecten die jij ervaart als losstaand van jouzelf, zijn, net als dat punt van perspectief dat jij bent, de projectie van eenheid. Er is hier niets anders dan een projectie van eenheid in de onware vorm van veelheid, en dat is wat jij bent.

Het is niet zo dat wij allemaal een zijn, maar wel dat er alleen eenheid is dat alles is, en aangezien jijzelf die eenheid bent, ben jij alles, wat betekent dat jij de enige bent die hier is.

Zoals Arthur Conan Doyle (Sherlock Holmes) al zei: “Als je het onmogelijke hebt geëlimineerd, moet alles wat overblijft, hoe onwaarschijnlijk ook, de waarheid zijn.” Dus wanneer je alles wat onwaar is hebt verwijderd, kom je terecht bij de enige waarheid die waar moet zijn en dat is eenheid.

Als eenheid het enige is dat waar is en jij bent hier aanwezig binnen dit verhaal over veelheid, dan kun jij alleen maar het enige zijn dat hier is. Jij bent die eenheid, jij bent het punt van perspectief, jij bent het verhaal dat gedroomd wordt en daarom ben jij ook alles wat in dat verhaal gemanifesteerd wordt. Daarom ben je de enige die hier is. Het kan simpelweg niet anders zijn.

Eigen verantwoordelijkheid

De wereld is de uiterlijke weergave van de innerlijke toestand. Die innerlijke toestand bevindt zich in de denkgeest. Die denkgeest projecteert die innerlijke toestand in de vorm van een lichaam. De wereld, onze wereld, is het resultaat van onze collectieve gemoedstoestand.

Met andere woorden, de wereld die we zien en ervaren is het gemiddelde van al onze innerlijke toestanden en de manier waarop we die toestand uitten qua denken en gedrag, Dit houdt in dat letterlijk iedereen verantwoordelijk is voor de toestand van de wereld, maar niemand er persoonlijk schuldig aan is.

We zijn allemaal verantwoordelijk omdat onze wereld ’t collectieve effect van ieders afzonderlijk gedrag is en daarom kan de schuld niet bij één persoon of één groepering worden gelegd. Niettemin is het zo dat vrijwel iedereen altijd de schuld van iets bij een ander legt en roept dat andere mensen hun gedrag moeten aanpassen omdat het door hen fout gaat met de wereld.

Dit doen we om vooral niet onze eigen verantwoordelijkheid te nemen, terwijl dit de enige macht is die we hebben. Als ons persoonlijk gedrag een evenredig groot effect heeft op de wereld als het gedrag van ieder ander, dan ligt de enige macht om iets te veranderen in het aanpassen van ons eigen gedrag. Ook omdat het niet mogelijk is om het gedrag van iemand anders aan te passen, terwijl het wel mogelijk is om het gedrag van een ander te beïnvloeden door zelf het goede voorbeeld te geven.

Als je wilt dat de wereld verbetert of verandert, dan dien je jouw eigen gedrag zodanig aan te passen dat het ’t tegenovergestelde is van hoe jij de wereld nu ervaart. Verwachten of eisen dat andere mensen hun gedrag veranderen omdat jij de wereld niet leuk vindt, is een zinloze exercitie dat alleen maar aantoont dat jij zelf niet jouw verantwoordelijkheid wilt nemen — en daarmee ben je deel van het probleem en sta je een oplossing in de weg.

Actieloos bestaan

Elke actie die we als mens ondernemen, bewust of onbewust, heeft of als doel om de huidige situatie in stand te houden, of als doel om de huidige situatie te veranderen. Het eerste doel is niet te behalen, omdat alles altijd verandert; iets in stand willen houden is tegennatuurlijk. Het tweede doel is bedoeld om te iets te bereiken dat we vervolgens in stand willen houden, met hetzelfde resultaat als het eerste doel.

Als we ongelukkig zijn, willen we gelukkig worden, en als we gelukkig zijn, willen we gelukkig blijven, maar omdat we niet gelukkig kunnen blijven in een eeuwig veranderlijke wereld, worden we daar weer ongelukkig van. De enige oplossing die veel mensen zien, is om maar krampachtig vol te blijven houden dat ze gelukkig zijn in de hoop dat ze het ook echt zelf gaan geloven. Dat lukt niet altijd, dus dan worden ze depressief of boos.

Het afgelopen jaar is voor mij een ‘rollercoaster’ geweest en in feite zit ik daar nog steeds in. Het ene bommetje na het andere ontploft en vernietigt stuk voor stuk deeltjes van wat ik nog dacht te zijn en van wat ik nog dacht te hebben. Jed McKenna heeft ooit gezegd (soort van, ik parafraseer) dat Zelfonderzoek en Spirituele Autolyse vergelijkbaar is met het spelen met vuur, waarbij je gaat kijken wat er allemaal te verbranden is. Zijn conclusie was dat letterlijk alles brandt.

Met Zelfonderzoek en Spirituele Autolyse, maar ook Een Cursus in W0nderen en in feite elke goede oprecht uitgevoerde spirituele methode, steek je alles wat je dacht te zijn en dacht te bezitten in de fik tot er niets meer over is en het begint te dagen dat je werkelijk letterlijk de enige bent die hier is; jijzelf in niets voor altijd. Dat is vanzelfsprekend niet een realisatie die veel mensen willen hebben, wat verklaart waarom er relatief gezien zo weinig mensen werkelijk ontwaken uit de droomstaat.

Ik kan me voorstellen dat het voor mensen die mij al langer kennen, en dan bedoel ik echt persoonlijk kennen vanuit een verleden, heel erg vreemd klinkt als ik zeg dat ik letterlijk de enige ben die hier is binnen iets wat ik zonet ‘niets voor altijd’ heb genoemd. Ik begrijp het als dit wordt uitgelegd als een redelijk depressieve beschrijving van bestaan, maar dat is het niet.

Ik drijf steeds meer richting het geen nut of noodzaak zien in het veranderen van hoe het is, noch in het in stand houden van hoe het is en ik begrijp dat dit er qua beeld, in de vorm van wat we Frits noemen, uit kan kan zien als depressief, inactief of misschien zelfs afstandelijk. Misschien ziet het eruit als iemand die zich langzaam terugtrekt uit het leven, maar dat is slechts hoe het er uitziet. Als iedereen snel vooruit wandelt dan kan het lijken alsof iemand die stilstaat achteruit loopt.

Het lastige van deze situatie, althans, voor mij, is de nog steeds aanwezige drang vanuit de ego-denkgeest om iets te veranderen of om iets in stand te houden. Men zegt wel dat het goed is om uit je persoonlijke comfort-zone te stappen. Dat wordt vaak vertaald als iets gaan doen wat je niet gewend bent om te doen. In dat opzicht is dit het ultieme uit de comfort-zone stappen, want dit lichaam-brein-systeem van ons is niet gebouwd en bedoeld voor niets doen in niets voor altijd.

Zoals ik al schreef, kan het voor de mensen om mij heen lijken alsof ik me terugtrek, alsof ik depressief ben of diep ongelukkig — om heel eerlijk te zijn weet ik niet precies hoe het er uitziet — maar dat lijkt alleen maar zo. Ik trek me niet terug, ik sta stil en volg de stroom waarin ik zit aan de hand van de patronen om me heen. Het ondernemen van actie komt langzaam maar zeker tot een halt en binnen een wereld puur en alleen gebaseerd op actie en reactie kan ik me voorstellen dat dit er een beetje gek uitziet.


Voor iedereen die na dit verhaal toch nog interesse heeft in Zelfonderzoek en Spirituele Autolyse, neem eens een kijkje op: WWW.AUTOLYSE.NL

Ik en de oude ‘Frits’

Ik denk dat een deel van de verwarring waar ik momenteel tegenaan loop, ten opzichte van mensen die mij al langer kennen, voortkomt uit het feit dat zij er waarschijnlijk vanuit gaan dat de ‘Frits’ die zij zien en waarmee zij omgang hebben nog steeds de ‘Frits’ is die zij van vroeger kennen. Dit is vanzelfsprekend het meest voorkomend bij familiebanden waar men deze ‘Frits’ kent vanaf de geboorte.

De ‘Frits’ die zij kennen is niet meer wat ik ben. De identificatie met het ‘Frits-zijn’ is geleidelijk aan verdwenen na een ‘verlichtingservaring’ in 2011. In feite gebruik ik het lichaam van ‘Frits’ als een soort van kostuum dat nodig is om me binnen deze realiteit te verplaatsen. Wanneer nodig speel ik de rol ‘Frits’, maar dat kost wel enige moeite; de meeste tijd draag ik alleen het kostuum.

Mij verwarren met dit ‘Frits-personage’ is als een acteur verwarren met de rol die hij speelt; dat levert onherroepelijk problemen op. Ik ervaar de wereld niet meer zoals Frits deze ervoer en dat betekent ook dat ik die wereld niet meer beschrijf of verwoord zoals Frits dat deed. Ik begrijp dat dit voor sommige mensen verwarrend is, maar het is wel hoe het is.

Wanneer ik tijdens de omgang met mensen die mij vanaf vroeger kennen de rol ‘Frits’ speel, dan moet ik mij aanpassen aan het idee dat zij van mij hebben — iets wat ik mij kan herinneren — en moet ik de ware aard van wat ik werkelijk ben voor een groot deel onderdrukken. Omdat dit flink wat energie kost, doe ik dat alleen wanneer ik werkelijk contact heb met mensen van vroeger.

Hierdoor ontstaat er in hun ogen een groot verschil tussen de ‘Frits’ die zij denken te kennen en — bijvoorbeeld — de ‘Frits’ die ze op Facebook zien schrijven, of de ‘Frits’ die deze blog schrijft. Ik begrijp dat wel, maar ik kan er niets aan veranderen, aangezien dat wat ik werkelijk ben — wat mij werd getoond tijdens de ‘verlichtingservaring’ in 2011 — geen werkelijke overeenkomsten heeft met de door overtuigingen, geloven en invloeden van buitenaf gevormde oude ‘Frits’.

Ik weet niet zeker of dit een duidelijke uitleg is voor het verschil tussen wat ik ben — wat ik altijd ben geweest, maar wat werd overschaduwd door de ‘Frits’ die ik dacht te zijn — en wat ‘Frits’ lijkt te zijn voor mensen die deze oude ‘Frits’ hebben gekend, maar zo liggen de zaken voor mij. Ik kan niet afdwingen dat men dat leuk vindt of dat men het accepteert, wil accepteren of kan accepteren, dus het is aan ieder ander om daarin een afweging te maken.

Ik probeer tijdens directe omgang zoveel mogelijk en zo goed mogelijk mijn rol te spelen, maar los daarvan kan ik alleen zijn wat ik werkelijk ben. Dit levert een ander beeld op van wat familie en vrienden banden zijn en verschilt van hoe familie en vrienden die banden, gebaseerd op hoe die vroeger waren, ervaren. Ik pas me tijdens directe omgang zo goed mogelijk aan, omdat ik hun idee van familie en vrienden banden begrijp, aangezien ik vroeger ook zo was en dacht, maar voor mij — bekeken vanuit wat ik werkelijk ben — ziet het er nu anders uit en verandert dat nog steeds.

De dood

De wereld is zo’n overtuigende illusie dat iedereen om de zoveel tijd weer teruggetrokken wordt in de waanzin van een fysieke realiteit. Het kan me niet schelen hoe verlicht jezelf denkt te zijn, niemand is daar altijd 100% tegen bestand.

Afgelopen zaterdag, 27 maart, is een vriend van me overleden. Het overlijden van iemand dichtbij is bijna een standaard trigger om weer in de illusie van een fysieke realiteit te worden getrokken. Het verlies doet pijn en wordt gevoeld in dat lichaam, waardoor alles — de gehele wereld — in één klap weer werkelijkheid wordt.

Dit is natuurlijk niet waar. In Een Cursus in Wonderen wordt heel duidelijk en heel direct gesteld: Als er leven is, dan is er geen dood, en als er dood is, dan is er geen leven. De twee gaan niet samen omdat ze elkaar tegenspreken. Aangezien er iets is dat leven teweegbrengt, al is het slechts een uiterlijke projectie of manifestatie van de innerlijke conditie van de Denkgeest, kan hetgeen dat dit projecteert of manifesteert niet sterven. Want, nogmaals: Als er leven is, dan is er geen dood.

Op momenten zoals deze, waar een dierbaar iemand opeens is verdwenen, is het extreem moeilijk om in gedachten te houden dat die iemand, althans, dat wat die iemand animeerde, nooit dat lichaam is geweest. Hij was altijd de projectie van een gedachte aan afscheiding die plaatsvond in een bijna schizofrene Denkgeest.

Zoals Een Cursus in Wonderen ook zegt, de gedachte of de energie waarmee een lichaam wordt geanimeerd, geprojecteerd of gemanifesteerd, verlaat nooit de bron. Dit betekent onherroepelijk dat de gedachte/energie waarmee deze vriend van mij werd geprojecteerd en de gedachte/energie waarmee ik word geprojecteerd, dezelfde gedachte en energie is waarmee jij wordt geprojecteerd.

Geen van die gedachtes of energieën verlaten ooit hun bron. Het is daar waar we werkelijk zijn, het is daar waar we allemaal hetzelfde zijn en het is daar waar deze overleden vriend nog steeds is; nooit geboren en dus nooit gestorven.

Ik rouw om de realisatie en het feit dat ik deze vriend hier in de illusie, in de droomstaat, nooit meer zal kunnen ervaren. Ik kan hem nooit meer zien, nooit meer spreken en nooit meer met hem lachen. Maar wat me rust geeft is de wetenschap dat hij nooit werkelijk in deze illusie, deze droomstaat, is geweest; net zoals ik hier nu niet ben. Alles is in de Denkgeest waar vanuit de illusie wordt geprojecteerd. Het is daar waar deze vriend is en altijd is geweest, net als ik, net als jij.

Op aarde gaan we dood omdat we klaar zijn of omdat het lichaam, ons vervoermiddel, het opgeeft. We verwarren de bestuurder met het vervoermiddel en het is die verwarring die pijn doet; de illusie van verlies dat nooit verloren kan gaan. Tijdens een begrafenis nemen we afscheid van het vervoermiddel terwijl de bestuurder al lang terug is waar hij altijd is geweest. Die verwarring is te vergelijken met treuren en rouwen om een gecrashte Fiat terwijl de bestuurder de Fiat heeft achtergelaten en al lang compleet veilig en in vrede ergens anders is.

Ik zeg niet dat het verkeerd is om te rouwen. Zoals ik al zei, we rouwen omdat we niet meer kunnen genieten van de overledene in deze illusie. Dat is iets dat pijn doet, het is iets dat het leven in deze illusie minder mooi maakt en daar mag je best even stil bij staan en een traantje om laten.

Dat wat de overleden vriend werkelijk is geweest, is hij nog steeds, en hij is nog steeds veilig daar waar hij altijd is geweest; als gedachte/energie in de Denkgeest. Deze vriend is hier nooit werkelijk geweest, zoals ik hier ook niet werkelijk ben. Het was de Denkgeest die in zijn schizofrene droom deze vriend en mij tijdelijk als gedachte/energie heeft geprojecteerd… net zoals de rest van de wereld.

De misvatting van bestaan

De misvatting van je bestaan begint met het idee dat je controle over je eigen leven hebt; dat je weet wat je wilt en in staat bent om dit voor elkaar te krijgen. Hiervoor dient wel iedereen te doen wat jij voor ogen hebt en zich te gedragen volgens jouw onuitgesproken richtlijnen.

Het gevolg van dat je denkt dat je alles onder controle hebt, is dat, wanneer het niet loopt zoals je voor ogen hebt, je altijd zult denken dat de schuld bij een ander ligt, aangezien anderen zich niet gedragen in lijn met wat volgens jou juist is. Jij doet alles goed en het zijn altijd weer die anderen die het lopen te verkloten.

Maar jouw wereld is je eigen creatie. Jouw wereld en alles wat daarin gebeurt is het gevolg van de vergissing dat jij een losstaande entiteit bent die controle denkt te hebben en dus kan overzien wat er moet gebeuren en hoe dat er uit moet zien. Dit betekent dat er niemand anders dan jijzelf verantwoordelijk is voor hoe die wereld er uitziet; als het goed gaat, maar zeker ook en vooral als het fout gaat.

Bevrijding of verlichting of ontwaken, maakt niet uit hoe je het noemt, is pas mogelijk wanneer jij jouw rol in het geheel ziet en je de nederigheid kunt opbrengen om in te zien dat je geen controle hebt en niet weet wat er dient te gebeuren of hoe het eruit zou moeten zien.

Dit laat je achter met geen andere keuze dan alles over te laten aan “iets anders” dan jezelf, “iets” dat kan doen voor jou wat jijzelf niet kunt. Het maakt niet uit hoe je dat noemt. Noem het een hogere macht, de heilige geest, Jezus, Boeddha, God, de vriendelijke grote reus, wat je maar wilt, maar je moet het wel serieus nemen.

De derde weg — 3

(Lees eerst De derde weg — 1 en De derde weg —2)

In dit laatste deel ga ik het geheel afronden. In principe is alles gezegd in het eerste en tweede deel, maar ter afronding wil ik toch nog het een en ander zeggen, extra uitleggen en benadrukken.

Zoals ik al heb geschreven, is de derde weg vrij simpel. Het enige wat je hoeft te doen, is observeren wat er om je heen gebeurt zonder daar meteen vanuit het ego-denken op te reageren, en vervolgens stel je vast of dat wat je ziet en ervaart echt is wat je wilt of iets is wat je niet wilt. En daar houdt jouw taak op!

Het is wel noodzakelijk dat jij je realiseert dat alles wat je om je heen ziet, alles wat je ervaart en alles wat je voelt, niets anders is dan de reflectie en projectie — letterlijk de verbeelding — van wat jij als denkgeest denkt en gelooft dat waar is. Jij als denkgeest creëert en projecteert het en dat is wat jij als het geprojecteerde personage dat je denkt en gelooft te zijn ziet en ervaart en waarop jij als dat geprojecteerde personage emotioneel reageert.

Iedereen hier leeft in een wereld die wordt gedreven vanuit de ego-denkgeest omdat wij als denkgeest voor die ego-denkgeest hebben gekozen. Die ego-denkgeest bombardeert alles tot fysieke realiteit en iedereen denkt en gelooft dat het echt zo is. Ik kan niet vaak genoeg benadrukken dat jijzelf en jouw wereld een projectie is van wat je als denkgeest denkt en gelooft dat waar is en dat het niet een fysieke realiteit is.

De derde weg is de kunst om je dit gegeven altijd te realiseren, zodat jij jezelf er op kunt trainen om je daar te allen tijde bewust van te zijn. Hierdoor kan jij bij alles wat je doet, bij alles wat je meemaakt en ervaart, je er bewust van zijn dat het geen zin heeft om een geprojecteerde schijnrealiteit te veranderen of te bewerken omdat het een projectie is en omdat het een schijnrealiteit is.

Dit is wat anders dan ontkennen dat de wereld bestaat en jezelf wijsmaken dat alles een illusie is en nergens toe dient. Wat die projectie en die schijnrealiteit jou kan leren, en wat je misloopt als je de schijnrealiteit gaat lopen ontkennen, is dat het een projectie is en dat het een schijnrealiteit is en dat jijzelf ten onrechte denkt en gelooft dat het waarheid is. Vooral dat laatste is van belang, want als je alleen maar ontkent dat er een wereld is en jezelf wijsmaakt dat alles illusie is, zie je en leer je nooit dat jij overduidelijk wel denkt en gelooft dat er een wereld is en dat het een fysieke realiteit is.

Als je de wereld wilt veranderen, moet je daar zijn waar die wereld wordt gecreëerd, en dat is in de denkgeest. Er is dáár, in die denkgeest, gekozen om te denken en te geloven dat er een dualistische fysieke realiteit bestaat, wat automatisch inhoudt dat er is gekozen voor de ego-denkgeest in plaats van de juiste denkgeest. Dus je moet terugkeren naar de denkgeest — dat wat je werkelijk bent — om opnieuw te kiezen, en dat doe je door je niet over te laten halen om energie te steken in die schijnrealiteit in de futiele hoop dat je het kunt veranderen of aanpassen.

Kort gezegd: zie wat er gebeurt, reageer er niet op vanuit emoties en programmering (ego), maar stel vast dat dit iets is waarvan je of wilt denken en geloven dat het waar is, of niet wilt denken en geloven dat waar is. ‘Wil ik dit of wil ik dit niet?’ — dat is de vraag.

Betekent dit dat je nergens meer op reageert en dat je nergens meer aan meedoet? Nee, dat betekent het niet. Het betekent dat je nergens meer vanuit ego op reageert en dat je nergens meer vanuit ego aan meedoet. Het lichaam als projectie doet wat het doet en het reageert op de manier die komt vanuit de gekozen denkgeest.

Wanneer je de tijd neemt om, voordat je reageert vanuit emotie en de verkramping van het ego, te kiezen voor de juiste denkgeest in plaats van de ego-denkgeest, dan kun je er op vertrouwen dat je reactie juist zal zijn. Maakt niet uit hoe die reactie er uitziet of hoe die reactie door een ander wordt ervaren, een reactie vanuit de juiste denkgeest is altijd juist en komt altijd vanuit liefde.

Let wel op, zodra jij je druk of zorgen gaat maken over hoe een ander zal reageren of reageert op jouw reactie, zodra jij je ongemakkelijk voelt en onrust, onvrede en ongenoegen ervaart tijdens de interactie met een ander of binnen een situatie, dan heb je weer gekozen voor de ego-denkgeest. Doe dan even een stap terug, haal adem, realiseer je dat jij blijkbaar weer denkt en gelooft dat het waar is, zeg bewust tegen jezelf dat dit niet is wat je wilt denken en geloven en vertrouw erop dat dit voldoende is.

Meer hoef je niet te doen. Zodra je meer gaat doen dan dat, vanuit het idee dat dit het proces zal versnellen, of vanuit het idee dat je toch in staat moet zijn om iets aan deze wereld, een situatie of een persoon te veranderen, heb je weer gekozen voor de ego-denkgeest. Stop dan met wat je doet, haal adem, kies opnieuw en vertrouw erop dat dit voldoende is.

Heb je gekozen voor de ego-denkgeest, dan levert het onrust, onvrede en ongenoegen op, heb je gekozen voor de juiste denkgeest, dan levert het rust, vrede en genoegen op — daaraan kun je afmeten welke keuze je blijkbaar hebt gemaakt en of je opnieuw moet kiezen.

Het idee dat je na één keer voor de juiste denkgeest kiezen klaar bent, is een idee van de ego-denkgeest en geeft alleen maar aan dat je opnieuw moet kiezen. Waarschijnlijk zal je heel vaak opnieuw moet kiezen en waarschijnlijk ga je vele keren op je muil… maar uiteindelijk zal de ego-denkgeest het opgeven. Zoals bij alles, de aanhouder wint.

Zo, als ik nu nog meer schrijf verval ik in herhalingen en dat heb ik op zich al een paar keer gedaan. Als er vragen zijn, dan ontvang ik die graag en ik zal ze met veel plezier beantwoorden.