Egocentrisch middelpunt

In eerdere artikelen heb ik al eens beschreven hoe ons ik-gevoel ontstaat. Het is een goocheltruc van de ego-denkgeest en het is vrij simpel, maar zo snel dat we het niet zien gebeuren. Het draait letterlijk om het egocentrisch middelpunt.

Als voorbeeld neem ik ‘zien’ dat simpelweg gebeurt. Er is zien en omdat dit zien schijnbaar plaatsvindt in tijd en ruimte wordt er aangenomen dat er iemand is die ziet. Die ‘iemand die ziet’ is een illusie, het is niet waar en wordt alleen maar aangenomen als waar; er is alleen zien als activiteit en dat wordt niet door iets of iemand gedaan.

De ego-denkgeest draait het plaatje volledig om. Waar eerst vanuit het ‘zien’ de onterechte aanname ontstond dat er iemand moet zijn die ziet, bevind die nietbestaande ‘iemand die ziet’ zich na de omdraaiing opeens voor het ‘zien’. Dankzij die omdraaiing is er plotsklaps iemand die actief en opzettelijk kijkt en wij identificeren onszelf met die ‘iemand’, waardoor we vrijwel automatisch zeggen dat wij kijken terwijl we letterlijk niets met die actie te maken hebben.

De as waar het plaatje om draait, waardoor “zien —> iemand die ziet” verandert in “iemand die kijkt —> zien”, noem ik het egocentrisch middelpunt. Het is het punt waarmee we ons identificeren, omdat letterlijk alles om dat punt draait. Zien wordt ‘ik kijk’, horen wordt ‘ik luister’, gedachten worden ‘ik denk’, et cetera. De ego-denkgeest creëert, naar aanleiding van wat spontaan en vanzelf gebeurt, vanuit het niets een personage dat alles claimt als van hem of door hem gedaan en dat personage wordt geprojecteerd op het egocentrische middelpunt dat we denken te zijn, het egocentrisch middelpunt dat we IK noemen.

Wij zijn niet die IK, niet dat egocentrisch middelpunt, wij zijn wat daaraan vooraf gaat, maar omdat we ons door die omdraaiing van de feiten zijn gaan identificeren met en als dat egocentrisch middelpunt hebben we ons ego gecreëerd. We doen wat ego ons opdraagt, omdat we geloven dat wij dat zelf zijn.

Ego gelooft dat het ’t middelpunt van het universum is en het is hetgeen dat zich voelt aangesproken wanneer iemand iets vervelends zegt. Ego is hetgeen dat zich beledigd voelt of aangevallen voelt. Ego is hetgeen dat altijd gelijk moet hebben omdat het ervan overtuigd is dat het altijd gelijk heeft. Ego is en blijft eeuwig een klein kind. Het weet niets, kan niets en is puur en alleen op zichzelf gericht en toch luisteren we er naar alsof het God is.

Het meest belangrijke dat we moeten weten over dat ego is dat het een verzonnen creatie is van de vergissing dat wij geloven dat wij dat egocentrisch middelpunt zijn. De reden waarom we dit zijn gaan geloven is omdat we niet zien dat de ego-denkgeest middels een supersnelle goocheltruc ‘Waarheid’ omdraait en er ‘onze realiteit’ van maakt, zoals ik aan het begin heb beschreven.

Waarheid is dat wij niets te maken hebben met wat er hier allemaal gebeurt en dat niets wat hier allemaal gebeurt ooit enig effect op ons kan hebben, maar onze realiteit is dat we geloven dat dit wel zo is waardoor we het ook ervaren alsof het zo is. Die misvatting draait om dat egocentrisch middelpunt waarmee de ego-denkgeest letterlijk alles verdraait.

Zolang we ons identificeren met dat personage dat alles lijkt te doen, met dat ego dat gecreëerd is vanuit het omdraaien van feiten rond dat egocentrisch middelpunt, bekijken we en handelen we altijd en zonder uitzondering vanuit het verkeerde en onvolwassen perspectief. De meesten van ons doen dit en dat is de reden waarom vrijwel niemand in staat is om een goede weldoordachte beslissing te nemen of een juiste gedachte te hebben, en ook de reden waarom de paar die hiertoe wel in staat zijn voor gek worden verklaard.

De IK en egocentrisch gedrag

Het lijkt mij dat elk probleem in de kern alleen maar voortkomt uit het idee een IK te zijn die van alles wil, van alles denkt te moeten, van alles denkt nodig te hebben en op van alles en nog wat recht denkt te hebben. Het idee een IK te zijn betekent dat er een andere IK tegenover staat en dat levert automatisch egocentrisch gedrag op en dat kan alleen maar ten koste gaan van de omgeving van die IK, de directe leefruimte en alles wat daarin schijnbaar leeft.

Natuurlijk is dit egocentrisch gedrag bij de een destructiever dan bij de ander, maar zolang je denkt iets te willen of te moeten, zolang je gelooft dat je iets nodig hebt of ergens recht op hebt, ontneem je dat van je omgeving. Gezien het gegeven dat er 7,7 miljard (telling van 2019) van die IKKEN op aarde leven die allemaal van alles willen, van alles denken te moeten, van alles denken nodig te hebben en op van alles en nog wat recht denken te hebben, kan dat niet anders dan het kernprobleem van alle problemen zijn.

Een probleem bij het oplossen van al die problemen is dat elke IK gelooft dat hij niet een kern van het probleem is. Het ligt altijd aan de omstandigheden buiten hem en aan een andere IK of al die andere IKKEN. Dit betekent dat er 7,7 miljard IKKEN zijn die er van overtuigd zijn dat zij niet het probleem zijn. In principe is het ook zo dat het probleem gecreëerd wordt door een andere IK, maar het is helaas zo dat elke IK ten opzichte van een andere IK ook een andere IK is die gelooft dat die andere IK het probleem creëert.

Het is onmogelijk om de problemen die wij als extern zien op te lossen als geen enkele IK bereid is om het probleem intern op te lossen. Dit levert weer een nieuw probleem op, namelijk dat de kern van elk probleem de identificatie met die IK is; het idee die IK te zijn. We geloven allemaal dat we een losstaand en zelfstandig personage zijn en omdat we geloven dat we van alles willen, van alles moeten, van alles nodig hebben en op van alles en nog wat recht hebben — wat allemaal ten koste gaat van de omgeving — creëren we automatisch problemen.

Los van de vaststelling dat we van alles denken te willen, denken te moeten, denken nodig te hebben en overal recht op denken te hebben, zijn we bang dat elke andere IK precies hetzelfde wil. Omdat we geloven in schaarste in plaats van overvloed, geloven we dat we iets niet kunnen verkrijgen als die andere IK het heeft, of als we het wel verkrijgen, dan geloven we dat die andere IK het ook wil en het van ons zal of kan afnemen.

Het probleem is niet dat een ander heeft wat wij willen of dat wij hebben wat een ander wil, het probleem is de identificatie met het idee die IK te zijn ten opzichte van een andere IK. Zonder het idee en de overtuiging die IK te zijn, is er niet werkelijk een personage dat iets wil, iets moet, iets nodig heeft of ergens recht op denkt te hebben. Er is dan alleen dat wat gebeurt zonder dat dit goed of fout is, zonder dat er teveel of te weinig is.

Mijn ervaring is dat er zonder de IK-identificatie altijd precies is wat nodig is, zonder dat dit ten koste gaat van de omgeving en wat daarin schijnbaar bestaat. Zonder het door die IK-identificatie gecreëerde egocentrisme komt het idee dat er te weinig kan zijn of dat er een tekort kan ontstaan niet op en daarmee is de kern van letterlijk alle problemen automatisch verwijderd.

Stel je voor dat de gehele 7,7 miljard aan menselijke verschijningen zich niet meer zouden zien als zo’n IK. Die 7,7 miljard menselijke verschijningen zouden dan niet meer iets willen, moeten en nodig hebben of ergens recht op denken te hebben. Het is mijn oprechte overtuiging dat er dan voor alles — de 7,7 miljard menselijke verschijningen plus alle dierlijke verschijningen plus alle plantaardige verschijningen en zelfs het gehele universum — precies zal zijn wat nodig is.

Ik weet dat dit een utopie gedachte is en ik weet dat het nooit zo zal zijn. Niet omdat wij slecht zijn, maar omdat dit hele gebeuren alleen kan bestaan bij de gratie van de illusie van dualisme en daarvoor is het nodig dat wij egocentrisch zijn en dat letterlijk alles ergens tegenover staat, maar volgens mij is het in theorie wel mogelijk.

Na de dood

Toen mijn moeder in 2015 stierf, bleek dat zij een brief had geschreven met daarin haar laatste woorden aan de familie en haar wensen voor haar crematie. Ik zal het briefje hier niet integraal gaan plaatsen, omdat dit vanzelfsprekend persoonlijk is, maar het einde wil ik jullie niet onthouden; bij wijze van voorbeeld.

Ze eindigde haar brief met:

“Mijn leven is voor mijn gevoel goed verlopen. Dus – jullie allemaal – niemand uitgezonderd, bedankt dat jullie in mijn leven waren. En heel veel liefs van Evie

Huishoudelijke mededeling.
Ik ben geen donor! En ik wil niet dat andere mensen mij nog kijken A.U B.

Muziek!
Paul Weller – Wild wood
Bob Seger – Like a rock
The Alan Parsons Project – Old and wise”

We vonden het allemaal heel mooi dat ze dit achter had gelaten en vanzelfsprekend namen we ons allemaal voor om ook zoiets te doen.

Vanochtend werd ik wakker met het bovenstaande in mijn gedachten en nam me voor om vandaag dan eindelijk zo’n brief te gaan schrijven; maar toen ik begon met schrijven, merkte ik dat iets mij tegenhield. Het was niet de angst voor de dood of het doodgaan, want die heb ik niet (ik ben in principe elk moment klaar om te sterven), en het was ook niet dat ik niet wist wat te schrijven. Het was puur dat ik er het nut niet van inzag, omdat het me werkelijk niet iets kan schelen wat er na mijn sterven wel of niet gebeurt.

Een reden waarom ik zo’n brief zou schrijven, zou zijn om de nabestaanden iets mee te geven, iets na te laten, maar ik heb niets om na te laten. Als ze na mijn dood mijn huis goed doorzoeken, vinden ze vanzelf alle informatie die ze nodig hebben om mijn ‘zaken’ af te handelen, in mijn telefoon staan de telefoonnummers van de mensen die geïnformeerd zouden moeten worden, in mijn computer staan nog veel meer gegevens over mij en ligt ergens een schrift met de nodige wachtwoorden (en ja, ik weet, dat mag niet, want dan kunnen mensen die zien en misbruiken, maar ik heb niet de gewoonte om zo spastisch en krampachtig door het leven te gaan).

Een andere reden, de reden die mijn moeder waarschijnlijk had, is om de kans te hebben mijn nabestaanden iets te vertellen en hen te laten weten welke muziek er gedraaid moet worden. Deze reden bestaat voor mij niet meer. Ik heb niets meer te vertellen, niet meer dan ik al tijdens het leven doe (en na mijn dood dus heb gedaan) en welke muziek er gedraaid wordt kan mij eigenlijk niet zo heel veel meer schelen.

De begrafenis of crematie — als dat tegen die tijd nog mag ten opzichte van het stikstofbeleid en de klimaatregels — is uiteindelijk alleen voor de nabestaanden. Het is hun kans om voor de laatste keer afscheid te nemen van de overledene. Het lijkt mij dus veel beter dat zij een afscheid organiseren die het beste werkt voor hen. Met andere woorden, verras me maar!

Wat het schrijven van de brief ook tegenwerkt is mijn absolute overtuiging —niet als mentaal verzinsel, maar als directe ervaring — dat dit leven op aarde het dromen van een droom is. Zolang er de identificatie met het gedroomde lichaam bestaat, lijkt het allemaal heel erg echt, maar zodra je een stap naar achter doet en er van een afstand naar kijkt, is er geen andere conclusie mogelijk: dit is het dromen van een droom. Het is niet echt en het vindt niet werkelijk plaats. Dit houdt in dat er nooit iemand geboren is en vanzelfsprekend nooit iemand dood kan gaan.

Dat wat ik werkelijk ben is de context waarin het dromen — de content — plaatsvindt. Alleen de context is waar, de content niet. En dat is niet wat ik alleen ben, het is wat iedereen en alles is dat als schijnbare content verschijnt binnen de context. Ik weet niet wat er gebeurt na het afleggen van het lichaam. Ik weet niet wat er met het schijnbare punt van perspectief dat we ‘Frits’ noemen gebeurt wanneer dit het lichaam verlaat, dus misschien zal ik gewoon aanwezig zijn bij mijn begrafenis. Niet als lichaam, niet als ‘Frits’, maar misschien als een soort van lichaamsloos bewustzijn, en dan zie ik wel wat voor moois jullie er van hebben gemaakt.

Evenzogoed kan het ook zo zijn dat met het einde van ‘Frits’ het dromen ophoudt en dat er niets overblijft. Geen overleden lichaam, geen begrafenis, geen nabestaanden, geen aarde en geen universum. Ik weet het niet, maar uiteindelijk ga ik het een keer meemaken. Ik ben daar erg benieuwd naar.

Zien en kijken

Het verschil tussen zien en kijken is in feite het verschil tussen waar en niet waar. Als we iets zien met onze ogen dan wordt de informatie verzonden naar ons brein waar het wordt vergeleken met eerdere waarnemingen die daar liggen opgeslagen. Het brein beslist wat dit ‘iets’ is gebaseerd op informatie uit het verleden en we geloven dat we daadwerkelijk zien wat het is. Dit is niet zien maar kijken naar persoonlijk gekleurde perceptie.

Als we het in dagelijkse leven hebben over ‘iets zien’ bedoelen we eigenlijk dat we naar iets kijken en dat waarnemen volgens de perceptie van ons brein. Het is wat ons brein er van maakt gebaseerd op bestaande aannames, geloven en overtuigingen. Perceptie (of waarneming) is “het proces van het verwerven, registreren, interpreteren, selecteren en ordenen van zintuiglijke informatie” (wikipedia) en dat is wat anders dan iets daadwerkelijk zien zoals het is.

Iets zien staat los van wat we waarnemen, het staat los van perceptie, het staat los van wat ons brein denkt dat het is. We kunnen iets alleen werkelijk ‘zien’ wanneer het niet vertekend wordt door aannames, geloven en overtuigingen. Hiertoe zijn we pas in staat wanneer we hebben doorzien dat onze aannames, geloven en overtuigingen geen waarheid zijn. Hiervoor moeten we eerst even vaststellen wat aanname, geloof en overtuiging inhoudt.

Aanname:
Dit is informatie die je hebt aangenomen van een ander zonder het zelf te onderzoeken. Het is alles wat je voor waar hebt aangenomen alleen omdat het je is verteld door andere mensen of is geleerd in het onderwijs. Je neemt het aan zonder dat je zelf ooit hebt vastgesteld dat er daadwerkelijk bewijs bestaat dat aantoont dat het waar is.

Geloof:
Dat is onbewezen informatie die je als waarheid aanneemt. We geloven iets omdat het ons beter uitkomt, omdat we ons er beter door voelen of omdat het iets wegredeneert wat ons niet bevalt, zelfs als het soms overduidelijk waar is. Voor zaken die we niet kunnen verklaren of ongewenst zijn, verzinnen we een reden of oorzaak en maken onszelf wijs dat het waar is bij gebrek aan- of het niet willen ‘zien’ van een andere reden of oorzaak.

Overtuiging:
Dat is de persoonlijke waarheid waarvan jij jezelf hebt overtuigt dat waar is. Het is de informatie waarvan jij gelooft en aanneemt dat waar is en waarvan je overtuigt bent dat het voor iedereen zo is, omdat het voor jou ondenkbaar is dat je ongelijk zou kunnen hebben. Overtuiging is het ultieme zelfbedrog, omdat jij jezelf hebt wijsgemaakt dat iets waar is puur en alleen omdat jij gelooft en aanneemt dat het waar is. Daarbovenop heb jij jezelf wijsgemaakt dat jij daadwerkelijk beter dan een ander in staat bent om vast te stellen of iets waar is of niet.

Het is hopelijk onnodig om te vermelden dat elke aanname, elk geloof en elke overtuiging niets met waarheid te maken heeft, maar puur en alleen met de perceptie van ons brein dat alleen kan werken met oude informatie ten opzichte van eerdere waarnemingen die eveneens verwerkt zijn met oude informatie. Ons brein kan nooit iets nieuws zien en nooit iets nieuws ervaren zonder het te vergelijken met iets wat het al eerder gezien en ervaren heeft en te verbasteren tot iets waarvan het denkt dat het dat is omdat het lijkt op iets wat het al kent.

Wanneer we zeggen dat we iets zien, dan bedoelen we dat we naar iets kijken waarover ons brein beslist wat het is en dat dit is wat het werkelijk is. Hierna overtuigt ons brein ons ervan dat wat we waarnemen daadwerkelijk is wat het is, zonder enig bewijs. Dit wetende moet het niet zo’n grote stap zijn om het grote verschil te begrijpen tussen ‘zien wat is’ en ‘zien wat niet is’, waarbij het eerste werkelijk zien is en het tweede slechts kijken.

‘Zien wat is’ is het zien van iets dat niet is verbasterd door aannames, geloven of overtuigingen. Het is eerder een soort van inherent intern ‘weten’ en niet het daadwerkelijk fysiek zien van iets. Het wordt vaak verward met intuïtie en wordt daarom weggeredeneerd als ongefundeerd, terwijl intuïtie meestal een voorproefje is van werkelijk zien. Echt zien vindt plaats los van de ogen en het brein en is een inherent weten en ervaren van waarheid, terwijl zien met de ogen daarentegen niets anders is dan kijken en dat is een persoonlijk door aannames, geloven en overtuigingen gekleurde en verbasterde perceptie en nooit wat het werkelijk is.

Hoewel ik mijn best heb gedaan, is het ‘zien wat is’ iets dat alleen jijzelf kunt ervaren en elke poging om het onder woorden te brengen en het over te brengen op iemand anders is gedoemd te mislukken, omdat die ander het dankzij zijn brein en de aanwezige aannames, geloven en overtuigingen zal zien als wat het niet is. Werkelijk zien gaat voorbij aan het brein en wordt ervaren door de essentie van wat we zijn, terwijl dat wat we in het dagelijkse leven ‘zien’ noemen slechts kijken is en wat we denken te zien is niets meer dan een persoonlijke perceptie die altijd onwaar is.

Werkelijk zien is niet iets wat jij kunt doen, maar je kunt wel de omstandigheden creëren waardoor er de kans bestaat dat je kunt gaan zien wat werkelijk is. Hiervoor moet naar jezelf kijken en al je aannames, geloven en overtuigingen onder de loep leggen. Bekijk bij alles wat je denkt dat waar is of het een aanname, geloof of overtuiging is of dat jij werkelijk zelf hebt vastgesteld dat het waar moet zijn. Geloof niets wat iemand anders je vertelt, geloof niets wat een meerderheid of minderheid voor waar aanneemt en stoot elke informatie en kennis af als dit slechts een aanname, geloof of overtuiging blijkt te zijn; en alles wat je niet zelf kunt bewijzen of bevestigen is een aanname, geloof of overtuiging.

Dit naar jezelf kijken en alle aannames, geloven en overtuigingen uit je systeem verwijderen moet je bloedserieus willen doen zonder je bezig te houden met wat het gevolg of de uitkomst zou kunnen zijn. Het is bij mijn weten de enige manier om daadwerkelijk te gaan zien wat is, in plaats van je leven lang te blijven kijken naar wat niet is en afhankelijk te zijn van de perceptie van je brein. Bovendien is het bij mijn weten de enige manier om de realiteit, deze wereld, deze Droomstaat, te gaan ervaren vanuit een volwassen perspectief.

Delen is vermenigvuldigen

Een verwarring in onze denkgeest die volgens mij heel veel verkramping oplevert in deze wereld, is het misplaatste idee dat het delen van iets met een ander een verlies oplevert. We leven in de overtuiging dat we na het delen minder zullen hebben dan daarvoor en het is de angst voor- en het geloof in schaarste dat die verkramping oplevert.

Ook de wiskunde versterkt dit idee, want 4 stenen gedeeld door 2 personen is 2 stenen per persoon. Waar eerst één persoon 4 stenen had, heeft hij na het delen slechts 2. Het is lastig voor ons denken, wat geheel en al gestuurd wordt vanuit de ego-denkgeest, om te zien dat delen in feite vermenigvuldigen is. Ik geef toe dat als we het bekijken vanuit het aardse perspectief, met de middelen die we daar gebruiken, het idee van ‘delen = verlies’ het enige is dat we kunnen zien vanuit ons egogebonden denken.

Hier is het overduidelijk zo dat als ik 100 euro heb en jij helemaal niets en ik geef jou 50 euro, dat ik dan overblijf met de helft minder. Bekeken vanuit het volwassen-perspectief wordt er iets compleet anders waargenomen. Want waar ik in eerste instantie al het geld heb en jij helemaal niets, ontstaat er na het delen opeens de situatie waarin we beiden geld hebben. Met andere woorden, de welvaart is na het delen toegenomen met de factor 2… en dus vermenigvuldigd.

Nu is geld een materialistisch iets dat ik even als voorbeeld heb gebruikt omdat het iets is waarmee we allemaal te maken hebben. Natuurlijk willen we graag dat iedereen meer dan genoeg geld heeft, zolang het maar niet ons geld is dat iedereen heeft en zolang het maar niet betekent dat wij dan minder hebben. Dat is hoe we veelal onbewust redeneren en je moet wel heel erg afgestompt zijn om niet te zien dat dit puur ego is dat aan het redeneren is. Het creëert nog steeds een verkramping vanuit een diep gevoel van angst voor verlies dat het geloof in schaarste versterkt.

Een meer volwassen voorbeeld is liefde en compassie, of meer down to earth, wijsheid, inzicht en informatie in het algemeen. Wanneer we deze zaken delen met onze naasten, dan leven we niet in de veronderstelling dat we opeens de helft minder liefde, de helft minder compassie, de helft minder wijsheid, inzicht of informatie hebben. Nee, we hebben het gedeeld en de ander heeft het ontvangen zonder dat wij iets hebben verloren; deze persoon kan het ook weer delen met een ander en zo wordt het vermenigvuldigd door te delen.

De ego-denkgeest probeert ook hierbij in te grijpen door ons te vertellen wie wel en wie niet die liefde, compassie, wijsheid, inzicht of informatie verdient, maar vanuit het volwassen-perspectief is die redenatie en zijn die voorwaarden niet van toepassing, omdat het in principe ieders geboorterecht is. En zelfs als je gelooft dat iemand het niet verdient, waarom zou je dan toch niet iets positiefs met die persoon willen delen? Denk je dat dit een negatief effect zou kunnen hebben op jou? Alleen de ego-denkgeest kan zo angstig en zo gestoord redeneren.

Ik stel niet voor dat iedereen alles maar weggeeft aan een ander, maar we komen allemaal wel eens in een situatie waarin we het gevoel hebben dat we iets zouden kunnen delen met een ander. Ik stel voor om dan niet naar de ego-denkgeest te luisteren, maar gewoon te delen wat je kunt delen zonder zelf in de problemen te komen. Ik durf te beloven dat dit uiteindelijk ooit een keer in je voordeel zal uitpakken, omdat delen een vorm van liefde is en echte liefde vergeet nooit iemand. Daarnaast verlaat niets ooit zijn bron, dus iets verliezen behoort niet tot de mogelijkheden; het kan alleen maar meer worden.

Discussie versus gesprek

Het voornaamste verschil tussen een discussie en een gesprek zit hem in het uitgangspunt. Bij een discussie is het een verschil van mening dat met woorden wordt uitgevochten en bij een gesprek is het ’t delen van visies en inzichten. Discussie is een vorm van geweld en een gesprek is dat niet.

Bij een discussie is het doel de ander te overtuigen van ons eigen gelijk. Dit doen we door met bewijzen te komen die wij voor vaststaande feiten aannemen, omdat ze ons standpunt bevestigen. Vaak ondersteund met bronnen die hetzelfde beweren als wij maar dan met een titel als ‘professor’ of ‘doctorandus’ er voor, soms ‘ervaringsdeskundige’ of ‘expert’ en op het vlak van spiritualiteit met de naam van een beroemde goeroe.

Discussie is een instrument van ego en uiteindelijk komt het weer neer op de vraag of het vanuit liefde komt of vanuit de afwezigheid van liefde, alias haat. Discussie is een vorm van geweld, het is twee mensen die elkaar bevechten met overtuigingen, en elke vorm van geweld komt vanuit de afwezigheid van liefde. Ego kent geen liefde, het weet niet wat dat is, dus geweld heeft niets met liefde te maken.

Discussie is een vorm van geweld en komt daarom vanzelfsprekend vanuit de ego-denkgeest of de ego-mindset. Ego zet altijd twee of meer mensen tegenover elkaar die elkaar vervolgens met geweld gaan bevechten. Dit moet ego doen om te bewijzen dat het dit lichaam is, een losstaande autonome entiteit. Het maakt ego niet zoveel uit of het gevecht gewonnen of verloren wordt, zolang het maar bevestigt dat het anders is dan- en losstaat van die andere losstaande autonome entiteit.

Dit elkaar bevechten kan plaatsvinden met echte wapens of met woorden, maar dat maakt geen enkel verschil. Wij denken dat het met woorden beter of humaner is dan met wapens, maar zoals ik al eerder heb benadrukt: er is geen volgorde van niveaus, geen orde van gradaties. Alleen in onze ervaring is het ene beter of slechter dan het andere, in de kern is het beiden hetzelfde, namelijk, geweld of geen geweld, liefde of de afwezigheid van liefde.

Een gesprek is veelal filosofisch. Dit klinkt heel gewichtig en belangrijk, maar betekent alleen maar dat twee of meer mensen met elkaar in gesprek gaan om visies en inzichten te delen om zo gezamenlijk tot een nieuwe visie of ander inzicht te komen, iets dat het meest waar lijkt te zijn. Het is geweldloos omdat het niet gericht is op winnen of gelijk krijgen, het is gericht op delen en uitbreiden en daarmee altijd vanuit liefde.

De reden waarom we hier zoveel moeite mee hebben is dat we ons veelal identificeren met het ego. We denken dat we een ego hebben of dat ego zijn en in beide gevallen dicteert ego wat we denken, doen, willen en zeggen; kortom, ons leven. In veel gevallen zal iets dat is begonnen als gesprek overgaan in een discussie, omdat we de aanwijzingen van het ego volgen. Hierdoor worden onze visies en inzichten ten opzichte van het onderwerp als persoonlijk ervaren en daarmee een deel van onze identiteit. Ego + visies + inzichten = IK

Wanneer onze visies en inzichten vervolgens niet worden gedeeld door de ander, voelen we ons achtergesteld, niet serieus genomen en soms zelfs aangevallen, waarna onze visies en inzichten worden overgenomen door het ego. Ego zet onze visies en inzichten vervolgens om naar feiten — een omzetting die nergens op gebaseerd en volslagen gestoord is — die wij vervolgens met woorden moeten gaan verdedigen. Opeens is het gesprek een discussie geworden, is liefde omgezet naar haat, bevechten we de ander met woorden en is de heerschappij van het ego bevestigd en versterkt.

Zo’n discussie die begonnen is als filosofisch gesprek kan hoog oplopen, omdat de ander wellicht nog bezig was met een gesprek terwijl wij al in een discussie zijn vervallen. Hierdoor kan de ander zich weer aangevallen voelen, waardoor het voor hem ook persoonlijk wordt en hij gedwongen wordt zich te verdedigen. Zoals we allemaal weten kan dit uiteindelijk uitlopen op fysiek geweld, en dat is wat we vandaag de dag steeds vaker zien gebeuren.

In mijn visie voeren mensen die de realiteit ervaren vanuit het kind-perspectief voornamelijk discussies, als ze al in staat zijn om uit hun woorden te komen. Het voeren van een discussie — het elkaar bevechten met meningen (geloof), schijnbaar vaststaande feiten (aanname) en bronnen van ‘experts’ (overtuiging) — is iets waarvan mensen die de realiteit vanuit het volwassen-perspectief ervaren uiteindelijk het nut niet meer inzien.

Bekeken vanuit het volwassen-perspectief is de noodzaak om iemand ergens van te overtuigen verdwenen, omdat elke overtuiging, elke aanname en elk geloof wordt gezien als iets dat consequent niet waar is, maar ook omdat er minder naar ego wordt geluisterd waardoor geweld met woorden en zeker ook met wapens niet meer een optie is die bij hen opkomt.

Oorlog en vrede

Oorlog is niets anders dan vechten om gelijk te krijgen of vechten omdat de ander iets heeft wat jij wilt hebben. Oorlog is het gebruiken van geweld bij een meningsverschil of om de macht en rijkdom van een ander af te nemen omdat je gelooft dat je daar meer recht op hebt dan hij.

Om oorlog werkelijk te kunnen begrijpen moet je in staat zijn om te zien dat er geen volgorde van niveaus bestaat en daarmee geen gradaties in geweld. Een kleine ruzie of schermutseling is niet minder oorlog dan twee of meerdere landen die elkaar bevechten, het zijn beiden oorlogen.

Zoals ik al eerder schreef: haat is niet het tegenovergestelde van liefde, maar het gebrek aan of een roep om liefde. Wanneer iets niet vanuit liefde wordt gedaan, dan wordt het automatisch vanuit haat gedaan. Dit maakt dat een ordinaire uit de hand gelopen ruzie tussen twee mensen niet iets anders is dan een complete wereldoorlog; want er is geen volgorde van niveaus. Het is liefde of gebrek aan/een roep om liefde en zo is het ook vrede of een gebrek aan/roep om vrede. Als het vanuit haat komt, dan is het oorlog, ongeacht de schaal waarop het plaatsvindt of hoeveel mensen of landen erbij betrokken zijn.

Er is vastgesteld dat vrijwel ieder mens op aarde alleen maar vrede en liefde wil. Maar als we om ons heen kijken dan zien we die wil niet terug in onze geprojecteerde werkelijkheid. Op kleine schaal reageren mensen vrij agressief wanneer andere mensen iets doen wat zij niet goedkeuren — let maar eens op hoeveel mensen er toeteren in het verkeer en hoeveel mensen er geïrriteerd reageren op hoe andere mensen zich gedragen — en op grote schaal liggen wereldleiders met elkaar in de clinch en hebben we sinds de tweede wereldoorlog nog geen dag geen oorlog op aarde gehad.

De reden hiervoor is uiteindelijk vrij simpel. We laten ons leiden door ego met zijn ego-denkgeest dat ons vertelt dat we een losstaande entiteit zijn in een voor ons in potentie bedreigende wereld. Ego is iets wat wijzelf creëren vanuit de misvatting dat er een personage moet zijn dat ziet, ruikt, proeft, hoort en voelt. Vanaf dat moment identificeren we onszelf met dat ego. De mens begint als een vreedzaam wezen dat alleen maar liefde en vrede wil, maar dit duurt niet veel langer dan de eerste vijf tot zeven jaar; hoewel we de rest van ons leven blijven volhouden dat we toch echt alleen maar vrede en liefde willen hebben.

Vanaf het vijfde tot zevende jaar is er een volledige identificatie met het ego en wordt alles beredeneerd vanuit het ego-denksysteem en bekeken en ervaren met de eg0-denkgeest. Hierdoor geloven we dat we losstaande entiteiten zijn in een voor ons in potentie bedreigende wereld waarmee we moeten onderhandelen of waartegen we ons moeten beschermen. Dit kan alleen maar uitlopen op conflict en aangezien er geen volgorde van niveaus is, geen gradaties in geweld, is elk conflict hetzelfde als oorlog.

Wanneer we ons afvragen waarom er oorlogen worden gevoerd terwijl we toch allemaal alleen maar vrede en liefde willen, zijn we verplicht om naar onszelf te kijken. Hoe vaak worden we boos op iemand? Hoe vaak raken we geïrriteerd door wat een ander doet of zegt? Hoe vaak zuchten we in afkeuring van andermans daden? Hoe vaak zijn we ervan overtuigd dat de ander ongelijk heeft en willen we gelijk hebben? Hoe vaak zijn we jaloers op wat een ander heeft? Het is allemaal hetzelfde als oorlog. Het enige verschil is dat wij onszelf wijsmaken dat het roepen van “Flikker toch op!” tegen een vervelende bedelende zwerver of het zuchten in de rij bij de kassa omdat degene voor je zo traag is iets anders is dan het gooien van atoombommen op de volledige bevolking van Hiroshima en Nagasaki samen.