Een rondje Autolyse

Het is weer eens tijd voor Autolyse, dus dit is niet werkelijk een stuk over een onderwerp, maar gewoon schrijven om het schrijven zodat er naar gekeken kan worden en het verwerkt kan worden; en dat is wat Autolyse is.

Het afgelopen jaar is letterlijk voor iedereen complete waanzin geweest en daardoor heeft de ego-denkgeest vrij spel gekregen om mensen in de droomstaat te houden of ze terug te trekken. Het heeft ook zijn uitwerking op mij gehad, waaronder de afgelopen dagen een depressie.

Ik kan verklaren waarom ik depressief was, maar dat zijn alleen redenen die ik denk en een depressie is nooit om de redenen die ik denk, dus daar ga ik het niet over hebben. De enige ware reden voor een depressie, is identificatie met het lichaam-brein-systeem en het geloof in de wereld om mij heen en in feite het geloof in de afscheiding van het geheel.

Blijkbaar geloof ik dit lichaam te zijn, want hoe anders zou ik depressief kunnen zijn? Er moet iets zijn dat depressief is, zonder dat iets kan er niets depressief zijn, dus ik moet wel zijn gaan geloven dat ik dat ben. Dus… back to basics! Terug naar de basisvraag ‘wat ben ik?’ — of liever gezegd, wat ben ik niet?

Zo’n rondje inquiry gaat inmiddels vrij snel, omdat ik al zo vaak door die malle molen ben gegaan. Binnen geen tijd kon ik weer bewust vaststellen dat het personage dat ik denk te zijn, slechts een verzameling etiketten is. Man, zoon, broer, vriend, vrijwilliger, publieksbegeleider, ex-muzikant, et cetera.

Ik kon snel vaststellen dat ik die etiketten niet ben, en iedereen die dit zou doen komt uiteindelijk uit op de conclusie dat er niet iets is dat ik ben. Ik kan alleen vaststellen dat ik ben. Er is een bewust zijn van het bestaan van iets waaraan ooit etiketten zijn gehangen, maar ik ben niet dat iets, en als ik al iets ben, is het dat bewustzijn dat zich bewust is.

Het opnieuw bekijken van die etiketten, die zo makkelijk weer kunnen worden aangebracht, werkt verhelderend. Door ze te zien en ze in gedachten te verwijderen, kom ik steeds dichter bij de kern van wat ik ben. Althans, dat lijkt zo, want zodra ik de etiketten heb verwijderd, blijkt er geen kern te zijn.

Er is in feite alleen maar leegheid waaraan al die etiketten zijn gehangen en er is het bewust zijn van die leegheid, al of niet manifest gemaakt middels de etiketten. Wat de etiketten ‘echt’ doen lijken is de mate waarin ik gehecht ben aan het object waarnaar die etiketten verwijzen.

Als ik gehecht ben aan het object ‘vader’, dan geloof ik dat ik zijn ‘zoon’ ben. Als ik gehecht ben aan het object ‘zus’, dan geloof ik dat ik haar ‘broer’ ben. Et cetera! Het is de gehechtheid aan iets extern dat het etiket creëert en wanneer we het etiket geloven, zijn we het opeens zelf geworden. Zoon of broer is totale onzin, maar zodra ik me hecht aan het idee van een vader en een zus, ben ik opeens een zoon en een broer.

Dit betekent dat, mits iemand werkelijk ontwaakt uit de droomstaat, die iemand alle gehechtheid met objecten en etiketten kwijt is. Er is dan niets meer waarmee hij zich identificeert en niets waarmee hij zich emotioneel verbonden voelt. Hij hoeft het niet zelf actief kwijt te raken, maar uiteindelijk zal elke gehechtheid verdwijnen, want anders is het niet mogelijk om geheel los te komen van een geloof in de etiketten, en daarmee in het geloof een losstaande entiteit te zijn.

Mijn depressieve gevoelens, die niet van mij zijn, maar bij wijze van spreken, voel ik inmiddels wegdrijven, puur en alleen omdat ik weer even heb vastgesteld dat ik niet Frits ben, zoon van, broer van, vriend van, et cetera. Er is geen kern waar een depressie op kan landen, er kan alleen het idee van, en het geloof in een kern zijn waarop een depressie schijnbaar kan landen. Zonder ‘ik’ is er niets waaraan iets kan blijven plakken.

Alle familiebanden, vriendschapsbanden, gewone relaties of liefdesrelaties, zijn een creatie van de ego-denkgeest. Zolang ik me emotioneel verbonden voel met een externe entiteit, geloof ik blijkbaar in de afscheiding en vanzelfsprekend geloof ik dan een losstaande en bestaande entiteit te zijn en vanzelfsprekend kan ik dan depressief worden.

Aan de andere kant is het ook weer zo dat al die banden, al die emotionele verbintenissen, verdwijnen zodra het inzicht er weer is, dat ik niet die etiketten ben en niet die Frits ben. In plaats van dat ik geloof dat ik een zoon, broer of vriend ten tijde van corona ben, kan ik nu weer spelen alsof ik een zoon, broer of vriend ten tijde van corona ben. Acteur, regisseur, auteur en publiek in één.

Ik sluit af met een zin die net door vriend Houk op Facebook wordt geplaatst:

“Het geheel hobbelt altijd maar door in de leegte van zijn en creëert continue een show om wat te doen te hebben.” — © Houk van Lier.

Hoe toepasselijk!

Co-creatieve droomstaat

In zijn boeken heeft Jed McKenna het vaak over co-creatieve samenwerking met het universum en geïntegreerd zijn in de co-creatieve droomstaat, wat beide een manier is om hetzelfde te zeggen: een lichter leven in overeenkomst, en in lijn met ‘wat is’, waarbij wat jij wil is ‘wat is’ en ‘wat is’ is wat jij wilt.

Ik ga hier straks dieper op in, maar eerst even de betekenis van co-creatie, zodat we allemaal weten waarover we het hebben:

Co-creatie is een vorm van samenwerking, waarbij alle deelnemers invloed hebben op het proces en het resultaat van dit proces [..]. Kenmerken van co-creatie zijn dialoog, ‘common ground’, enthousiasme, daadkracht en focus op resultaat. Voorwaarden voor succesvolle co-creatie zijn gelijkwaardigheid van de deelnemers, wederkerigheid, openheid en vertrouwen. (bron: Wikipedia)

Het verschil tussen een co-creatief proces in lijn met ‘wat is’ en bijvoorbeeld ‘The Law of Attraction’, wat daar erg op lijkt, is dat het bij het eerste niet gaat over het verkrijgen van op egogebaseerde gedomineerde hebbedingetjes als een nieuwe auto, een groter huis, meer geld of de liefde van je leven middels positieve gedachtes of bidden en smeken tot het universum, maar over zijn wat je bent als geïntegreerd deel van ‘wat is’, waardoor je vanzelf uiteindelijk alles krijgt wat je toekomt als uniek punt van perceptie binnen ‘wat is’.

Om volledig in lijn met ‘wat is’ te functioneren, moet je spiritueel en mentaal volwassen worden en om spiritueel en mentaal volwassen te worden, moet je eerst weten dat je dat nu niet bent. Vanzelfsprekend geld dat niet voor mensen die het al zijn, maar ik vermoed dat die dit niet zullen lezen, en als je dit wel leest, dan ben je het waarschijnlijk nog niet. Uitzonderingen daargelaten.

Dit co-creatieve proces in lijn met ‘wat is’ betreed je niet zolang je nog leeft in een op egogebaseerde gedomineerde realiteit waarbinnen je een losstaande autonome entiteit bent dat leeft in een potentieel bedreigende wereld buiten je. Dat is de realiteit zoals die wordt ervaren door spirituele kinderen van 15 tot 100 jaar en dat is vrijwel iedereen, dus zie het niet als een belediging.

De enige manier om spirituele en mentale volwassenheid te bereiken, is door alles wat je gelooft en denkt te weten tegen het licht te houden en te zien voor wat het is, namelijk: niet waar! Vanaf dag één van je bestaan heb je, vanuit het idee dat wat je verteld werd waar was, laag op laag van valse kennis en verkeerde informatie toegevoegd aan wat je al wist. Tegen de tijd dat je de kans krijgt om zelf na te denken, is het meestal al te laat; dan ben je iets van 20 of 25 jaar oud en dan zit je al muurvast in de ego-denkgeest.

Door het verzamelen van die lagen van valse kennis en verkeerde informatie heb je jouw eigen personage opgebouwd aan de hand van die ego-denkgeest, waardoor je bent gaan leven vanuit een op egogebaseerde gedomineerde realiteitszin. Om moeiteloos te kunnen leven in lijn met ‘wat is’, moet je loskomen van die op egogebaseerde gedomineerde realiteitszin en om daar los van te komen, moet je dat personage dat je denkt te zijn laag voor laag verwijderen.

De enige manier om dit voor elkaar te krijgen, de enige manier die ik ken waarvan ik weet dat hij werkt, is door zelf na te denken en dat personage, die zelf, te onderzoeken… en de beste manier die ik weet te verzinnen is middels Zelfonderzoek en Spirituele Autolyse.

Ik ga nu niet in op die twee methodes. Ga voor meer informatie over Zelfonderzoek en Spirituele Autolyse naar: www.autolyse.nl.

De reden waarom de meeste mensen niet in lijn leven met ‘wat is’ en dus niet het leven leiden dat ze zouden kunnen leiden, is omdat ze ego-gebonden zijn en een op egogebaseerde gedomineerde realiteitszin hebben. Ze hebben meestal een vastomlijnd idee, of een overtuiging van hoe het leven is en hoe het zou moeten zijn, wat er zou moeten gebeuren, wat ze zouden moeten hebben en hoe ze dat moeten verkrijgen, welk werk ze zouden moeten doen, hoe ze hun leven moeten indelen (huisje-boompje-beestje of een alternatieve variant), hoe andere mensen zich dienen te gedragen, wat goed en fout is, wat mooi en lelijk is, wat dit en dat en zus en zo is.

Met al die aannames en vastomlijnde uitgangspunten, verzetten ze zich tegen ‘wat is’. Het gevolg daarvan is dat hun leven nooit helemaal is wat ze willen dat het is en dat komt omdat zij geloven te zijn wat zij niet zijn in een realiteit die niet is wat ze denken dat het is. In veel gevallen zijn deze mensen ronduit ongelukkig en leven een miserabel leven waarin ze proberen te graaien wat er te graaien valt, of ze maken zich wijs dat ze gelukkig zijn en proberen wat ze hebben krampachtig vast te houden. Beide zijn verzet tegen ‘wat is’ en dat weerhoud hen ervan om mee te gaan in de stroom van ‘wat is’.

Je hoeft niets te doen om geïntegreerd te leven in een co-creatieve droomstaat, wat een ander omschrijving is voor ontwaken in de droomstaat, je moet alleen ophouden met alles te doen wat dit tegenwerkt. Dit doe je door alle lagen van kennis, geloof, aannames en overtuigingen te verwijderen tot je terugkomt op het punt waarop er begonnen is met het aanbrengen van al die lagen; het moment waarop je koos voor ego in plaats van ‘wat is’.

Zoals gezegd, dit verwijderen kun je doen middels Zelfonderzoek en Spirituele Autolyse. Dit kost je, als je het heel serieus doet, een jaar of twee, misschien drie van je leven en — ik zeg het er bij — dat zullen niet de leukste twee a drie jaren van je leven zijn. Niettemin zal je verrast zijn wanneer het over is, opeens lijkt het niet meer zo lang te hebben geduurd en niet zo pijnlijk te zijn geweest als je dacht toen je er middenin zat (net als bij een bevalling, zo is mij verteld, maar op dat gebied ben ik geen expert).

Ooit koos je voor ego in plaats van ‘wat is’ omdat je niet beter wist en iedereen in je omgeving ooit allemaal hebben gekozen voor ego in plaats van ‘wat is’. Na succesvol Zelfonderzoek en Spirituele Autolyse ben je terug op datzelfde punt waar je ooit koos voor ego in plaats van ‘wat is’, maar nu ben je volwassen en geen baby meer! Nu kun je opnieuw kiezen en nu kun je kiezen voor ‘wat is’ en dan kun je eindelijk het leven leiden dat bij je past en alles verkrijgen wat je toekomt als geïntegreerd deel van de co-creative droomstaat, volledig in lijn met ‘wat is’.

PS: Ik krijg af en toe berichten dat mensen zich aangesproken voelen en soms zelfs boos worden omdat ik het woordje ‘je’ gebruik in plaats van ‘ik’ of ‘men’. Hierbij wil ik graag laten weten dat dit niet mijn probleem is, maar het probleem van degene die zich aangesproken voelt.

Als jij je aangesproken voelt, en misschien zelfs boos wordt, omdat ik het woordje ‘je’ gebruik in plaats van ‘ik’ of ‘men’, dan weet je bij deze zeker dat jij nog leeft vanuit een op egogebaseerde gedomineerde realiteitszin en wellicht kun je dan, in plaats van je aangesproken te voelen en boos te worden, dit zien als een uitnodiging om eindelijk een keer voor spirituele en mentale volwassenheid te gaan.

Ik doe niet mee

Misschien heb ik je aandacht, of je weigert dit te lezen. Laat ik daarom aan het begin zeggen dat dit niet over Covid-19 gaat en niet over ‘influencers’ of BN’ers die ik niet ken. Het gaat over niet meedoen aan de waanzin dat we leven noemen. Het is een lang artikel geworden, maar ik moest het kwijt.

Het leven in de droomstaat is gebaseerd op meedoen. Iedereen moet op zijn minst altijd in grote lijnen meedoen met de algemene basis van de maatschappij waarin zij leven. Dat is de enige manier waarop een samenleving in stand kan worden gehouden en daarmee de enige manier om de droomstaat in stand te houden.

Hiervoor is het noodzakelijk dat zo weinig mogelijk mensen zelf gaan nadenken. Maya, de architect en godin van de droomstaat, en Ego, de dictator van de droomstaat, willen niet dat iemand op onderzoek uitgaat, alle bewijzen verzamelt, daar zelf een mening over probeert te vormen, de droomstaat gaat zien voor wat het is (een droom) en zijn eigen plan gaat trekken.

Het is noodzakelijk voor het voortbestaan van de droomstaat dat het grootste gedeelde van de mensheid mee blijft lopen met een kudde, waarbij het bij uitzondering is toegestaan om deel te zijn van een alternatieve kudde, zolang beide kuddes maar wel dezelfde kant op gaan.

Over de gehele droomstaat verspreid zijn er vele verschillende kuddes, maar alle kuddes bestaan uit mensen die niet zelf nadenken, dus uiteindelijk gaan alle kuddes de kant op die Maya en Ego hebben aangegeven. Hoe meer afstand je kunt nemen van het systeem, hoe duidelijker je zult zien dat al die verschillende kuddes in feite samen één immens grote kudde vormen.

Het systeem werkt perfect. De meeste mensen denken dat ze echt nadenken, terwijl ze alleen maar hun programmering volgen. Zij rennen op een of andere manier — normaal of alternatief — met een kudde mee, denkende dat ze voor zichzelf nadenken, terwijl ze gewoon meedoen aan het groepsdenken dat geleid wordt door Ego.

Als er toevallig wel iemand is die zelf nadenkt, dan wordt deze persoon al snel door de kudde terechtgewezen. Deze persoon zal in de meeste gevallen vanuit angst om alleen verder te moeten gaan zijn excuus aanbieden en zich weer voegen in de kudde.

Denken, echt denken, is een daad van verzet en wordt altijd afgestraft. Weinig mensen durven daarna nog verder te gaan met nadenken en het is bij uitzondering dat iemand werkelijk loskomt van de kudde. Het mag duidelijk zijn dat de mensen die netjes meedoen en trouw in lijn lopen nog nooit een seconde echt hebben nagedacht.

Het gevolg van echt nadenken is altijd afstand nemen van de kudde. Dit hoeft niet per se fysiek te zijn, omdat denken niet een fysiek iets is, maar door zelf echt na te denken ben je bezig met eindelijk spiritueel en mentaal volwassen te worden, en daarmee word je automatisch een ander wezen dan de rest van de kudde. Je begeeft je nog wel in de kudde, maar je behoort niet meer tot de kudde — of, zoals de bekende spreuk gaat, je bent nog wel in de wereld maar niet meer van de wereld.

Om toch terug te komen op die influencers en BN’ers die ik niet ken, maar waarover ik gehoord heb. Zij durfden uit te spreken dat zij niet meer meedoen en de reactie van de kudde was geweldig. Los van de hele Corona/Covid-19 discussie en los van of de influencers/BN’ers wel of niet goed geïnformeerd waren, liet het gebeuren prachtig zien hoe een kudde reageert op een daad van verzet en hoe snel die influencers en BN’ers — vanuit de angst om niet meer “geliked” te worden door diezelfde kudde — zich terugtrokken, hun excuus aanboden en zich weer in de kudde voegden.

Dat was een prachtig staaltje samenwerking tussen Maya en Ego om de droomstaat in stand te houden. Deze influencers en BN’ers zijn de mensen waar de jeugd naar luistert, en het zou verschrikkelijk zijn voor de toekomst van de droomstaat als die jeugd daadwerkelijk voor zichzelf zou gaan nadenken. Stel je voor dat een hele generatie daadwerkelijk spiritueel en mentaal volwassen zou worden? Nee, dat is ondenkbaar voor de tandem Maya-Ego.

Waar Maya en Ego (of Big Sister en Big Brother) het meestal op zijn beloop laten, omdat het niet werkelijk een bedreiging is voor de droomstaat, grepen zij nu meteen in, en binnen een paar dagen was het voorbij. Wat een gestroomlijnde actie. Respect! Dit is wat er elke dag in het klein gebeurt, maar wat we nu op een wat groter niveau hebben kunnen aanschouwen.

Angst om niet meer “geliked” te worden door de kudde waarvan we deel denken uit te maken, angst om vrienden en familie te verliezen, om inkomen, huis en haard te verliezen, houdt ons in veel gevallen gevangen in de droomstaat. Dit zorgt ervoor dat vrijwel niemand ooit werkelijk spiritueel en mentaal volwassen wordt en zich nooit ontwikkelt tot wat hij of zij in potentie is.

Ik heb eerder de vergelijking gemaakt met de rups en de vlinder, waarbij onze maatschappij een samenleving is van rupsen die ten onrechte denken dat ze vlinders zijn. Zij vallen de echte vlinders aan en wijzen hen terecht en halen hen weer over om net te doen alsof ze ook rupsen zijn die net doen alsof ze vlinders zijn.

Het is ieders ultieme potentie om een vlinder te zijn, maar daarvoor moet je het rups zijn achter je laten. Als je werkelijk wilt worden, en uiteindelijk wilt zijn wat je werkelijk in potentie bent, binnen een droomstaat die opeens meewerkt in plaats van tegenwerkt, moet je stoppen met meedoen met de kudde. Je moet alles wat je gelooft, alles wat je hebt aangenomen van de kudde, alles waarvan je overtuigd bent, gaan onderzoeken.

Je moet zelf gaan nadenken, echt nadenken, en de angst voor de mening en de reactie van de kudde overwinnen. Vanzelfsprekend ga je denken dat je van alles en nog wat gaat verliezen — zoals vrienden, familie, inkomen, huis en haard — maar ik weet uit ervaring dat dit niet zo hoeft te zijn. Je kunt als een vlinder in rupsenland leven, zolang je maar weet dat je geen rups bent en je niet laat verleiden tot rupsgedrag.

Weten dat je geen rups meer bent, zonder daaraan te gaan twijfelen door alles wat de echte rupsen je toewerpen, is niet moeilijk. Als je zelf hebt nagedacht en daadwerkelijk bent ontwaakt in de droomstaat (want daar heb ik het over), dan twijfel je geen moment meer of je wel of niet een vlinder bent. Dan zal alles wat de kudde probeert te doen om je weer in te lijven geen effect hebben.

Je zult ook ervaren dat de droomstaat gaat meewerken, dingen gaan opeens als vanzelf waardoor er niets meer is waartegen je verzet voelt. Positief of negatief verwatert tot wat is, en wat is kan alleen maar oké zijn, omdat het is wat is. Niet dat je alles leuk gaat vinden, maar het hoeft niet anders te zijn; dus als het niet lukt om het aan te passen, dan is dat dus de stroom waarop je meedrijft.

Tevreden of ontevreden?

Vanzelfsprekend willen we het graag veel mooier maken dan het is en vaak werkt het goed om een zure pil te verpakken in zoet snoepgoed, maar soms is het goed om gewoon even duidelijk te stellen hoe het zit, zodat we zien waarmee we te maken hebben.

Er zijn simpelweg twee mogelijkheden. Of je bent tevreden met de realiteit waarin je leeft of niet. Natuurlijk zijn er gradaties, je kunt tevreden zijn of je kunt gelukkig zijn en je kunt ontevreden zijn of je kunt ongelukkig zijn, maar dat zijn alleen maar gradaties van hetzelfde gegeven: tevreden of niet tevreden.

Dat wat op de spirituele marktplaats ‘verlichting’ of ‘bevrijding’ wordt genoemd, is alleen bedoeld voor mensen die ontevreden zijn, omdat ontevreden mensen op zoek gaan naar een manier om tevreden te zijn. Dat zijn de mensen die wellicht op zoek gaan naar wie of wat zij zijn, naar wat de zin van het leven is en vooral naar wat waar is en wat niet.

Als deze mensen serieus op zoek gaan, dan ontdekken ze van alles wat de ego-denkgeest niet wil dat zij ontdekken. Het is de ego-denkgeest die de spirituele marktplaats heeft geconstrueerd om deze zoekende mensen op te vangen, tegen te houden en bezig te houden met zinloze spirituele exercities, zodat ze niet de droomstaat verlaten.

Spirituele exercities zoals mediteren, mantra’s herhalen, naar satsangs gaan, et cetera, zijn alleen gericht op het iets verkrijgen of verbeteren voor de persoon als lichaam. Het is daardoor overduidelijk niet gericht op de geest (spirit) maar op het lichaam (vorm) en levert dus niet wat het belooft.

Als je als wens hebt om wakker te worden in of uit de droomstaat, is het zinloos om je bezig te houden met spiritualiteit. Het is altijd contraproductief, omdat het letterlijk is bedoeld om je in slaap te houden; dat is de functie van spiritualiteit.

Wanneer je ontevreden met je realiteit bent, is de meest belangrijke vraag die je kunt stellen, de volgende: Wat wil ik? Zolang je niet weet wat het is dat je wilt dat van iets komt, als je niet weet wat het is dat je als resultaat wilt, kun je niet op zoek gaan naar wat je wilt vinden. Op die vraag Wat wil ik? zijn twee antwoorden mogelijk:

  1. Ik wil niet meer ontevreden zijn.
  2. Ik wil weten wat de redenen voor mijn ontevredenheid zijn en deze elimineren, ongeacht de gevolgen.

Als je het eerste wilt, dan wil je je alleen maar beter voelen en dan kunnen spirituele exercities misschien precies zijn wat je nodig hebt. Dan werkt het wellicht om van alles en nog wat buiten je te zoeken en te gebruiken om je af te leiden van dat ontevreden gevoel dat je hebt. Misschien werkt het dan om aan de voeten van een goeroe te gaan zitten en te mediteren voor een stille geest.

Maar als je het tweede wilt, dan leiden die spirituele exercities alleen maar af. Om uit te vinden waarom je ontevreden bent met de voor jouw zichtbare realiteit, moet je die realiteit onderzoeken en jouw realiteit wordt gecreëerd door jouw overtuigingen, jouw geloven en jouw aannames. Wat je dan moet willen, is die overtuigingen, geloven en aannames tegen het licht houden en onderzoeken of ze wel echt enige substantie hebben.

Het enige wat je dan kunt doen is naar binnen gaan en zelfonderzoek doen. Niet om uit te vinden wie of wat je bent, maar om uit te vinden of jij wel echt dat wat je denkt te zijn bent. Je moet dan gaan kijken naar die overtuigingen, geloven en aannames; je moet gaan vaststellen of die overtuigingen, geloven en aannames wel echt waar zijn; en als je ziet dat ze niet waar zijn — wat de enige uitkomst is — moet je die overtuigingen, geloven en aannames verwijderen alsof het kankergezwellen zijn.

Wanneer je dat hebt gedaan, zul je merken dat er nog meer onderliggende overtuigingen, geloven en aannames zijn. Ook die moet je onderzoeken op waarheid en ook die moet je verwijderen alsof het kankergezwellen zijn. Maar ook daarna zul je zien dat er nog meer overtuigingen, geloven en aannames zijn die zich jarenlang hebben verborgen onder de meest voor de hand liggende overtuigingen, geloven en aannames, ook die moet je onderzoeken op waarheid en verwijderen alsof het kankergezwellen zijn… net zolang tot er geen meer zijn.

Dit is niet iets dat je in groepsverband doet, dit is niet iets waar een goeroe je mee kan helpen, dit is niet iets dat je voor elkaar krijgt door het lezen van een spiritueel boek of het uitkramen van mantra’s. Dit is iets dat je zelf moet doen, in je eentje. Het is iets dat jij moet willen doen en niemand kan je daarbij helpen.

Dit is hoe je wakker wordt in of uit de droomstaat. Het resultaat is, dat tevreden of ontevreden zijn met de voor jouw zichtbare realiteit er niet meer toe doet. Het probleem ‘ontevreden zijn’ is niet opgelost of vervangen, het hele probleem bestaat simpelweg niet meer, net zoals zijn tegenovergestelde, en dat is wat ik een werkelijk resultaat noem.

Het leven van je droom

Vanochtend dacht ik, als dit een droomstaat is — en dat is het! — dan moet in principe (in theorie, vanzelfsprekend) alles mogelijk zijn. Letterlijk alles wat er aan gedachten of ideeën bij mij langskomt moet leiden tot hetgeen waarop die gedachten en ideeën gericht zijn.

Bijvoorbeeld, als het idee of de gedachte opkomt dat ik iets heel graag wil hebben, doen of meemaken, dan zou dit logischerwijs moeten gebeuren, aangezien dit het dromen van een droom is waarin alles wat als idee langskomt automatisch gedroomd wordt, want dat is wat dromen is. Ook als wij ’s nachts dromen, is ons brein bezig de aanwezige ideeën en gedachten uit te beelden in een verhaal.

Dus, zo vroeg ik me af, als dit leven het dromen van een droom is — en dat is het! — waarom wordt alles wat ik wil hebben, doen of meemaken niet meteen gematerialiseerd? Het idee is er, de gedachte is er, dus waarom gebeurt er heel vaak niets, gebeurt er meestal het tegenovergestelde en ben ik zelfs verrast als het wel een keer gebeurt?

Het antwoord is in feite heel simpel. Blijkbaar is er iets dat het idee en de gedachte overstemt. Blijkbaar is er een overtuiging dat me vertelt dat het niet een goed idee is, dat het niet goed voor mij is, dat het niet geschikt is, dat ik er geen recht op heb of dat het simpelweg onmogelijk is. Die overtuiging is blijkbaar zo sterk dat het dat wat ik wil hebben, doen of meemaken overstemt, en dus wordt die overtuiging uitgevoerd en is dat de realiteit die ik ervaar.

Ik kom er steeds weer op terug, omdat het werkelijk zo is: De wereld, de realiteit die ik ervaar, is de externe projectie van een innerlijke conditie. Ik weet dat dit gericht is op de denkgeest en niet op onszelf als lichaam, maar het lichaam is de projectie van de denkgeest en werkt dus op eenzelfde manier. Deze blog gaat niet over wakker worden uit de droomstaat, maar over spelen met alle mogelijkheden in de droomstaat.

Dus als ik wil weten waarom de realiteit die ik ervaar niet is wat ik hier op aarde denk of geloof te willen ervaren, dan moet ik kijken naar die innerlijk conditie. Welke innerlijke onbewuste overtuiging zorgt ervoor dat ik niet ervaar wat ik geloof en denk te willen ervaren? Die innerlijke onbewuste overtuiging overstemt de wensgedachte en vervolgens wordt die innerlijke onbewuste overtuiging geprojecteerd in plaats van de wensgedachte.

In principe geeft het feit, dat als je niet leeft zoals je wilt leven of als je niet tevreden bent met hoe jouw wereld er uitziet, al aan dat er zo’n overtuiging moet bestaan. Dat is niet fout of verkeerd, het is ook niet iets wat je jezelf aandoet, het is simpelweg hoe het onder leiding van de ego-denkgeest werkt. Vrijwel iedereen doet het of heeft er last van, maar dat hoeft niet zo te zijn.

Zonder die innerlijke onbewuste overtuiging zou je meteen het leven leiden dat je wilt en zou je op zijn minst tevreden moeten zijn met je leven, aangezien dit het dromen van een droom is waar ideeën en gedachten automatisch worden verbeeld in een verhaal en waar wonderen simpelweg plaatsvinden.

De reden waar dit niet voortdurend gebeurt, is omdat de wens — het idee en de gedachte — wordt overstemt door een onbewuste overtuiging. Die overtuiging kun je vinden middels zelfonderzoek — hoe anders? — en als je hem vindt, dan kun je hem vrij simpel verwijderen of doen oplossen, tenzij je gelooft dat het deel is van wat je bent, een deel van je identiteit, dan moet je er waarschijnlijk wat meer energie instoppen.

Dit is overigens niet alleen hoe het werkt in de droomstaat, het is hoe de droomstaat werkt, het is wat de droomstaat is. En natuurlijk is het allemaal niet waar, maar het is wel hoe het schijnbaar is en waarom zou je daar niet mee spelen? Wat win je door vast te houden aan onderdrukkende emoties en belemmerende overtuigingen? Wat heb je te verliezen als je ze verwijdert? En waarom zou je dan niet gebruikmaken van de mogelijkheden die dan vrijkomen?

We stellen geen grenzen aan wat mogelijk is in onze nachtelijke dromen, waarom zouden we dan grenzen stellen aan wat mogelijk is in de droomstaat? Alles is mogelijk omdat alles illusie is. De kern van de droomstaat is dat het bestaat uit oneindige mogelijkheden en daarvan gebruiken we misschien twee procent… dat moet beter kunnen.

Filters

Ik ga eens even wat spelen met symbolen. In principe voor mijzelf, om dat wat schijnbaar in mijn hoofd zit eruit te halen, zodat ik er naar kan kijken en mee aan de slag kan. Ik werd wakker met het idee “projecteren” en dat de wereld die we zien niets anders dan een projectie is. Maar hoe werkt dat dan?

Om dit tot een duidelijk beeld of idee om te vormen, moet ik gebruik maken van symbolen. Met andere woorden, ik geef alles een symbolische naam, wat betekent dat we de woorden niet serieus moeten nemen, maar de betekenis wel, met weer andere woorden, neem niet de vorm serieus, maar de inhoud wel.

Het begint bij de erkenning dat er niet niets kan zijn, wat betekent dat er altijd iets moet zijn. Dit ‘iets’ noem ik ‘wat is’. ‘Wat is’ kun je zien als grenzeloze energie van oneindige mogelijkheden. Het is wat is en daarmee is het wat wij zijn en wat alles is, bovendien is ‘wat is’ het enige dat is.

‘Wat is’ projecteert een schijnbare uiterlijke wereld en dat doet het via lichamen. Mijn lichaam is bij wijze van spreken de lens waardoorheen ‘wat is’ een wereld projecteert. De wereld die door een schone lens zou worden geprojecteerd zou absoluut perfect zijn, aangezien ‘wat is’ is wat is en dat kan niet anders dan perfect zijn en perfectie projecteren.

Overduidelijk is de wereld die we ervaren niet perfect en meer dan vaak is die wereld verschrikkelijk. Dus er moet iets mis zijn met de lens, aangezien de projectie zelf perfect is. Wij zijn die lens, ik ben die lens, en het enige wat die lens kan vervuilen moet vanuit het lichaam zelf komen. Met andere woorden, wij als het lichaam vervuilen de perfecte projectie.

Dat wat de lens vervuilt zijn onze gevoelens, emoties, geloven en overtuigingen en het zijn al die gevoelens, emoties, geloven en overtuigingen bij elkaar waarmee ons ego wordt gevormd: dat wat we denken en geloven te zijn, het actiefiguur ‘Frits’.

We kunnen die gevoelens, emoties, geloven en overtuigingen zien als filters die voor de lens worden geschoven. Als we bijvoorbeeld het filter ‘angst’ voor de lens schuiven, dan wordt er een wereld van angst geprojecteerd, en bij het filter ‘onzekerheid’ wordt er een onzekere wereld geprojecteerd. Et cetera.

Het is dus niet de wereld die niet perfect is, het is de projectie door een lens met filters van angst, boosheid, eenzaamheid, doodsangst, et cetera, dat doet lijken alsof de wereld niet perfect is. Mensen reageren op hun beurt weer op die door een vervuilde lens vervormde projectie.

Onbewust van de door de filters vervuilde lens, denken ze dat de wereld echt zo vreselijk is en reageren op een manier waarvan zij geloven dat het ’t beste is voor henzelf. Ze reageren op een vervormde projectie en kunnen alleen vervormd reageren, wat weer meer filters genereert, wat de projectie nog meer vervormd. Die reacties zijn niet fout of verkeerd, maar ze zijn wel gebaseerd op valse aannames en een vervormde en verstoorde perceptie.

De enige mogelijke oplossing is in eerste instantie de filters voor de lens vandaan halen en in tweede instantie het verwijderen van de lens. De filters verwijder je door zelfonderzoek. Door te gaan onderzoeken wat jouw gevoelens, emoties, geloven en overtuigingen zijn vanuit de basiskennis dat geen van jouw gevoelens, emoties, geloven en overtuigingen waar zijn.

Lokaliseer jouw gevoelens, emoties, geloven en overtuigingen en zie ze voor wat ze zijn — niet waar — en daarna zullen ze vanzelf in een voor jouw perfect tempo oplossen. Hierbij kun je de wereld zoals jij die ervaart gebruiken, omdat de wereld die je ervaart een directe reflectie is van jouw gevoelens, emoties, geloven en overtuigingen. Het zijn, bijvoorbeeld, niet de gebeurtenissen in de wereld die je bang maken, het is angst in jezelf die een wereld projecteert waarvoor je denkt bang te zijn.

Wanneer al je filters zijn opgelost en daarmee verwijderd, zie je de wereld zoals die werkelijk geprojecteerd wordt. Het is nog steeds een projectie, maar je zult die wereld volkomen anders ervaren. Hoe je die wereld dan ervaart is voor elke lens/elk lichaam/elk personage anders, maar het kan niet anders dan perfect zijn, aangezien de projectie niet meer vervormd wordt door filters. In plaats van dat je gelooft dat je IN een wereld leeft, zal je het eerder ervaren als een 3D film ervaring waarbij je zelf kunt beslissen hoe serieus je het wilt nemen.

De tweede instantie, het verwijderen van de gehele lens, is iets wat je wel of niet zult doen. Het is niet iets dat je kunt willen, het is meer iets dat sommige mensen wel en sommige mensen niet overkomt. In principe ben je beter af als het verwijderen van de lens je niet overkomt, dus ik zou me daar, als ik jou was, niet al teveel op richten. Ga eerst die filters maar verwijderen en zie en ervaar wat er gebeurt.

Er is geen universum (3)

Op Facebook, waar ik altijd een link naar een nieuwe blog plaats, reageerde iemand als volgt op deel 2 van ‘Er is geen universum’: “Het is niet te bewijzen dat het Universum (niet) werkelijk bestaat!” — en hij heeft gelijk; het is niet te bewijzen dat het universum bestaat en het is niet te bewijzen dat het universum niet bestaat.

Het is ook niet mijn bedoeling om te bewijzen dat er geen universum is, het enige wat ik probeer te doen, is laten zien dat er geen reden is om aan te nemen dat er wel een universum is. Toch nemen we allemaal aan, en voor lief dat er een universum bestaat, puur en alleen omdat we het zien en waarnemen, terwijl er geen werkelijk tastbaar en sluitend bewijs voor is. In feite, zoals ik heb proberen aan te tonen, is er meer bewijs voorhanden dat suggereert dat het niet werkelijk mogelijk is dat er een universum bestaat.

Het enige ‘tastbare’ bewijs dat we hebben voor het bestaan van een universum is dat we het zien en waarnemen, dus dan is de vraag: hoe betrouwbaar en tastbaar is dat zien en waarnemen werkelijk? Het antwoord is: niet zo heel erg betrouwbaar en absoluut niet tastbaar. Dat wat we denken dat we zien is letterlijk wat we denken dat we zien en er is geen enkele reden om aan te nemen dat we werkelijk zien wat het werkelijk is.

Wat onze ogen opvangen, is licht dat weerkaatst op een object en niet het object zelf. Vervolgens wordt dat licht omgezet in data (informatie) en gaat naar ons brein. Dat brein zit opgesloten in een donkere en geluidsdichte ruimte — onze hersenpan — en dat brein, dat zelf niets kan zien en zelf nooit iets heeft waargenomen, beslist wat het is dat wordt gezien en waargenomen, gebaseerd op alle net zo onbetrouwbare informatie uit het verleden.

Wat ook belangrijk is om te realiseren, is dat wat we denken dat we zien, iets is dat drie keer is verwijderd van wat het werkelijk is. Wat we zien is licht dat weerkaatst van een object — dus één keer verwijderd van het object zelf — om vervolgens te worden omgezet in data — dat is dan twee keer verwijderd van het object zelf — waarna het brein verzint wat het moet zijn en er een beeld van vormt — drie keer verwijderd van het object zelf.

Wat we zien en waarnemen, en wat we voor echt waar, absolute realiteit en fysieke werkelijkheid aannemen, is alleen maar, en niets anders dan, dat wat ons brein denkt dat het is, zonder ook maar te weten wat het werkelijk is. Wat we zien is wat ons brein er van maakt, gebaseerd op resultaten uit zijn virtuele verleden, maar het is niet wat het werkelijk is. De aanname dat iets bestaat omdat we het zien en waarnemen is — opnieuw: letterlijk — nergens op gebaseerd en zou nooit voor waar mogen worden aangenomen.

Het is veilig om te stellen dat er nog nooit iemand op aarde heeft rondgelopen die werkelijk direct en objectief iets heeft gezien of waargenomen, laat staan het universum waarin hij denkt te bestaan. Dit staat nog helemaal los van de vraag of dit leven op aarde echt werkelijke werkelijkheid is of een illusie binnen de droomstaat, want zelfs als dit de absoluut fysieke werkelijke werkelijkheid zou zijn, dan nog is de aanname dat er werkelijk een fysiek universum bestaat, niets anders dan een aanname.

We geloven dat er een universum bestaat, maar elk geloof is alleen maar een geloof. Geloven dat er een universum bestaat is net zo geloofwaardig en ongeloofwaardig en net zo gefundeerd en ongefundeerd als geloven dat er kabouters of ufo’s bestaan. Het bestaan van een universum is op zijn best een theorie en een theorie is geen bewijs; het is een idee, een aanname, een veronderstelling.

Het feit dat we een universum zien en ervaren kan net zo goed betekenen dat we compleet waanzinnig zijn en zaken waarnemen die er niet werkelijk zijn; en dat is een idee dat ik persoonlijk het meest aannemelijk vind.

Er is geen universum (2)

Ik ben een beetje gaan zoeken op internet en kwam er al snel achter dat onze wetenschappers eigenlijk ook niet weten waarom er schijnbaar een universum bestaat dat voornamelijk uit materie bestaat, terwijl alle onderzochte wetenschappelijke data er op wijst dat het bestaan van een universum onmogelijk is.

Wanneer materie ontstaat wordt er meteen in gelijke mate antimaterie gecreëerd, omdat er altijd een balans moet zijn. Als er wit is dan moet er evenveel zwart zijn, als er goed is dan moet er evenveel kwaad zijn, puur voor de balans. Dit is eveneens het hele idee achter dualisme, waarover we het allemaal eens zijn; er kan niet het ene zonder het andere bestaan; het draait allemaal om balans. De vraag waarom er wel materie en vrijwel geen antimaterie bestaat, terwijl alles er op wijst dat materie altijd direct evenveel antimaterie creëert, is nog steeds een wetenschappelijk mysterie.

Wanneer materie en antimaterie met elkaar in contact komen, wat volgens de wetenschappelijke modellen na een oerknal zou zijn gebeurd, dan heffen ze elkaar op. Zoals plus en min elkaar opheffen: 20 en -20 creëren samen 0. Wanneer materie en antimaterie samenkomen, dan heffen ze elkaar op en blijft er alleen maar energie over; geen materie en dus geen universum met sterren, planeten, melkwegen, et cetera.

Onze wetenschapper hebben nog geen antwoord op de vraag waarom het lijkt alsof er wel een universum is, terwijl alles er op wijst dat het niet mogelijk is. Ze zijn bezig met theorieën, maar dat zijn geen feiten en vooralsnog letterlijk Sciencefiction. Ik vond deze uitspraken op het internet, door mijzelf vertaald.

Brid-Aine Parnell; “Higgs Boson Seems To Prove That The Universe Doesn’t Exist”:

“Niemand van ons zou hier moeten zijn. In feite zouden de hele wereld, de sterren en de sterrenstelsels hier ook niet moeten zijn. Volgens een nieuwe kosmologische studie had ons hele universum een moment nadat het voor het eerst was gemaakt, moeten verdwijnen.

Onderzoek van Britse kosmologen aan King’s College London (KCL) suggereert dat het heelal niet langer dan een seconde na de oerknal had mogen duren, volgens het standaardmodel dat wordt gesuggereerd door het Higgs-deeltje dat in 2012 werd gezien, samen met recente astronomische waarnemingen.”

Bron: www.forbes.com/sites/bridaineparnell/2014/06/24/higgs-boson-seems-to-prove-that-the-universe-doesnt-exist/#7b9e46d470a4

Van de website van CERN; “The matter-antimatter asymmetry problem — The Big Bang should have created equal amounts of matter and antimatter. So why is there far more matter than antimatter in the universe?”:

“De oerknal had in het vroege universum gelijke hoeveelheden materie en antimaterie moeten creëren. Maar tegenwoordig bestaat alles wat we zien, van de kleinste levensvormen op aarde tot de grootste sterrenobjecten, bijna volledig uit materie. [..] Een van de grootste uitdagingen in de natuurkunde is om erachter te komen wat er met de antimaterie is gebeurd, of waarom we een asymmetrie zien tussen materie en antimaterie.

Antimaterie-deeltjes delen dezelfde massa als hun materie-tegenhangers, maar eigenschappen zoals elektrische lading zijn tegengesteld. [..] Materie- en antimateriedeeltjes worden altijd als paar geproduceerd en, als ze in contact komen, vernietigen ze elkaar en laten ze pure energie achter. Tijdens de eerste fracties van een seconde van de oerknal zoemde het hete en dichte universum van deeltjes-antideeltjesparen die in en uit het bestaan ​​kwamen. Als materie en antimaterie samen worden gecreëerd en vernietigd, lijkt het erop dat het universum niets anders zou moeten bevatten dan overgebleven energie.”

Bron: home.cern/science/physics/matter-antimatter-asymmetry-problem

Marco Gersabeck; “Why Is There More Matter Than Antimatter?”:

“Laten we zo’n 13,8 miljard jaar teruggaan in de tijd, naar de oerknal. Deze gebeurtenis produceerde gelijke hoeveelheden van de materie waar je van gemaakt bent en iets dat antimaterie wordt genoemd. Er wordt aangenomen dat elk deeltje een antimaterie-metgezel heeft die vrijwel identiek is aan zichzelf, maar met de tegenovergestelde lading. Wanneer een deeltje en zijn antideeltje elkaar ontmoeten, vernietigen ze elkaar — verdwijnen in een uitbarsting van licht.

Waarom het universum dat we vandaag zien volledig uit materie bestaat, is een van de grootste mysteries van de moderne fysica. Als er ooit een gelijke hoeveelheid antimaterie was geweest, zou alles in het universum zijn vernietigd.”

Bron: www.scientificamerican.com/article/why-is-there-more-matter-than-antimatter

Alles wijst er dus op dat er geen universum kan bestaan, en zelfs als er een oerknal zou zijn geweest — iets wat ook nog steeds theorie is — zou het ontstane universum, als gevolg van de hoeveelheid materie en antimaterie, direct zijn vernietigd in een uitbarsting van licht, waarna er alleen energie zou zijn overgebleven.

Als ik dan kijk naar Een Cursus in Wonderen, die het heeft over “een nietig dwaas idee [..] waarom de Zoon van God vergat te lachen”, dan kunnen we dat nietig dwaas idee — het idee dat onze denkgeest zich kan afscheiden van Eenheid — gelijkstellen aan de oerknal van de wetenschap, aangezien het nietig dwaas idee en de oerknal beiden het begin inluiden van dit universum waarin we schijnbaar bestaan.

Een Cursus in Wonderen stelt ook dat, op het moment dat we dat nietig dwaas idee geloofden en de vergissing van afscheiding van Eenheid als waarheid aannamen, deze vergissing meteen werd gecorrigeerd. Met andere woorden, op het moment dat we de mogelijkheid tot afscheiding serieus namen, werd die vergissing gecorrigeerd en was er weer alleen maar Eenheid, oftewel: ‘Wat is/Bewustzijn/Brahman/Het Absolute/God’ (zie: deel 1).

De denkgeest dacht dat het zich kon afscheiden van Eenheid en dacht een universum te kunnen creëren, maar dat bleek een dwaas idee, waarna die vergissing meteen werd hersteld, waarna het universum meteen weer verdween. Brid-Aine Parnell (zie eerste quote) veronderstelt in feite hetzelfde: “Volgens een nieuwe kosmologische studie had ons hele universum een moment nadat het voor het eerst was gemaakt, moeten verdwijnen.”

Het enige bewijs dat we denken te hebben voor het bestaan van een universum en voor de aanname dat de materie en antimaterie deeltjes — ontstaan uit de oerknal — elkaar niet hebben vernietigt, is dat we allemaal een fysiek en objectief universum ervaren en waarnemen. We zien het en we leven er in, dus dan moet het bestaan, ook al wijst letterlijk alles erop dat het onmogelijk is en is er letterlijk geen greintje bewijs voor dat het wel mogelijk zou kunnen zijn.

Dus wellicht is het een idee om te kijken naar hoe wij dat universum ervaren, en of het wel echt zo is dat wij dat universum ervaren; dat wordt dan deel 3.

Er is geen universum (1)

Afgelopen week kwam het drie keer tot mij. De eerste keer tijdens het kijken en luisteren naar een Facebook-Live uitzending van Brian D. Ridgway en de tweede keer tijdens de herlezing van het boek “Theory of Everything” van Jed McKenna. Tussen neus en lippen door vermelden beide heren in feite hetzelfde:

Er is geen universum!

Brian D. Ridgway zei het zo: “There is no physical universe”; en Jed McKenna schreef: “There is no objective universe.” Nu zou je kunnen beargumenteren dat Jed iets anders bedoelt dan Brian, maar dat wordt onderuitgehaald op de achterflap van Jed’s volgende boek “DREAMSTATE: A Conspiracy Theory”, waar zeer specifiek staat geschreven:

“The central premise of this book
is the admittedly ridiculous
but incontrovertibly true assertion
that the universe does not exist.”

(Vertaling: “Het centrale uitgangspunt van dit boek is de weliswaar belachelijke maar onweerlegbaar ware bewering dat het universum niet bestaat.”)

En dat was de derde keer dat het onder mijn aandacht werd gebracht.

Natuurlijk is het geen verrassing voor me, ik ben me er volledig van bewust dat er geen universum bestaat. Het enige wat bestaat, het enige dat werkelijk waar is, is ‘Wat is’. Jed McKenna noemt dat ‘Consciousness’ (Bewustzijn), de Advaita Vedanta noemt ’t ‘Brahman’ of ‘Het Absolute’ en Een Cursus in Wonderen noemt het ‘God’… en zo zijn er vast nog meer prachtige termen voor gebruikt. De naam doet er feitelijk niet toe, een naam is slechts een symbool van waar het naar verwijst en is dus niet werkelijk het ‘iets’ waarnaar verwezen wordt.

Het idee dat alleen ‘Wat is/Bewustzijn/Brahman/Het Absolute/God’ het enige is dat bestaat — en dus het enige is dat waar is — én dat alles schijnbaar in ‘Wat is/Bewustzijn/Brahman/Het Absolute/God’ verschijnt, is voor mij de echte ware realiteit. Dit in tegenoverstelling tot de door iedereen — inclusief mijzelf — dagelijks ervaren consensus realiteit van deze wereld, die volgens onze waarneming heel erg echt lijkt, maar verder absoluut niet waar is.

Jed McKenna schreef in “Theory of Everything”, nog steeds gebruikmakend van het woord ‘Consciousness’ voor ‘Wat is’, het volgende:

“Consciousness is true, but
the content of consciousness
is not.”

(Vertaling: “Bewustzijn is waar, maar de inhoud van bewustzijn is dat niet.”)

Met andere woorden, ‘Wat is’ (alias: bewustzijn) is waar en alles wat in ‘Wat is’ (alias: bewustzijn) verschijnt is niet waar. Met weer andere woorden, aangezien alleen ‘Wat is’ bestaat en er buiten ‘Wat is’ niets bestaat, moet het universum dat wij waarnemen onderdeel zijn van de inhoud van ‘Wat is’ — en alleen ‘Wat is’ is waar en de inhoud van ‘Wat is’ is dat niet.

Aangezien drie keer scheepsrecht is, en Brian D. Ridgway er altijd op hamert dat iets dat voor je verschijnt altijd voor jou is bedoeld, terwijl Jed McKenna het patronen noemt die zichtbaar worden en aangeven dat het wellicht een goed idee is om er niets mee doen, lijkt het er op dat ik er iets mee moet doen… maar wat?

Schrijven dus, want dat is wat ik doe. Schrijven en beschrijven is de functie van dit lichaam-brein-systeem; het is wat actiefiguur ‘Frits Snips’ al 46 schijnbare levensjaren doet. In een volgende blog ga ik dus maar proberen iets te schrijven over een universum dat niet bestaat, waarom dat zo is en wat dat werkelijk betekent voor een gewone sterveling…. en misschien komen er nog meer zaken aan bod.

Gehechtheid

And there it is! Het meest belangrijke onderdeel van het uitgebreide verdedigingsmechanisme dat er voor moet zorgen dat we vooral niet ontwaken uit de droomstaat: gehechtheid!

Dit kan gehechtheid zijn aan uiteenlopende zaken, zoals macht, geld, verslavende middelen, vrienden, familie, zo’n beetje alles waar we ons afhankelijk van voelen of wat we als een deel van onze persona zien. Als we werkelijk willen ontwaken uit de droomstaat, dan moeten we afscheid nemen van die gehechtheid, alle gehechtheid, niets uitgezonderd!

Ik geloof niet dat er heel veel spirituele stromingen zijn die het hebben over het verbreken of verwijderen van gehechtheid. Ik geloof zelfs dat de meeste stromingen juist het samenzijn en verbonden zijn met alles en iedereen om je heen propageren. Dit is logisch, omdat de meeste spirituele stromingen er niet op uit zijn om je wakker te laten worden. Jed McKenna noemt de spirituele marktplaats de laatste verdedigingslinie van Maya (de godin van illusie), en ik ben het daarin wel met hem eens.

Het klinkt ook heel erg radicaal om alle gehechtheid en verbintenissen te verbreken als je dit ziet als afscheid nemen van al je vrienden en familie, van alles wat je dierbaar is en alles waar je plezier aan beleeft, maar zo wordt dat in mijn visie niet bedoeld. Het enige wat je kwijt moet zien te raken is je afhankelijkheid van die gehechtheid, dat is, als je tenminste wakker wilt worden in of uit de droomstaat.

Dit doe je door je bewust te zijn van die afhankelijkheid, door te voelen wat die afhankelijkheid met je doet, door te zien dat het emoties bij je oproept. Ik ervoer dit kortgeleden nadat ik een bericht had geplaatst op Facebook waar mijn zus enigszins negatief op reageerde — negatief in mijn ogen dan, puur subjectief dus. Ik voelde een emotie opkomen en realiseerde me dat ik mij dus nog afhankelijk voelde van wat zij vindt van wat ik zeg, denk, voel, doe, et cetera.

Het moment dat ik me dit realiseerde, was het opgelost. Dit betekent niet dat ik geen band meer heb met mijn zus, alleen dat ik er niet meer (of minder, dat moet ik nog ervaren) afhankelijk van ben. Bij mij gaat dit proces heel snel omdat ik al jaren bezig ben met het verwijderen van die afhankelijkheid en daarmee het verbreken van de gehechtheid. Voor iemand die hier net mee begint, kost het meer moeite en duurt het allemaal wat langer… zoals dat ook bij mij het geval was, toen ik er mee begon.

De reden waarom het verbreken van gehechtheid zo belangrijk is binnen het proces van ontwaken, is omdat het feit dat ik gehecht ben aan iets of iemand buiten mij, aangeeft dat ik ergens onbewust nog steeds geloof of vasthoud aan dualiteit. Er is blijkbaar iets of iemand buiten mij waaraan ik gehecht ben of waarvan ik afhankelijk ben… terwijl er niemand anders is. (Dit “er is niemand anders” idee heb ik geprobeerd uit te leggen in mijn vorige blog.)

Alles en iedereen is een externe projectie van mijn innerlijke conditie — ‘mijn’ houdt in: ‘ik als denkgeest’ — waardoor alles en iedereen buiten mij niets anders kan zijn dan dat wat ik ben, en afhankelijkheid van- of gehechtheid aan iets of iemand kan alleen bestaan als dat iets of die iemand gezien wordt als anders dan wat ik ben en separaat van mij.

Dus, hoewel de reactie van mijn zus in eerste instantie een negatieve emotie deed opborrelen, ben ik nu heel erg dankbaar voor haar reactie. Het heeft me weer verder geholpen in het verwijderen van gehechtheid en afhankelijkheid en ze heeft me — hoewel ze er zelf volgens mij niet in gelooft — geholpen nog meer te ontwaken uit de droomstaat. Ik ben benieuwd wat er nog meer aan gehechtheid leeft in dat ondergrondse gewelf van mijn onder- en onbewuste egozelf.