De IK en egocentrisch gedrag

Het lijkt mij dat elk probleem in de kern alleen maar voortkomt uit het idee een IK te zijn die van alles wil, van alles denkt te moeten, van alles denkt nodig te hebben en op van alles en nog wat recht denkt te hebben. Het idee een IK te zijn betekent dat er een andere IK tegenover staat en dat levert automatisch egocentrisch gedrag op en dat kan alleen maar ten koste gaan van de omgeving van die IK, de directe leefruimte en alles wat daarin schijnbaar leeft.

Natuurlijk is dit egocentrisch gedrag bij de een destructiever dan bij de ander, maar zolang je denkt iets te willen of te moeten, zolang je gelooft dat je iets nodig hebt of ergens recht op hebt, ontneem je dat van je omgeving. Gezien het gegeven dat er 7,7 miljard (telling van 2019) van die IKKEN op aarde leven die allemaal van alles willen, van alles denken te moeten, van alles denken nodig te hebben en op van alles en nog wat recht denken te hebben, kan dat niet anders dan het kernprobleem van alle problemen zijn.

Een probleem bij het oplossen van al die problemen is dat elke IK gelooft dat hij niet een kern van het probleem is. Het ligt altijd aan de omstandigheden buiten hem en aan een andere IK of al die andere IKKEN. Dit betekent dat er 7,7 miljard IKKEN zijn die er van overtuigd zijn dat zij niet het probleem zijn. In principe is het ook zo dat het probleem gecreëerd wordt door een andere IK, maar het is helaas zo dat elke IK ten opzichte van een andere IK ook een andere IK is die gelooft dat die andere IK het probleem creëert.

Het is onmogelijk om de problemen die wij als extern zien op te lossen als geen enkele IK bereid is om het probleem intern op te lossen. Dit levert weer een nieuw probleem op, namelijk dat de kern van elk probleem de identificatie met die IK is; het idee die IK te zijn. We geloven allemaal dat we een losstaand en zelfstandig personage zijn en omdat we geloven dat we van alles willen, van alles moeten, van alles nodig hebben en op van alles en nog wat recht hebben — wat allemaal ten koste gaat van de omgeving — creëren we automatisch problemen.

Los van de vaststelling dat we van alles denken te willen, denken te moeten, denken nodig te hebben en overal recht op denken te hebben, zijn we bang dat elke andere IK precies hetzelfde wil. Omdat we geloven in schaarste in plaats van overvloed, geloven we dat we iets niet kunnen verkrijgen als die andere IK het heeft, of als we het wel verkrijgen, dan geloven we dat die andere IK het ook wil en het van ons zal of kan afnemen.

Het probleem is niet dat een ander heeft wat wij willen of dat wij hebben wat een ander wil, het probleem is de identificatie met het idee die IK te zijn ten opzichte van een andere IK. Zonder het idee en de overtuiging die IK te zijn, is er niet werkelijk een personage dat iets wil, iets moet, iets nodig heeft of ergens recht op denkt te hebben. Er is dan alleen dat wat gebeurt zonder dat dit goed of fout is, zonder dat er teveel of te weinig is.

Mijn ervaring is dat er zonder de IK-identificatie altijd precies is wat nodig is, zonder dat dit ten koste gaat van de omgeving en wat daarin schijnbaar bestaat. Zonder het door die IK-identificatie gecreëerde egocentrisme komt het idee dat er te weinig kan zijn of dat er een tekort kan ontstaan niet op en daarmee is de kern van letterlijk alle problemen automatisch verwijderd.

Stel je voor dat de gehele 7,7 miljard aan menselijke verschijningen zich niet meer zouden zien als zo’n IK. Die 7,7 miljard menselijke verschijningen zouden dan niet meer iets willen, moeten en nodig hebben of ergens recht op denken te hebben. Het is mijn oprechte overtuiging dat er dan voor alles — de 7,7 miljard menselijke verschijningen plus alle dierlijke verschijningen plus alle plantaardige verschijningen en zelfs het gehele universum — precies zal zijn wat nodig is.

Ik weet dat dit een utopie gedachte is en ik weet dat het nooit zo zal zijn. Niet omdat wij slecht zijn, maar omdat dit hele gebeuren alleen kan bestaan bij de gratie van de illusie van dualisme en daarvoor is het nodig dat wij egocentrisch zijn en dat letterlijk alles ergens tegenover staat, maar volgens mij is het in theorie wel mogelijk.

Na de dood

Toen mijn moeder in 2015 stierf, bleek dat zij een brief had geschreven met daarin haar laatste woorden aan de familie en haar wensen voor haar crematie. Ik zal het briefje hier niet integraal gaan plaatsen, omdat dit vanzelfsprekend persoonlijk is, maar het einde wil ik jullie niet onthouden; bij wijze van voorbeeld.

Ze eindigde haar brief met:

“Mijn leven is voor mijn gevoel goed verlopen. Dus – jullie allemaal – niemand uitgezonderd, bedankt dat jullie in mijn leven waren. En heel veel liefs van Evie

Huishoudelijke mededeling.
Ik ben geen donor! En ik wil niet dat andere mensen mij nog kijken A.U B.

Muziek!
Paul Weller – Wild wood
Bob Seger – Like a rock
The Alan Parsons Project – Old and wise”

We vonden het allemaal heel mooi dat ze dit achter had gelaten en vanzelfsprekend namen we ons allemaal voor om ook zoiets te doen.

Vanochtend werd ik wakker met het bovenstaande in mijn gedachten en nam me voor om vandaag dan eindelijk zo’n brief te gaan schrijven; maar toen ik begon met schrijven, merkte ik dat iets mij tegenhield. Het was niet de angst voor de dood of het doodgaan, want die heb ik niet (ik ben in principe elk moment klaar om te sterven), en het was ook niet dat ik niet wist wat te schrijven. Het was puur dat ik er het nut niet van inzag, omdat het me werkelijk niet iets kan schelen wat er na mijn sterven wel of niet gebeurt.

Een reden waarom ik zo’n brief zou schrijven, zou zijn om de nabestaanden iets mee te geven, iets na te laten, maar ik heb niets om na te laten. Als ze na mijn dood mijn huis goed doorzoeken, vinden ze vanzelf alle informatie die ze nodig hebben om mijn ‘zaken’ af te handelen, in mijn telefoon staan de telefoonnummers van de mensen die geïnformeerd zouden moeten worden, in mijn computer staan nog veel meer gegevens over mij en ligt ergens een schrift met de nodige wachtwoorden (en ja, ik weet, dat mag niet, want dan kunnen mensen die zien en misbruiken, maar ik heb niet de gewoonte om zo spastisch en krampachtig door het leven te gaan).

Een andere reden, de reden die mijn moeder waarschijnlijk had, is om de kans te hebben mijn nabestaanden iets te vertellen en hen te laten weten welke muziek er gedraaid moet worden. Deze reden bestaat voor mij niet meer. Ik heb niets meer te vertellen, niet meer dan ik al tijdens het leven doe (en na mijn dood dus heb gedaan) en welke muziek er gedraaid wordt kan mij eigenlijk niet zo heel veel meer schelen.

De begrafenis of crematie — als dat tegen die tijd nog mag ten opzichte van het stikstofbeleid en de klimaatregels — is uiteindelijk alleen voor de nabestaanden. Het is hun kans om voor de laatste keer afscheid te nemen van de overledene. Het lijkt mij dus veel beter dat zij een afscheid organiseren die het beste werkt voor hen. Met andere woorden, verras me maar!

Wat het schrijven van de brief ook tegenwerkt is mijn absolute overtuiging —niet als mentaal verzinsel, maar als directe ervaring — dat dit leven op aarde het dromen van een droom is. Zolang er de identificatie met het gedroomde lichaam bestaat, lijkt het allemaal heel erg echt, maar zodra je een stap naar achter doet en er van een afstand naar kijkt, is er geen andere conclusie mogelijk: dit is het dromen van een droom. Het is niet echt en het vindt niet werkelijk plaats. Dit houdt in dat er nooit iemand geboren is en vanzelfsprekend nooit iemand dood kan gaan.

Dat wat ik werkelijk ben is de context waarin het dromen — de content — plaatsvindt. Alleen de context is waar, de content niet. En dat is niet wat ik alleen ben, het is wat iedereen en alles is dat als schijnbare content verschijnt binnen de context. Ik weet niet wat er gebeurt na het afleggen van het lichaam. Ik weet niet wat er met het schijnbare punt van perspectief dat we ‘Frits’ noemen gebeurt wanneer dit het lichaam verlaat, dus misschien zal ik gewoon aanwezig zijn bij mijn begrafenis. Niet als lichaam, niet als ‘Frits’, maar misschien als een soort van lichaamsloos bewustzijn, en dan zie ik wel wat voor moois jullie er van hebben gemaakt.

Evenzogoed kan het ook zo zijn dat met het einde van ‘Frits’ het dromen ophoudt en dat er niets overblijft. Geen overleden lichaam, geen begrafenis, geen nabestaanden, geen aarde en geen universum. Ik weet het niet, maar uiteindelijk ga ik het een keer meemaken. Ik ben daar erg benieuwd naar.

Zien en kijken

Het verschil tussen zien en kijken is in feite het verschil tussen waar en niet waar. Als we iets zien met onze ogen dan wordt de informatie verzonden naar ons brein waar het wordt vergeleken met eerdere waarnemingen die daar liggen opgeslagen. Het brein beslist wat dit ‘iets’ is gebaseerd op informatie uit het verleden en we geloven dat we daadwerkelijk zien wat het is. Dit is niet zien maar kijken naar persoonlijk gekleurde perceptie.

Als we het in dagelijkse leven hebben over ‘iets zien’ bedoelen we eigenlijk dat we naar iets kijken en dat waarnemen volgens de perceptie van ons brein. Het is wat ons brein er van maakt gebaseerd op bestaande aannames, geloven en overtuigingen. Perceptie (of waarneming) is “het proces van het verwerven, registreren, interpreteren, selecteren en ordenen van zintuiglijke informatie” (wikipedia) en dat is wat anders dan iets daadwerkelijk zien zoals het is.

Iets zien staat los van wat we waarnemen, het staat los van perceptie, het staat los van wat ons brein denkt dat het is. We kunnen iets alleen werkelijk ‘zien’ wanneer het niet vertekend wordt door aannames, geloven en overtuigingen. Hiertoe zijn we pas in staat wanneer we hebben doorzien dat onze aannames, geloven en overtuigingen geen waarheid zijn. Hiervoor moeten we eerst even vaststellen wat aanname, geloof en overtuiging inhoudt.

Aanname:
Dit is informatie die je hebt aangenomen van een ander zonder het zelf te onderzoeken. Het is alles wat je voor waar hebt aangenomen alleen omdat het je is verteld door andere mensen of is geleerd in het onderwijs. Je neemt het aan zonder dat je zelf ooit hebt vastgesteld dat er daadwerkelijk bewijs bestaat dat aantoont dat het waar is.

Geloof:
Dat is onbewezen informatie die je als waarheid aanneemt. We geloven iets omdat het ons beter uitkomt, omdat we ons er beter door voelen of omdat het iets wegredeneert wat ons niet bevalt, zelfs als het soms overduidelijk waar is. Voor zaken die we niet kunnen verklaren of ongewenst zijn, verzinnen we een reden of oorzaak en maken onszelf wijs dat het waar is bij gebrek aan- of het niet willen ‘zien’ van een andere reden of oorzaak.

Overtuiging:
Dat is de persoonlijke waarheid waarvan jij jezelf hebt overtuigt dat waar is. Het is de informatie waarvan jij gelooft en aanneemt dat waar is en waarvan je overtuigt bent dat het voor iedereen zo is, omdat het voor jou ondenkbaar is dat je ongelijk zou kunnen hebben. Overtuiging is het ultieme zelfbedrog, omdat jij jezelf hebt wijsgemaakt dat iets waar is puur en alleen omdat jij gelooft en aanneemt dat het waar is. Daarbovenop heb jij jezelf wijsgemaakt dat jij daadwerkelijk beter dan een ander in staat bent om vast te stellen of iets waar is of niet.

Het is hopelijk onnodig om te vermelden dat elke aanname, elk geloof en elke overtuiging niets met waarheid te maken heeft, maar puur en alleen met de perceptie van ons brein dat alleen kan werken met oude informatie ten opzichte van eerdere waarnemingen die eveneens verwerkt zijn met oude informatie. Ons brein kan nooit iets nieuws zien en nooit iets nieuws ervaren zonder het te vergelijken met iets wat het al eerder gezien en ervaren heeft en te verbasteren tot iets waarvan het denkt dat het dat is omdat het lijkt op iets wat het al kent.

Wanneer we zeggen dat we iets zien, dan bedoelen we dat we naar iets kijken waarover ons brein beslist wat het is en dat dit is wat het werkelijk is. Hierna overtuigt ons brein ons ervan dat wat we waarnemen daadwerkelijk is wat het is, zonder enig bewijs. Dit wetende moet het niet zo’n grote stap zijn om het grote verschil te begrijpen tussen ‘zien wat is’ en ‘zien wat niet is’, waarbij het eerste werkelijk zien is en het tweede slechts kijken.

‘Zien wat is’ is het zien van iets dat niet is verbasterd door aannames, geloven of overtuigingen. Het is eerder een soort van inherent intern ‘weten’ en niet het daadwerkelijk fysiek zien van iets. Het wordt vaak verward met intuïtie en wordt daarom weggeredeneerd als ongefundeerd, terwijl intuïtie meestal een voorproefje is van werkelijk zien. Echt zien vindt plaats los van de ogen en het brein en is een inherent weten en ervaren van waarheid, terwijl zien met de ogen daarentegen niets anders is dan kijken en dat is een persoonlijk door aannames, geloven en overtuigingen gekleurde en verbasterde perceptie en nooit wat het werkelijk is.

Hoewel ik mijn best heb gedaan, is het ‘zien wat is’ iets dat alleen jijzelf kunt ervaren en elke poging om het onder woorden te brengen en het over te brengen op iemand anders is gedoemd te mislukken, omdat die ander het dankzij zijn brein en de aanwezige aannames, geloven en overtuigingen zal zien als wat het niet is. Werkelijk zien gaat voorbij aan het brein en wordt ervaren door de essentie van wat we zijn, terwijl dat wat we in het dagelijkse leven ‘zien’ noemen slechts kijken is en wat we denken te zien is niets meer dan een persoonlijke perceptie die altijd onwaar is.

Werkelijk zien is niet iets wat jij kunt doen, maar je kunt wel de omstandigheden creëren waardoor er de kans bestaat dat je kunt gaan zien wat werkelijk is. Hiervoor moet naar jezelf kijken en al je aannames, geloven en overtuigingen onder de loep leggen. Bekijk bij alles wat je denkt dat waar is of het een aanname, geloof of overtuiging is of dat jij werkelijk zelf hebt vastgesteld dat het waar moet zijn. Geloof niets wat iemand anders je vertelt, geloof niets wat een meerderheid of minderheid voor waar aanneemt en stoot elke informatie en kennis af als dit slechts een aanname, geloof of overtuiging blijkt te zijn; en alles wat je niet zelf kunt bewijzen of bevestigen is een aanname, geloof of overtuiging.

Dit naar jezelf kijken en alle aannames, geloven en overtuigingen uit je systeem verwijderen moet je bloedserieus willen doen zonder je bezig te houden met wat het gevolg of de uitkomst zou kunnen zijn. Het is bij mijn weten de enige manier om daadwerkelijk te gaan zien wat is, in plaats van je leven lang te blijven kijken naar wat niet is en afhankelijk te zijn van de perceptie van je brein. Bovendien is het bij mijn weten de enige manier om de realiteit, deze wereld, deze Droomstaat, te gaan ervaren vanuit een volwassen perspectief.