Wat het leven is

Zo aan het einde van het jaar lijkt me een mooi moment om eens te bekijken wat dit leven op aarde nou werkelijk is. Dit staat los van wat wij denken dat dit leven is en ook los van wat al die wetenschappers denken dat dit leven is.

Ik moet beginnen met een analogie, en wel de analogie van het dromen. Wanneer je in bed ligt en gaat slapen, bestaat er de kans dat je gaat dromen. Althans, dat is wat jij jezelf, achteraf, wanneer je ontwaakt, wijs maakt. Jijzelf bent niet gaan dromen, maar dromen is iets dat als activiteit ontstaat als gevolg van de diepe slaap. Je bent niet in bed gaan liggen met het idee ‘nu ga ik dromen’, maar je viel in slaap en daar was opeens de schijnbare activiteit ‘dromen’.

Tijdens het dromen ontstaat er een wereld die voorheen niet bestond met daarin een ‘held’ die verdacht veel op jou lijkt. Die ‘held’ is gecreëerd naar het evenbeeld van de bron waarin het dromen gebeurt en jij, als die bron, identificeert jezelf met die ‘held’ van de droom. Niet dat jij daadwerkelijk die ‘held’ bent, want jij, als de bron, ligt in diepe slaap in bed. In feite lig je in coma terwijl het dromen gaande is in jou.

De ‘held’ van de droom maakt van alles mee in een gedroomde wereld waarvan hij denkt en gelooft dat die werkelijkheid is en los van hem staat. Alles wat er in deze wereld gebeurt overkomt hem en heeft effect op hem, en hij, als de ‘held’ van de droom, moet zich beschermen en weren tegen deze buitenwereld. Dit blijft zo tot jij ontwaakt uit je coma, waarna de droom misschien als herinnering blijft bestaan maar niet als daadwerkelijk plaatsgevonden realiteit. Er is letterlijk niets gebeurd.

Het is weliswaar mogelijk om de ‘held’ tijdens het dromen van de droom zich in de droom te laten realiseren dat de realiteit waarin hij zich bevindt het dromen van een droom is. Dit noemen we ‘lucide dromen’. In plaats van dat de gedroomde buitenwereld de ‘held’ van de droom overkomt en beïnvloedt, kan de ‘held’ van de droom in de droom ontwaken en het dromen beïnvloeden. Het dromen overkomt hem niet meer, maar hij overkomt het dromen.

Omdat jij jezelf als bron in coma identificeert met deze ‘held’, geloof je wanneer je wakker wordt uit je coma dat jij de droom hebt kunnen manipuleren en dat jij ‘wakker’ was in de droom, terwijl het alleen maar de ‘held’ in de droom was, het personage dat tijdens het dromen naar jouw evenbeeld is geschapen, dat ‘wakker’ was in de droom en de droom kon manipuleren. Jijzelf lag nog steeds in coma en was niet in staat om iets te doen of iets te willen en je zal het gebeuren pas claimen wanneer je ontwaakt uit die coma.

Dat is wat het leven is, een gedroomd verhaal binnen een bron, en net zoals jij niet je droom droomt, zo ook droomt die ‘bron’ niet het gedroomde verhaal dat schijnbaar of blijkbaar in die ‘bron’ verschijnt. Het verschil tussen de analogie en de werkelijkheid is dat jij in de analogie van de nachtelijke droom ontwaakt als persoon, als ‘iets’, die zich de droom wellicht herinnert en zich dan bewust is van het gedroomde verhaal, terwijl de ‘bron’ in de werkelijkheid niet ‘iets’ is.

Dit houdt in dat in werkelijkheid jij als de ‘held’ van de droom alleen kan ontwaken in de droom en daarmee het dromen om kunt vormen tot lucide dromen. Dit betekent dat de buitenwereld niet iets is dat jou overkomt of effect heeft op jou, maar dat jij de buitenwereld overkomt en dat jij beslist wat het is. Jij hebt dan effect op de buitenwereld omdat die buitenwereld precies hetzelfde is als wat jij bent: het gedroomde in een gedroomd verhaal.

Dit, het ontwaken in het dromen, waarna jij als ‘held’ van de droom ziet wat dit leven werkelijk is, namelijk: het dromen van een droom, is de enige mogelijkheid om volledig mentaal-volwassen in deze schijnbare realiteit te staan. Pas dan zie je wat is in plaats van wat niet is, of liever gezegd, je ziet wat niet is als iets wat niet is in plaats van iets wat is. Het dromen houdt niet op, maar je wordt niet meer in de maling genomen dat het een werkelijke harde realiteit is die werkelijk in positieve of negatieve zin daadwerkelijk effect op je kan hebben, omdat je weet dat het alleen maar dromen is.

Vanzelfsprekend kan er ontwaakt worden uit de droom, maar aangezien ‘de bron’ niet ‘iets’ is, is er niet iets dat ontwaakt uit de droom en is er niet iets dat zich achteraf bewust kan zijn van dat er schijnbaar gedroomd is en kan er niet worden vastgesteld dat er ooit iets is gebeurd. Voor jij als gedroomde ‘held’ binnen het dromen is ontwaken uit de droom letterlijk het absolute einde van jouw verhaal, niet omdat je dan ophoudt te bestaan, maar omdat je nooit hebt bestaan en omdat er nooit werkelijk iets is gebeurd.

Egocentrisch middelpunt

In eerdere artikelen heb ik al eens beschreven hoe ons ik-gevoel ontstaat. Het is een goocheltruc van de ego-denkgeest en het is vrij simpel, maar zo snel dat we het niet zien gebeuren. Het draait letterlijk om het egocentrisch middelpunt.

Als voorbeeld neem ik ‘zien’ dat simpelweg gebeurt. Er is zien en omdat dit zien schijnbaar plaatsvindt in tijd en ruimte wordt er aangenomen dat er iemand is die ziet. Die ‘iemand die ziet’ is een illusie, het is niet waar en wordt alleen maar aangenomen als waar; er is alleen zien als activiteit en dat wordt niet door iets of iemand gedaan.

De ego-denkgeest draait het plaatje volledig om. Waar eerst vanuit het ‘zien’ de onterechte aanname ontstond dat er iemand moet zijn die ziet, bevind die nietbestaande ‘iemand die ziet’ zich na de omdraaiing opeens voor het ‘zien’. Dankzij die omdraaiing is er plotsklaps iemand die actief en opzettelijk kijkt en wij identificeren onszelf met die ‘iemand’, waardoor we vrijwel automatisch zeggen dat wij kijken terwijl we letterlijk niets met die actie te maken hebben.

De as waar het plaatje om draait, waardoor “zien —> iemand die ziet” verandert in “iemand die kijkt —> zien”, noem ik het egocentrisch middelpunt. Het is het punt waarmee we ons identificeren, omdat letterlijk alles om dat punt draait. Zien wordt ‘ik kijk’, horen wordt ‘ik luister’, gedachten worden ‘ik denk’, et cetera. De ego-denkgeest creëert, naar aanleiding van wat spontaan en vanzelf gebeurt, vanuit het niets een personage dat alles claimt als van hem of door hem gedaan en dat personage wordt geprojecteerd op het egocentrische middelpunt dat we denken te zijn, het egocentrisch middelpunt dat we IK noemen.

Wij zijn niet die IK, niet dat egocentrisch middelpunt, wij zijn wat daaraan vooraf gaat, maar omdat we ons door die omdraaiing van de feiten zijn gaan identificeren met en als dat egocentrisch middelpunt hebben we ons ego gecreëerd. We doen wat ego ons opdraagt, omdat we geloven dat wij dat zelf zijn.

Ego gelooft dat het ’t middelpunt van het universum is en het is hetgeen dat zich voelt aangesproken wanneer iemand iets vervelends zegt. Ego is hetgeen dat zich beledigd voelt of aangevallen voelt. Ego is hetgeen dat altijd gelijk moet hebben omdat het ervan overtuigd is dat het altijd gelijk heeft. Ego is en blijft eeuwig een klein kind. Het weet niets, kan niets en is puur en alleen op zichzelf gericht en toch luisteren we er naar alsof het God is.

Het meest belangrijke dat we moeten weten over dat ego is dat het een verzonnen creatie is van de vergissing dat wij geloven dat wij dat egocentrisch middelpunt zijn. De reden waarom we dit zijn gaan geloven is omdat we niet zien dat de ego-denkgeest middels een supersnelle goocheltruc ‘Waarheid’ omdraait en er ‘onze realiteit’ van maakt, zoals ik aan het begin heb beschreven.

Waarheid is dat wij niets te maken hebben met wat er hier allemaal gebeurt en dat niets wat hier allemaal gebeurt ooit enig effect op ons kan hebben, maar onze realiteit is dat we geloven dat dit wel zo is waardoor we het ook ervaren alsof het zo is. Die misvatting draait om dat egocentrisch middelpunt waarmee de ego-denkgeest letterlijk alles verdraait.

Zolang we ons identificeren met dat personage dat alles lijkt te doen, met dat ego dat gecreëerd is vanuit het omdraaien van feiten rond dat egocentrisch middelpunt, bekijken we en handelen we altijd en zonder uitzondering vanuit het verkeerde en onvolwassen perspectief. De meesten van ons doen dit en dat is de reden waarom vrijwel niemand in staat is om een goede weldoordachte beslissing te nemen of een juiste gedachte te hebben, en ook de reden waarom de paar die hiertoe wel in staat zijn voor gek worden verklaard.