Er is geen universum (3)

Op Facebook, waar ik altijd een link naar een nieuwe blog plaats, reageerde iemand als volgt op deel 2 van ‘Er is geen universum’: “Het is niet te bewijzen dat het Universum (niet) werkelijk bestaat!” — en hij heeft gelijk; het is niet te bewijzen dat het universum bestaat en het is niet te bewijzen dat het universum niet bestaat.

Het is ook niet mijn bedoeling om te bewijzen dat er geen universum is, het enige wat ik probeer te doen, is laten zien dat er geen reden is om aan te nemen dat er wel een universum is. Toch nemen we allemaal aan, en voor lief dat er een universum bestaat, puur en alleen omdat we het zien en waarnemen, terwijl er geen werkelijk tastbaar en sluitend bewijs voor is. In feite, zoals ik heb proberen aan te tonen, is er meer bewijs voorhanden dat suggereert dat het niet werkelijk mogelijk is dat er een universum bestaat.

Het enige ‘tastbare’ bewijs dat we hebben voor het bestaan van een universum is dat we het zien en waarnemen, dus dan is de vraag: hoe betrouwbaar en tastbaar is dat zien en waarnemen werkelijk? Het antwoord is: niet zo heel erg betrouwbaar en absoluut niet tastbaar. Dat wat we denken dat we zien is letterlijk wat we denken dat we zien en er is geen enkele reden om aan te nemen dat we werkelijk zien wat het werkelijk is.

Wat onze ogen opvangen, is licht dat weerkaatst op een object en niet het object zelf. Vervolgens wordt dat licht omgezet in data (informatie) en gaat naar ons brein. Dat brein zit opgesloten in een donkere en geluidsdichte ruimte — onze hersenpan — en dat brein, dat zelf niets kan zien en zelf nooit iets heeft waargenomen, beslist wat het is dat wordt gezien en waargenomen, gebaseerd op alle net zo onbetrouwbare informatie uit het verleden.

Wat ook belangrijk is om te realiseren, is dat wat we denken dat we zien, iets is dat drie keer is verwijderd van wat het werkelijk is. Wat we zien is licht dat weerkaatst van een object — dus één keer verwijderd van het object zelf — om vervolgens te worden omgezet in data — dat is dan twee keer verwijderd van het object zelf — waarna het brein verzint wat het moet zijn en er een beeld van vormt — drie keer verwijderd van het object zelf.

Wat we zien en waarnemen, en wat we voor echt waar, absolute realiteit en fysieke werkelijkheid aannemen, is alleen maar, en niets anders dan, dat wat ons brein denkt dat het is, zonder ook maar te weten wat het werkelijk is. Wat we zien is wat ons brein er van maakt, gebaseerd op resultaten uit zijn virtuele verleden, maar het is niet wat het werkelijk is. De aanname dat iets bestaat omdat we het zien en waarnemen is — opnieuw: letterlijk — nergens op gebaseerd en zou nooit voor waar mogen worden aangenomen.

Het is veilig om te stellen dat er nog nooit iemand op aarde heeft rondgelopen die werkelijk direct en objectief iets heeft gezien of waargenomen, laat staan het universum waarin hij denkt te bestaan. Dit staat nog helemaal los van de vraag of dit leven op aarde echt werkelijke werkelijkheid is of een illusie binnen de droomstaat, want zelfs als dit de absoluut fysieke werkelijke werkelijkheid zou zijn, dan nog is de aanname dat er werkelijk een fysiek universum bestaat, niets anders dan een aanname.

We geloven dat er een universum bestaat, maar elk geloof is alleen maar een geloof. Geloven dat er een universum bestaat is net zo geloofwaardig en ongeloofwaardig en net zo gefundeerd en ongefundeerd als geloven dat er kabouters of ufo’s bestaan. Het bestaan van een universum is op zijn best een theorie en een theorie is geen bewijs; het is een idee, een aanname, een veronderstelling.

Het feit dat we een universum zien en ervaren kan net zo goed betekenen dat we compleet waanzinnig zijn en zaken waarnemen die er niet werkelijk zijn; en dat is een idee dat ik persoonlijk het meest aannemelijk vind.

Er is geen universum (2)

Ik ben een beetje gaan zoeken op internet en kwam er al snel achter dat onze wetenschappers eigenlijk ook niet weten waarom er schijnbaar een universum bestaat dat voornamelijk uit materie bestaat, terwijl alle onderzochte wetenschappelijke data er op wijst dat het bestaan van een universum onmogelijk is.

Wanneer materie ontstaat wordt er meteen in gelijke mate antimaterie gecreëerd, omdat er altijd een balans moet zijn. Als er wit is dan moet er evenveel zwart zijn, als er goed is dan moet er evenveel kwaad zijn, puur voor de balans. Dit is eveneens het hele idee achter dualisme, waarover we het allemaal eens zijn; er kan niet het ene zonder het andere bestaan; het draait allemaal om balans. De vraag waarom er wel materie en vrijwel geen antimaterie bestaat, terwijl alles er op wijst dat materie altijd direct evenveel antimaterie creëert, is nog steeds een wetenschappelijk mysterie.

Wanneer materie en antimaterie met elkaar in contact komen, wat volgens de wetenschappelijke modellen na een oerknal zou zijn gebeurd, dan heffen ze elkaar op. Zoals plus en min elkaar opheffen: 20 en -20 creëren samen 0. Wanneer materie en antimaterie samenkomen, dan heffen ze elkaar op en blijft er alleen maar energie over; geen materie en dus geen universum met sterren, planeten, melkwegen, et cetera.

Onze wetenschapper hebben nog geen antwoord op de vraag waarom het lijkt alsof er wel een universum is, terwijl alles er op wijst dat het niet mogelijk is. Ze zijn bezig met theorieën, maar dat zijn geen feiten en vooralsnog letterlijk Sciencefiction. Ik vond deze uitspraken op het internet, door mijzelf vertaald.

Brid-Aine Parnell; “Higgs Boson Seems To Prove That The Universe Doesn’t Exist”:

“Niemand van ons zou hier moeten zijn. In feite zouden de hele wereld, de sterren en de sterrenstelsels hier ook niet moeten zijn. Volgens een nieuwe kosmologische studie had ons hele universum een moment nadat het voor het eerst was gemaakt, moeten verdwijnen.

Onderzoek van Britse kosmologen aan King’s College London (KCL) suggereert dat het heelal niet langer dan een seconde na de oerknal had mogen duren, volgens het standaardmodel dat wordt gesuggereerd door het Higgs-deeltje dat in 2012 werd gezien, samen met recente astronomische waarnemingen.”

Bron: www.forbes.com/sites/bridaineparnell/2014/06/24/higgs-boson-seems-to-prove-that-the-universe-doesnt-exist/#7b9e46d470a4

Van de website van CERN; “The matter-antimatter asymmetry problem — The Big Bang should have created equal amounts of matter and antimatter. So why is there far more matter than antimatter in the universe?”:

“De oerknal had in het vroege universum gelijke hoeveelheden materie en antimaterie moeten creëren. Maar tegenwoordig bestaat alles wat we zien, van de kleinste levensvormen op aarde tot de grootste sterrenobjecten, bijna volledig uit materie. [..] Een van de grootste uitdagingen in de natuurkunde is om erachter te komen wat er met de antimaterie is gebeurd, of waarom we een asymmetrie zien tussen materie en antimaterie.

Antimaterie-deeltjes delen dezelfde massa als hun materie-tegenhangers, maar eigenschappen zoals elektrische lading zijn tegengesteld. [..] Materie- en antimateriedeeltjes worden altijd als paar geproduceerd en, als ze in contact komen, vernietigen ze elkaar en laten ze pure energie achter. Tijdens de eerste fracties van een seconde van de oerknal zoemde het hete en dichte universum van deeltjes-antideeltjesparen die in en uit het bestaan ​​kwamen. Als materie en antimaterie samen worden gecreëerd en vernietigd, lijkt het erop dat het universum niets anders zou moeten bevatten dan overgebleven energie.”

Bron: home.cern/science/physics/matter-antimatter-asymmetry-problem

Marco Gersabeck; “Why Is There More Matter Than Antimatter?”:

“Laten we zo’n 13,8 miljard jaar teruggaan in de tijd, naar de oerknal. Deze gebeurtenis produceerde gelijke hoeveelheden van de materie waar je van gemaakt bent en iets dat antimaterie wordt genoemd. Er wordt aangenomen dat elk deeltje een antimaterie-metgezel heeft die vrijwel identiek is aan zichzelf, maar met de tegenovergestelde lading. Wanneer een deeltje en zijn antideeltje elkaar ontmoeten, vernietigen ze elkaar — verdwijnen in een uitbarsting van licht.

Waarom het universum dat we vandaag zien volledig uit materie bestaat, is een van de grootste mysteries van de moderne fysica. Als er ooit een gelijke hoeveelheid antimaterie was geweest, zou alles in het universum zijn vernietigd.”

Bron: www.scientificamerican.com/article/why-is-there-more-matter-than-antimatter

Alles wijst er dus op dat er geen universum kan bestaan, en zelfs als er een oerknal zou zijn geweest — iets wat ook nog steeds theorie is — zou het ontstane universum, als gevolg van de hoeveelheid materie en antimaterie, direct zijn vernietigd in een uitbarsting van licht, waarna er alleen energie zou zijn overgebleven.

Als ik dan kijk naar Een Cursus in Wonderen, die het heeft over “een nietig dwaas idee [..] waarom de Zoon van God vergat te lachen”, dan kunnen we dat nietig dwaas idee — het idee dat onze denkgeest zich kan afscheiden van Eenheid — gelijkstellen aan de oerknal van de wetenschap, aangezien het nietig dwaas idee en de oerknal beiden het begin inluiden van dit universum waarin we schijnbaar bestaan.

Een Cursus in Wonderen stelt ook dat, op het moment dat we dat nietig dwaas idee geloofden en de vergissing van afscheiding van Eenheid als waarheid aannamen, deze vergissing meteen werd gecorrigeerd. Met andere woorden, op het moment dat we de mogelijkheid tot afscheiding serieus namen, werd die vergissing gecorrigeerd en was er weer alleen maar Eenheid, oftewel: ‘Wat is/Bewustzijn/Brahman/Het Absolute/God’ (zie: deel 1).

De denkgeest dacht dat het zich kon afscheiden van Eenheid en dacht een universum te kunnen creëren, maar dat bleek een dwaas idee, waarna die vergissing meteen werd hersteld, waarna het universum meteen weer verdween. Brid-Aine Parnell (zie eerste quote) veronderstelt in feite hetzelfde: “Volgens een nieuwe kosmologische studie had ons hele universum een moment nadat het voor het eerst was gemaakt, moeten verdwijnen.”

Het enige bewijs dat we denken te hebben voor het bestaan van een universum en voor de aanname dat de materie en antimaterie deeltjes — ontstaan uit de oerknal — elkaar niet hebben vernietigt, is dat we allemaal een fysiek en objectief universum ervaren en waarnemen. We zien het en we leven er in, dus dan moet het bestaan, ook al wijst letterlijk alles erop dat het onmogelijk is en is er letterlijk geen greintje bewijs voor dat het wel mogelijk zou kunnen zijn.

Dus wellicht is het een idee om te kijken naar hoe wij dat universum ervaren, en of het wel echt zo is dat wij dat universum ervaren; dat wordt dan deel 3.

Er is geen universum (1)

Afgelopen week kwam het drie keer tot mij. De eerste keer tijdens het kijken en luisteren naar een Facebook-Live uitzending van Brian D. Ridgway en de tweede keer tijdens de herlezing van het boek “Theory of Everything” van Jed McKenna. Tussen neus en lippen door vermelden beide heren in feite hetzelfde:

Er is geen universum!

Brian D. Ridgway zei het zo: “There is no physical universe”; en Jed McKenna schreef: “There is no objective universe.” Nu zou je kunnen beargumenteren dat Jed iets anders bedoelt dan Brian, maar dat wordt onderuitgehaald op de achterflap van Jed’s volgende boek “DREAMSTATE: A Conspiracy Theory”, waar zeer specifiek staat geschreven:

“The central premise of this book
is the admittedly ridiculous
but incontrovertibly true assertion
that the universe does not exist.”

(Vertaling: “Het centrale uitgangspunt van dit boek is de weliswaar belachelijke maar onweerlegbaar ware bewering dat het universum niet bestaat.”)

En dat was de derde keer dat het onder mijn aandacht werd gebracht.

Natuurlijk is het geen verrassing voor me, ik ben me er volledig van bewust dat er geen universum bestaat. Het enige wat bestaat, het enige dat werkelijk waar is, is ‘Wat is’. Jed McKenna noemt dat ‘Consciousness’ (Bewustzijn), de Advaita Vedanta noemt ’t ‘Brahman’ of ‘Het Absolute’ en Een Cursus in Wonderen noemt het ‘God’… en zo zijn er vast nog meer prachtige termen voor gebruikt. De naam doet er feitelijk niet toe, een naam is slechts een symbool van waar het naar verwijst en is dus niet werkelijk het ‘iets’ waarnaar verwezen wordt.

Het idee dat alleen ‘Wat is/Bewustzijn/Brahman/Het Absolute/God’ het enige is dat bestaat — en dus het enige is dat waar is — én dat alles schijnbaar in ‘Wat is/Bewustzijn/Brahman/Het Absolute/God’ verschijnt, is voor mij de echte ware realiteit. Dit in tegenoverstelling tot de door iedereen — inclusief mijzelf — dagelijks ervaren consensus realiteit van deze wereld, die volgens onze waarneming heel erg echt lijkt, maar verder absoluut niet waar is.

Jed McKenna schreef in “Theory of Everything”, nog steeds gebruikmakend van het woord ‘Consciousness’ voor ‘Wat is’, het volgende:

“Consciousness is true, but
the content of consciousness
is not.”

(Vertaling: “Bewustzijn is waar, maar de inhoud van bewustzijn is dat niet.”)

Met andere woorden, ‘Wat is’ (alias: bewustzijn) is waar en alles wat in ‘Wat is’ (alias: bewustzijn) verschijnt is niet waar. Met weer andere woorden, aangezien alleen ‘Wat is’ bestaat en er buiten ‘Wat is’ niets bestaat, moet het universum dat wij waarnemen onderdeel zijn van de inhoud van ‘Wat is’ — en alleen ‘Wat is’ is waar en de inhoud van ‘Wat is’ is dat niet.

Aangezien drie keer scheepsrecht is, en Brian D. Ridgway er altijd op hamert dat iets dat voor je verschijnt altijd voor jou is bedoeld, terwijl Jed McKenna het patronen noemt die zichtbaar worden en aangeven dat het wellicht een goed idee is om er niets mee doen, lijkt het er op dat ik er iets mee moet doen… maar wat?

Schrijven dus, want dat is wat ik doe. Schrijven en beschrijven is de functie van dit lichaam-brein-systeem; het is wat actiefiguur ‘Frits Snips’ al 46 schijnbare levensjaren doet. In een volgende blog ga ik dus maar proberen iets te schrijven over een universum dat niet bestaat, waarom dat zo is en wat dat werkelijk betekent voor een gewone sterveling…. en misschien komen er nog meer zaken aan bod.

Gehechtheid

And there it is! Het meest belangrijke onderdeel van het uitgebreide verdedigingsmechanisme dat er voor moet zorgen dat we vooral niet ontwaken uit de droomstaat: gehechtheid!

Dit kan gehechtheid zijn aan uiteenlopende zaken, zoals macht, geld, verslavende middelen, vrienden, familie, zo’n beetje alles waar we ons afhankelijk van voelen of wat we als een deel van onze persona zien. Als we werkelijk willen ontwaken uit de droomstaat, dan moeten we afscheid nemen van die gehechtheid, alle gehechtheid, niets uitgezonderd!

Ik geloof niet dat er heel veel spirituele stromingen zijn die het hebben over het verbreken of verwijderen van gehechtheid. Ik geloof zelfs dat de meeste stromingen juist het samenzijn en verbonden zijn met alles en iedereen om je heen propageren. Dit is logisch, omdat de meeste spirituele stromingen er niet op uit zijn om je wakker te laten worden. Jed McKenna noemt de spirituele marktplaats de laatste verdedigingslinie van Maya (de godin van illusie), en ik ben het daarin wel met hem eens.

Het klinkt ook heel erg radicaal om alle gehechtheid en verbintenissen te verbreken als je dit ziet als afscheid nemen van al je vrienden en familie, van alles wat je dierbaar is en alles waar je plezier aan beleeft, maar zo wordt dat in mijn visie niet bedoeld. Het enige wat je kwijt moet zien te raken is je afhankelijkheid van die gehechtheid, dat is, als je tenminste wakker wilt worden in of uit de droomstaat.

Dit doe je door je bewust te zijn van die afhankelijkheid, door te voelen wat die afhankelijkheid met je doet, door te zien dat het emoties bij je oproept. Ik ervoer dit kortgeleden nadat ik een bericht had geplaatst op Facebook waar mijn zus enigszins negatief op reageerde — negatief in mijn ogen dan, puur subjectief dus. Ik voelde een emotie opkomen en realiseerde me dat ik mij dus nog afhankelijk voelde van wat zij vindt van wat ik zeg, denk, voel, doe, et cetera.

Het moment dat ik me dit realiseerde, was het opgelost. Dit betekent niet dat ik geen band meer heb met mijn zus, alleen dat ik er niet meer (of minder, dat moet ik nog ervaren) afhankelijk van ben. Bij mij gaat dit proces heel snel omdat ik al jaren bezig ben met het verwijderen van die afhankelijkheid en daarmee het verbreken van de gehechtheid. Voor iemand die hier net mee begint, kost het meer moeite en duurt het allemaal wat langer… zoals dat ook bij mij het geval was, toen ik er mee begon.

De reden waarom het verbreken van gehechtheid zo belangrijk is binnen het proces van ontwaken, is omdat het feit dat ik gehecht ben aan iets of iemand buiten mij, aangeeft dat ik ergens onbewust nog steeds geloof of vasthoud aan dualiteit. Er is blijkbaar iets of iemand buiten mij waaraan ik gehecht ben of waarvan ik afhankelijk ben… terwijl er niemand anders is. (Dit “er is niemand anders” idee heb ik geprobeerd uit te leggen in mijn vorige blog.)

Alles en iedereen is een externe projectie van mijn innerlijke conditie — ‘mijn’ houdt in: ‘ik als denkgeest’ — waardoor alles en iedereen buiten mij niets anders kan zijn dan dat wat ik ben, en afhankelijkheid van- of gehechtheid aan iets of iemand kan alleen bestaan als dat iets of die iemand gezien wordt als anders dan wat ik ben en separaat van mij.

Dus, hoewel de reactie van mijn zus in eerste instantie een negatieve emotie deed opborrelen, ben ik nu heel erg dankbaar voor haar reactie. Het heeft me weer verder geholpen in het verwijderen van gehechtheid en afhankelijkheid en ze heeft me — hoewel ze er zelf volgens mij niet in gelooft — geholpen nog meer te ontwaken uit de droomstaat. Ik ben benieuwd wat er nog meer aan gehechtheid leeft in dat ondergrondse gewelf van mijn onder- en onbewuste egozelf.

Orde op zaken

Ik voel de noodzaak om wat dingen in woorden om te zetten. Orde op zaken stellen, zoals men wel zegt, en ik vermoed dat het zaken zijn die niet heel erg logisch lijken te zijn binnen de consensusrealiteit en afwijken van wat een meerderheid wellicht als normaal bestempelt.

Veel mensen zullen denken dat hetgeen ik ga schrijven alleen maar een geloof is dat ik aanhang, en dan ook nog een volslagen waanzinnig geloof, een ‘busje komt zo’ geloof, maar dat is niet het geval. Ik weet deze zaken zeker en iedereen die de tijd en de moeite zou nemen om de consensusrealiteit te onderzoeken, zal gaan zien wat is in plaats van wat niet is en kan het dan ook zeker weten.

Om te beginnen heb ik vastgesteld dat er geen fysiek universum bestaat. Dit betekent dat alles wat gezien en ervaren wordt, niet werkelijk plaatsvindt. Binnen dat wat ik als schijnbaar lichaam zie en ervaar, bestaan er geen woorden om precies te beschrijven wat het dan wel is en hoe het werkt, maar het dichtst bij de ‘waarheid’ komt het symbolische idee van het dromen van een droom.

Het ‘iets’ waarbinnen het dromen van die droom is ontstaan — Een Cursus in Wonderen noemt dit ‘de denkgeest’ —, is wat ik ben. Ik ben dat ‘iets’ dat schijnbaar droomt en middels dat dromen projecteer ik mijzelf in veelvouden, oftewel in dualiteit. In die droom projecteer ik mijzelf in de vorm van een lichaam in een wereld vol met verschillende losstaande objecten en personages die wel of niet het beste met mij voorhebben.

Dit betekent dat ik binnen deze consensusrealiteit — het dromen van een leven op aarde — een losstaand personage lijk te zijn dat op elk moment bedreigd kan worden door de wereld om hem heen, terwijl ik in absolute waarheid alles ben. Ik ben dat personage, ik ben al die andere objecten en personages en ik ben die wereld. Ik ben letterlijk alles wat ik zie en ervaar in deze droomstaat en ik ben dat wat ziet en ervaart, omdat ik dat ‘iets’ ben waarbinnen het dromen van de droom plaatsvindt.

Kort gezegd, toen ik hier op aarde leek te verschijnen, op 19 september 1965, geloofde ik dat ik een van de vele personages op aarde was, terwijl ik in feite de enige ben die hier schijnbaar is. Ik ben de alfa en omega! Binnen de dualistische consensusrealiteit klinkt dit heel erg arrogant, maar in feite is iedereen diezelfde alfa en omega, omdat alles en iedereen letterlijk een projectie is binnen het dromen van de droom. Alles is ik en daarom is die ik alles, en ik ben die ik… maar jij ook.

Alles en iedereen is dat ‘iets’ waarbinnen het dromen van de droom plaatsvindt, dus als ik zeg dat ik het enige ben dat er is en dat ik de alfa en omega ben, dan geldt dit voor alles en iedereen precies zo. Het geldt ook voor jou, jij die dit nu lijkt te lezen. Dit betekent ook dat alles en iedereen, alles wat lijkt te gebeuren en wat lijkt plaats te vinden, alleen iets zegt over mij, omdat ik de enige ben die hier is en alles en iedereen is mijn projectie binnen het dromen van de droom.

Ik ben letterlijk alleen op de wereld en bovendien ben ik die wereld en alles erop en eraan. Ik ben alles en alles is een projectie van, voor en door mij. Niet ik als lichaam, niet ik als Frits, maar ik als dat ‘iets’ waarbinnen het dromen van de droom plaatsvindt; ik als ‘de denkgeest’, bij gebrek aan een beter symbool.

Naschrift:
Dit betekent niet dat we allemaal één zijn, dat is een foutieve in de droomstaat en ogen gesloten uitleg. Het betekent dat er alleen maar dat ‘iets’ is, die denkgeest, en dat alles en iedereen niet één is maar wel hetzelfde, namelijk, een projectie binnen het dromen van de droom. Er is geen ‘wij zijn’, er is alleen maar ‘ik ben’ en dat is die denkgeest.

Alles is oké (2)

Het is al dagenlang bloedheet in Nederland en het lichaam waarmee ik het moet doen is daartegen slecht bestand — zo blijkt. We zitten nu op acht tropische dagen en dat houdt in dat het elke dag 30° Celsius of hoger is. Meestal hoger, helaas.

Ik merk dat ik vandaag wil dat het anders is. Ik wil dat het ophoudt en weer koeler wordt, zodat ik kan gaan wandelen en weer actief kan zijn zonder me kapot te zweten. Met andere woorden: ik krijg de pest in, maar — zoals Een Cursus in Wonderen zegt — niet om de reden die ik denk.

Het lijkt vaak zo te zijn, dat wanneer een nieuw inzicht zich heeft genesteld, alles in het werk wordt gesteld om dit weer terug te draaien. Ik denk ook dat dit zo is, want het enige doel van de droomstaat is om de droomstaat in stand te houden en als werkelijkheid te zien. Alles wat dit plan tegenwerkt of onderuithaalt moet in de knop worden gebroken.

Het inzicht dat ik had was heel duidelijk en blijkt een van de sterkste tegengiffen tegen de droomstaat te zijn. Heel simpel gezegd komt het hier op neer: alles is precies zoals het moet zijn, er is niets mis, omdat het alleen maar het resultaat kan zijn van wat ik — als denkgeest — schijnbaar heb gewild. Wat ik ervaar is wat ik blijkbaar geloof en daarmee is alles wat ik zie en ervaar er alleen voor mij om van te leren.

Na dat inzicht ontstaat er, opnieuw vanuit Een Cursus in Wonderen, de vraag: onder leiding van welke ‘leraar’ heb ik dit gewild? Heb ik dit gewild onder leiding van de ego-denkgeest, dan wordt het ervaren als vervelend, kut en klote, maar als ik het heb gewild onder leiding van de heilige geest, dan wordt het ervaren als oké, goed en prima. Met andere woorden, het feit dat ik nu vandaag een probleem heb met deze hittegolf, laat mij zien dat ik blijkbaar heb gekozen voor de leiding van de ego-denkgeest.

Waarom weet ik dat dit zo is? Heel simpel. Gisteren was het net zo warm als vandaag en toen heb ik drie uur in de Dierentuin gewerkt (waar ik vrijwilliger ben). Ik heb drie uur lang in de brandende zon gestaan, zonder dat ik daar een probleem mee had. Het was gister bloedheet en helemaal oké, terwijl het nu net zo heet is en blijkbaar niet oké… het enige wat anders kan zijn is de keuze tussen de ego-denkgeest en de heilige geest.

Voor alle duidelijkheid, er is niet zoiets als een ego-denkgeest of een heilige geest, dit zijn symbolen voor de onjuist gerichte denkgeest en de juist gerichte denkgeest. Denk ik vanuit de eerste, dan ervaar ik mijzelf als ‘slachtoffer’ en alles als iets wat mij overkomt, denk ik vanuit de tweede, dan gaat het niet over mij en wordt alles als oké ervaren. En, voor nog meer duidelijkheid, alles is natuurlijk ook altijd oké en alles gaat in zijn geheel niet over mij.

Deze hittegolf — net als de corona-crisis, net als de daaropvolgende maatregelen, net als de paniekerige mainstream én conspiracy reacties, net als letterlijk alles wat ik heb mogen ervaren in mijn bijna 55 jaar in de droomstaat— is materiaal dat wordt aangeleverd en gepresenteerd, zodat ik de les kan leren die ik moet leren.

Na deze les, in feite na elke les, zijn er twee mogelijke uitkomsten: ik vind het klote of ik vind het oké. De eerste uitkomst — klote! — geeft aan dat ik voor de onjuist gerichte denkgeest heb gekozen, en de tweede — oké! — geeft aan dat ik voor de juist gerichte denkgeest heb gekozen. In het eerste geval ontstaat er de mogelijkheid om opnieuw te kiezen, en in het tweede geval is alles precies zoals het moet zijn… oké!

Natuurlijk is alles, wanneer het als klote wordt ervaren, ook oké, alleen zie en ervaar ik het niet als zodanig. Dus blijkbaar, zoals ik al zei, heb ik vandaag de leiding van de onjuist gerichte denkgeest gekozen. Nu ik dit zie, kan ik overnieuw beginnen met hetzelfde te doen onder leiding van de juist gerichte denkgeest. Dit klink als een hoop extra werk, maar in feite is het werk al gedaan op het moment dat er het inzicht is dat ik voor de onjuist gerichte denkgeest heb gekozen.

Een keuze voor de onjuist gerichte denkgeest heeft altijd als effect een vervelend of ongelukkig gevoel. Zo’n keuze is nooit een onherstelbare fout, het is altijd een vergissing en elke vergissing wordt altijd meteen gecorrigeerd op het moment dat de vergissing wordt gezien en herkend, zoals een schaduw verdwijnt wanneer je er een licht op schijnt

Verlies van interesse

Oké! Het eerste obstakel is de omschrijving van het proces, dus ik moet voorzichtig en soepel in dit verhaal glijden om te voorkomen dat het zweverig wordt. Ik wil iets schrijven over wat ik ervaar als een gevolg, of een effect, van het proces dat ik onbewust 30 jaar geleden ben ingestapt: zoeken naar waarheid.

Die zoektocht heeft geleid naar iets wat Jed McKenna “waarheidsrealisatie” noemt, waarna hij toegeeft dat “onwaarheidsonrealisatie” een betere term is, omdat ‘waarheid’ niet te realiseren is in een droomstaat, maar er wel gerealiseerd kan worden wat onwaar is. Hij noemt het ook wel “blijvend nonduaal bewustzijn”, maar dat vind ik al weer te zweverig en net zo nietszeggend als spirituele verlichting.

Hoe dan ook, het resultaat van werkelijk bloedserieus zoeken naar iets dat waar is, leidt altijd tot ontwaken in de droomstaat en leidt soms tot ontwaken uit de droomstaat, en de laatste tijd realiseer ik me dat dit gepaard gaat met verlies van interesse. Dingen die ik vroeger heel erg leuk en belangrijk vond om te doen — waarbij het spelen in een bandje en muziek maken het meest duidelijke voorbeeld is — worden gestaakt en verdwijnen uit beeld.

Nu wordt ‘verlies van iets’ altijd geassocieerd met ‘verdriet’ of ‘gemis’, maar dat is als gevolg van ontwaken niet het geval. Ik begrijp ook dat ‘verlies van interesse’ een negatieve klank heeft en al snel wordt geassocieerd met ‘desinteresse’ of zelfs ‘apathie’, en ook dat is niet wat hier ervaren wordt. Ik zou, hoe het hier ervaren wordt, liever omschrijven als een bevrijding; wat apart is, aangezien iets wat je leuk en belangrijk vindt niet snel wordt ervaren als gevangenschap.

Zo is er in de loop van de tijd de verbondenheid met verschillende zaken weggevallen. Zaken die ik belangrijk vond en die onbewust nog steeds een deel van mijn persona waren, werden opeens als onbelangrijk ervaren, en ik denk dat dit betekent dat mijn persona langzaam aan het oplossen is. Een ‘persona’ bestaat uit meerdere ‘ikken’ (kunstmatige identificaties) die allemaal verschillende specifieke zaken leuk of belangrijk vinden, en wanneer één zo’n ‘ik’ oplost, verdwijnt ook de interesse in zo’n specifieke zaak.

Elke ik-identificatie, zoals ik al tussen haakjes vermelde, is een kunstmatige identificatie. Het wordt door het ego geconstrueerd om er voor te zorgen dat er niet wordt gezien en gerealiseerd wat de droomstaat werkelijk is en wat wij werkelijk zijn. Alle ik-identificaties zijn verzonnen, waarna ze worden geloofd en uiteindelijk worden gezien als iets dat we werkelijk zijn.

Om weer het voorbeeld van de muziek te nemen; zodra de ‘ik’ die zichzelf identificeerde als muzikant oploste, verdween ook de interesse in muziek maken en het in een bandje spelen. Zo zijn er verschillende identificaties geweest die zomaar zijn verdwenen. Sommige verdwenen geleidelijk en dan realiseerde ik me pas veel later dat ik er al een hele tijd geen interesse in heb gehad, andere verdwenen plotsklaps.

De laatste ‘verdwijning van een ik’ die ik heb kunnen constateren, is de identificatie als ‘conspiracy-onderzoeker’. Mede door de corona-onzin, begon ik me er weer in te verdiepen, maar sinds kort is de interesse er in verdwenen. Het voelt alsof die identificatie zijn nut heeft gehad, zijn doel heeft gediend, en nu is het weer tijd om verder te gaan.

De interesse verdwijnt dus niet omdat ‘conspiracies’ binnen de droomstaat niet waar zouden zijn of plaats zouden vinden, maar omdat de identificatie met de ‘conspiracy-ik’ wegvalt en de persona die dan nog overblijft geen nut ziet in die informatie. Net zoals de identificatie met de ‘muziek-ik’ ooit is weggevallen en de persona die overbleef het bandje en het muziekmaken niet meer nodig had.

Ik ben nog wel in staat om —bij wijze van spreken — de huls of de huid van zo’n weggevallen ‘ik’ aan te trekken. Zo kan ik nog steeds een ‘broer-ik’, ‘zoon’ik’, ‘collega-ik’, ‘conspiracy-ik’ of zelfs ‘muziek-ik’ lijken te zijn, en als het me lukt om me in die ‘rol’ in te leven, dan kan ik een tijdje in de situatie mee gaan, maar ik zie mij niet werkelijk als broer, zoon, collega, conspiracy-onderzoeker of muzikant, omdat ik altijd weet en zie dat ik dat niet meer ben.

Dit is niet iets waar ik controle over heb, het is niet iets dat ik doe, het is zelfs niet iets dat ik per se wil, maar het is blijkbaar een gevolg van altijd maar verder gaan in het scherpstellen van de vraag ‘wat is waarheid?’ Hoe scherper je de vraag stelt, hoe beter je de vraag kunt formuleren, hoe eerder er geen antwoord meer nodig is en hoe sneller de vraag oplost… en daarmee de ‘ik’ die die vraag stelde en daarmee de interesse in het onderwerp of de situatie.

Wat uiteindelijk overblijft is dit lichaam-brein-systeem dat een beetje per moment leeft en geen interesse heeft in wat voor gevolg het kan hebben of hoe het er in de toekomst gaat uitzien. Niets hoeft meer iets te worden en alles mag zijn wat het nu is, zonder enige spijt of schuldgevoelens over het verleden of enige verwachtingen ten opzichte van de toekomst… zelfs ‘nu’ doet er niet meer toe.

Alles is oké

Het is vrijdag 7 augustus. Buiten is het inmiddels — ten tijde van dit schrijven is het 12:50 uur — 30° Celsius en de verwachting is dat het gaat oplopen tot 33°. Dat is voor mij een beetje teveel van het goede, dus ik heb besloten om de rest van de dag binnen te blijven. Ik heb meer dan genoeg boodschappen in huis, ik heb geluncht en nu ben ik dit aan het schrijven.

Zo ziet een blog eruit als ik schrijf over wat er daadwerkelijk gaande is in mijn leven. Fucking boring, right? Het is zelfs nog saaier geworden dan het al was, aangezien ik me letterlijk helemaal niet meer bezighoud met het verleden en de toekomst, en dat was het enige wat nog enig drama kon veroorzaken.

Personages die slapen willen vaak wakker worden om voor altijd bevrijd te zijn van het drama in hun leven zonder de hoogtepunten te verliezen, om de rest van de tijd in hemelse gelukzaligheid te leven met alles wat hun hartje maar begeert… maar de realiteit is anders. Als je wakker wordt, dan is er niets meer wat je begeert, niets wat je moet doen, niets wat je per se wilt en ‘gelukzaligheid’ is niet van toepassing omdat er geen tegenovergestelde meer is.

Nee, wakker zijn is, bekeken vanuit de droomstaat, saai en zeker iets wat je niet zou moeten willen zolang je redelijk gelukkig slaapt. Maar als je eenmaal wakker bent, bestaat ‘saai’ niet meer, dus dat scheelt, maar ook ‘spannend’ is verdwenen. Het enige wat dan nog ervaren wordt, is een ‘oké-zijn’ en dat is, zoals het woord al zegt, alleen maar oké.

Jed McKenna schreef (en ik parafraseer, want ik heb de quote niet bij handen), dat pasgeboren baby’s niet anders worden ervaren dan patiënten op een brandwondenafdeling van een ziekenhuis. Toen ik dat voor het eerst las, begreep ik het niet, maar dat is wat dit is; het resultaat van wakker zijn is zien dat beiden helemaal oké zijn, omdat alles altijd helemaal oké is.

Als er honderden, of duizenden, of honderdduizenden, of voor mijn part miljoenen mensen doodgaan aan een virus, dan is dat net zo oké als dat dit niet zou gebeuren. Voor iemand in de droomstaat klinkt dat harteloos, maar als je uit de droomstaat bent ontwaakt, is het een uiting van absolute liefde voor alles wat schijnbaar is, zonder enig onderscheid.

Het is allemaal oké omdat, als het plaatsvindt, het precies is wat plaatsvindt en niet wat niet plaatsvindt. Het is de externe projectie van de innerlijke conditie van de denkgeest en het kan dus alleen maar een perfecte projectie zijn. De projectie die ik zie is er speciaal voor mij om van af te lezen waar ik mij bevind binnen de droomstaat, en hoe wakkerder ik word, hoe minder drama ik zal ervaren… en wat mij betreft is dat echt heel erg ontzettend oké.

Als ik nu ’s ochtends wakker word, herinner ik mijzelf er aan dat alles helemaal oké is en niet beter zou kunnen zijn, ongeacht wat er staat te gebeuren en ongeacht wat de uitkomst zal zijn. En ja, ik geef het toe, dat is eigenlijk best wel fucking boring.

But I like it!

De externe projectie (2)

Elke situatie waarin ik mij nu bevind, zoals ik al vaker heb gezegd, is de externe projectie van de innerlijke conditie. De vergissing die ik tot nu maakte, is geloven dat ik, in de hoop een leukere externe projectie te creëren, de innerlijke conditie moet aanpassen of veranderen. Dat werkt volgens mij niet.

Dit is een vergissing die gemakkelijk wordt gemaakt, omdat ego letterlijk alles binnen een fractie van een seconde 180° omdraait. Wat er steeds gebeurde, is dat ik me realiseerde dat de ervaring van dit moment de externe projectie is van een innerlijke conditie en vervolgens dacht ik dat ik mij onprettig voelde als gevolg van die externe projectie, terwijl het ‘mij onprettig voelen’ de oorzaak was van de externe projectie.

Kort gezegd: er is een innerlijke conditie, die innerlijke conditie levert een onprettig gevoel op en dat onprettige gevoel wordt extern geprojecteerd als ‘de wereld’. Mijn externe wereld is het gevolg van hoe ik mij voel en hoe ik mij voel is het gevolg van de innerlijke conditie van de denkgeest.

Doordat ego het 180° omdraait en van een oorzaak een gevolg maakt, waardoor het gevolg opeens de oorzaak lijkt te zijn, wordt er gedacht dat ik de innerlijke conditie moet veranderen om zo een externe projectie te creëren waardoor ik mij prettig zou kunnen gaan voelen… en dat werkt dus niet.

De misvatting is als volgt, en ik weet dat ik hetzelfde ga zeggen in andere bewoording: er wordt gedacht dat, omdat de externe projectie mij onprettig doet voelen, ik de innerlijke conditie moet veranderen, waardoor de externe projectie zal worden bijgesteld, waardoor ik mij beter zal gaan voelen; terwijl de externe projectie alleen maar laat zien wat en waar ik nu ben, omdat dit is wat ik blijkbaar hebt gewild!

In plaats van de externe projectie te willen veranderen door de innerlijke conditie aan te passen, dien ik de externe projectie te gebruiken om vast te stellen wat ik dan wel wil, aangezien dat wat ik voorheen wilde niet is waar ik blij van word. Hierin moet ik wel verschrikkelijk, ontiegelijk en niets ontziend eerlijk zijn, ik moet vaststellen wat ik — als denkgeest — absoluut werkelijk wil en daarmee het doel vaststellen.

Zoals Een Cursus in Wonderen ook zegt in hoofdstuk 17.VI:

“In elke situatie waarin je onzeker bent, is het eerste wat je dient na te gaan heel eenvoudig: ‘Wat wil ik dat hiervan komt? Waartoe dient het?’ Opheldering over het doel hoort thuis aan het begin, want dat zal de afloop bepalen.”

Dit dien ik dan niet te doen omdat ik me beter wil voelen en niet omdat ik wil dat de externe projectie verandert, met andere woorden, ik moet dat niet doen omdat ik daadwerkelijk een bepaald effect of een bepaald iets wil creëren, maar puur en alleen omdat dit de enige manier is om de innerlijke conditie bij te stellen.

Door de externe projectie te gebruiken om vast te stellen wat mijn werkelijk doel is — en dat is niet meer geld, een leuker leven of wat voor aardse bullshit dan ook — train ik de denkgeest en verander ik de innerlijke conditie van die denkgeest, waarna de externe projectie zal vormgeven wat ik wil… ook al heb ik geen idee hoe dat er uit gaat zien.

Als die nieuwe externe projectie mij vervolgens rust oplevert — ook wel ‘de vrede van God’ genoemd — dan weet ik dat ik het juiste doel heb vastgesteld, en zo niet, dan gebruik ik deze nieuwe externe projectie om opnieuw het doel vast te stellen. Dit betekent overigens niet dat een externe projectie verkeerd of fout is; elke externe projectie is altijd helemaal perfect voor mij op dit moment!

Nadat ik al het vuilnis en alles wat overbodig is, al mijn veronderstellingen, al mijn aannamen, elk geloof dat ik ooit heb gehad en al mijn gehechtheid aan relaties, materiële en immateriële zaken heb verwijderd, is dit de laatste “spirituele” oefening die nog gedaan hoeft te worden. Het enige wat hiervoor nodig is in absolute eerlijkheid kijken naar de externe projectie, dat wat ik blijkbaar heb gewild, en die te gebruiken om vast te stellen wat het is dat ik werkelijk wil.

Wat ik werkelijk wil kan ik niet verkrijgen door de externe projectie te veranderen, want die is perfect, noch door de denkgeest (de innerlijke conditie) aan te passen, want de denkgeest slaapt, maar alleen door naar de externe projectie te kijken en te zien wat ik blijkbaar heb gewild, om vervolgens vast te stellen of dit werkelijk is wat ik wil. De mate van rust of vrede van God dat dit oplevert, is mijn graadmeter.