Niets doen

Het is het meest lastige om voor elkaar te krijgen: niets doen! Het probleem is, dat op het moment dat je niets gaat doen je iets aan het doen bent, namelijk: niets. In veel gevallen denken we, dat als we maar meegaan met de stroom, dat we dan niets aan het doen zijn, omdat we ons niet verzetten, maar ook dat is iets doen, namelijk: meegaan met de stroom en je niet verzetten.

Het hele corona-gebeuren, de maatregelen, de onzin, de leugens — hoe vreselijk dan ook — is een geweldige periode om te kijken naar dat niets doen. De polarisatie is zo uitvergroot, zo zwart-wit, waarbij voor- en tegenstanders, mensen die het officiële verhaal geloven en zij die dat niet doen, lijnrecht tegenover elkaar staan, waardoor je bijna gedwongen wordt om een standpunt in te nemen. Doe dan maar eens niets! Serieus, hoe doe je dan niets?

Ik schreef het volgende op mijn Facebook pagina:

Of je je nu verzet tegen de schijnbare realiteit of niet, of je nu vecht tegen de ‘machthebbers’ of dat je hen volgt, je maakt de schijnbare realiteit nog steeds echt. Het is echt hetzelfde verschil, twee kanten van dezelfde medaille.

Ik weet dat het moeilijk is om dit te voorkomen, want we willen allemaal iets doen. We willen ermee instemmen of ertegen vechten, maar beide acties maken deel uit van hetzelfde probleem. Je kunt niet winnen, omdat het een doorgestoken kaart is.

Het is een paradox. Het is een Catch 22. Het is een onmogelijke positie waar je niet uit kunt komen, tenzij je ziet dat je er nooit in zat. De oplossing is om het bijna ondoenlijke te doen… Niets.

Het probleem is niet de corona-maatregelen of de situatie waarin we ons nu schijnbaar bevinden. Dat is alleen maar de schijnbare realiteit en het is de functie van de wereld waarin we ons lijken te bevinden om die schijnbare realiteit ‘echt’ te maken, zodat wij geloven dat we hier zijn als een afgescheiden entiteit in een dualistische werkelijkheid. Het probleem is dat we het geloven.

De ego-denkgeest projecteert deze wereld zodat we geloven dat we een losstaande entiteit zijn. Het maakt de ego-denkgeest niet uit of we voor de corona-maatregelen zijn of er tegen, of we geloven dat er een virus is of dat niet geloven, zolang we maar een zijde kiezen en zolang we maar iets geloven.

Het maakt de ego-denkgeest niet uit aan welke kant ik sta, zolang ik maar aan een kant sta en een kant kies. Als ik me verzet tegen de corona-maatregelen, dan geef ik de wereld een werkelijkheidswaarde die het niet verdient, maar als ik me niet verzet en meega met de maatregelen, dan geef ik de wereld dezelfde werkelijkheidswaarde die het niet verdient. Dus de vraag blijft: hoe doe ik dan niets?

Ik ga niet beweren dat ik het weet, maar volgens mij is het gedroomde lichaam-brein-systeem in de droomstaat een autonoom iets. Hiermee bedoel ik dat het gedroomd wordt met een schijnbare functie binnen de droom. Dit betekent dat, wanneer mijn identificatie met het lichaam-brein-systeem wegvalt, het lichaam-brein-systeem nog steeds die functie uitvoert zonder dat ik — als wat ik werkelijk ben — er iets mee van doen heb.

Dit is een tricky iets, want de enige die ziet en weet dat hij in feite niets doet, is de persoon zelf, aangezien het lijkt alsof hij wel iets doet, aangezien hij nog steeds een interactie met de situatie in de wereld heeft. Maar omdat de identificatie met het lichaam-brein-systeem verdwenen is, is het alleen het lichaam-brein-systeem dat iets doet.

Uiteindelijk is er maar één hier en dat ben jezelf. Jijzelf bent éénheid dat zich uit in veelheid. Je bent denkgeest die zich afgescheiden droomt, waardoor het zelf een gespleten denkgeest lijkt te zijn geworden. Binnen die gespleten denkgeest is er een onjuist gerichte denkgeest en een juist gerichte denkgeest ontstaan en de keuze voor de onjuist gerichte denkgeest is waardoor deze wereld wordt geprojecteerd.

De onjuist gerichte denkgeest is wat Een Cursus in Wonderen de ego-denkgeest noemt en de juist gerichte denkgeest wordt de heilige geest genoemd. De overkoepelende denkgeest wordt de keuze makende denkgeest genoemd die voor de ego-denkgeest of de heilige geest kan kiezen. De keuze makende denkgeest is in feite wat jijzelf bent en daar kan de realisatie ontstaan dat het niet het lichaam-brein-systeem is.

Het bovenstaande is een manier om de theorie onder woorden te brengen, maar waar het om gaat is dat je pas niets kunt doen wanneer er de realisatie is dat je niet dat lichaam in die wereld bent. Je kunt pas niets doen wanneer je inziet dat je in werkelijke werkelijkheid niet een fysieke, afgescheiden entiteit bent, maar denkgeest die gelooft dat het zich afgescheiden heeft van éénheid en daarom kiest voor de ego-denkgeest, die vervolgens de dualistische wereld projecteert.

Wanneer je ziet dat jijzelf niet dat lichaam bent, niet dat bent dat iets doet in de gedroomde wereld, dan zie je ook dat jijzelf in feite niets doet en nooit iets hebt gedaan. Op het canvas van de gedroomde wereld, de projectie van de ego-denkgeest, lijkt het nog steeds of er van alles gaande is en dat jij, als het geprojecteerde lichaam, van alles doet en vindt en wilt, maar in de keuze makende denkgeest is er de realisatie en vooral de duidelijkheid dat dit niet werkelijk zo is.

Het maakt dan niet uit of je voor of tegen iets bent, aangezien jij niet dat bent dat voor of tegen iets is. Dus als je ergens voor bent, laat het lichaam dat uiten, en als je ergens tegen bent, laat het lichaam dat dan uiten. Zolang er de duidelijkheid heerst dat jij niet dat lichaam bent die dat alles doet, maakt het allemaal niets uit. Het heeft letterlijk geen enkel effect op wat je werkelijk bent: die denkgeest die droomt en gelooft dat het zich afgescheiden heeft, maar in feite gewoon éénheid is dat zich projecteert als veelheid.

Niets doen is niet niets doen. Niets doen ontstaat spontaan wanneer er de realisatie is dat je niet iets kunt doen en nog nooit iets hebt gedaan, en dat kan alleen ontstaan wanneer jij je realiseert dat je niet dat lichaam op aarde bent, maar éénheid dat zich als veelheid projecteert. Het is de prachtige paradox die stelt dat jij hier niet bent, maar wel de enige bent die hier is.

Frits Snips steunen tijdens de koude wintermaanden? KLIK HIER.

De 180° correctie

De truc die wijzelf op onszelf toepassen is dat we alles 180° hebben omgedraaid en zijn vergeten dat dit is wat we hebben gedaan. De correctie is dan vanzelfsprekend om alles 180° andersom te bezien.

Voor ik verder ga, wil ik aangeven dat ik met ‘wijzelf’ en ‘onszelf’ niet wij als ‘losstaande entiteiten in deze wereld’ bedoel, maar dat wat we allemaal werkelijk zijn, wat alles werkelijk is. Onze ervaring is dat we losstaande entiteiten in een dualistische realiteit zijn, maar als we hier de 180° correctie op toepassen, zien we dat we eenheid in een non-dualistische werkelijkheid moeten zijn.

Ik begrijp dat zo’n 180° correctie heel erg lastig is om toe te passen, omdat we daadwerkelijk geloven dat wat we zien en ervaren de werkelijke realiteit moet zijn. Waarom anders zouden we het zo zien en ervaren? De reden waarom we het zien en ervaren als dualistische realiteit met allemaal losstaande componenten, is omdat we om wat voor reden dan ook wilde vergeten dat we eenheid zijn in een non-dualistische werkelijkheid.

Verschillende spirituele stromingen hebben hiervoor uiteenlopende redenen aangedragen. Het maakt niet uit welke reden jou aanspreekt, omdat het gaat om het effect dat het heeft, en het effect is dat we denken dat we losstaande entiteiten in een dualistische realiteit zijn, terwijl dat niet zo is. We zijn daadwerkelijk het absolute tegenovergestelde.

Binnen Een Cursus in Wonderen wordt het verhaal verteld — en ik parafraseer en kort het in — dat we, omdat we boos waren op God, hebben gekozen voor de ego-denkgeest. Deze ego-denkgeest heeft zichzelf geprojecteert als vele losstaande entiteiten die zich stuk voor stuk identificeren als zijnde een individu, een ego.

In principe heeft de ego-denkgeest zich denkbeeldig opgesplitst in vele ego’s en heeft het ons ervan overtuigd dat wij dat zijn. Als je hier de 180° correctie op loslaat, dan krijg je het volgende:

We denken dat we allemaal een ego hebben, maar als je het omdraait, dan is er maar één ego en dat ego heeft ons allemaal.

Dit haalt de persoonlijke angel uit ons zijn. Wanneer je de 180° correctie toepast, dan zie je meteen dat je niet dat ego bent en dat creëert de mogelijkheid om opnieuw te kiezen, en deze keer niet voor de ego-denkgeest.

Je kunt die 180° correctie in principe overal op toepassen, omdat letterlijk alles 180° is omgedraaid, maar als je begint bij de basis van alles, dan heb je meteen alles gecorrigeerd. Dit lijkt mij niet alleen een slim idee, maar het bespaart je ook nog eens jaren van zelfonderzoek en geld dat je besteedt aan spirituele boeken en geneuzel van goeroes.

De basis van je leven is dat jij gelooft dat je een klein nietig mensje bent dat leeft in een grote potentieel bedreigende wereld binnen de context van de oneindige tijd en ruimte. Als je dit omdraait, dan zie je dat jij de oneindige allesomvattende context bent waarbinnen het verhaal van tijd en ruimte schijnbaar plaatsvindt met daarin een klein nietig mensje waarmee jij je schijnbaar identificeert.

Als je inziet dat jij die oneindige allesomvattende context bent, dan weet je dat dit voor alles en iedereen om je heen ook zo moet zijn; en als je dat ziet, dan weet je dat er alleen maar eenheid is in een non-dualistische werkelijkheid. Je ziet dan dat we niet allemaal één zijn, maar dat eenheid is wat alles en iedereen is. De 180° correctie lost alle paradoxen op en zet alles in de juiste volgorde.

Het bovenstaande is een volledig gratis methode om in één klap alles in het juiste perspectief te kunnen zien. Mocht je er iets aan hebben en toevallig geld overhouden dat je anders zou hebben besteed aan zelfonderzoek, spirituele boeken en goeroes, klik dan even op de link ‘Frits Snips Steunen‘ en gooi wat centjes in mijn virtuele hoed.

Onvoorwaardelijke liefde en vergeving

Een tweetal termen waar ik het even over wil hebben, zijn onvoorwaardelijke liefde en werkelijke vergeving. We denken graag dat we weten wat ze betekenen, maar ik heb daar mijn twijfels over.

Laat ik beginnen met onvoorwaardelijke liefde. Vaak wordt daarvoor het voorbeeld gebruikt van een pasgeboren kind voor de ouder of visa versa. Helaas is dat kind afhankelijk van de ouder, dus dat kunnen we geen liefde noemen, en de ouder heeft het kind op aarde gezet en is daardoor verantwoordelijk voor dat kind en dat heeft niet per se iets met liefde te maken.

Bovendien moet die liefde, als die liefde onvoorwaardelijk is, zich ontwikkelen tot een relatie waarin de ouder niets van het kind verwacht en het kind niets van de moeder, en dat is heel zelden het geval. De ouder verwacht dat het kind op zijn minst gehoorzaam is, of zich ontwikkelt volgens zijn of haar normen en waarden, en het kind verwacht op zijn minst dat de ouder hem of haar beschermd en steunt in zijn of haar verdere leven. Dat zijn voorwaarden en dus niet onvoorwaardelijk.

Onvoorwaardelijke liefde heeft ook niet werkelijk iets te maken met wat wij ‘liefde’ de noemen. Zelfs wat wij liefde noemen heeft niet veel met liefde te maken. Wat wij liefde noemen is een vorm van afhankelijkheid of een vorm van lust. Zolang de afhankelijkheid of de lust wordt bevredigd, zeggen we dat we van iemand houden, zodra die bevrediging er niet meer is, is de liefde voorbij of gaat zelfs over in boosheid of haat.

Hoe zit het dan met vergeving? Weten we dan wel wat vergeving inhoudt? Nou, nee! Echte werkelijke vergeving is niet iets dat gericht is op een deel van het geheel, terwijl dat het soort vergeving is waarmee we hier op aarde mee aan de slag gaan. We vergeven iemand voor iets wat hij heeft gedaan. Met andere woorden, we vinden nog steeds dat hij iets fout heeft gedaan, maar we zien dat door de vingers, zolang hij zich maar volgens onze normen blijft gedragen.

Dat is niet vergeving, dat is zeggen: “Die persoon heeft iets vreselijks gedaan wat eigenlijk onvergeeflijk is, maar omdat ikzelf zo’n geweldige persoon ben, doe ik vanaf nu alsof er niets is gebeurt… maar ik vergeet het niet, dus als die ander weer zoiets flikt, dan trek ik het zo weer uit de kast.”

Dit doen we omdat het voor ons beter uitkomt om die ander te ‘vergeven’ dan om die ander te veroordelen en te laten vallen, maar dat heeft niets met werkelijke vergeving te maken.

Dus wat is die onvoorwaardelijke liefde en die werkelijke vergeving dan wel? Heel simpel gesteld, voor zover ik het kan overzien, is onvoorwaardelijke liefde hetzelfde als werkelijke vergeving. Dus als we weten wat werkelijke vergeving werkelijk is, dan weten we wat onvoorwaardelijke liefde werkelijk is, en visa versa.

Het lijkt mij dat iemand die dit werkelijk wil weten, nu iets te doen heeft om de tweede lockdown door te komen. In een later stadia zal ik mijn eigen ideeën hierover opschrijven, maar voor nu is het denk ik veel constructiever als ieder voor zich gaat onderzoeken wat onvoorwaardelijke liefde en vergeving betekenen en waarom ze onderling inwisselbaar zijn.

Les 5 en Les 34

Gewoonlijk zou ik nu in ARTIS staan om een vrijwilligersdienst te draaien, maar omdat premier Rutte en minister De Jonge hebben besloten dat, onder andere, alle dierentuinen twee weken dicht moeten, zit ik nu thuis met de handen in het haar… dat wil zeggen, als ik haar zou hebben.

Ik zou me heel erg kunnen opwinden over het feit dat een regering mij beknot in mijn vrijheid over een verzonnen pandemie en een virus dat niet bestaat (nog los van het feit dat ik sinds kort heb gezien dat we nooit ziek worden van een virus of een bacterie), maar dat doe ik niet. Misschien heb ik me al genoeg opgewonden en heb ik het eindelijk opgegeven… wat goed zou zijn.

De bovenstaande gedachte kwam langs en vervolgens moest ik denken aan les 5 en les 34 van Een Cursus in Wonderen. Samen zijn ze de samenvatting van wat de Cursus probeert te onderwijzen, maar tezamen zijn ze ook een goede leidraad voor overleven in deze waanzinnig gestoorde maatschappij. Les 5 stelt: Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk; en les 34 stelt: Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien.

Als ik deze lessen volg, dan moet ik ten eerste toegeven dat, stel dat ik mij zou opwinden over het feit dat premier Rutte en minister de Jonge beslissen dat ik iets niet mag doen wat ik heel erg leuk vind om te doen, dit niet is om de reden die ik denk, namelijk, dat ik iets niet mag doen wat ik leuk vind om te doen, en ten tweede dien ik me te realiseren dat ik, hoewel ik me misschien opwind, ik daar vrede voor in de plaats zou kunnen zien.

Het bovenstaande is een logisch gevolg van de twee lessen en ik heb het alleen even helemaal uitgeschreven voor het geval het niet logisch is voor iemand die de Cursus niet kent. Wat voor de een gesneden koek is, is voor een ander misschien een niet te behappen monstercake. Het is dus niet zo dat ik denk dat mijn lezers niet slim genoeg zijn om zelf uit te vogelen wat het daadwerkelijk inhoudt.

Stel dat ik me zou opwinden over wat er gaande is, dan is dat niet om wat premier Rutte doet, niet om wat minister De Jonge doet en niet om het feit dat ik niet mag werken in ARTIS, want dat zijn allemaal personen, objecten en zaken waarop ik mijn boosheid projecteer. Alles is altijd alleen maar de projectie van wat er speelt in de denkgeest — zoals ik al verscheidene keren heb geschreven — en in die denkgeest kan er de keuze worden gemaakt om mee te gaan in die projectie, dus mee te gaan in boosheid, of om ervoor te kiezen die boosheid te vervangen door vrede.

Die laatste stap klinkt simpeler dan hij is, aangezien ik ‘boosheid’ pas kan vervangen door ‘vrede’ als ik inzie dat die boosheid zoals die geprojecteerd wordt niet een legitieme boosheid is en niet ontstaat als gevolg van iets buiten mij. De boosheid ontstaat niet omdat iemand anders — Rutte en De Jonge — iets doet en niet omdat iets buiten mij niet gaat zoals ik graag wil zien dat het gaat, maar omdat ik — als denkgeest — schijnbaar heb gekozen voor het onjuist gerichte deel van die denkgeest in plaats van voor het juist gerichte deel van die denkgeest.

Met andere woorden, les 34 (Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien) kan pas worden uitgevoerd wanneer je in staat bent om terug te keren naar die denkgeest, zodat je op dat niveau kan inzien wat les 5 (Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk) werkelijk betekent. Daarom is les 34 niet les 6, er is een groot leerproces nodig om les 34 op en na les 5 toe te passen.

Niettemin zou je, wanneer je de Cursus goed hebt doorlopen — wat jaren van studie kan betekenen — de hele Cursus weggooien en alleen les 5 en les 34 bewaren: Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk en ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien. Met andere woorden, ik maak me druk over iets waarover ik mij niet werkelijk druk maak, dus ik houd daar mee op, ik adem in en ik adem uit, en vergeet het.

Nu is het geval zo, zoals ik al zei, dat ik me er niet druk over maak, dus wellicht heb ik de Cursus voldoende doorlopen om meteen in te zien dat mijzelf opwinden zinloos is. Het altijd is gericht op iets buiten mij, terwijl alles altijd alleen maar de externe projectie is van de innerlijke conditie. Het is altijd een projectie van de denkgeest die het vervolgens interpreteert als iets wat het niet is en dat heeft letterlijk helemaal niets met zoiets als ‘waarheid’ te maken.

Door terug te keren naar de denkgeest — naar de innerlijke conditie, als het ware — kan het duidelijk worden wat dan wel de reden is van de ‘boosheid’, en dat kan alleen maar het geloof in afscheiding zijn, aangezien alles alleen maar de projectie van dat geloof is. Dit is ongeacht of je ‘weet’ dat alles Eenheid is, ongeacht de mate waarin je ‘verlicht’ of ‘ontwaakt’ bent, want het simpele feit dat je dit duale leven als lichaam-brein-systeem ervaart, betekent dat dit geloof in afscheiding er is.

Door hiervoor in de plaats vrede te zien, vergeef je jezelf als denkgeest dat je schijnbaar nog steeds gelooft in de mogelijkheid tot afscheiding van Eenheid. Het mooie is dat letterlijk iedereen dit kan doen. Je hoeft er niet uitermate slim voor te zijn, je hoeft niet jaren aan de voeten van een goeroe te zitten of duizenden heilige boeken te verslinden… iedereen kan dit nu doen en wakker worden in deze droomstaat.