In de denkgeest

Over om en nabij drie dagen is 2020 voorbij. Het is een tumultueus jaar geweest dat ergens in maart begon te ontsporen toen er opeens een ‘pandemie’ werd afgekondigd. Vanaf dat moment bleek een groot aantal mensen op aarde weg te glijden in een soort van blinde angst, terwijl ikzelf alleen maar in verzet ging.

Ik zag, en zie nog steeds, dat er geen ‘pandemie’ is en dat de angst die mensen ervaren volledig georkestreerd is middels een soort van massa hypnose dat over de wereld werd uitgestort via internetmedia, kranten, televisie, radio en de persconferenties. Als je een leugen maar vaak genoeg herhaald, gaan mensen vanzelf geloven dat het waar is, ongeacht hoe grotesk. de leugen ook is.

Ik merkte dat ik verrast was dat zo ontzettend veel mensen de leugen geloofden en de draconische maatregelen om een schijnbare virus — dat overduidelijk niet veel erger was dan een redelijke griep — te beteugelen accepteerden en ondergingen. Gaandeweg werd ik boos dat zoveel mensen zich zo lieten manipuleren en ergens halverwege oktober werd ik licht depressief van de mate van, wat ik ervoer als, ongekende stompzinnigheid om mij heen.

Halverwege oktober ging Nederland in een tweede gedeeltelijke lockdown en kondigde de Nederlandse regering aan dat er per 1 december een mondkapjesplicht zou ingaan. In mijn wereld is een mondkapjesplicht de meest stupide maatregel van alle stupide maatregelen, aangezien elk onderzoek heeft aangetoond dat ze niet werken, terwijl een groot aantal onderzoeken beweert dat ze zelfs averechts werken en schadelijk voor de gezondheid zijn.

Deze eerste december bleek voor mij een kantelpunt. Ik werd flink depressief wakker en was vooral ook heel erg boos. Op een of andere manier ben ik die dag doorgekomen, eerst als een soort zombie werkende in Artis en daarna waarschijnlijk met de nodige alcohol, maar vooral heel erg boos en steeds depressiever wordend.

Tijdens de nacht van 1 op 2 december had ik een inzicht dat me liet zien wat ego precies doet en waarom ik dit het grootste deel van het jaar, misschien zelf mijn leven, over het hoofd heb gezien. Ik heb meteen de volgende dag een blog geschreven — Schuldgevoel en Angst — waarin ik dit schreef:

De ego-denkgeest creëert schuld. Daardoor voelen we ons schuldig over iets wat we doen wat we niet willen — want, wat zullen anderen er van denken? — of over wat wij geloven dat wij doen ten opzichte van anderen, of we projecteren schuld op anderen voor wat wij geloven dat anderen hebben gedaan ten opzichte van onszelf — of allemaal tegelijk. In alle gevallen creëert dit een idee van ‘ik en die ander’, waardoor er dualiteit ontstaat en een gevoel van gescheidenheid.

Dualiteit en het gevoel van gescheidenheid is het enige wat de ego-denkgeest wil en het enige wat hij nodig heeft om ‘wat is’ het idee te geven dat het een langdurig losstaande entiteit is — alias een lichaam-brein-systeem — kortweg ‘een lichaam’ — in een potentieel bedreigende wereld.

Een week later schreef ik in ‘Kiezen‘ het volgende:

Binnen Een Cursus in Wonderen bestaat er de keuze tussen de heilige geest en de ego-denkgeest, oftewel tussen de juist gerichte denkgeest (liefde) en de onjuist gerichte denkgeest (angst). Dit is in feite een keuze tussen wat waar is en wat niet of, zoals Jed McKenna het schrijft, tussen zien wat is in plaats van zien wat niet is.

Ik heb lange tijd tussen de twee kunnen schipperen, maar nu moet ik kiezen. De wereld zoals wij — als Eenheid — die projecteren staat op scherp en ik kan niet daarin meegaan en tegelijk zeggen dat het niet waar is. De ego-denkgeest wil dat ik er in meega, want daarmee bewijst het dat ik besta als een losstaande fysieke entiteit in een fysieke wereld. Maar ik geloof niet dat ik dit lichaam ben en ik geloof niet dat de wereld een fysieke realiteit is, dus hoe kan ik er dan in meegaan?

Dat was de doorbraak waar het hele jaar 2020 naartoe had gewerkt, waardoor de hele corona-crisis zich van een vreselijke situatie naar het beste dat me kon overkomen transformeerde. Dit klinkt natuurlijk heel erg egoïstische, maar dat verandert zodra je inziet dat er maar één denkgeest is die de wereld projecteert en dat de enige plek waar verandering en transformatie kan plaatsvinden diezelfde denkgeest is. Hierdoor kan het niet iemand anders zijn dan alleen jijzelf die zo’n transformatie kan laten plaatsvinden.

Als dit voor mij zo werkt, dan moet het ook voor iedere andere schijnbare entiteit gelden, zoals jij die dit nu leest. De wereld is een externe duale projectie van een innerlijke non-duale conditie. Je verandert de wereld (de duale projectie) niet door in de wereld zaken te bevechten, je verandert de wereld door in de denkgeest (de non-duale conditie) de perceptie van die wereld te veranderen, waardoor de projectie van die wereld zal worden aangepast.

Met andere woorden, probeer niet de wereld te veranderen, maar verander de manier waarop je naar de wereld kijkt. Daarmee verander je de perceptie van de denkgeest, waardoor de projectie van de wereld automatisch zal worden aangepast aan die nieuwe perceptie.

Nu weet ik ook dat alles in deze wereld jou ervan overtuigt dat de problemen van deze wereld zich daadwerkelijk in deze wereld bevinden. Het is een extreem overtuigende show die wordt opgevoerd door ego en zolang je daarin meegaat, zolang je gelooft dat je dit lichaam in deze wereld bent, zul je oplossingen zoeken in deze wereld, terwijl de oplossing van het probleem zich simpelweg daar bevindt waar het probleem ligt: in de denkgeest.

Verander de denkgeest door te veranderen hoe jij denkt over jezelf en de wereld, en wanneer de denkgeest is aangepast, zul je zien dat hoe jij denkt over jezelf en de wereld opnieuw wordt aangepast, waardoor de denkgeest weer wordt aangepast. Et fucking cetera!

Terug naar de kern

Vanochtend werd ik wakker met een hersenpan vol gedachtes over zaken die op dit moment (nog) niet spelen en zelfs virtuele discussies met mensen die alleen in mijn hoofd aanwezig waren. Kort gezegd, ik was me druk aan het maken over iets wat nu niet speelt, maar wellicht verderop deze week zou kunnen plaatsvinden.

Het is iets wat volgens mij heel veel mensen doen. We maken ons druk over iets dat in de toekomst zou kunnen gebeuren, afgaande op iets wat in het verleden heeft gespeeld. Een altijd zinloze exercitie, aangezien er alleen dit moment nu hier is. Het verleden is voorbij, de toekomst is alleen maar een idee en niemand weet hoe die er uit gaat zien, wat er gaat gebeuren en hoe dat zich zal uitspelen.

Het enige wat ik kan doen om dat soort van razernij in mijn hoofd te stoppen, is terug redeneren naar wat ik werkelijk weet, terug naar de kern. Ik kwam vanochtend, zoals altijd, weer hierop uit:

Er is alleen wat is (de context) met daarin de projectie van wat lijkt te zijn (ik en de wereld). De context is, de projectie is niet.

De context is het enige dat bestaat. Binnen die context is het gevoel IK BEN ontstaan als gevolg van een ‘nietig dwaas idee’ van afscheiding. Het gevoel IK BEN is de projector en het idee ‘ik ben dit lichaam in deze wereld’ is de projectie. De keuze tussen ego — de onjuist gerichte denkgeest — of niet ego — de juist gerichte denkgeest — is wat de projectie definieert.

“In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen.”

Uit: Een Cursus In Wonderen — T27.VIII.6:2-3.

Het nietig dwaas idee is het idee dat afscheiding van eenheid mogelijk is. Het serieus nemen van dit idee —het vergeten er om te lachen — is wat het gevoel IK BEN oproept en de keuze voor de onjuist gerichte denkgeest (ego) is wat het lichaam als personage en de wereld om dit personage heen verwezenlijkt — met andere woorden: waar maakt — met alle gevolgen van dien.

Een keuze voor de juist gerichte denkgeest zorgt ervoor dat we de wereld kunnen observeren als in een droom — niet wezenlijk en zonder wezenlijke gevolgen. Deze keuze, elke keuze, kan elk moment worden gemaakt, maar niet in het lichaam, niet met het brein, alleen in de denkgeest. Vandaar dat mediteren op, of het terugkeren naar het gevoel IK BEN — zoals Nisargadatta aanbood om te doen — een werkzame methode kan zijn.

Dit betekent overigens niet, dat door te kiezen voor de juist gerichte denkgeest de projectie opeens verandert. De projectie is wat de projectie is. Het enige wat de keuze voor de juist gerichte denkgeest of voor de onjuist gerichte denkgeest doet, is de projectie definieren. Met andere woorden, de keuze verandert de perceptie van de projectie, het verandert de manier waarop de projectie wordt ervaren.

Als laatste nog dit: de laatste zin van wat ik vanochtend dacht — ‘De context is, de projectie is niet — betekent hetzelfde als ‘Waarheid is, onwaarheid is niet‘ of ‘Eenheid is, dualiteit is niet‘.

Wat is is!

En daarna is het stil, omdat er niets op kan volgen, aangezien er geen twee is.

De maakbare wereld

Zodra de identificatie met een ‘ik’ in plaats is, ontstaat er het idee van een maakbare wereld. We geloven dit lichaam te zijn en geloven in een wereld te leven die we, mits we de juiste stappen nemen, kunnen aanpassen aan onze wil. Als je hard werkt, wordt je succesvol; wie goed doet, goed ontmoet; als je vecht voor principes en voor wat je gelooft dat ‘juist’ is, komt alles uiteindelijk goed.

Het geloof in een maakbare wereld, een wereld die te verbeteren is, betekent natuurlijk alleen maar dat we geloven dat er een wereld is. De ego-denkgeest wil dat we geloven in het bestaan van de wereld, want zonder dat geloof bestaat er geen ego-denkgeest. Dat is de enige reden waarom de ego-denkgeest ons aangespoort om ons te verzetten tegen onrecht, of, zoals nu in 2020, tegen de coronamaatregelen en de afbraak van onze burgerrechten.

In Een Cursus in Wonderen word hierover geregeld het kleed onder onze voeten vandaan getrokken. Ten eerste wordt er vele malen op gehamerd dat er geen wereld is, en ten tweede wordt er veelvuldig aangegeven dat deze wereld niets meer is dan het gevolg van een nietig dwaas idee — en alleen maar een idee — waarom we vergaten te lachen en dat idee, wat een misvatting was, werd gecorrigeerd op het moment dat het idee opkwam.

Dit laatste houdt in dat er nooit een wereld is ontstaan, maar dat er alleen het geloof in het idee bestaat dat er een wereld is ontstaan, terwijl dat niet zo is. Dit betekent automatisch dat er ook niet zoiets als een ‘ik’ in de vorm van een lichaam kan bestaan, aangezien zo’n lichaam een wereld nodig heeft om in te kunnen bestaan en… er is geen wereld!

Het probleem is natuurlijk dat we wel een wereld zien en ervaren waar er geen wereld is. Voor velen is het idee dat het slechts het dromen van een wereld is, net een stap te ver, want het ziet er zo echt uit, en de ervaring is zo realistisch, en als ik mijn teen stoot dan doet het pijn. Dat klopt allemaal. Zo overtuigend is het dromen van een wereld blijkbaar, maar dat maakt niet dat het ook daadwerkelijk waar is.

Omdat de illusoire wereld zo overtuigend is, worden we overgehaald om er interactie mee te hebben. Daar is op zich niets mis mee, zolang we maar niet denken dat we de wereld kunnen veranderen of moeten verbeteren. Zodra we geloven dat de wereld anders zou moeten zijn, en zodra we denken dat wij die wereld kunnen aanpassen aan wat wij willen, maken we die illusoire wereld tot werkelijkheid… en dat is het enige wat de ego-denkgeest wil.

Het bovenstaande als theorie levert niets op, zolang er het geloof in een ‘ik’ bestaat. Zolang we geloven dat we een personage in dit lichaam zijn — een losstaande, ± 80 tot 90 jaar levende, autonome entiteit — zullen we de wereld als absolute realiteit ervaren en zullen we hoe dan ook denken en geloven dat we er invloed op kunnen uitoefenen.

Zoals gezegd, dat is wat de ego-denkgeest wil en alle energie die we in deze wereld stoppen, houdt precies deze wereld in stand en versterkt precies die wereld die we nou juist willen veranderen. De oplossing is niet in deze wereld te vinden, omdat de wereld slechts de projectie is van de werkelijke oorzaak. De wereld is een illusoir gevolg van ons geloof een afgescheiden ‘ik’ te zijn, en zolang we niet die oorzaak aanpakken, gaat het gevolg gewoon door met schijnbaar bestaan.

Ga op zoek naar die ‘ik’ en probeer die ‘ik’ te lokaliseren. Als er een ‘ik’ bestaat, dan moet die te vinden zijn en moet je aan iemand anders kunnen laten zien waar die ‘ik’ zich bevindt. Wanneer dit niet blijkt te lukken, dan kun je niet anders dan accepteren dat jij niet bestaat, en als jij niet bestaat, wie is het dan die deze wereld ervaart?

Kiezen

Op een gegeven moment moet je daadwerkelijk een keuze maken tussen wat is en wat niet is. Het is verleidelijk om te blijven wedden op twee paarden, dat geeft ook een veilig gevoel, maar — zo blijkt — daar komt een keer een eind aan.

Wanneer dat moment komt, zoals dat nu voor mij hier is, sta je voor een dilemma. Je kunt dan niet meer voor de zekerheid aanhouden dat dit leven op aarde misschien toch wel echt waar is en daarnaast beweren dat het allemaal het dromen van een droom is. Je moet kiezen en je moet daarnaar leven.

De keuze is niet moeilijk. Al mijn onderzoek — extern en intern — wijzen uit dat er geen enkel aanneembaar bewijs is voor het bestaan van een fysieke realiteit. Dat betekent dat ‘het dromen van een droom’ de beste omschrijving is voor iets dat blijkbaar alleen uit gedachten ontstaat en bestaat.

Zoals Arthur Conan Doyle al schreef:

“Als je het onmogelijke elimineert, dan moet hetgeen wat overblijft — hoe onwaarschijnlijk ook — wel de waarheid zijn.”

Binnen Een Cursus in Wonderen bestaat er de keuze tussen de heilige geest en de ego-denkgeest, oftewel tussen de juist gerichte denkgeest (liefde) en de onjuist gerichte denkgeest (angst). Dit is in feite een keuze tussen wat waar is en wat niet of, zoals Jed McKenna het schrijft, tussen zien wat is in plaats van zien wat niet is.

Ik heb lange tijd tussen de twee kunnen schipperen, maar nu moet ik kiezen. De wereld zoals wij — als Eenheid — die projecteren staat op scherp en ik kan niet daarin meegaan en tegelijk zeggen dat het niet waar is. De ego-denkgeest wil dat ik er in meega, want daarmee bewijst het dat ik besta als een losstaande fysieke entiteit in een fysieke wereld. Maar ik geloof niet dat ik dit lichaam ben en ik geloof niet dat de wereld een fysieke realiteit is, dus hoe kan ik er dan in meegaan?

Als je voor de ego-denkgeest kiest, dan ontstaat er verzet en conflict, terwijl je daarvoor in de plaats vrede kunt zien als je kiest voor de heilige geest. Je zou zeggen dat dit niet een moeilijke keuze is, en verdomd, ik heb dat ook net gezegd, maar blijkbaar valt dat toch nog tegen. Je zou toch echt zeggen dat de keuze tussen conflict of vrede, tussen angst of liefde, gesneden koek is, maar blijkbaar moet je die koek zelf snijden.

Het probleem hierbij is dat de ego-denkgeest voortdurend schreeuwt wat er zou moeten gebeuren en hoe het zou moeten zijn, terwijl de heilige geest rustig afwacht tot er even een moment stilte is en dan zijn vinger opsteekt in de hoop dat je nu echt wilt luisteren. (Voor alle duidelijkheid, dit is de symboliek van Een Cursus in Wonderen, er bestaat niet letterlijk een ego-denkgeest of een heilige geest.)

Als ik kies voor het idee dat de wereld een fysieke realiteit is, dan maak ik deze wereld tot een waarheid en geef ik het de energie die het nodig heeft om te bestaan. Dit betekent dat ik aanneem dat er 7.7 miljard andere mensen zijn die deze wereld hun energie geven en dat ik een direct onderdeel ben van wat er nu gaande is.

Van daaruit bekeken ben ik slechts 1 mens in een zee van 7.7 miljard mensen en kan ik geen invloed uitoefenen op wat er gaande is, ook al maken veel mensen zichzelf wijs dat ze wel invloed kunnen uitoefenen, ook dat is deel van de illusie.

Als ik kies voor het idee dat dit het dromen van een droom is, een keuze waar al mijn onderzoek — extern en intern — naar wijst, dan accepteer ik dat deze wereld een projectie is binnen de droomstaat en dat het niet meer en niet minder is dan een gedroomde wereld met daarop 7.7 miljard gedroomde karakters en slechts 1 held van de droom: IK.

De ego-denkgeest zegt dan meteen dat het wel heel erg makkelijk is om de keuze voor de droomwereld te maken, want dan hoef je je nergens druk over te maken en kun je doen wat je wilt zonder je ergens verantwoordelijk voor te voelen. Zoals altijd speelt de ego-denkgeest in op het schuldgevoel.

Het klinkt aannemelijk wat de ego-denkgeest zegt, en ik vermoed dat veel mensen in mijn omgeving hetzelfde zullen zeggen, of op z’n minst zullen denken. Maar het is niet waar, ook niet als 7.7 miljard droomkarakters geloven dat het wel zo is.

Als dit alles het dromen van een droom is, dan is zien dat het een droom is en vanuit die lucide staat van dromen — vanuit Eenheid waarbinnen de droom blijkbaar gedroomd wordt — bewust te zijn van het dromen om van daaruit interactie te hebben, het beste wat je voor die droomwereld kunt doen.

Ik moet nu een keuze maken, omdat de wereld compleet krankzinnig lijkt te zijn geworden. Dit is natuurlijk altijd zo geweest, maar het lijkt nu overduidelijk zichtbaar te zijn geworden. Zoals mijn goede vriendin en “personal guru” A.V. mij schreef:

“Die hele kermis is totaal te gek voor woorden. Maar aan de andere kant, what’s fucking new? Het is net alsof de krankzinnigheid nu extra zichtbaar is geworden, maar het heeft er altijd al in gezeten wachtend op een uitbraak, als een soort zieke uitslag van een vervuild lijf wat zijn gif niet langer binnen kan houden. Alle stupiditeit waar we al zo lang mee te maken hebben en waar we mee dachten weg te komen krijgen we nu voor onze kiezen.”

De keuze is in feite al gemaakt. Het leven vanuit die keuze is het enige dat nog nodig is. Soms lukt het de ego-denkgeest om mij te overweldigen met die schijnbaar externe wereld, omdat het zo overtuigend is, en dan vergeet ik dat het een droomwereld is die niet als werkelijke realiteit bestaat. Dus ik moet streng zijn voor mijzelf en voor mijn keuze staan en deze kenbaar maken.

Bij deze!

Zelfs nu ik dit schrijf voel ik de ego-denkgeest aan me trekken en cirkelen zijn manipulatieve gedachten rond mijn hoofd… ‘Als je niets doet. als je je niet verzet, dan leef je straks in een dictatuur en dan gaat het helemaal fout met deze wereld! Je moet mensen wakker schudden, anders gaan we allemaal ten onder en komt het nooit meer goed!’ — et cetera. Juist dat iets doen, dat verzetten en het wakker schudden van 7.7 miljard mensen — really!? — is wat dit in stand houdt.

Het is wat de ego-denkgeest nodig heeft om überhaupt zijn wereld te kunnen projecteren en wat we nu zien en ervaren als schijnbaar collectief is het resultaat van ons geloof in die wereld van de ego-denkgeest. Elke actie binnen deze wereld versterkt alleen maar de wereld zoals deze is. Verzet levert alleen maar meer verzet op, net zoals vechten voor vrede of vrijheid alleen maar meer geweld oplevert en geen vrede of vrijheid.

Vergeet niet dat de ego-denkgeest alleen maar dualiteit kent dat altijd bestaat uit twee verschillende partijen die lijnrecht tegenover elkaar staan en alleen maar conflict kunnen creëren. Als je daarvoor kiest, hoe denk je dan het huidige conflict op te lossen? Een conflict dat er overigens nooit niet is geweest. Hoe denk je iets op te lossen door elke keer weer op de zelfde manier te werk te gaan terwijl je weet dat het de vorige keer ook niet werkte?

Voor mensen die geloven in dualiteit, in de fysieke werkelijkheid van deze wereld in dit universum, zal de keuze voor het idee dat er alleen Eenheid bestaat en dat deze wereld een gedroomde realiteit binnen de droomstaat is, een vlucht uit de harde realiteit lijken. Misschien denken sommige mensen dat ik hen verraad of in de steek laat, maar ook dat is alleen de ego-denkgeest die aan het schreeuwen is.

Ik moet kiezen voor wat mijn onderzoek heeft aangetoond, voor wat de momenten dat de ego-denkgeest zijn bek hield mij hebben laten zien en ervaren, en ik moet daarnaar leven. Er is geen wereld. Alles is Eenheid en dat is wat IK ben. Niet ik, het droomfiguur op aarde, maar IK, de Eenheid waarbinnen de droom schijnbaar plaatsvindt. Er is niemand anders dan die IK. Alles is het dromen van een droom en de held van de droom — een projectie van die IK — geeft alles alle betekenis die het heeft voor hem.

Noem me gek, noem me waanzinnig, een wappie, flappie of wat je maar wilt, maar ik heb letterlijk geen andere keuze meer. Ik ga ervan uit dat de resultaten van mijn onderzoek kloppen. Ik kies voor Eenheid in plaats van dualiteit, voor liefde in plaats van angst, voor vrede in plaats van conflict, en ik wens — of bid met heel mijn zijn — dat ik daarnaar mag leven en zo de kern van de oplossing mag zijn in plaats van onderdeel van het probleem.

Schuldgevoel en angst

Doorbraken en inzichten volgen elkaar de laatste tijd in rap tempo op. Deze hele ‘corona-crisis’ heeft natuurlijk een grote impact op iedereen en tenzij je alles voor zoete koek slikt, moet je wel vragen gaan stellen en vanzelf op onderzoek gaan.

De meest vanzelfsprekende manier van onderzoek is gericht op de buitenwereld, maar het meest productieve onderzoek is altijd naar binnen toe; wat doet het met mij? wat voel ik? waarom reageer ik zoals ik reageer? waarom doe ik wat ik doe? — et cetera.

Onderwerpen die altijd bij mij terugkomen, zijn depressie en alcoholisme; in de zin dat ik geregeld enigszins depressief ben en de neiging heb om meer dan genoeg alcohol te drinken. Over het laatste wil ik het nu hebben, maar voor ik verder ga, even dit: ik spreek in dit verhaal specifiek over alcohol gebruik, je kunt hiervoor elke vorm van verslavende substantie of bezigheid invullen om het verhaal wat algemener te maken.

Ik begin hierover, omdat ik een paar nachten geleden een ‘revelatie’ had, een helder inzicht dat ontstond na een opeenvolging van gedachtes:

  1. Ik vind de dagen te lang.
  2. Ik heb geen zin meer (in dit leven op deze manier).
  3. Ik heb alcohol nodig om de dag door te komen.

De gedachte die hierop volgde was: Ik denk dit nou wel, maar niet om de reden die ik denk (Een Cursus in Wonderen – Les 5: ‘Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk’). Met andere woorden, als ik niet alcohol drink om de dag door te komen die ik te lang vind, zoals ik mijzelf wijsmaak, waarom drink ik dan alcohol? Dat leek me een legitieme vraag.

Het antwoord was heel simpel, en vooral ook iets waarover ik al meer dan tien jaar heb gelezen in Een Cursus in Wonderen, namelijk: schuld! Het meest effectieve instrument dat de ego-denkgeest tot zijn beschikking heeft is ‘schuldgevoel’.

De ego-denkgeest creëert schuld. Daardoor voelen we ons schuldig over iets wat we doen wat we niet willen — want, wat zullen anderen er van denken? — of over wat wij geloven dat wij doen ten opzichte van anderen, of we projecteren schuld op anderen voor wat wij geloven dat anderen hebben gedaan ten opzichte van onszelf — of allemaal tegelijk. In alle gevallen creëert dit een idee van ‘ik en die ander’, waardoor er dualiteit ontstaat en een gevoel van gescheidenheid.

Dualiteit en het gevoel van gescheidenheid is het enige wat de ego-denkgeest wil en het enige wat hij nodig heeft om ‘wat is’ het idee te geven dat het een langdurig losstaande entiteit is — alias een lichaam-brein-systeem — kortweg ‘een lichaam’ — in een potentieel bedreigende wereld.

Nu werkt dat schuldgevoel het beste wanneer dit een onbewust schuldgevoel is, aangezien je alleen iets kunt bewerken of verwerken, als je weet dat je het hebt. De ego-denkgeest doet dus ontzettend goed zijn best om er voor te zorgen dat jij als lichaam-brein-systeem gelooft dat het iets anders is, dat het alles is behalve een schuldgevoel.

Dus ik dacht — onder leiding van de ego-denkgeest — dat ik alcohol drink omdat ik geen zin meer heb in dit leven zoals het nu is en dat daarom de dagen te lang zijn, en alcohol verzacht alles als je er maar genoeg van inneemt. Het inzicht dat dit niet de redenen zijn waarom ik drink, maar dat het drinken wordt gebruikt door de ego-denkgeest om een onbewust schuldgevoel te genereren — en daarmee dualiteit, gescheidenheid en een focus op het lichaam als zijnde wat ik ben — bracht een gevoel van vrede voort.

Dit onbewuste schuldgevoel zag er voor mij als volgt uit. Aan de ene kant was er een onbewust schuldgevoel over het feit dat ik net zo ben geworden als mijn vader, grootvader en overgrootvader (allen alcoholisten) en daarbovenop projecteerde ik een schuldgevoel op mijn vader voor het feit dat hij — middels zijn DNA — schuldig was voor het feit dat ik zo ben; en dit alles werd verborgen gehouden dankzij onware redenen die ik dacht. Heel erg sneaky van die ego-denkgeest.

Het inzicht dat dit allemaal niet waar is en dat het gebruik van alcohol een methode van de ego-denkgeest is om schuldgevoel op te roepen, waardoor het dus niet werkelijk mijn probleem en niet mijn alcoholgebruik is, brak het hele verhaal open en ik kon opeens zien dat het allemaal een spel is van de ego-denkgeest om dualiteit en gescheidenheid te simuleren.

Blijkbaar is het zo, dat als je dit spelletje van de ego-denkgeest werkelijk doorziet, deze mentale constructie om dualiteit en gescheidenheid te creëren uit elkaar valt. Wat overbleef was een inherent diep gevoel van vrede (Een Cursus in Wonderen – Les 34: ‘Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien’) en ik voelde de noodzaak om te drinken wegvallen (hoewel de eerlijkheid mij gebiedt om te zeggen dat de tijd mij dit zal leren, maar er is wel een heel sterk gevoel dat het zo is).

Een andere bijkomstigheid van het idee dat ik geen zin meer heb en dat de dagen te lang zijn, was dat dit een gevoel van onbewuste angst opriep; de angst voor de volgende dag die weer te lang is en waarin ik weer geen zin heb en de angst dat ik opnieuw teveel zal gaan drinken terwijl ik me had voorgenomen om dat niet te doen (wat overigens weer een schuldgevoel oproept). Deze angst is verdwenen als sneeuw voor de zon, puur door het inzicht dat dit niet de redenen zijn waarom er gedronken werd.

Wat automatisch overblijft is liefde, aangezien angst (en niet haat, zoals veel mensen denken) het tegenovergestelde van liefde is. Verwijder angst en liefde blijft over, dat is de enige manier. Je kunt angst niet verdrijven door liefde te genereren, je moet angst te lijf gaan en verslaan en van je afschudden voordat liefde die plaats kan innemen.

Even een kort overzicht.

  1. Ego-denkgeest heeft een schuldgevoel nodig om dualiteit en gescheidenheid te creeren om zodoende mij het gevoel te geven dat ik dit lichaam ben.
  2. Hiervoor gebruikt de ego-denkgeest, gezien mijn verleden, alcoholgebruik.
  3. Om ervoor te zorgen dat ‘ik’ dat spel niet doorzie, laat de ego-denkgeest mij geloven dat ik goede redenen heb om te drinken (geen zin meer, dag te lang, et cetera) waardoor de ware reden mij ontgaat.
  4. Hierdoor ontstaat ook, als bonus, onbewuste angst dat liefde onderdrukt.

Het doorzien van het spel van de ego-denkgeest is het enige wat nodig is om vrijwel alles te veranderen. Het spel van de ego-denkgeest werkt alleen zolang het schuldgevoel en de angst onbewust is, zodra het doorzien wordt, is dit specifieke spel voorbij. Dit wil overigens niet zeggen dat de ego-denkgeest niet nog meer spelletjes speelt, maar als je weet dat ze allemaal draaien om schuld en angst, dan ben je al een heel eind in de goede richting.

Dit is waarom, zoals ik al aan het begin schreef, het meest productieve onderzoek altijd naar binnen is gericht en waarom het noodzakelijk is dat je in staat bent om te accepteren dat het wellicht om onbewuste schuld en onbewuste angst draait, ook als je denkt en gelooft dat dit niet zo is. Vergeet niet dat de ego-denkgeest jou er altijd van overtuigt dat het om iets anders gaat, terwijl dat simpelweg niet zo is.