De derde weg — 2

(Lees eerst: De derde weg — 1 voor je het onderstaande leest)

Zoals ik in het eerste deel heb beschreven, is elke keuze die ik in deze wereld maak, een keuze die deze wereld een werkelijkheidswaarde toekent die het niet heeft en niet verdient. Dit is de enige functie van de wereld, want daarmee bewijst de ego-denkgeest dat afscheiding mogelijk en gelukt is en dat ik als losstaand individu in die wereld werkelijk besta.

Nu is het zo dat ons hele wezen, het door de ego-denkgeest geconstrueerde lichaam-brein-systeem, gebouwd is om continu keuzes te maken tussen het ene of het andere. Zelfs wanneer we denken dat er maar één optie is, bestaat de keuzemogelijkheid uit het wel of niet doen, hebben, accepteren, verkrijgen van die ene optie. Dit lichaam-brein-systeem heeft die drang, die verslaving, om maar steeds te bevestigen dat die wereld bestaat en dat het zelf bestaat.

De derde weg is in dit opzicht heel simpel en gaat uit van het gegeven dat er geen wereld is. Er is het idee over een wereld en de projectie van een wereld vanuit de ego-denkgeest, maar er is geen fysieke wereld. Vanzelfsprekend is er dan ook geen fysiek lichaam, slechts het idee van een lichaam waarvan de ego-denkgeest mij als denkgeest heeft overtuigd dat ik dat ben.

Niettemin is het mijn directe ervaring dat er dit lichaam is en dat die wereld bestaat. Nu is het de kunst om daarbinnen zo te navigeren dat dit mij de minste stress oplevert; ik wil in deze wereld zijn zonder van deze wereld te zijn; ik wil vrij zijn van de verslaving die wij ‘het dagelijkse leven’ noemen en waarvan wij zeggen dat het ‘nou eenmaal zo is’. Dit is natuurlijk niets anders dan leven vanuit het volwassen perspectief.

Ik bevind mij — schijnbaar of blijkbaar — in deze wereld en word voortdurend geconfronteerd met keuzes tussen het ene of het andere. De wereld is de speeltuin en de zandbak van de ego-denkgeest en dit is wat de ego-denkgeest doet, dus ook ik ontkom niet aan die voortdurende stortvloed aan keuzes die de ego-denkgeest verzint om te bewijzen dat de wereld echt bestaat en dat ik echt een losstaand individu ben — wat vanzelfsprekend niet zo is.

Als ik een optie A kies — bijvoorbeeld, ik ga mee in de angst voor een corona-virus en volg de maatregelen — dan maak ik die geprojecteerde wereld en mijzelf werkelijk, en als ik optie B kies —ik ga niet mee in de angst en verzet me tegen de maatregelen — dan maak ik die geprojecteerde wereld en mijzelf ook werkelijk. Zelfs als ik kies om niet te kiezen heb ik een keuze gemaakt waarmee ik die geprojecteerde wereld en mijzelf werkelijk maak.

Wat ik ook kies, de ego-denkgeest wint en de wereld is werkelijkheid geworden, wat automatisch betekent dat ik denk en geloof dat ik werkelijk dit lichaam-brein-systeen ben. Wat ik ook kies, het zal uiteindelijk niet werken of niet brengen wat ik denk en geloof nodig te hebben, waarna er nieuwe keuzes zullen opkomen die hetzelfde effect zullen hebben. Met elke keuze die ik serieus neem wordt de wereld meer werkelijkheid en op die manier word ik die wereld ingezogen en kom ik vast te zitten in de droomstaat.

Als het kiezen voor het ene of het andere niet de oplossing is, dan moet er een derde weg zijn. In plaats van voor optie A of optie B te kiezen, kan ik naar de keuzes kijken en me realiseren wat die keuzes werkelijk zijn. Ik kan me bij elke keuze realiseren dat het de verbeelding of projectie is van iets waarvan ik als denkgeest denk en geloof dat het waar is. Als ik niet denk en geloof dat het waar is, zou het zich niet kunnen manifesteren in de wereld die ik als denkgeest projecteer, dus als ik het zie, dan moet ik denken en geloven dat het waar is.

Door me het bovenstaande te realiseren kan ik mijzelf er voortdurend aan herinneren dat dat is wat er gebeurt, dat de keuzes die ik voor me zie de projecties zijn van wat ik denk en geloof dat waar is, terwijl ze vanzelfsprekend niet waar kunnen zijn. Hierdoor neem ik, vlak voordat ik een keuze zou maken, nu hier op dit moment afstand van wat er plaatsvindt en ontstaat er de mogelijkheid van die derde weg.

Wat ik de derde weg noem, is kijken naar de keuzes en dan vaststellen dat ik dit niet wil denken en geloven. Dit is wat anders dan kijken naar de verschillende opties en dan beslissen dat ik die optie niet wil en die optie wel wil, of dat ik beide opties niet wil en dus op zoek moet naar een andere optie die dan misschien wel oplevert wat ik wil. Het is daadwerkelijk helemaal teruggaan naar de oorzaak, de bron van de verschillende opties, en dat is het denken en geloven dat het waar is terwijl dat niet zo is.

Dit denken en geloven vindt plaats in de denkgeest. Het is daar waar ik moet vaststellen dat ik iets wat mij stress of ongenoegen oplevert niet wil denken en geloven en het is daar waar de oplossing vorm zal worden gegeven. Niet door mij als lichaam, niet door mij als Frits, maar door mij als wat ik ben, ik als denkgeest.

Kort gezegd is dit wat ik ‘doe’: Ik kijk naar wat er om me heen gebeurt en stel bij alles wat mij stress of ongenoegen oplevert vast dat dit niet is wat ik wil denken en geloven. Dat is alles. Ik ga niet op zoek naar een alternatief, ik ga niet bedenken wat ik dan wel wil, ik ga niet proberen dat wat ik niet wil te veranderen en ik ga niet mensen of objecten om mij heen proberen te manipuleren in de hoop dat hetgeen dat ik niet wil verdwijnt. Het enige wat ik ‘doe’ is vaststellen dat ik wat ik nu zie en ervaar niet wil denken en geloven, en vervolgens bemoei ik me er verder niet mee.

Dat laatste, mij er verder niet mee bemoeien, wat betekent dat ik niet ga verzinnen wat voor actie ik kan ondernemen en niet alsnog een alternatief ga zoeken, is het moeilijkste onderdeel van de derde weg. Alles in het lichaam-brein systeem schreeuwt dat ik een keuze moet maken, het schreeuwt dat ik een alternatief moet verzinnen, dat ik moet voorkomen wat ik niet wil en dat ik op jacht moet gaan naar wat ik wel wil… maar zodra ik me daaraan overgeef, word ik weer de droomstaat ingezogen.

Het is van groot belang, als ik tenminste vrij van stress en ongenoegen wil leven, dat ik me niet laat overhalen om een kant te kiezen of een standpunt in te nemen, want dat geeft alleen maar aan dat ik denk en geloof dat er een kant te kiezen is en dat er een juist, en daarmee automatisch een fout standpunt in te nemen is; en dat geeft alleen maar aan dat ik denk en geloof dat de droomstaat werkelijkheid is, dat de wereld bestaat en dat ik een losstaand individu ben.

Natuurlijk heb ik nog steeds voorkeuren, maar die voorkeuren zijn bekend in de denkgeest die ik ben en zullen zich vanzelf manifesteren wanneer dat nodig of juist is. Dit noemt men wel vertrouwen hebben in de hogere zelf, een hogere macht, het universum, het Absolute, de heilige geest, Jezus of voor mijn part God. Het maakt niet uit hoe je het noemt of dat je het überhaupt een naam geeft. Het is het vertrouwen hebben dat iets voor jou kan doen wat jij niet voor jezelf kunt doen, vanuit de wetenschap dat jij niets voor jezelf kunt doen.

De derde weg bestaat uit het aan de hand van zichtbare of ervaren projecties in de wereld aangeven wat ik niet wil denken en geloven dat waar is. Vervolgens doe ik niets om het te veranderen. Ik duw de keuze niet weg, ik kies niet voor iets anders en ik ontken niets van wat ik zie en ervaar. Ik heb aangegeven dat ik dit niet wil en vertrouw erop dat dit gecorrigeerd zal worden zonder mijn inmenging.

Tot zover deel 2, deel 3 is hier te lezen.

De derde weg — 1

De wereld bestaat puur en alleen dankzij dualisme. Het moet het ene of het andere zijn en we moeten voortdurend kiezen tussen de verschillende mogelijkheden. Momenteel (anno 2021) viert de polarisatie hoogtij en staat de groep “pro-corona maatregelen” recht tegenover de groep “anti-corona maatregelen” en beiden weten van geen wijken.

Of het nu pro-corona versus anti-corona is, zwart versus wit, links versus rechts, man versus vrouw, maakt niet uit, elk conflict, elke duale scheiding, heeft slechts één doel: de verwerkelijking van de wereld. Simpel gezegd, het werkelijk maken of het waar maken van de wereld.

Voor iedereen die denkt en gelooft dat deze wereld een absolute fysieke werkelijkheid is, zal het lastig zijn om te geloven dat die wereld waarin zij denken te leven niet bestaat en nooit heeft bestaan. Dit maakt het echter niet minder waar.

Het gevolg van denken en geloven dat deze wereld echt bestaat, is dat er keuzes moeten worden gemaakt en standpunten moeten worden ingenomen. Dit doen we om er voor te zorgen dat we ons veilig voelen in die in potentie bedreigende wereld waarin we leven. Het liefst behoren we tot een groep die onze normen en waarden deelt, waardoor we automatisch in oppositie staan met de groepen die deze normen en waarden niet delen.

Wanneer je denkt en gelooft dat het corona-virus jouw leven of de levens van familie en vrienden bedreigt, dan zal je al snel kiezen om voor de corona-maatregelen te zijn. Het gevolg is dat iedereen die denkt en gelooft dat het corona-virus niet heel erg of helemaal niet zo gevaarlijk is, en meer waarde hecht aan vrijheden en rechten van de mens, net zo’n gevaar lijkt te zijn voor jou en je vrienden en familie als het corona-virus zelf.

Andersom is het precies zo. Wanneer je denkt en gelooft dat er qua virus niet zoveel aan de hand is, zal je snel kiezen om tegen de corona-maatregelen te zijn, waardoor iedereen die voor de maatregelen is een potentiële bedreiging vormt voor jouw vrijheden en rechten… en nu met de vaccinatie die gaande is, wellicht een gevaar voor jouw leven.

Er is natuurlijk nog een derde groep. Dat zijn de mensen die zich er niet zo heel erg druk over maken. Zij stoppen met het lezen van berichten over corona, kijken geen nieuws meer en proberen zoveel mogelijk te doen alsof er niets aan de hand is. In veel gevallen wachten die mensen gewoon af tot het overwaait of tot iedereen gevaccineerd is. Die derde groep lijkt een derde groep, maar is niet meer dan een gematigd onderdeel van de groep die voor de corona-maatregelen is.

Wat is de gemene deler? Die moet er zijn, want er is maar één Ego en die ene Ego heeft maar één doel, en dat is er voor zorgen dat wij de wereld als een absolute fysieke realiteit zien. Momenteel is dat heel duidelijk te zien in de vorm van dat corona-virus; alle groepen — de voorstanders, de tegenstanders en de passieve derde groep — denken en geloven dat het corona-virus hun manier van leven, of hun leven zelf, bedreigt. Om dit te kunnen geloven, moet er wel een wereld bestaan.

Het maakt namelijk niet uit of je wel of niet denkt en gelooft dat er een corona-virus is. Je maakt door te denken en geloven dat iets wel of niet bestaat hetgeen waarvan je denkt of gelooft dat het wel of niet bestaat tot werkelijkheid. We denken en geloven dat dit niet zo is, maar de realiteit is dat iets binnen onze beleving werkelijkheid wordt wanneer we er aan denken… ongeacht of we er aan denken binnen de context van er niet in geloven.

Bijvoorbeeld, als je zegt dat je niet in God gelooft, dan moet je eerst in je denken die God hebben gecreëerd om te kunnen zeggen dat je er niet in gelooft. Dus je moet eerst een God tot werkelijkheid hebben gemaakt voor je kunt zeggen dat je er niet in gelooft, aangezien het zinloos en zelfs onmogelijk is om ergens niet in te geloven als het niet in gedachten of als gedachte bestaat.

Elk probleem waar we voor staan, alles wat we tegenkomen, heeft slechts één doel, en dat is het werkelijk maken van een wereld die in absolute waarheid niet bestaat. Als je dit niet gelooft dan is dit schrijven niet voor jou bedoeld, maar dat maakt het niet minder waar.

Ook het huidige corona-probleem heeft als enig doel de wereld werkelijkheidswaarde toe te kennen, zodat we blijven geloven dat de wereld bestaat, waardoor we geloven dat wij als mens en als losstaand individu bestaan, waardoor ons ene Ego kan geloven dat het gelukt is om zich af te scheiden van Eénheid.

Dus, als we kiezen voor de corona-maatregelen, dan houden we een niet-bestaande wereld in stand, maar als we kiezen tegen de corona-maatregelen, dan houden we ook een niet-bestaande wereld in stand. Maar… het is een niet-bestaande wereld, dus welke kant we ook kiezen, het probleem wordt er niet door opgelost.

Het enige probleem dat bestaat, is dat wij denken en geloven dat wij losstaande individuen zijn in een wereld waarvan we overtuigd zijn dat die daadwerkelijk fysiek bestaat. Wij zijn geen losstaande individuen en er is geen wereld. De kern van elk probleem op aarde is daarmee het geloof in afscheiding van Eénheid. Er is niet alleen het geloof dat dit mogelijk is, maar zelfs het geloof dat het gelukt is, en de wereld is een gecreëerde illusie om te bewijzen en te bestendigen dat dit waar is.

Als dat zo is, en dat is zo, dan is je laten meetrekken in wat voor dualistische strijd dan ook, onderdeel van het probleem. Voor corona-maatregelen zijn, tegen corona-maatregelen zijn, of passief in je eigen kleine wereldje blijven vertoeven en wachten tot het overwaait, het maakt allemaal niets uit, aangezien het alleen maar het probleem versterkt en uiteindelijk niets oplost.

Maar er is een oplossing. In plaats van steeds een keuze te maken uit de dualistische mogelijkheden die ons Ego ons voorschotelt, is er de mogelijkheid om te kiezen voor wat ik momenteel “de derde weg” heb gedoopt. In de komende blogs wil ik mijn best doen om uit te leggen hoe die derde weg er uitziet, wat je er voor nodig hebt om die weg te kiezen en hoe je die weg kunt ‘bewandelen’.

Einde van deel 1, deel 2 is hier te lezen.

Facebook berichten

Op Facebook schrijf ik ook zo nu en dan korte berichten over de onderwerpen die ik in deze weblog behandel. Vaak zijn dat spontane vluchtige berichtjes, maar de afgelopen paar dagen zijn ze iets langer en iets dieper. Na een helder inzicht, een paar dagen geleden, heeft iets voor mij het roer omgegooid en daarover heb ik drie berichten geschreven die ik graag hier wil delen. Te zijner tijd zal ik er vast hier ook wel iets uitgebreider over schrijven.

1 — De Derde Weg

Als ik kies om mee te gaan in de draconische maatregelen en toekomst muziek van vrijwel ALLE regeringen, dan ken ik de wereld een werkelijkheidswaarde toe die het niet verdient — aangezien de wereld een verbeelding is van de innerlijke toestand van ‘mijn’ denkgeest. Maar als ik kies om in een klein groepje ‘off the grid’ te gaan leven in een soort van commune om los van de draconische maatregelen te overleven, dan ken ik die wereld dezelfde werkelijkheidswaarde toe die het nog steeds niet verdient.

Het is, vanuit mijn visie bekeken, een Catch 22. Wat ik ook kies, linksom of rechtsaf, de wereld wordt gezien als werkelijkheid. Iets accepteren of iets ontlopen maakt hetgeen waarover het gaat tot werkelijkheid.

Dus er moet een derde weg zijn. En die is er ook, maar lastig uit te leggen. Niettemin is dat de weg die ik bewandel. Niet linksom, niet rechtsaf, maar gewoon de gulden middenweg waarop de wereld precies zo wordt ervaren als hij is… de verbeelding van de innerlijke toestand van de denkgeest.

Dit betekent niet dat linksom of rechtsaf beiden fout zijn, het maakt alleen iets werkelijk wat onwerkelijk is, het maakt iets waar dat onwaar is. De commune (om het zo maar eens te noemen) is een nieuwe vorm van onvrijheid waarmee de onvrijheid van de dictatuur (om het zo maar eens te noemen) wordt vervangen en lost vanzelfsprekend niets op. Vrijheid zit niet in het één of het ander, vrijheid is altijd “all inclusive”.

2 — De Enige Oplossing

Wat ik zie en ervaar is wat ik onbewust wil. Het laat zien waarvoor ik gekozen heb — niet ik als lichaam, maar ik als denkgeest — en als hetgeen ik zie en ervaar mij niet bevalt, dan heb ik gekozen voor de ego-denkgeest.

In plaats van mij hier fysiek tegen te verzetten — door het anders te willen, door het te gaan veranderen, door op zoek te gaan naar een alternatief; wat allemaal niet werkt — hoef ik mezelf alleen te vergeven voor het maken van die keuze en dien ik vervolgens bewust aan te geven dat ik dit — dat wat ik nu zie en ervaar — niet wil zien en ervaren. Hiermee weerleg ik de keuze voor de ego-denkgeest en geef ik het stokje over aan de juiste denkgeest.

Nogmaals, het is van groot belang dat ik niet ga proberen de situatie te verbeteren of te veranderen, want daarmee geef ik alleen maar aan dat ik geen vertrouwen heb in de juiste denkgeest en activeer ik weer net zo snel die ego-denkgeest die ik net heb geprobeerd buiten dienst te stellen.

Dit klinkt simpel, en dat is het ook, maar het is uitzonderlijk lastig om te doen. Vooral het gegeven dat alles wat we zien en ervaren en alles wat ons overkomt precies is wat wij als denkgeest willen en waarvoor wij als denkgeest hebben gekozen, is voor veel mensen onmogelijk om te accepteren en te verwerken… en dat is nou net die eerste stap die we moeten nemen.

Dit is de enige oplossing, alle andere ‘oplossingen’ zijn niets anders dan het verplaatsen, hervormen of herformuleren van het probleem binnen de illusie van de droomstaat… en het mag duidelijk zijn dat elke oplossing binnen de illusie van de droomstaat zelfs ook een illusie moet zijn.

3 — Wat Jij Wilt

De noodzaak of drang om iets te veranderen, te verbeteren of op te lossen is altijd een actie vanuit de ego-denkgeest — hoe goed bedoeld dan ook. Het is vrijwel altijd gericht op of in de wereld buiten je en dat is meteen de enige functie van die noodzaak of drang.

Het is niet gericht op het veranderen, verbeteren of op te lossen van iets, maar op het bewijzen dat er een wereld buiten je bestaat, waarmee automatisch wordt aangetoond dat jij als lichaam bestaat, en dat ego bestaat, en dat jij dat ego bent of hebt.

Blijkbaar is dat wat je wilt op denkgeest niveau, want anders zou dit niet zo zijn. Dan zou er nooit iets te veranderen, te verbeteren of op te lossen zijn; ook niet af en toe wel wanneer het tegenzit maar letterlijk nooit, ook of juist wanneer het tegenzit.

Opschorten van ongeloof

Ik bevind me vrijwel altijd in iets wat niet anders te omschrijven is als een licht-schizofrene situatie. Aan de ene kant bestaat er geen twijfel over de illusoire realiteit van wat ervaren wordt — te weten, de wereld — terwijl er aan de andere kant elke dag de ervaring is van een realiteit die absoluut echt lijkt — te weten, de wereld.

Het schizofrene zit hem hierin: wanneer ik interactie heb met de wereld, dus met mensen, dieren en objecten, ontstaat er de noodzaak om op een natuurlijke manier te doen alsof dit leven in deze wereld een absolute fysieke realiteit is, terwijl ik weet dat dit niet zo is. Dit heet binnen de psychologie het opschorten van ongeloof. Ik geloof niet in de fysieke realiteit van deze wereld, maar om te kunnen functioneren binnen deze illusoire werkelijkheid, moet ik dat ongeloof opschorten.

Als ik niet mijn ongeloof in de fysieke realiteit van deze wereld opschort, dan kan ik niet in contact treden en interactie hebben met andere mensen, aangezien ik in wezen niet geloof dat er andere mensen zijn. Ik moet bij wijze van spreken een knop in mijn brein omzetten, zodat ik letterlijk tijdelijk vergeet dat dit alles het dromen van een droom is. Vrijwel iedereen om mij heen is dit van nature vergeten en zij hebben geen idee dat ik daar moeite voor moet doen.

Dit omzetten van die knop, het tijdelijk opschorten van ongeloof, kost energie. Mentaal, niet zozeer fysiek. Het lichaam kan het aan omdat het is bedoeld als instrument om dit te doen. Het is de functie van het lichaam om te vergeten dat dit het dromen van een droom is en iedereen doet het 365 dagen per jaar vanuit een natuurlijk instinct.

Pas wanneer de zeepbel van het geloof in de werkelijk fysieke realiteit van deze wereld barst en er opeens een helder beeld ontstaat van de illusoire staat van dit bestaan, wordt dit natuurlijk instinct vernietigd en moet er actief voor worden gekozen om het ongeloof op te schorten. Dit lukt niet zomaar en tijdens interactie met andere mensen moet ik mij er geregeld aan herinneren dat ik nu net als iedereen doe alsof deze wereld een fysieke waarheid is. Mentaal kan dit af en toe lastig en vermoeiend zijn.

Voor alle duidelijkheid, ik kies daarvoor. Ik kies ervoor om interactie met mensen te hebben en ik kies ervoor om mijn ongeloof in de fysieke realiteit van deze wereld op te schorten. Het is dus niet zo dat ik klaag over dat het zo moeilijk en vermoeiend is voor mij. Ik wilde dit graag eens onder woorden brengen en delen met anderen die hier wellicht ook mee te maken hebben, of met de kennissen, vrienden, vriendinnen en familie die met mij te maken hebben.

Het is voor mij af en toe best lastig om voor een langere periode interactie te hebben met mensen, omdat de wetenschap dat dit alles illusie is — het dromen van een droom — altijd aanwezig is. Hoewel ik die wetenschap heb opgeschort tijdens de interactie, blijft het altijd enigszins bewust aanwezig in mijn achterhoofd.

Tijdens interactie zijn er altijd momenten of opmerkingen die deze wetenschap — de non-dualistische ‘dit is het dromen van een droom’ wetenschap — activeert. Hierdoor wordt mijn vrijwillige tijdelijke opschorting van ongeloof doorbroken en ontstaat er even een soort van kortsluiting. Dan weet ik even niet wat ik moet zeggen. Mijn ongeloof in de situatie is in mijn bewustzijn naar boven gekomen, terwijl ik tegelijk weet dat mijn non-dualistische ‘het is allemaal niet waar’ geneuzel niet van toepassing zal zijn.

Het hergroeperen van mijn gedachten en het afstand nemen van mijn eigen direct ervaren non-dualistische realiteit — en daarmee het opschorten van mijn ongeloof in een werkelijk fysieke wereld — kost mentale energie. Dit betekent dat ik voortdurend op zoek ben naar een evenwicht tussen interactie met de wereld en het afstand nemen van die wereld om zo het energiepeil van het lichaam — mijn voertuig en mijn punt van perspectief — op peil te houden.

Een andere en gemakkelijkere manier zou zijn om mij terug te trekken in mijn eigen non-dualistische bubbel en voortdurend op zoek te gaan naar bevestiging dat het allemaal niet waar is en dat alles illusie is, om vervolgens een beetje lacherig te doen over al die andere mensen die nog steeds geloven dat dit leven op aarde echt waar is — iets wat veel advaita volgelingen helaas doen. Ik behoor niet tot die groep, tenminste, niet meer.

Hoewel ik zie en ervaar dat deze wereld niet waar is, realiseer ik me wel dat dit de enige realiteit is die ik om me heen kan ervaren. Het feit dat ik deze wereld zie en ervaar, ook al weet ik dat het niet waar is, betekent dat deze wereld er is voor mij. Het alleen maar ontkennen van die wereld is geen optie, interactie is noodzakelijk. Dit geldt niet alleen voor mij, het geldt ook voor alle advaita adepten en spirituele zwevers die zo hun best doen om zichzelf wijs te maken dat het niet zo is.

Het enige waarvoor ik moet oppassen, is dat ik mij teveel laat meeslepen in het drama van deze droom. Dan zou ego het weer moeiteloos overnemen en de ervaring is dat ik (als lichaam) daar depressief van word. Maar aan de andere kant wil ik voorkomen dat ik iedereen bij elke ontmoeting om de oren ga slaan met mijn geweldige non-dualistische waarheid, omdat ik weet dat ik dan een arrogante edoch spirituele lul word die alles beter weet.

De balans tussen het ongeloof in deze wereld en het opschorten van dat ongeloof blijkt een dunne zichzelf steeds verplaatsende lijn te zijn en het kost me best veel energie om daarop te balanceren. Vandaar dat ik mijn interactie met de buitenwereld zo goed mogelijk probeer te doceren in de vorm van interacties met mensen en situaties die ik leuk vind, afgewisseld met periodes waarin ik lekker alleen ben en ik de show van een afstandje kan observeren. Het doorslaan naar één van deze twee kanten levert automatisch ongenoegen en onrust op.

De gebroken lens

Vanochtend werd ik wakker met het idee dat ‘de denkgeest’ niets anders is dan de lens waardoorheen dat wat ik ben — en wat alles is — zijn licht schijnt. Als die lens schoon is, ontstaat er een helder beeld, en als de lens vuil is, ontstaat er een troebel beeld, maar als de lens is gebroken, ontstaat er een dubbel beeld.

De denkgeest die gelooft dat het zich heeft afgescheiden van eenheid is te vergelijken met een in meer dan miljarden stukjes gebroken lens. Wanneer het licht van eenheid daardoorheen schijnt, ontstaat er de wereld zoals wij die kennen, waarbij elk facet van de wereld — waaronder jij en ik — een projectie is van dat licht door verschillende fracties van die gebroken lens.

Wat we ervaren zijn allemaal losse delen, maar dat zijn alleen maar de projecties van dat ene licht door de gebroken lens van een gespleten denkgeest. Wanneer de denkgeest een gedachte heeft, dan wordt die gedachte geprojecteerd als onszelf of als een ander of als een gebeurtenis.

Dit kunnen we leuk vinden of niet leuk vinden, het kan geweldig zijn of een ramp, maar het blijft een verstoorde projectie door een gebroken lens. Wij zijn niet die afzonderlijke projecties, wij zijn niet de lens en wij zijn niet die gespleten denkgeest; we zijn dat licht. Het probleem van ons leven op aarde bestaat uit onze keuze van identificatie.

Als we onszelf zien als het personage op aarde, wat een projectie is, geprojecteerd door een heel klein fragment van een gebroken lens, dan zullen we de wereld om ons heen zien als een in potentie bedreigende fysieke waarheid waarmee we moeten onderhandelen en waartegen we ons moeten beschermen. We zullen dan proberen die uiterlijke wereld te bewerken en te veranderen zodat wij ons goed gaan voelen.

Maar die wereld is een projectie van het licht door die gebroken lens, net zoals jij dat bent. Het is het resultaat van de gespleten denkgeest, net zoals jij dat bent. Als je iets wilt veranderen aan die wereld of aan de mensen om je heen of aan jezelf, dan is het zinloos om je bezig te houden met de projectie. Wat je wilt doen, of zou moeten willen doen, is de gespleten denkgeest helen.

We zijn dat licht, jij bent dat licht, alles is dat licht, en dat licht verandert niet. Het is één licht, maar als dat door de verbrijzelde lens van een gespleten denkgeest schijnt, projecteert het de duizend-en-een dingen van de wereld — zoals de Zen en Tao meesters het noemden.

Het maakt niet uit wat de projectie laat zien, het blijft een projectie van dat ene licht. Het enige wat je kunt doen is de projectie wel of niet serieus nemen. En als de projectie iets laat zien wat je niet bevalt, probeer dan niet die projectie te veranderen, maar verander je gedachten over die projectie. Dat is de enige manier om de gespleten denkgeest te helen en er voor te zorgen dat het licht gewoon kan projecteren wat het bedoelt te projecteren.

Jij bent dat licht, eeuwig en onveranderlijk, dus waarom zou je je druk maken over iets dat slechts een verstoorde projectie van jezelf is door een verbrijzelde lens van een gespleten denkgeest? De reden waarom er iets wordt geprojecteerd dat je niet bevalt, is omdat dit iets is dat leeft in de gespleten denkgeest wat op een compleet gestoorde en verkrachte manier wordt geprojecteerd. Ga op zoek naar wat dat is in die denkgeest, verander je gedachten daarover en de projectie zal zich aanpassen.

Dit was wederom een poging om het onuitlegbare uit te leggen. De realisatie is zo helder, bijna tastbaar, maar woorden blijven ontoereikend.

Uit mijn boek…

Hieronder een kleine voorpublicatie uit het boek “Spelen in de Zandbak: het leven vanuit een volwassen perspectief” (werktitel) dat ik aan het schrijven ben. Het is een voorlopige versie, maar ik wil toch laten zien dat ik er wel echt mee bezig ben.

* * *

Beginnen Aan Het Begin

De in mijn ogen beste methode om mentaal, geestelijk en spiritueel volwassen te worden, is door te gaan onderzoeken wat niet waar is, waardoor iets dat uiteindelijk overblijft, als er tenminste iets overblijft, automatisch wel waar moet zijn.

De eerste worsteling waar ik vervolgens tegenaan loop, ten opzichte van het schrijven van deze cursus in worstelen, is de vraag: begin ik aan het begin of begin ik aan het einde? Als ik aan het einde begin, wordt het een lekker kort project, maar als ik begin aan het begin, kan ik de lezer—en dat ben jij—langzaam laten snuffelen aan de onwaarheden die we allemaal voor waar hebben aangenomen. Onwaarheden die ons, toen we nog echte kinderen waren, zijn verteld door de volwassenen om ons heen. Onze ouders, oudere broers en zussen, volwassen omstanders en leraren, die veelal ook nog kinderen waren, maar dan in een volwassen lichaam.

Als kind kunnen we niet anders dan aannemen dat die volwassenen meer weten dan wij, simpelweg omdat ze hier al langer zijn. Die ouderen weten blijkbaar hoe het allemaal in elkaar steekt en wij niet, aangezien zij, die ouderen, al een heel leven op aarde hebben doorgebracht en wij net komen kijken. Bovendien zijn we volkomen afhankelijk van die ouderen om ons heen, dus het is niet echt een optie om hen niet volledig te vertrouwen.

Over het algemeen genomen nemen we alles wat ons wordt verteld tijdens de opvoeding, kleuterschool, lagere school, middelbare school en universiteit voor waar aan. We leven in de blinde en onwrikbare overtuiging dat die ouders, leraren en professoren—ouderen in het algemeen—weten waarover ze het hebben en vooral dat hetgeen zij ons leren een bewezen en onwrikbare waarheid is—want waarom zouden ze het anders aan ons doorgeven?

Het antwoord hierop is simpel: Zij weten niet beter en geloven zelf werkelijk dat wat ze ons vertellen de waarheid is. Ook zij weten niet wat waar is en geven daarom automatisch en vooral onbewust onwaarheden door als zijnde ‘waarheid’ en sporen kinderen aan om in de toekomst precies hetzelfde te gaan doen. Het mag geen verrassing zijn dat de meeste kinderen, wanneer ze eenmaal een volwassen lichaam hebben, precies dat gaan doen.

Als kind hebben we niet de luxe om ervoor te kiezen niet blind te vertrouwen op wat volwassenen ons vertellen en we kunnen niet anders dan geloven en aannemen dat ons de waarheid wordt verteld. Tegen de tijd dat we als mens in staat zouden moeten zijn om voor onszelf na te denken, wanneer we in theorie in staat zouden moeten zijn om de informatie die ons wordt aangeleverd te wantrouwen, zijn we al zo gemanipuleerd en gehersenspoeld dat het voor de meeste mensen niet meer tot de mogelijkheden behoort.

In zijn algemeenheid durf ik te stellen dat de meesten van ons niet in staat zijn om objectief voor zichzelf na te denken, omdat het ons ten eerste nooit is geleerd en ten tweede—de meest belangrijke reden—ons de illusie is gevoed dat we wel voor onszelf nadenken terwijl dit in 99,9% van de gevallen niet zo is.  Ik durf zelfs te stellen dat het grootste deel van de mensheid dat ooit op aarde heeft rondgelopen nooit een moment voor zichzelf heeft nagedacht. Dat is wellicht een boute uitspraak, maar ik geloof dat hij correct is. 

Even recapituleren, omdat het belangrijk is:

  1. In eerste instantie zijn we niet in staat om voor onszelf na te denken omdat we baby’s zijn en volledig afhankelijk van de volwassenen die ons beschermen en voeden.
  2. Op geen enkel moment daarna wordt ons geleerd of wordt ons verteld dat ‘voor jezelf nadenken’ en het ‘wantrouwen van standaard geaccepteerde informatie’ een optie is.
  3. Daarna, zolang we ons in de maalstroom van het onderwijs begeven, zal het niet in ons opkomen om de leraren en wat zij ons onderwijzen in twijfel te trekken. Misschien omdat dit zou kunnen betekenen dat we onze diploma niet gaan halen, maar voornamelijk omdat we geen tijd krijgen om voor onszelf na te denken.
  4. Na die schooltijd of studie zullen de meeste mensen, wederom zonder na te denken, het arbeidsproces instappen en geen tijd meer hebben, of kunnen nemen, om zelf na te denken over wat hen is geleerd en of dat allemaal wel echt waar is.

Nu bestaat er het gevaar dat jij denkt dat dit niet over jou gaat, maar ik raad je aan om daar niet al te gemakkelijk vanuit te gaan. De kans bestaat dat ook jij gelooft dat je prima voor jezelf kunt nadenken, terwijl dat waarschijnlijk niet het geval is.

De meeste mensen geloven, nadat ze hun school hebben doorlopen en een baan hebben gevonden, dat het niet zoveel uitmaakt dat ze hun hele voorgaande leven alleen maar domweg de aangeleverde informatie hebben geconsumeerd. Ze hebben nu een baan, misschien een gezinnetje, en veel van de dingen die ze op school hebben geleerd, gebruiken ze nooit in het dagelijkse leven. Deze mensen zien iets over het hoofd wat wel heel belangrijk is, namelijk, dat zij nooit hebben geleerd om voor zichzelf na te denken en dat ze er daarom vanzelfsprekend niet toe in staat zijn.

Iemand kan zelf wel geloven dat hij voor zichzelf nadenkt, maar dat maakt het niet werkelijk waar. Hij gelooft wellicht dat hij zelf heeft besloten om een baan te vinden, dat hij zelf heeft besloten om een gezinnetje te stichten en dat hij zelf heeft besloten om een huis te kopen, terwijl het allemaal onderdeel is van de programmering die al sinds zijn geboorte op hem is afgevuurd. Die programmering gaat zijn hele leven door. Zijn ouders, oudere broers en zussen worden vervangen door ouderen, leraren en professoren, die op hun beurt weer worden vervangen door kranten, televisie en een net zozeer geïndoctrineerde en geprogrammeerde vriendenkring van gelijkgestemden, waardoor hij—net als de overgrote meerderheid van mensen op aarde—nog nooit één persoonlijk unieke originele onafhankelijke gedachte heeft gehad.

Wanneer ik serieus en eerlijk nadenk over de volwassenen in mijn leven, zie ik dat de meesten van hen ook blind hebben aangenomen wat ze in de eerste periode van hun leven van volwassenen in hun omgeving hebben geleerd, gevolgd door wat hen werd en word gevoed middels de kranten, het nieuws, de radio en televisie, die op hun beurt weer hebben nagepraat wat de volwassenen in hun eerste periode hen hebben geleerd, gevolgd door wat hen is gevoed middels de kranten, het nieuws, de radio en televisie.

Dit moet niet worden gezien als een verwijt, want dat is het niet. Het is hoe het gaat. Het is de manier waarop wij binnen de droomstaat functioneren, tenzij dat stramien op een of andere manier wordt doorbroken. Tot die tijd valt het niemand op, omdat iedereen op dezelfde manier functioneert. In een land vol blinde mensen wordt niemand als blind gezien of ervaren, en de ziende, zelfs eentje met slechts één oog, wordt niet gezien als koning, zoals men ons graag wil doen geloven, maar als ketter. 

Wat ons is geleerd bestaat uit voor waar aangenomen informatie waarvan de bron niet meer te achterhalen is. Het is net als het spelletje dat iedereen wel eens heeft gespeeld, waarbij je met zijn tienen of meer in een cirkel gaat zitten en één iemand de persoon naast hem iets influistert, waarna die persoon de volgende influistert wat hij heeft verstaan, en die weer de volgende, enzovoort. Wanneer de informatie uiteindelijk weer terugkomt bij degene die als eerste iets influisterde, heeft het niets meer te maken met wat hij als eerste had ingefluisterd.

We baseren ons wereldbeeld, onze realiteit, onze beslissingen en ons hele zijn op van mond tot mond opgedane aangenomen waarheden waarvan bron onbekend is, terwijl we het er allemaal over eens zijn dat een aangenomen waarheid zonder aantoonbare bron, dat van mond tot mond is gegaan, tijdens een rechtszaak niet genoeg zou zijn om een veroordeling af te dwingen.

Het lijkt er op dat ik ga beginnen bij het begin.

* * *

Tot zover de voorpublicatie.