Actieloos bestaan

Elke actie die we als mens ondernemen, bewust of onbewust, heeft of als doel om de huidige situatie in stand te houden, of als doel om de huidige situatie te veranderen. Het eerste doel is niet te behalen, omdat alles altijd verandert; iets in stand willen houden is tegennatuurlijk. Het tweede doel is bedoeld om te iets te bereiken dat we vervolgens in stand willen houden, met hetzelfde resultaat als het eerste doel.

Als we ongelukkig zijn, willen we gelukkig worden, en als we gelukkig zijn, willen we gelukkig blijven, maar omdat we niet gelukkig kunnen blijven in een eeuwig veranderlijke wereld, worden we daar weer ongelukkig van. De enige oplossing die veel mensen zien, is om maar krampachtig vol te blijven houden dat ze gelukkig zijn in de hoop dat ze het ook echt zelf gaan geloven. Dat lukt niet altijd, dus dan worden ze depressief of boos.

Het afgelopen jaar is voor mij een ‘rollercoaster’ geweest en in feite zit ik daar nog steeds in. Het ene bommetje na het andere ontploft en vernietigt stuk voor stuk deeltjes van wat ik nog dacht te zijn en van wat ik nog dacht te hebben. Jed McKenna heeft ooit gezegd (soort van, ik parafraseer) dat Zelfonderzoek en Spirituele Autolyse vergelijkbaar is met het spelen met vuur, waarbij je gaat kijken wat er allemaal te verbranden is. Zijn conclusie was dat letterlijk alles brandt.

Met Zelfonderzoek en Spirituele Autolyse, maar ook Een Cursus in W0nderen en in feite elke goede oprecht uitgevoerde spirituele methode, steek je alles wat je dacht te zijn en dacht te bezitten in de fik tot er niets meer over is en het begint te dagen dat je werkelijk letterlijk de enige bent die hier is; jijzelf in niets voor altijd. Dat is vanzelfsprekend niet een realisatie die veel mensen willen hebben, wat verklaart waarom er relatief gezien zo weinig mensen werkelijk ontwaken uit de droomstaat.

Ik kan me voorstellen dat het voor mensen die mij al langer kennen, en dan bedoel ik echt persoonlijk kennen vanuit een verleden, heel erg vreemd klinkt als ik zeg dat ik letterlijk de enige ben die hier is binnen iets wat ik zonet ‘niets voor altijd’ heb genoemd. Ik begrijp het als dit wordt uitgelegd als een redelijk depressieve beschrijving van bestaan, maar dat is het niet.

Ik drijf steeds meer richting het geen nut of noodzaak zien in het veranderen van hoe het is, noch in het in stand houden van hoe het is en ik begrijp dat dit er qua beeld, in de vorm van wat we Frits noemen, uit kan kan zien als depressief, inactief of misschien zelfs afstandelijk. Misschien ziet het eruit als iemand die zich langzaam terugtrekt uit het leven, maar dat is slechts hoe het er uitziet. Als iedereen snel vooruit wandelt dan kan het lijken alsof iemand die stilstaat achteruit loopt.

Het lastige van deze situatie, althans, voor mij, is de nog steeds aanwezige drang vanuit de ego-denkgeest om iets te veranderen of om iets in stand te houden. Men zegt wel dat het goed is om uit je persoonlijke comfort-zone te stappen. Dat wordt vaak vertaald als iets gaan doen wat je niet gewend bent om te doen. In dat opzicht is dit het ultieme uit de comfort-zone stappen, want dit lichaam-brein-systeem van ons is niet gebouwd en bedoeld voor niets doen in niets voor altijd.

Zoals ik al schreef, kan het voor de mensen om mij heen lijken alsof ik me terugtrek, alsof ik depressief ben of diep ongelukkig — om heel eerlijk te zijn weet ik niet precies hoe het er uitziet — maar dat lijkt alleen maar zo. Ik trek me niet terug, ik sta stil en volg de stroom waarin ik zit aan de hand van de patronen om me heen. Het ondernemen van actie komt langzaam maar zeker tot een halt en binnen een wereld puur en alleen gebaseerd op actie en reactie kan ik me voorstellen dat dit er een beetje gek uitziet.


Voor iedereen die na dit verhaal toch nog interesse heeft in Zelfonderzoek en Spirituele Autolyse, neem eens een kijkje op: WWW.AUTOLYSE.NL

Ik en de oude ‘Frits’

Ik denk dat een deel van de verwarring waar ik momenteel tegenaan loop, ten opzichte van mensen die mij al langer kennen, voortkomt uit het feit dat zij er waarschijnlijk vanuit gaan dat de ‘Frits’ die zij zien en waarmee zij omgang hebben nog steeds de ‘Frits’ is die zij van vroeger kennen. Dit is vanzelfsprekend het meest voorkomend bij familiebanden waar men deze ‘Frits’ kent vanaf de geboorte.

De ‘Frits’ die zij kennen is niet meer wat ik ben. De identificatie met het ‘Frits-zijn’ is geleidelijk aan verdwenen na een ‘verlichtingservaring’ in 2011. In feite gebruik ik het lichaam van ‘Frits’ als een soort van kostuum dat nodig is om me binnen deze realiteit te verplaatsen. Wanneer nodig speel ik de rol ‘Frits’, maar dat kost wel enige moeite; de meeste tijd draag ik alleen het kostuum.

Mij verwarren met dit ‘Frits-personage’ is als een acteur verwarren met de rol die hij speelt; dat levert onherroepelijk problemen op. Ik ervaar de wereld niet meer zoals Frits deze ervoer en dat betekent ook dat ik die wereld niet meer beschrijf of verwoord zoals Frits dat deed. Ik begrijp dat dit voor sommige mensen verwarrend is, maar het is wel hoe het is.

Wanneer ik tijdens de omgang met mensen die mij vanaf vroeger kennen de rol ‘Frits’ speel, dan moet ik mij aanpassen aan het idee dat zij van mij hebben — iets wat ik mij kan herinneren — en moet ik de ware aard van wat ik werkelijk ben voor een groot deel onderdrukken. Omdat dit flink wat energie kost, doe ik dat alleen wanneer ik werkelijk contact heb met mensen van vroeger.

Hierdoor ontstaat er in hun ogen een groot verschil tussen de ‘Frits’ die zij denken te kennen en — bijvoorbeeld — de ‘Frits’ die ze op Facebook zien schrijven, of de ‘Frits’ die deze blog schrijft. Ik begrijp dat wel, maar ik kan er niets aan veranderen, aangezien dat wat ik werkelijk ben — wat mij werd getoond tijdens de ‘verlichtingservaring’ in 2011 — geen werkelijke overeenkomsten heeft met de door overtuigingen, geloven en invloeden van buitenaf gevormde oude ‘Frits’.

Ik weet niet zeker of dit een duidelijke uitleg is voor het verschil tussen wat ik ben — wat ik altijd ben geweest, maar wat werd overschaduwd door de ‘Frits’ die ik dacht te zijn — en wat ‘Frits’ lijkt te zijn voor mensen die deze oude ‘Frits’ hebben gekend, maar zo liggen de zaken voor mij. Ik kan niet afdwingen dat men dat leuk vindt of dat men het accepteert, wil accepteren of kan accepteren, dus het is aan ieder ander om daarin een afweging te maken.

Ik probeer tijdens directe omgang zoveel mogelijk en zo goed mogelijk mijn rol te spelen, maar los daarvan kan ik alleen zijn wat ik werkelijk ben. Dit levert een ander beeld op van wat familie en vrienden banden zijn en verschilt van hoe familie en vrienden die banden, gebaseerd op hoe die vroeger waren, ervaren. Ik pas me tijdens directe omgang zo goed mogelijk aan, omdat ik hun idee van familie en vrienden banden begrijp, aangezien ik vroeger ook zo was en dacht, maar voor mij — bekeken vanuit wat ik werkelijk ben — ziet het er nu anders uit en verandert dat nog steeds.

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag