Dilemma van het bestaan

Het dilemma van ons bestaan is dat we geloven dat we afgescheiden entiteiten zijn die leven in een potentieel bedreigende wereld terwijl dat niet zo is. De reden waarom we denken dat we afgescheiden entiteiten zijn, en dat de wereld een fysieke realiteit is, komt voort uit het feit dat we het als zodanig ervaren. Maar wat als die ervaring niet juist is?

Door de eeuwen heen zijn er veel namen gegeven aan het enige dat werkelijk bestaat — God, het Absolute, het Ene, Eenheid, Dat wat IS… en ga zo maar door — in de hoop dat we er iets van kunnen maken dat ons brein kan behappen. Het probleem hierbij is dat het enige dat bestaat onnoembaar is en zodra je het een naam geeft, maak je er iets van wat het niet is. Bovendien overtuigen veel rationele mensen zich ervan dat zoiets niet bestaat, juist omdat we het niet kunnen ervaren.

Dat enige onnoembare dat werkelijk bestaat, is vormloos. Ons brein kan alleen met iets aan de slag, als dat op een of andere manier vorm heeft. We moeten het kunnen zien, voelen, horen, ruiken of proeven, en als dat niet lukt, willen we het kunnen vaststellen middels cijfers en statistieken. Het onnoembare kan op geen van deze manieren worden ervaren of bewezen. Je kunt niet bewijzen dat iets bestaat vanuit een situatie die niet bestaat met middelen die niet bestaan.

We nemen aan dat de wereld bestaat en we nemen aan dat wij als losstaande entiteiten bestaan, dat is het startpunt dat we nooit betwijfelen. Van daaruit proberen we te bewijzen dat er iets bestaat dat dit alles overkoepelt (God, het Absolute, het Ene, Eenheid, Dat wat IS, etc.), maar alleen ‘dat wat bestaat’ bestaat en alles wat daarin verschijnt bestaat niet, dus hoe kan dat wat erin verschijnt en niet bestaat, bewijzen dat hetgeen waarin het verschijnt bestaat?

Dat is het dilemma. Alles wat we ervaren met onze zintuigen is hetgeen dat niet waar is, en hetgeen dat waar is, kunnen we niet ervaren met onze zintuigen. Het is geen wonder dat we geloven dat deze fysieke wereld waar is en echt bestaat, omdat dit het enige is dat we kunnen ervaren en dus bewijzen, en als die wereld echt bestaat, dan moeten wijzelf echt bestaan en moeten we wel die losstaande entiteiten zijn.

Dat is hoe de ego-denkgeest ons ervan overtuigt dat dualiteit de norm is en dat eenheid niet kan bestaan. De redenatie van de ego-denkgeest wordt ondersteund door alles wat we met onze zintuigen ervaren. Het is ontzettend overtuigend en daarom lukt het zo weinig mensen om werkelijk wakker te worden uit die droomstaat. We blijven geloven dat we toch iets moeten zijn en we willen bevrijding en wakker worden voor hetgeen we geloven te zijn, terwijl we dat niet zijn.

Het meest lastige is accepteren dat al je redenaties, aannames en overtuigingen zijn gebaseerd op het valse uitgangspunt dat er een fysieke wereld is en dat jij daarin als personage bestaat. Letterlijk het laatste wat we willen, is geconfronteerd worden met het feit dat we niet bestaan, want daarmee houdt voor ons gevoel alles op.

Het punt is natuurlijk dat we niet bestaan en nooit hebben bestaan, waardoor er vanzelfsprekend niets is dat ooit kan ophouden — maar wat houdt dit precies in voor dat wat we denken en geloven te zijn? Dat lijkt me een goede vraag om te overpeinzen:

“Als ik niet besta en nooit heb bestaan,
wat houdt dat precies in?”

Probeer je daar maar eens een voorstelling van te maken, zonder aan te nemen en ervan uit te gaan dat je bestaat.

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag