Hoe ‘het’ in elkaar steekt

Ik wil even zo kort mogelijk proberen te schetsen hoe ‘het’ in elkaar steekt. Van daaruit wordt hopelijk duidelijk wat voor soort spiritueel leerproces je nodig hebt om te ontwaken uit de droomstaat. Het lijkt een algemeen verhaal, maar het is uiterst specifiek bedoeld. Het is letterlijk voor iedereen hetzelfde. Je kunt, als je dat nodig vindt, de terminologie veranderen, maar de kern van het verhaal is voor iedereen gelijk.

Het begin van ons — wij als personage, als mens — start op het moment dat de denkgeest — vanaf nu schrijf ik dat als ik/denkgeest — is gaan denken en geloven dat het zich heeft afgescheiden van Eenheid. Het geloof in die afscheiding creëert een onwaarschijnlijk groot gevoel van schuld voor de daad van afscheiding en dit schuldgevoel is zo groot dat het letterlijk ondraaglijk is.

Om dit schuldgevoel te onderdrukken, om het weg te drukken in het onbewuste deel van de ik/denkgeest, projecteert de ik/denkgeest, middels een punt van perspectief, een wereld vol afleiding. Dit punt van perspectief is de mens, jij en ik — vanaf nu noem ik dat ik/mens.

De ik/denkgeest projecteert niet slechts één projectie middels één ik/mens, maar projecteert inmiddels zo’n kleine 8 miljard werelden middels een kleine 8 miljard ik/mensen, want deze ik/denkgeest gelooft in afscheiding, dus dat is wat het ook projecteert.

Elke wereld voor elke ik/mens is gericht op het specifieke punt van perspectief. De ene ik/mens is gevoelig voor plezier, de ander voor drama en weer een ander voor verslaving. Het maakt niet uit wat voor wereld er geprojecteerd wordt, zolang de specifieke ik/mens maar gelooft dat het waar is, want dan wordt de ik/denkgeest afgeleid van dat ondraaglijke schuldgevoel.

De ik/denkgeest heeft steeds meer nodig om de aandacht van het schuldgevoel af te leiden. Dat is wat we in onze persoonlijke wereld zien gebeuren. Steeds meer hersenloos vermaak, steeds grotere rampen, steeds meer drugs en andere zaken om verslaafd aan te raken. Kortom, steeds meer afleiding, steeds groter en groter en overweldigender, zodat het eveneens groeiende schuldgevoel maar onderdrukt blijft.

Iedereen die dit verhaal kan volgen, moet kunnen snappen dat de oplossing niet in de wereld te vinden is. De wereld is een projectie om het werkelijke probleem te verhullen. Zolang ik mij blijf focussen op die wereld, de projectie, zie ik het werkelijke probleem, het schuldgevoel, niet. Dat is de bedoeling en zelfs de enige functie van mijn wereld, en dat geldt ook voor jouw wereld en de werelden van alle 8 miljard mensen op aarde.

Wanneer dit verhaal doordringt tot een ik/mens, dan wordt er vrijwel meteen een nieuwe wereld geprojecteerd. De ik/denkgeest geeft niet zomaar op en ziet dat het oude verhaal niet meer werkt, dus dan projecteert het een spiritueel verhaal in een spirituele wereld.

Die spirituele wereld leidt net zo goed af van het werkelijk probleem als de oude wereld. Ook een spirituele wereld heeft als enig doel en als enige functie het verhullen van het werkelijke probleem — en dat is nog steeds dat ondraaglijke schuldgevoel als gevolg van het geloof in de afscheiding van Eenheid.

De ik/denkgeest wil het probleem — het ondraaglijke schuldgevoel — onderdrukken, omdat het ondraaglijk is. Dat kan alleen als de ik/mens —het punt van perspectief, de projector — gelooft dat het een werkelijk personage is en dat de wereld een werkelijke fysieke realiteit is waarin werkelijke problemen opkomen.

De oplossing zit hem niet in het oplossen van de schijnbare problemen die je in jouw wereld ervaart, maar in het absolute inzicht dat elke wereld die je ervaart er alleen maar is om de aandacht af te leiden van het onbewuste ondraaglijke schuldgevoel in de ik/denkgeest. Het probleem bevindt zich in de ik/denkgeest, dus het oplossen van dat probleem moet zich eveneens in de ik/denkgeest afspelen.

Wanneer dit inzicht absoluut is, met andere woorden, als niet alleen de ik/mens het begrijpt, maar ook de ik/denkgeest het inziet, kan er opnieuw worden gekozen. Daarna begint de terugreis naar de realisatie dat afscheiding van Eenheid onmogelijk is en dat dit nooit heeft kunnen plaatsvinden. Het schuldgevoel zal daarna langzaam wegebben uit de ik/denkgeest en uiteindelijk zal die ik/denkgeest weer gewoon een denkgeest zijn, niet los van Eenheid, maar een inherent niet los te maken onderdeel van Eenheid.

Dit is een pijnlijk proces, omdat het betekent dat je door dat schuldgevoel heen moet. Het wegebben gaat langzaam. De ik/denkgeest zal geregeld twijfelen en de pijn proberen te verminderen door opnieuw iets te projecteren dat hopelijk afleidt van de pijn. De ik/mens moet zichzelf voortdurend trainen dat het alleen maar een punt van perspectief is van de ik/denkgeest en dat projecteren geen oplossing brengt.

De enige spirituele methode die werkt is de methode die je leert en laat zien dat deze wereld een deken is die over dat ondraaglijke schuldgevoel is gedrapeerd, en elke gebeurtenis, elke ergernis, elk voorval, alles wat schijnbaar in deze wereld gebeurt, is een nieuwe deken. Het moet een leerproces zijn dat deken voor deken weghaalt.

Pas aan het einde van dat leerproces kan er gekeken worden naar dat schuldgevoel zodat er gezien kan worden dat dit schuldgevoel nergens op gebaseerd is. Er heeft nooit afscheiding van Eenheid plaatsgevonden, de ik/denkgeest heeft nooit iets verkeerd gedaan, er is nog nooit iets gebeurd.

De twee methodes die ik ken, die dat voor elkaar krijgen, zijn Spirituele Autolyse en Een Cursus in Wonderen. Maar ik geef toe dat ik niet alle methodes ken.

Spirituele verlichting?

Het komt soms voor dat mensen om me heen, althans, zij die weten waar ik mee bezig ben, mijn schijnbare staat van zijn verwarren met zoiets als spirituele verlichting waarover ze iets hebben gelezen of gehoord. Vanochtend werd ik wakker met het verhaal dat ik nu ga proberen op te schrijven (dus blijkbaar is er een noodzaak om het er opnieuw over te hebben) met het risico arrogant of zelfingenomen over te komen.

Spirituele verlichting is niet een staat van zijn. Het is niet iets dat je kunt vinden of verkrijgen, het is eerder een gevoel. Het is een gevoel van verlichting dat de denkgeest (spirit) ervaart wanneer er de absolute realisatie is dat het geen mens is. Met andere woorden, de denkgeest — alias spirit — is verlicht van de last die het droeg toen het nog dacht, geloofde of aannam dat het een mens was.

Na die absolute realisatie van geen mens te zijn —alias, ontwaken uit de droomstaat —, valt het idee, het geloof, de aanname en de overtuiging dat je een mens bent weg. Daarna gaat de show gewoon door, maar is er de duidelijkheid dat het lichaam niets meer is dan een pion waarmee het spel “leven op aarde” wordt gespeeld. De “spirit” is verlicht van het mens zijn, vandaar: spirituele verlichting.

Wanneer de absolute realisatie dat je geen mens bent nog niet heeft plaatsgevonden, wanneer je bijvoorbeeld nog steeds echt gelooft dat je een mens bent, of alleen maar denkt, gelooft of aanneemt dat je geen mens bent omdat een of andere spirituele leraar je dat heeft verteld, kun je niet weten hoe het is om te zijn na die absolute realisatie dat je geen mens bent.

Iedereen waarbij die absolute realisatie nog niet heeft plaatsgevonden, zal iedereen om zich heen vergelijken met zichzelf of met het idee hoe mensen in elkaar steken. Zo zullen ze de overgebleven pion van het voormalige personage, dat nu die absolute realisatie heeft ervaren waarbinnen duidelijk is geworden dat hij of zij geen mens is, zien als één van hen, met de dezelfde eigenschappen, dezelfde mogelijkheden, dezelfde tekortkomingen en dezelfde blinde vlekken.

Dit is een vergissing, hoewel het een begrijpelijke vergissing is. Wanneer je gelooft een mens te zijn, kun je alles alleen maar aanschouwen vanuit dat perspectief —het perspectief van in de droomstaat —, terwijl er na de absolute realisatie dat je geen mens bent, alles kan worden gezien vanuit het volledige en absolute overzicht dat de denkgeest heeft en de kennis en het inzicht dat het illusie is. In de droomstaat kun je niet weten hoe het uit de droomstaat is, maar uit de droomstaat weet je precies hoe het in de droomstaat was.

Na de absolute realisatie dat je geen mens bent, kunnen er geen blinde vlekken zijn, aangezien alles volledig duidelijk en overzichtelijk is. Alles klopt omdat je het vanuit het juiste perspectief bekijkt. Je weet op een of andere manier precies wat alles is, hoe alles is en waarom het zo is, ook al heb je daar geen directe bewijzen voor. Je ervaart het leven op aarde als het spel dat het is en je ervaart de pion — het lichaam dat je vroeger dacht te zijn — als een voorwerp waarmee je het spel speelt.

Er kan dus na de absolute realisatie worden besloten om als denkgeest wel of niet een rol te spelen in het spel. Je kunt midden in het leven blijven staan of ergens op een berg of in de wildernis gaan zitten. Maar, er kan ook worden besloten om af en toe wel en af en toe niet een rol te spelen, bijvoorbeeld alleen wanneer dit handig is of wanneer de situatie er om vraagt of wanneer jij dat wilt.

Zoals gezegd, iedereen waarbij deze realisatie nog niet heeft plaatsgevonden, kan zich hier geen voorstelling van maken. Dus wanneer zij horen over zoiets als ‘spirituele verlichting’ of het idee dat ‘iemand verlicht is’, dan kunnen ze niet anders dan daar een verkeerd en verwrongen beeld van hebben. Ze zullen denken dat het personage, de pion, daadwerkelijk verlicht is, terwijl alleen de denkgeest is verlicht van de last van de overtuiging echt die pion te zijn.

Iedereen die zich nog identificeert met het lichaam en zegt dat hij of zij verlicht is, of zegt dat jij als mens verlicht kunt worden, heeft letterlijk geen idee waarover hij of zij spreekt. Je kunt het pas weten na die absolute realisatie en dan weet je dat het niet is waarover al die aardse spirituele leraren en stromingen spreken. Het is puur en alleen het gevoel van verlichting dat de denkgeest ervaart doordat het verlicht is van de last die het droeg toen het nog dacht en geloofde dat het een mens op aarde was.

Ikzelf, als de denkgeest die ik ben, speel nog steeds de rol ‘Frits’, maar alleen wanneer dat handig is of wanneer de situatie er om vraagt. Dit werkt af en toe verwarrend, omdat de personages waarmee ik samen het spel “leven op aarde” speel, grotendeels denken en geloven hun pion te zijn en dat het spel geen spel is. Omdat ze zelf geloven hun pion te zijn, zien ze ook de pion ‘Frits’ als een echt personage dat grotendeels hetzelfde functioneert als zij zelf, terwijl dat niet meer zo is.

Niettemin, wanneer ik als denkgeest de rol ‘Frits’ speel, doe ik dat voor de volle 100%. Dan doe ik alsof ik dit lichaam ben en alsof alles wat gebeurt echt plaatsvindt en echt waar is. Maar altijd — en dit is een belangrijk punt! — altijd vanuit het absolute overzicht van de denkgeest die de rol ‘Frits’ speelt.

Natuurlijk zit er in de pion ‘Frits’ nog een residu ego, want dat is onderdeel van het spel dat we hier spelen, en soms probeert dat ego het weer over te nemen. Maar dat is altijd van korte duur, omdat de absolute realisatie dat ik niet ‘Frits’ ben, niet dit lichaam, niet deze mens, niet meer terug te draaien is. Uiteindelijk trek ik me weer terug uit de klauwen van ego en ervaar ik het spel weer vanuit dat absolute overzicht van de denkgeest en vanuit een absoluut weten wat het spel is, wat ik ben en wat dat lichaam is.

Ik weet dat dit arrogant over kan komen, maar soms is dat nodig om het zo duidelijk mogelijk onder woorden te brengen voor de mensen die het nog niet hebben mogen ervaren. Ik zeg steeds met nadruk “nog niet”, omdat die absolute realisatie uiteindelijk onvermijdelijk is. Waarheid is, onwaarheid is niet, en wat niet is, kan niet eeuwig duren.

Zijn vanuit de absolute realisatie dat je geen mens bent, is niet iets bijzonders. Bijzonder is dat er zo belachelijk en onvoorstelbaar veel mensen, pionnen, delen van de denkgeest zijn, die zo ontzettend vol vuur en vanuit een bijna onwrikbare vastberadenheid hun best doen om die realisatie te ontlopen.

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag