Het draaiboek is geschreven

Na een inzicht, dat volgde op een conflict, een botsing, met iemand dichtbij mij (dat blijft nog een flinke triggerpunt), zag ik opeens alles in een helder perspectief. Daarna kwamen er via verschillende kanalen teksten en uitspraken langs, sommige rechtstreeks uit Een Cursus in Wonderen, anderen gerelateerd daaraan, die mijn nieuwe — of hernieuwde — inzicht bevestigden.

Een van deze teksten komt uit Les 158 van het Werkboek van Een Cursus in Wonderen, en hier kom ik de laatste paar dagen steeds op terug:

“Tijd is een kunstgreep, een goocheltoer, een immense illusie waarin figuren als bij toverslag komen en gaan. Toch zit er een plan achter alle verschijningsvormen dat niet verandert. Het draaiboek is geschreven. Wannéér ervaring een eind komt maken aan jouw twijfelen staat vast. Want wij zien de reis slechts vanaf het punt waarop ze eindigde en kijken erop terug, terwijl we ons inbeelden dat we haar nog eens maken; en we zien mentaal opnieuw wat is voorbijgegaan.” (WdI.158.4)

Deze paragraaf is in feite een verduidelijking op verschillende mededelingen in Een Cursus in Wonderen, zoals:

“Zo is elk leven: een ogenschijnlijk interval van geboorte naar dood en opnieuw naar leven, een herhaling van een ogenblik dat lang geleden al voorbij was en niet kan worden herbeleefd. En alle tijd is niets anders dan de waanzinnige overtuiging dat wat voorbij is nog steeds hier is en nu.” (T26.V.13:3-4)

“Deze wereld was lang geleden al voorbij. De gedachten die haar hebben gemaakt, zijn niet meer in de denkgeest die ze gedacht heeft en een tijdje liefhad.” (T28.1:6-7)

“Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen.” (WdI.132.6:2-3)

En nog veel meer. Ik voel de noodzaak om daar nu iets over te zeggen, alleen weet ik nog niet wat dat is. Niettemin ga ik het proberen.

De meeste mensen ervaren het leven lineair in tijd en ruimte, van geboorte tot de onafwendbare dood. Op die tijdlijn ervaren de meeste mensen zichzelf in het nu, met achter hen een verleden en vóór hen een onbekende toekomst. Een Cursus in Wonderen weerspreekt dat door te stellen dat de wereld al lang voorbij is (T28.1:6) en dat er nu, op dit moment geen wereld is (WdI.132.6:2).

Dit betekent onherroepelijk dat wij ons niet nu op de tijdlijn kunnen bevinden, aangezien de wereld — en daarmee die tijdlijn — al lang voorbij is en op dit moment niet (meer) bestaat. Dit betekent dat letterlijk alles al is gebeurt en voorbij is, en dat betekent ook dat, als wij dat leven, die wereld, die tijdlijn die al voorbij is nu aan het ervaren zijn, wij ergens veilig zijn waar vandaan we dat leven, die wereld, die tijdlijn kunnen aanschouwen — net als een toeschouwer in een theater.

De implicatie van zo’n inzicht is zonder al teveel overdrijving te vergelijken met een nucleaire aanslag op de psyche. Opeens kijk ik naar mijn leven in deze wereld vanuit de realisatie dat het draaiboek al is geschreven, de show al is opgevoerd en opgenomen en dat ik nu naar de herhaling aan het kijken ben. De uitkomst, het einde van de show, staat al vast en het feit dat ik in staat ben om de herhaling van die show te bekijken en te ervaren, betekent dat ik absoluut veilig ben waar ik nu werkelijk ben.

“Zo is elk leven: een ogenschijnlijk interval van geboorte naar dood en opnieuw naar leven, een herhaling van een ogenblik dat lang geleden al voorbij was [..].” (T26.V.13:3)

“Want wij zien de reis [ons leven] slechts vanaf het punt waarop ze eindigde en kijken erop terug, terwijl we ons inbeelden dat we haar nog eens maken; en we zien mentaal opnieuw wat is voorbijgegaan.” (WdI.158.4:5)

Het spel is voorbij, ik kijk alleen nog even naar de herhaling.

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag