Een uitgemaakte zaak

Er is geen wereld! Ik vermoed dat ik hierover al vaker iets heb geschreven, maar ik ben te lui om dat te checken. Maar het is waar, er is geen wereld! Dat is waar ik steeds weer op terugkom. Daarna verwatert het weer en verdwijnt het naar de achtergrond, tot ik het weer helder voor ogen zie: er is geen wereld!

De wereld die ik zie en ervaar is een projectie van mijn gedachten onder leiding van de ONJUIST gerichte denkgeest; oftewel, onder leiding van ego. Dat is een gegeven. Als ik niet voor de leiding van ego zou hebben gekozen, zou ik geen schijnbaar fysieke wereld kunnen ervaren. Dat is een uitgemaakte zaak en het heeft geen zin om me daar schuldig over te voelen.

Onder leiding van ego zijn mijn gedachten schijnbaar daadwerkelijk dingen geworden. Mijn gedachten zijn als vormen geprojecteerd, inclusief het lichaam dat ik ‘Frits’ noem. Dat is een uitgemaakte zaak en kan niet teruggedraaid worden. De enige oplossing voor dit probleem is terugkeren naar de denkgeest waar die gedachten ooit zijn opgekomen, om vervolgens te kiezen voor de JUIST gerichte denkgeest.

En ja, het is een probleem, omdat ik als lichaam, en ook die wereld om mij heen, niet daadwerkelijk een ware fysieke realiteit is en daarmee niet mijn natuurlijke staat van zijn, ongeacht of ik het wel of niet als leuk ervaar!

Nu moet ik eerst even iets uitleggen over ‘gedachten’. Zodra wij ons identificeren met een lichaam op aarde, denken wij dat de gedachten die wij hebben onze gedachten zijn en dat die gedachten ontstaan in ons brein. Dat is een misvatting. Gedachten ontstaan alleen in de denkgeest en worden, door de keuze voor de ONJUIST gerichte denkgeest — alias: ego — geprojecteerd als en in dat lichaam in die schijnbare wereld. Ik als personage in deze wereld, heb nog nooit een gedachte ontwikkeld, maar ik als denkgeest wel.

Dat lichaam, met dat brein is dus een projectie en kan zelf niet denken omdat het een projectie is en geen fysieke realiteit. Wanneer ik het binnen dit verhaal heb over ‘mijn gedachten’ die als schijnbaar fysieke objecten worden geprojecteerd, dan heb ik het over mij als denkgeest, als dat wat ik werkelijk ben, en niet over mij als het geprojecteerde lichaam dat ik ‘Frits’ noem.

Wanneer ik me weer eens duidelijk realiseer dat ik denkgeest ben en mijn gedachten onder leiding van ego — de ONJUIST gerichte denkgeest – heb laten projecteren als een schijnbaar fysieke realiteit, dan kan ik schijnbaar terugkeren naar mijzelf als denkgeest. Ik zeg ‘schijnbaar terugkeren’ omdat ik in werkelijkheid nooit niet die denkgeest ben geweest. Het voelt als terugkeren naar die denkgeest, maar het is in werkelijkheid alleen maar herinneren dat ik nooit dat lichaam in die wereld ben geweest.

In het begin heb ik gezegd dat deze realisatie na verloop van tijd verwatert, en dat komt omdat ego altijd aanwezig is en altijd probeert de leiding over te nemen. Ego praat altijd als eerste, dus elke eerste ingeving die ik als denkgeest heb, is altijd onder leiding van ego en is vrijwel altijd heel erg overtuigend. Hierdoor kan de realisatie vanuit het bewuste deel van de denkgeest wegzinken in het onbewuste deel van de denkgeest. Dat is hoe het werkt en waarmee we allemaal te maken hebben.

Wanneer ik me herinner dat ik denkgeest ben en schijnbaar ben teruggekeerd naar die denkgeest — met andere woorden, die kennis is weer teruggekeerd in het bewuste deel van de denkgeest —, dan kan ik, in plaats van kiezen voor de ONJUIST gerichte denkgeest, kiezen voor de JUIST gerichte denkgeest.

Dat betekent niet dat de wereld, de projectie, verdwijnt, want dat is nou eenmaal een uitgemaakte zaak, maar wel dat er op een andere manier naar die wereld, de projectie, wordt gekeken. Onder leiding van de ONJUIST gerichte denkgeest lijkt mijn lichaam en lijkt de wereld een werkelijk fysieke realiteit te zijn, maar onder leiding van de JUIST gerichte denkgeest is het duidelijk dat dat lichaam en die wereld geen werkelijk fysieke realiteit is; met andere woorden: ER IS GEEN WERELD!

Wanneer deze kennis werkelijk bewust wordt, wanneer de realisatie dat er echt absoluut zeker geen wereld is tot je doordringt, dan houdt alles op. Niet zozeer de projectie zelf, want zoals gezegd, dat is een uitgemaakte zaak, maar elke investering in die projectie houdt op. In plaats van als lichaam energie te steken in de wereld, in een poging het te veranderen of te verbeteren, wordt je focus verplaatst naar de denkgeest en het veranderen van je gedachten over die wereld.

Want, nogmaals, omdat het van belang is om dit werkelijk te begrijpen: mijn gedachten zijn onder leiding van de ONJUIST gerichte denkgeest, onder leiding van ego, de geprojecteerde schijnbaar fysieke wereld geworden met letterlijk alles wat daarin plaatsvindt. Dat is een uitgemaakte zaak en kan niet worden teruggedraaid, en het enige wat ik kan doen, is mijn gedachten over die wereld aanpassen.

Dit betekent niet dat de projectie van die wereld verandert, want zoals ik al gezegd heb, dat is een uitgemaakte zaak, maar het is — bij wijze van spreken — een wereld van verschil wanneer ik als denkgeest denk dat iets waar en vreselijk is, of dat ik weet dat het onwaar is. Dat iets is dan niet veranderd, maar mijn gedachten over dat iets wel.

Maar waarom verandert de projectie niet wanneer ik de leiding van de JUIST gerichte denkgeest heb gekozen en mijn denken over die projectie heb veranderd? Dat is een goede vraag en het antwoord is heel simpel. De projectie is geprojecteerd onder leiding van de ONJUIST gerichte denkgeest, alias: ego, en dat is een uitgemaakte zaak en kan niet worden teruggedraaid.

Het is alleen de ONJUIST gerichte denkgeest die projecteert, omdat hij gelooft dat illusies en afscheiding waar zijn. De JUIST gerichte denkgeest projecteert niets en verandert ook niets aan projecties, omdat hij zich alleen met Waarheid bezighoudt en weet dat alleen Eenheid als één denkgeest waar is en dat projecties onwaar zijn.

Onder leiding van de JUIST gerichte denkgeest weet je dat er geen wereld is, ook al zie je die wereld wel. Je weet dat je niets kan veranderen aan iets dat niet bestaat en je weet ook dat je niets hoeft te veranderen aan iets dat niet bestaat, juist omdat het niet bestaat. Daarin ligt, zoals Een Cursus in Wonderen ook stelt, de vrede van God.

Vergeving

Vergeving is iets waar ik op dit moment heel erg mee bezig ben, schijnbaar ben ik daar nu klaar voor. Ik heb er al een VIDEO over gemaakt, maar ik wil het er hier ook even over hebben, al was het alleen maar om mijzelf er aan te herinneren wat vergeving nou precies is.

Er is maar één soort vergeving en dat is absolute vergeving. Elke andere vorm van vergeving is geen echte vergeving. Hier, in deze wereld, komt vergeving meestal neer op het vergeven van iemands daden of acties, waarbij we in feite zeggen dat we de ander wel vergeven, maar niet vergeten wat hij heeft gedaan. Dit is geen echte of absolute vergeving.

Echte absolute vergeving, zoals dit wordt besproken in Een Cursus in Wonderen, komt neer op het werkelijk volledig vergeven van alles wat we tegenkomen en alles wat wie dan ook ons schijnbaar aandoet. Binnen deze manier van vergeven, vergeven we iets — bijvoorbeeld een persoon die ons schijnbaar iets heeft aangedaan, of een gebeurtenis waardoor we emotioneel geraakt worden — voor wat er niet is gebeurd.

Ik wil dit graag verklaren aan de hand van een willekeurig voorbeeld waarin een man iets doet waardoor ik mij heel erg opwindt. Echte absolute vergeving vergeeft deze man voor wat hij niet heeft gedaan, omdat er — zoals Een Cursus in Wonderen aangeeft — geen wereld is en deze man daarom niet werkelijk bestaat. Iemand die niet bestaat kan een ander niets aandoen, en sterker nog, die ander — het poppetje Frits in dit geval — bestaat ook niet en kan niets worden aangedaan.

De wereld is niets meer of minder dan een projectie in de denkgeest die gelooft dat afscheiding van Eenheid mogelijk is. Die wereld en alles er in, alles wat we meemaken, is alleen een projectie van afscheiding en dualiteit om onszelf als denkgeest ervan te overtuigen dat afscheiding niet alleen mogelijk is, maar ook is gelukt.

Door die man in het voorbeeld te vergeven voor wat hij niet heeft gedaan, en mij te realiseren dat er geen wereld is, dat die man niet bestaat, dat ikzelf ook niet besta en dat alles een projectie is om te bewijzen dat afscheiding van Eenheid mogelijk is, vergeef ik in feite mijzelf. Ik vergeef mijzelf, als denkgeest die ik ben, voor het projecteren van deze specifieke situatie met deze man, waarmee ik ten onrechte probeerde aan te tonen dat afscheiding van Eenheid niet alleen mogelijk is, maar zelfs een feit is.

Wanneer ik mij realiseer, of herinner (wat hetzelfde is), dat ik als denkgeest alleen maar aan het projecteren ben om iets te bewijzen wat absoluut onmogelijk is, realiseer of herinner ik mij dat er nooit iets is gebeurd en dat ik nog steeds daar ben waar ik altijd ben geweest en altijd zal zijn; één in absolute Eenheid als absolute Eenheid.

Het lastige van deze vorm van vergeving is dat we letterlijk alles in deze wereld moeten vergeven. Dus niet alleen de vervelende situaties waarin we ongelukkig zijn of waarin mensen ons kwaad hebben gedaan, maar ook de geweldige situaties waarin we blij en gelukkig zijn en waarin mensen van ons houden. Alles op aarde en in deze wereld, positief en negatief, moet worden vergeven om onszelf terug te herinneren in Eenheid.

Sinds kort herinner ik mij dat deze methode van vergeving ook een voordeel oplevert voor het poppetje Frits — en daarmee voor alle schijnbare poppetjes in deze wereld — wat zeker een aanmoediging is om deze absolute vorm van vergeving letterlijk overal op toe te passen, maar dat is iets voor een latere blog.

Voor nu laat ik het hier even bij. Niettemin raadt ik ieder aan om deze vorm van vergeving te gaan toepassen, het heeft werkelijk vergaande voordelen op een niveau dat wij als kleine wezentjes met onze hersentjes niet kunnen overzien of ons kunnen voorstellen.

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag