Ik ben niet dit lichaam

Ik ben niet dit lichaam. Dat is niet een obligate opmerking gebaseerd op een verzonnen of aangenomen geloof. Het is hoe het is… ik BEN NIET dit lichaam. Dit schreef ik gisteren op Facebook, niet om mijzelf op de borst te slaan, maar omdat het zo is.

Ik vervolgde als volgt:

Ik begrijp en kan me ook voorstellen dat andere mensen, die zich nog identificeren met hun lichaam, zo’n opmerking in twijfel trekken. Het is normaal om te denken en te geloven dat iedereen is zoals jijzelf denkt en gelooft dat jij bent, maar dat heeft niet per se iets met de werkelijkheid te maken. Als iemand een vampier is, dan verandert het feit dat jij denkt en gelooft dat hij een normaal persoon is niets aan het feit dat hij een vampier is. Ik weet dat ik niet dit lichaam ben en ik ervaar ook dat ik niet dit lichaam ben, en of iemand anders dat wel of niet gelooft verandert niets aan dat feit.

Ik heb het gevoel dat ik daar iets meer over moet vertellen, alleen heb ik nog geen idee wat dat moet zijn. Mijn standaard houding is tegenwoordig een afwachtende houding. Ik wacht tot er iets ‘binnenkomt’, iets van inspiriatie om iets te doen. Niet alleen gericht op het schrijven, maar ook op zoiets als het draaien van een was of wanneer ik ’s ochtends wel of niet uit bed kom. Als er niets ‘binnenkomt’ dan doe ik ook niets.

De laatste tijd is dat een sterker gevoel geworden, en ik vermoed dat dit samengaat met het sterkere gevoel dat ik niet dit lichaam ben. Waar dit voorheen voornamelijk een intellectueel ‘weten dat het zo is’ was, is het nu een inherente zekerheid. Er bestaat geen twijfel meer. Elk geloof dat ik dit lichaam zou kunnen zijn is weggevallen, en daarmee ook de scherpe krijsende stem van ego die altijd als eerste sprak.

Vandaar dat er, wanneer ik in die afwachtende houding verkeer, alleen stilte is. En met stilte bedoel ik echte stilte zoals je dit kunt ervaren in, bij voorbeeld, de bossen van Finland (daar ben ik geweest, en dat is echt heel stil). Het feit dat ik midden in Amsterdam woon, en dat er toch zo’n stilte kan ontstaan waarin de heilige geest (hogere macht, het universum — geef het een naam) kan spreken, is een bijzondere ervaring.

Ego is stil, of stiller dan normaal, omdat ego afhankelijk is van het geloof in dat lichaam. Wanneer dat geloof wegvalt, of doorzien is, dan heeft ego geen houvast meer en houdt het zich bezig met waarvoor het handig is. Het onthouden van waar de huissleutels liggen, het vinden van de weg ergens naartoe, het onthouden van de weg terug naar huis of waar ik mijn fiets heb geparkeerd.

Met iets anders houdt ego zich niet meer bezig, omdat het geloof in het lichaam als zijnde wat ik ben is verdwenen. Zolang er nog een klein beetje twijfel is over het wel of niet dit lichaam zijn, heeft ego genoeg houvast om zich ermee te bemoeien en overschreeuwt het de rustige stem van de heilige geest, en dat laatste beetje twijfel dat ik schijnbaar nog had, is weggevallen.

Hoe dat is gebeurd of waarom dat is gebeurd, weet ik niet. Ik weet alleen dat ik sinds gisteren met absolute zekerheid weet dat er geen greintje geloof meer is in het fabeltje dat ik dit lichaam ben. Elke fractie van identificatie met dat lichaam is verdwenen.

Wat ik daardoor nu ook weet, is dat dit — bijna letterlijk — een wereld van verschil is ten opzichte van de dag daarvoor. Met andere woorden, als dit jou overkomt, dan weet je het ook echt zeker. Tot die tijd kan ik alleen maar aandringen op ‘verder gaan’, omdat ik 100% zeker weet dat het werkt.

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag