Het bepalen van het doel

De droom is verwarrend omdat hij zo echt lijkt. We geloven dat we ons echt in een wereld bevinden met allemaal andere mensen om ons heen. We geloven dat ons welzijn afhankelijk is van die wereld en de mensen rondom ons.

Zoals elke cel in ons lichaam niet zonder de cellen naast hem kan bestaan, geloven ook wij dat het welzijn van de mensen om ons heen ons welzijn is. Wij voelen ons afhankelijk van hen en geloven dat zij afhankelijk zijn van ons. ‘Als mijn omgeving veilig is, dan ben ik veilig, en als de mensen om mij heen gelukkig zijn, zal ik dat ook zijn,’ redeneren wij. Binnen Ego-land is dat vaak correct, maar het is niet waar.

In waarheid is er maar één en dat ben jijzelf — ik, in mijn geval. Die ene, die IK, is niet een fysiek iets, het heeft geen vorm, het is niet een ding of een iemand. Het is dat wat droomt en zich in die droom heeft versplintert in miljarden objecten, wezens, dieren en mensen. Al die miljarden fragmenten worden gedroomd met als doel om ons ervan te weerhouden wakker te worden uit die droom.

Dus zodra je iets wilt IN deze wereld, dan houd je de droom in stand. Als je gelooft iets nodig te hebben in de wereld, als je denkt dat deze wereld je iets te bieden heeft, wanneer je geluk of welzijn afhankelijk is van iets in deze wereld, maar ook wanneer je daarbij rekenschap houdt met mensen om je heen of hen wilt behoeden of redden van iets, dan kies je ervoor om in slaap te blijven.

Het maakt niet uit wat je nu kiest, maar je moet wel een weldoordachte bewuste keuze maken. Het is van belang om voor jezelf vast te stellen wat het doel is dat je wilt bereiken.

Een Cursus in Wonderen zegt dat als volgt:

“In elke situatie waarin je onzeker bent, is het eerste wat je dient na te gaan heel eenvoudig: ‘Wat wil ik dat hiervan komt? Waartoe dient het?’ Opheldering over het doel hoort thuis aan het begin, want dat zal de afloop bepalen.” [T17.VI.2:1-3]

Dit vaststellen van het doel komt simpel gezegd neer op het maken van een keuze tussen blijven slapen en de droom dromen of wakker worden uit de droom. Oftewel, wil je hier blijven en zijn wat je niet bent of wil je hier weg zodat je kunt zijn wat je echt bent? Het eerste is kiezen voor de onjuist gerichte denkgeest (ego) en het tweede is kiezen voor de juist gerichte denkgeest.

De Cursus vertelt ons:

“Opheldering over het doel hoort thuis aan het begin, want dat zal de afloop bepalen. In de handelwijze van het ego is dit omgekeerd. De situatie wordt bepalend voor de afloop, die om het even wat kan zijn. […] Het ego heeft er geen benul van wat het als resultaat van de situatie wil. Het beseft wat het niet wil, maar dat is dan ook het enige. Het heeft volstrekt geen positief doel.” [T17.VI.2:3-5, 7-9]

Hier wordt een belangrijke tip gegeven bij het vaststellen van het doel: “Het [ego] beseft wat het NIET wil, maar dat is dan ook het enige. Het heeft volstrekt GEEN POSITIEF DOEL.” Een doel vaststellen aan de hand van het ego werkt niet, omdat ego zich voornamelijk richt op wat het niet wil en dat richt zich altijd op iets in de droom.

En zelf wanneer ego zich in uitzonderlijke gevallen richt op iets wat het wel wil, dan is dat nog altijd gericht op iets IN deze wereld, dus iets IN deze droom. Hiermee maken we de droom tot realiteit! Met andere woorden, we brengen de waarheid naar de illusie en maken de illusie tot waarheid. Dan leven we in een leugen en maken onszelf wijs dat het waar is.

Ego richt zich meestal op wat het niet wil omdat dit de droom in stand houdt, waarmee ego zijn eigen overleven veiligstelt. Als ik dus niet onder leiding van dat ego wil staan, maar geleid wil worden door de juist gerichte denkgeest (Heilige Geest, Hogere Macht, Jezus… geef het een naam die je prettig vindt), dan moet ik een positief doel kiezen. Iets wat ik wil en bestaat in plaats van iets wat ik niet wil en wat niet bestaat.

Ik, als cursist van Een Cursus in Wonderen, wil ontwaken uit de droom. Dat is evident. Ik wil de droom achter me laten en ontwaken als wat ik werkelijk ben in wat Een Cursus in Wonderen ‘God’ noemt en wat Nisargadatta ‘het Absolute’ noemde, maar wat je ook ‘Hemel’, ‘Thuis’, ‘Waarheid’ of ‘Eenheid’ zou kunnen noemen.

Ik wil wakker worden als dat wat ik ben binnen daar waar ik altijd ben geweest voordat ik in deze droom verzeild raakte. Ik heb dat doel nu vastgesteld, want, zoals de Cursus zegt:

“Opheldering over het doel hoort thuis aan het begin, want dat zal de afloop bepalen. […] Zonder een welomlijnd, positief doel, dat van meet af aan is bepaald, lijkt de situatie zich gewoon te ontvouwen en valt er niets zinnigs aan te ontdekken tot hij al voorbij is.” [T17.VI.2:3, 3;1]

Met andere woorden, als we niet van tevoren een positief doel vaststellen dat “de afloop zal bepalen”, leiden we ons doel altijd af van dat wat er plaats heeft gevonden, als gevolg van dat wat er is gebeurd.

Tot voor kort, deze ochtend nog, richtte ik me op wat ik niet wil — de klassieker: ‘ik wil dit niet meer!’ — en vanochtend drong het (weer!) tot me door dat elke negatieve affirmatie altijd vanuit ego komt, en dat dit niet werkt, en dat het gericht is op de wereld en de omstandigheden die ik niet meer wil, en dat houdt de droom in stand!

Wanneer we een positief doel vaststellen — wat altijd alleen maar onder leiding van de juist gerichte denkgeest gebeurt — dan staat de uitkomst vast, want het doel “zal de uitkomst bepalen.” Niettemin, wanneer we van tevoren een negatief doel vaststellen — wat altijd alleen maar onder leiding van ego gebeurt — dan staat de uitkomst ook vast, en dat is dat we niet zullen ontwaken uit de droom.

Maar los van positieve of negatieve doelen, dus voor iets of tegen iets, is het ook van belang wat je kiest. Als je voor illusies kiest, dus voor zaken in deze wereld, dan zal het resultaat meer illusies zijn. Als dat is wat je wilt, wees daar dan eerlijk over; niet tegenover mij, maar tegenover jezelf.

Kies je daarentegen voor waarheid, dus voor wakker worden in Eenheid als dat wat je werkelijk bent, dan verkrijg je absolute waarheid; niet hier als lichaam, maar Thuis als denkgeest, als dat wat je werkelijk bent. Uiteindelijk zal je dan deze wereld achter je laten.

Mijn doel, mijn enige doel, is wakker worden als dat wat ik ben binnen daar waar ik mij altijd heb bevonden en waar ik schijnbaar in slaap ben gesukkeld; ik kies dus voor waarheid, altijd. Deze wereld van illusies heeft mij niets meer te bieden, er is niets in deze wereld wat ik wens te behouden en er is niets in deze wereld dat ik nodig heb. Ik heb vandaag heel duidelijk mijn doel bepaald, gebaseerd op wat ik werkelijk wil in plaats van wat ik absoluut niet wil.

Ter afsluiting:

“Opheldering over het doel hoort thuis aan het begin, want dat zal de afloop bepalen. […] Zonder een welomlijnd, positief doel, dat van meet af aan is bepaald, lijkt de situatie zich gewoon te ontvouwen en valt er niets zinnigs aan te ontdekken tot hij al voorbij is. […] De waarde van vooraf te beslissen wat jij wilt dat er plaatsvindt ligt eenvoudig hierin dat je de situatie zult zien als een middel om het te doen plaatsvinden. Je zult dan ook alle moeite doen om te negeren wat het bereiken van jouw doel in de weg staat, en je te concentreren op alles wat jou helpt dit te verwezenlijken. […] Het ware wordt dat wat gebruikt kan worden om het doel te bereiken. Het onware wordt dat wat vanuit dit gezichtspunt onbruikbaar is. De situatie heeft nu betekenis, maar alleen omdat het doel er betekenis aan gegeven heeft.” [T17.VI.2:3, 3:1, 4:1-2, 4-6]

Wat wil jij dat ervan komt? Waartoe dient het? Wil je zijn wat je bent binnen daar waar je Thuis bent, of niet? Zo simpel is de keuze. Kies vervolgens positief, dus voor wat je wilt, in plaats van tegen dat wat je niet wilt en stel alles in teken van dat doel. Ik heb mijn keuze gemaakt en het doel vastgesteld.

Oorzaak en gevolg

Ik heb een lastige relatie met mijn vader, maar dat levert me wel een mooi voorbeeld op ten opzichte van oorzaak en gevolg, en hoe wij als denkgeest dat hebben omgedraaid. Hierdoor geloven wij — en ik in dit specifieke geval met mijn vader — dat het gevolg van een keuze die we hebben gemaakt, de oorzaak is van onze reactie op dit gevolg, dat we nu zien als de schijnbare oorzaak.

Les 5 van Een Cursus in Wonderen stelt: “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk.” De Cursus richt zich hierbij op onze negatieve reacties op wat er gaande is, maar in principe geldt dit ook voor alle positieve reacties. Een reactie is een reactie is een reactie, er is geen onderscheid of gradatie daarin.

Wanneer mijn vader weer eens ‘lastig’ is en niet luistert naar wat ik probeer in te brengen, dan word ik af en toe boos op hem. Het lijkt dan zo te zijn dat het gedrag van mijn vader de aanleiding is en mijn boosheid de reactie daarop. Mijn vader is de oorzaak en mijn boosheid is het gevolg.

Dit is dus niet waar, want ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk! Met andere woorden, mijn vaders gedrag is niet de reden voor mijn boosheid en daarmee kan mijn vaders gedrag niet de oorzaak zijn en mijn boosheid niet het gevolg.

Het is een subtiel omdraaien van de realiteit, waarbij het gevolg van de originele oorzaak wordt gepresenteerd als de oorzaak van een specifiek gevolg — in dit geval mijn boosheid jegens mijn vader. Hiermee rechtvaardig ik mijn boosheid ten opzichte van het gedrag van mijn vader.

De originele oorzaak, de allereerste en enige oorzaak, is het geloof dat wij als denkgeest hebben, dat we ons daadwerkelijk hebben afgescheiden van Eenheid. Het geloof in afscheiding van Eenheid levert ons een schuldgevoel op jegens Eenheid die zo groot is, dat we ervoor kiezen om een wereld te creëren waarin we allerlei entiteiten manifesteren waarop we ons schuldgevoel kunnen projecteren. Nu zijn zij schuldig en verdienen onze boosheid of medeleven.

De wereld en alles wat zich daarin bevindt en in plaatsvindt, is niets anders dan het gevolg van de originele oorzaak: het geloof dat afscheiding van Eenheid niet alleen mogelijk is, maar ook gelukt. Onze voortdurende wens om die afscheiding werkelijk te maken creëert situaties die laten zien dat er afscheiding is.

Boosheid is afscheiding, want er moet iets anders zijn om boos op te worden (in mijn geval, mijn vader). Maar ook liefde is afscheiding, want er moet iets anders zijn om lief te hebben. Het object waarop we onze boosheid of liefde projecteren is het gevolg van onze onbewuste wens om afgescheiden te zijn en niet de oorzaak van onze boosheid of liefde. Liefde is niet beter dan boosheid, het is precies hetzelfde.

Er is niemand de oorzaak van mijn reacties, ik doe het mijzelf aan. IK wil afgescheiden zijn van Eenheid, IK heb deze wereld gecreëerd om mijn schuld te verhullen, IK projecteer die schuld op iets of iemand anders die IKZELF heb verzonnen en IK geef vervolgens dat iets of die iemand anders de schuld van mijn boosheid of liefde.

En dit geldt zo voor iedereen! Er is namelijk maar één denkgeest die gelooft dat het zich heeft afgescheiden van Eenheid, er is maar één denkgeest die zich schuldig voelt en er is maar één denkgeest die zichzelf een wereld droomt met van alles en nog wat erin, waarop hij zijn onbewuste schuld projecteert zodat hij zich niet meer schuldig hoeft te voelen.

Of de projectie de vorm van boosheid of liefde aanneemt, doet er niet toe; of je ten strijde trekt tijdens een oorlog of met een groep mensen samenkomt in liefdevolle meditatie is precies hetzelfde in een andere vorm; of je kleine kinderen doodslaat of passievol de liefde bedrijft, het heeft allemaal hetzelfde doel: afscheiding van Eenheid werkelijk maken.

Het geloof in afscheiding van Eenheid is de enige oorzaak, alles wat daarop volgt — de wereld, alle mensen, oorlogen, relaties, haat, liefde… noem alles maar op — is het gevolg daarvan. Al onze reacties, positief of negatief, zijn slechts reacties op ons collectieve onbewuste schuldgevoel over het feit dat we geloven dat we ons hebben afgescheiden van Eenheid.

Mijn vader is niet de oorzaak van mijn onvrede, mijn keuze voor afscheiding is de oorzaak van mijn onvrede; mijn vader is het gevolg van mijn keuze en een projectie die ik gebruik om mijn onvrede op te botvieren.

Met dit inzicht ben ikzelf als enige verantwoordelijk voor alles wat ik schijnbaar zie en ervaar. Ik ben verantwoordelijk, omdat ik als denkgeest dit alles heb gecreëerd, maar ik ben niet schuldig, omdat wat ik denk en geloof dat ik heb gedaan — kiezen voor afscheiding van Eenheid — onmogelijk is.

Je kunt niet schuldig zijn aan iets wat onmogelijk is, omdat iets wat onmogelijk is nooit is gebeurd. Als alles, deze wereld, de droomstaat, de hele kakofonie aan illusies, het gevolg is van mijn onmogelijke keuze voor afscheiding van Eenheid, dan is de enige oplossing dat ik opnieuw kies voor iets dat wel mogelijk is: Eenheid als denkgeest.

Hiervoor moet ik bereid zijn alles op te geven, want ik kan niet in deze wereld zijn en in Eenheid verblijven. Dit houdt niet in dat ik nu hier alles moet opgeven, maar dat ik bereid moet zijn om alles op te geven. Alles hier nu opgeven bestendigt alleen de afscheiding, omdat er iets anders moet zijn dat ik opgeef. (Wellicht is dat iets waarover ik een volgende keer wat kan zeggen.)

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag