Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag

Een leven al voorbij

De wereld is een projectie die wij als denkgeest, onder leiding van de ego-denkgeest, projecteren op een neutraal canvas. Die projectie, of het verhaal van die projectie, is ontstaan binnen tijdloosheid. Tijd, net als ruimte, bestaat alleen binnen de projectie op het canvas en we bekijken deze projectie, als denkgeest, vanuit een tijdloze en onbegrensde werkelijkheid.

Een verhaal dat is ontstaan binnen tijdloosheid kan niet anders dan voorbij zijn op het moment dat het begint. Zonder tijd en ruimte is er geen tijdlijn mogelijk, waardoor alles wat er gebeurt — stel dat er iets zou gebeuren — tegelijk moet gebeuren. Er is binnen tijdloosheid geen verleden of toekomst, dus als er iets gebeurt, dan moet en kan dat alleen NU TEGELIJK gebeuren en voorbij zijn wanneer het begint.

Dit betekent dat het leven dat jij als mens nu lijkt te leiden, een projectie is van een verhaal dat voorbij was op het moment dat het begon. En dát betekent dat het einde van dat leven al vast staat, en dat alles wat er in dat leven gebeurt, al is gebeurt en dus al voorbij is. Je kunt niets meer aan de loop van het verhaal veranderen, maar wel aan de manier waarop jij er als denkgeest naar kijkt.

Het idee dat je iets kunt veranderen aan het leven dat je nu leidt, is gebaseerd op het geloof dat er een toekomst is die nog niet vaststaat. Maar aangezien dit leven een projectie is van een verhaal dat voorbij was op het moment dat het begon, is het onmogelijk om er nu nog iets aan te veranderen.

We bekijken het geprojecteerde verhaal op het canvas als het ware vanaf het moment dat het voorbij was, waarbij we weer aan het begin van het verhaal zijn begonnen en zijn vergeten dat we al weten hoe het afloopt. We denken dat wat we nu ervaren ook echt nu gebeurt, en dat het in de toekomst nog alle kanten op kan gaan. Daarom denken we dat we controle over ons leven kunnen hebben, terwijl je simpelweg geen controle hebt over iets dat al voorbij is.

Alles wat je nu nog als denkgeest bedenkt, heeft geen effect op het verhaal dat je op dat neutrale canvas aan het bekijken bent. Het verhaal is voorbij, het is al verteld en het is wat het is. Het script is geschreven, de film is opgenomen en ontwikkeld en in de projector geplaatst, en die projector laat ons een film zien waaraan niets meer te veranderen is; dit is de definitieve versie van die film.

De enige keuze die je hebt, is of je er naar kijkt onder leiding van de onjuist gerichte denkgeest (de ego-denkgeest) die alles bloedserieus neemt, of dat je er naar kijkt onder leiding van de juist gerichte denkgeest (de heilige geest) die weet dat het allemaal illusie is… het dromen van een droom.

Wat je ook kiest, de juist of onjuist gerichte denkgeest, betekent niet dat het leven op aarde, of de projectie op het neutrale canvas, beter wordt of gaat veranderen. Dat is onmogelijk, omdat het een projectie is van een verhaal dat al is geëindigd op het moment dat het begon. De persoon die jij denkt te zijn in de projectie is gestorven op het moment dat hij of zij werd geboren, en alles wat hij of zij nu denkt te doen, is al gedaan en voorbij.

De enige keuze die je als denkgeest hebt, en denkgeest is het enige dat jij bent, is de manier waarop je naar de projectie van je leven kijkt. Neem je het serieus omdat je denkt en gelooft dat het allemaal echt waar is, of kijk je er naar met een glimlach omdat je weet dat het ’t dromen van een droom is waaraan je op dit moment niets meer kunt veranderen.

Het leven dat je aanschouwt op dat neutrale canvas is een droom waaraan je niets kan veranderen en waaraan je ook niets hoeft te veranderen, omdat de heilige geest — of de juist gerichte denkgeest, als je dat prettiger vindt klinken —  je laat weten, dat wat er ook op dat canvas gebeurt, geen enkel effect kan hebben op wat jij werkelijk bent.

Jij bent de dromer van de droom die op geen enkele manier geraakt kan worden door wat er in de droom gebeurt. Het hoofdpersonage, de held van de droom, kan duizenden keren sterven en weer geboren worden, zonder dat de dromer er iets van zal merken, anders dan in zijn beleving van de droom. Wanneer de dromer wakker wordt, weet hij dat er nooit iets is gebeurd, omdat het verhaal dat in de droom werd geprojecteerd al voorbij was toen het begon.

Dit betekent dat zoiets als ‘wakker worden uit de droom’ nooit gedaan kan worden voor het personage waarmee jij je identificeert hier op aarde in deze wereld. Er is namelijk geen personage op aarde in deze wereld, er is geen aarde in deze wereld, er is zelfs geen wereld. Er is alleen de projectie van een verhaal, het dromen van een droom.

Jij als denkgeest wordt wakker door de droom niet meer serieus te nemen en jezelf vervolgens te vergeven voor het feit dat je zoiets stupide als deze droom hebt verzonnen. Jij alleen bent volledig verantwoordelijk voor de wereld die je projecteert en voor de wereld die je ervaart, want jij alleen bent degene die deze droom droomt omdat je hebt gekozen voor de ego-denkgeest in plaats van de heilige geest.

Dat was een domme keuze, het was een vergissing, en aangezien er verder niemand anders hier is, ben jij de enige die je kan vergeven. Als je dat consequent doet, dan kijk je vanuit vergeving naar de projectie van de film over je leven en wacht je tot de film is afgelopen.

Misschien blijf je aan het einde van de film nog even zitten, glimlachend om de idioterie die je op het canvas hebt geprojecteerd, je afvragend hoe je het ooit hebt kunnen geloven, maar uiteindelijk sta je op en verlaat je de bioscoop. De laatste die weggaat doet het licht uit, en aangezien er verder niemand is, moet jij dat doen.

Eén in God

Officieel mag het niet meer na 3 koningen, maar bij deze wens ik iedereen alsnog een gelukkig en ontwakend 2023. Laat ik eens iets schrijven over Eenheid en één zijn met God, en ondertussen ook even tussen neus en lippen door verklaren wat God nou precies is.

Het kwam bij me op na het lezen en doen van Les 124 van Een Cursus in Wonderen: “Laat me mij herinneren dat ik één ben met God.” Eén met God? Hoe werkt dat dan? — vroeg ik me af, en het antwoord arriveerde direct in een taalgebruik dat ik goed kan verstaan.

Allereerst kan ik met zekerheid als feit vaststellen dat er iets is. Ik heb dat jarenlang ‘dat wat is’ genoemd en dit ‘dat’ wat is moet er zijn, het moet bestaan omdat er zonder ‘dat wat is’ niets is; simpelweg omdat er zonder iets, niets kan bestaan. Zelfs een droom of een illusie kan niet bestaan zonder ‘dat wat is’; want waarin anders zou het kunnen opkomen of ontstaan?

Als we voor ‘dat wat is’ het woord ‘God’ gebruiken, zoals de Cursus dat doet — en ook omdat ‘God’ volgens mij het woord is dat van oorsprong bedoeld is als verwijzing naar ‘dat wat is’ — dan hebben we: ‘God is.’ Daarna doen we, zoals de Cursus ook zegt, er het zwijgen toe.

Dat wat is, wat we vanaf nu God noemen, is het enige dat is, want alles wat los zou staan van God is automatisch het tegenovergestelde en is niet. Alles wat los staat of apart is van God, is automatisch iets dat niet is, en iets dat niet is, bestaat niet. Dit houdt ook in dat God vanzelfsprekend geen tegendeel kent, en dat maakt God non-dualistisch en sluit tegelijkertijd dualisme uit als iets dat niet is. Hiermee kunnen we vaststellen dat er niets anders kan zijn dan God. God is!

Wat ik ook met zekerheid kan vaststellen als feit is dat ik ben. Ik weet niet of jij bent en of er naast mij nog iemand anders is, maar ik weet zeker dat ik ben. Ik ben niet Frits, ik ben niet dit lichaam met dat brein, maar dat ik ben staat vast, omdat ik overduidelijk deze droom, of deze illusie van een wereld, ervaar. De ervaring mag een illusie of een droom zijn, de ervaring mag niet waar zijn, maar dat wat het ervaart, moet bestaan, anders zou er geen ervaring kunnen zijn.

Dan hebben we nu dus ‘God is’ en ‘ik ben’, maar ik heb eerder al vastgesteld dat alleen God is en dat er niets naast, los of apart van God kan bestaan, omdat dit dan niet zou zijn, en iets dat niet is, kan niet bestaan. Maar ik ben, dat is onontkenbaar, en dat is alleen mogelijk wanneer die ‘ik’ één is met God.

Dit betekent dat die ‘ik’ en die ‘God’ beiden onderdeel zijn van dezelfde Eenheid, of liever gezegd, onderdeel van de enige Eenheid die bestaat. Die Eenheid is — net als God, want God moet in feite die Eenheid zijn, aangezien er naast, los en apart van God niets bestaat — non-dualistisch en sluit elke tegenpool uit. Er kan niet zoiets bestaan als ‘geen eenheid’ en Eenheid zou geen eenheid zijn als er iets naast, los of apart van zou bestaan.

‘Dat wat is’, wat we God noemen, is Eenheid en het enige dat is. Alles wat daar naast, los of apart van lijkt te bestaan, alles wat die Eenheid niet lijkt te bevestigen, kan dan vanzelfsprekend niet werkelijk bestaan. Niettemin besta ik, anders is ervaring niet mogelijk en ik ervaar overduidelijk van alles. Ik ben, en als ik ben en God is, dan moeten ik en God samen die non-dualistische Eenheid zijn. Hiervoor moet ik wel één zijn in God, omdat dit de enige optie is die Eenheid bevestigt.