Van boven het slagveld

De afgelopen weken zijn een beetje ruwe weken voor mij geweest. Ik zal niet in detail treden, aangezien het nooit om de reden is die ik denk, maar zoals elke keer weer leidde het tot een inzicht dat, voor mij, iets oplost.

Dit inzicht is gebaseerd op een paar gegevens, een paar wetenswaardigheden uit Een Cursus in Wonderen die ik zie als juist, die ik voor ‘waar’ aanneem. Het is niet mijn taak om iemand anders hiervan te overtuigen, maar ik deel het omdat het wellicht voor iemand anders waarde kan hebben. Dus doe er mee wat je wilt.

Het eerste gegeven, is dat wat wij denken dat we nu ervaren al lang geleden voorbij was. Dit betekent dat we deze droom, dit wat we ons leven noemen, alleen kunnen bekijken vanaf het einde van het verhaal, maar om wat voor reden dan ook zijn we vergeten dat dit zo is en geloven we dat we ons echt nu in het verhaal bevinden en dat alles ons echt nu overkomt.

Het tweede gegeven is dat we allemaal één denkgeest zijn waarin dit zich afspeelt en waar de keuze werd gemaakt tussen de onjuist gerichte denkgeest, waar het etiket ‘Ego’ symbool voor staat, of de juist gerichte denkgeest, waar het etiket ‘Heilige Geest’ symbool voor staat.

Om met het tweede gegeven te beginnen, die keuze is gemaakt op het niveau van de denkgeest, en als we opnieuw willen kiezen, kan dat alleen gedaan worden op datzelfde niveau. Voordat je werkelijk opnieuw een keuze kunt maken tussen de onjuist en de juist gerichte denkgeest, moet je eerst terugkeren naar die denkgeest, naar daar waar de keuze voor het eerst werd gemaakt.

Zo lang je nog denkt en gelooft dat er iets in deze wereld werkelijk is, zo lang je nog denkt en gelooft dat er iets van jou als entiteit waar is, zolang je nog gelooft dat deze wereld, deze droom, je iets te bieden heeft, maak je elke keuze altijd vanuit Ego. Ego kiest dan voor de Heilige Geest, en dat komt neer op Ego die doet alsof hij kiest voor de Heilige Geest, maar gewoon voor zichzelf kiest.

Kiezen op het niveau van denkgeest is alleen mogelijk wanneer het eerste gegeven, dat dit alles al voorbij is, inherent wordt begrepen en als ‘waar’ wordt omarmd, en dat is wat mij een dag geleden overkwam. Opeens ervoer ik kristalhelder dat dit alles al voorbij was en dat ik letterlijk aan het einde van deze reis sta en aan het terugkijken ben naar wat er allemaal schijnbaar is gebeurd.

Ik wist intellectueel al heel lang dat deze wereld lang geleden al voorbij was, want dat heb ik veertien jaar geleden voor het eerst in Een Cursus in Wonderen gelezen (T28.I.1:6), maar om dit letterlijk als een waarheid te ervaren, is compleet anders.

Het is niet goed uit te leggen aan iemand die wellicht dit inzicht nog niet volledig heeft omarmd, omdat het best wel schizofreen kan overkomen. Ik ervoer namelijk dat ik van bovenaf keek naar wat er hier op aarde, en natuurlijk specifiek in mijn leven, gebeurt.

Dat dit mogelijk moest zijn, wist ik intellectueel al, want in het Tekstboek van Een Cursus in Wonderen staat: “Het slagveld overzien is nu je doel. Laat je optillen en kijk er vanaf een hoger standpunt op neer. Vandaaruit zal jouw perspectief heel anders zijn” (T23.IV.4:7, 5:1-2), maar ik had het nog nooit zo specifiek en werkelijk ervaren.

Ik zag mijn leven, en alles wat me dwars zat en tegenwerkte, elke tegenslag, maar ook elk geluksmoment, vanuit het perspectief van niet alleen bovenaf ‘het slagveld’, maar ook het einde van het verhaal. Ik besefte me volledig dat ik een leven bekeek dat al voorbij was, iets wat ik voorheen mijn leven noemde, maar nu eerder een film leek waarnaar ik keek.

Ik besefte me dat wat ik zag al voorbij was, en als dat zo is, dan is het zinloos om wel of geen zin te hebben in wat er plaatsvindt. Het heeft ook geen zin om er een mening over te hebben of te willen dat het anders moet zijn, want het heeft allemaal al plaatsgevonden, het is al voorbij… het is geweest. Niets van wat ik ervan vindt, niets van wat ik eraan zou willen veranderen, heeft een effect op wat er plaatsvindt, omdat het al is gebeurd.

Meestal zijn dit soort inzichten tijdelijk, dus ik was blij verrast dat ik vanochtend nog een keer wakker werd boven het slagveld, waar de denkgeest zich bevindt. Op dat niveau is de keuze tussen juist gerichte denkgeest en onjuist gerichte denkgeest, tussen Heilige Geest en Ego, een no brainer. Je schaart je vanzelfsprekend aan de zijde van de Heilige Geest en kijkt naar de film van je leven.

Vanuit het perspectief van Ego klinkt dit als dissociatie van het leven, maar dat is alleen omdat Ego wil dat we dit leven en onszelf als mens serieus nemen. In feite is dit leven en de overtuiging dat we het personage zijn waarmee we ons identificeren, dissociatie van Waarheid, en het slagveld verlaten en aan de hand van de Heilige Geest van bovenaf bekijken is de correctie, en die correctie is automatisch vergeving.

Vervolgens kan het idee opkomen dat je dan niets meer gaat doen in deze wereld, maar dat is opnieuw een Ego vergissing. Het punt is namelijk dat je alles al hebt gedaan, want “Deze wereld was lang geleden al voorbij” (T28.I.1:6) en het enige verschil is dat je nu vanuit vergeving kijkt naar al je acties, al je reacties, letterlijk alles wat je in feite al hebt gedaan omdat alles al is gebeurd, aan de hand van de Heilige Geest.

Nogmaals, voor wie nog leeft vanuit Ego als een mens op aarde, is dit niet te bevatten. En dat is oké. Geloof me dat het moment ooit komt dat je dit of iets soortgelijks zult ervaren. De uitkomst is namelijk onvermijdelijk, omdat alles al is gebeurd!

Het bepalen van het doel

De droom is verwarrend omdat hij zo echt lijkt. We geloven dat we ons echt in een wereld bevinden met allemaal andere mensen om ons heen. We geloven dat ons welzijn afhankelijk is van die wereld en de mensen rondom ons.

Zoals elke cel in ons lichaam niet zonder de cellen naast hem kan bestaan, geloven ook wij dat het welzijn van de mensen om ons heen ons welzijn is. Wij voelen ons afhankelijk van hen en geloven dat zij afhankelijk zijn van ons. ‘Als mijn omgeving veilig is, dan ben ik veilig, en als de mensen om mij heen gelukkig zijn, zal ik dat ook zijn,’ redeneren wij. Binnen Ego-land is dat vaak correct, maar het is niet waar.

In waarheid is er maar één en dat ben jijzelf — ik, in mijn geval. Die ene, die IK, is niet een fysiek iets, het heeft geen vorm, het is niet een ding of een iemand. Het is dat wat droomt en zich in die droom heeft versplintert in miljarden objecten, wezens, dieren en mensen. Al die miljarden fragmenten worden gedroomd met als doel om ons ervan te weerhouden wakker te worden uit die droom.

Dus zodra je iets wilt IN deze wereld, dan houd je de droom in stand. Als je gelooft iets nodig te hebben in de wereld, als je denkt dat deze wereld je iets te bieden heeft, wanneer je geluk of welzijn afhankelijk is van iets in deze wereld, maar ook wanneer je daarbij rekenschap houdt met mensen om je heen of hen wilt behoeden of redden van iets, dan kies je ervoor om in slaap te blijven.

Het maakt niet uit wat je nu kiest, maar je moet wel een weldoordachte bewuste keuze maken. Het is van belang om voor jezelf vast te stellen wat het doel is dat je wilt bereiken.

Een Cursus in Wonderen zegt dat als volgt:

“In elke situatie waarin je onzeker bent, is het eerste wat je dient na te gaan heel eenvoudig: ‘Wat wil ik dat hiervan komt? Waartoe dient het?’ Opheldering over het doel hoort thuis aan het begin, want dat zal de afloop bepalen.” [T17.VI.2:1-3]

Dit vaststellen van het doel komt simpel gezegd neer op het maken van een keuze tussen blijven slapen en de droom dromen of wakker worden uit de droom. Oftewel, wil je hier blijven en zijn wat je niet bent of wil je hier weg zodat je kunt zijn wat je echt bent? Het eerste is kiezen voor de onjuist gerichte denkgeest (ego) en het tweede is kiezen voor de juist gerichte denkgeest.

De Cursus vertelt ons:

“Opheldering over het doel hoort thuis aan het begin, want dat zal de afloop bepalen. In de handelwijze van het ego is dit omgekeerd. De situatie wordt bepalend voor de afloop, die om het even wat kan zijn. […] Het ego heeft er geen benul van wat het als resultaat van de situatie wil. Het beseft wat het niet wil, maar dat is dan ook het enige. Het heeft volstrekt geen positief doel.” [T17.VI.2:3-5, 7-9]

Hier wordt een belangrijke tip gegeven bij het vaststellen van het doel: “Het [ego] beseft wat het NIET wil, maar dat is dan ook het enige. Het heeft volstrekt GEEN POSITIEF DOEL.” Een doel vaststellen aan de hand van het ego werkt niet, omdat ego zich voornamelijk richt op wat het niet wil en dat richt zich altijd op iets in de droom.

En zelf wanneer ego zich in uitzonderlijke gevallen richt op iets wat het wel wil, dan is dat nog altijd gericht op iets IN deze wereld, dus iets IN deze droom. Hiermee maken we de droom tot realiteit! Met andere woorden, we brengen de waarheid naar de illusie en maken de illusie tot waarheid. Dan leven we in een leugen en maken onszelf wijs dat het waar is.

Ego richt zich meestal op wat het niet wil omdat dit de droom in stand houdt, waarmee ego zijn eigen overleven veiligstelt. Als ik dus niet onder leiding van dat ego wil staan, maar geleid wil worden door de juist gerichte denkgeest (Heilige Geest, Hogere Macht, Jezus… geef het een naam die je prettig vindt), dan moet ik een positief doel kiezen. Iets wat ik wil en bestaat in plaats van iets wat ik niet wil en wat niet bestaat.

Ik, als cursist van Een Cursus in Wonderen, wil ontwaken uit de droom. Dat is evident. Ik wil de droom achter me laten en ontwaken als wat ik werkelijk ben in wat Een Cursus in Wonderen ‘God’ noemt en wat Nisargadatta ‘het Absolute’ noemde, maar wat je ook ‘Hemel’, ‘Thuis’, ‘Waarheid’ of ‘Eenheid’ zou kunnen noemen.

Ik wil wakker worden als dat wat ik ben binnen daar waar ik altijd ben geweest voordat ik in deze droom verzeild raakte. Ik heb dat doel nu vastgesteld, want, zoals de Cursus zegt:

“Opheldering over het doel hoort thuis aan het begin, want dat zal de afloop bepalen. […] Zonder een welomlijnd, positief doel, dat van meet af aan is bepaald, lijkt de situatie zich gewoon te ontvouwen en valt er niets zinnigs aan te ontdekken tot hij al voorbij is.” [T17.VI.2:3, 3;1]

Met andere woorden, als we niet van tevoren een positief doel vaststellen dat “de afloop zal bepalen”, leiden we ons doel altijd af van dat wat er plaats heeft gevonden, als gevolg van dat wat er is gebeurd.

Tot voor kort, deze ochtend nog, richtte ik me op wat ik niet wil — de klassieker: ‘ik wil dit niet meer!’ — en vanochtend drong het (weer!) tot me door dat elke negatieve affirmatie altijd vanuit ego komt, en dat dit niet werkt, en dat het gericht is op de wereld en de omstandigheden die ik niet meer wil, en dat houdt de droom in stand!

Wanneer we een positief doel vaststellen — wat altijd alleen maar onder leiding van de juist gerichte denkgeest gebeurt — dan staat de uitkomst vast, want het doel “zal de uitkomst bepalen.” Niettemin, wanneer we van tevoren een negatief doel vaststellen — wat altijd alleen maar onder leiding van ego gebeurt — dan staat de uitkomst ook vast, en dat is dat we niet zullen ontwaken uit de droom.

Maar los van positieve of negatieve doelen, dus voor iets of tegen iets, is het ook van belang wat je kiest. Als je voor illusies kiest, dus voor zaken in deze wereld, dan zal het resultaat meer illusies zijn. Als dat is wat je wilt, wees daar dan eerlijk over; niet tegenover mij, maar tegenover jezelf.

Kies je daarentegen voor waarheid, dus voor wakker worden in Eenheid als dat wat je werkelijk bent, dan verkrijg je absolute waarheid; niet hier als lichaam, maar Thuis als denkgeest, als dat wat je werkelijk bent. Uiteindelijk zal je dan deze wereld achter je laten.

Mijn doel, mijn enige doel, is wakker worden als dat wat ik ben binnen daar waar ik mij altijd heb bevonden en waar ik schijnbaar in slaap ben gesukkeld; ik kies dus voor waarheid, altijd. Deze wereld van illusies heeft mij niets meer te bieden, er is niets in deze wereld wat ik wens te behouden en er is niets in deze wereld dat ik nodig heb. Ik heb vandaag heel duidelijk mijn doel bepaald, gebaseerd op wat ik werkelijk wil in plaats van wat ik absoluut niet wil.

Ter afsluiting:

“Opheldering over het doel hoort thuis aan het begin, want dat zal de afloop bepalen. […] Zonder een welomlijnd, positief doel, dat van meet af aan is bepaald, lijkt de situatie zich gewoon te ontvouwen en valt er niets zinnigs aan te ontdekken tot hij al voorbij is. […] De waarde van vooraf te beslissen wat jij wilt dat er plaatsvindt ligt eenvoudig hierin dat je de situatie zult zien als een middel om het te doen plaatsvinden. Je zult dan ook alle moeite doen om te negeren wat het bereiken van jouw doel in de weg staat, en je te concentreren op alles wat jou helpt dit te verwezenlijken. […] Het ware wordt dat wat gebruikt kan worden om het doel te bereiken. Het onware wordt dat wat vanuit dit gezichtspunt onbruikbaar is. De situatie heeft nu betekenis, maar alleen omdat het doel er betekenis aan gegeven heeft.” [T17.VI.2:3, 3:1, 4:1-2, 4-6]

Wat wil jij dat ervan komt? Waartoe dient het? Wil je zijn wat je bent binnen daar waar je Thuis bent, of niet? Zo simpel is de keuze. Kies vervolgens positief, dus voor wat je wilt, in plaats van tegen dat wat je niet wilt en stel alles in teken van dat doel. Ik heb mijn keuze gemaakt en het doel vastgesteld.

Oorzaak en gevolg

Ik heb een lastige relatie met mijn vader, maar dat levert me wel een mooi voorbeeld op ten opzichte van oorzaak en gevolg, en hoe wij als denkgeest dat hebben omgedraaid. Hierdoor geloven wij — en ik in dit specifieke geval met mijn vader — dat het gevolg van een keuze die we hebben gemaakt, de oorzaak is van onze reactie op dit gevolg, dat we nu zien als de schijnbare oorzaak.

Les 5 van Een Cursus in Wonderen stelt: “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk.” De Cursus richt zich hierbij op onze negatieve reacties op wat er gaande is, maar in principe geldt dit ook voor alle positieve reacties. Een reactie is een reactie is een reactie, er is geen onderscheid of gradatie daarin.

Wanneer mijn vader weer eens ‘lastig’ is en niet luistert naar wat ik probeer in te brengen, dan word ik af en toe boos op hem. Het lijkt dan zo te zijn dat het gedrag van mijn vader de aanleiding is en mijn boosheid de reactie daarop. Mijn vader is de oorzaak en mijn boosheid is het gevolg.

Dit is dus niet waar, want ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk! Met andere woorden, mijn vaders gedrag is niet de reden voor mijn boosheid en daarmee kan mijn vaders gedrag niet de oorzaak zijn en mijn boosheid niet het gevolg.

Het is een subtiel omdraaien van de realiteit, waarbij het gevolg van de originele oorzaak wordt gepresenteerd als de oorzaak van een specifiek gevolg — in dit geval mijn boosheid jegens mijn vader. Hiermee rechtvaardig ik mijn boosheid ten opzichte van het gedrag van mijn vader.

De originele oorzaak, de allereerste en enige oorzaak, is het geloof dat wij als denkgeest hebben, dat we ons daadwerkelijk hebben afgescheiden van Eenheid. Het geloof in afscheiding van Eenheid levert ons een schuldgevoel op jegens Eenheid die zo groot is, dat we ervoor kiezen om een wereld te creëren waarin we allerlei entiteiten manifesteren waarop we ons schuldgevoel kunnen projecteren. Nu zijn zij schuldig en verdienen onze boosheid of medeleven.

De wereld en alles wat zich daarin bevindt en in plaatsvindt, is niets anders dan het gevolg van de originele oorzaak: het geloof dat afscheiding van Eenheid niet alleen mogelijk is, maar ook gelukt. Onze voortdurende wens om die afscheiding werkelijk te maken creëert situaties die laten zien dat er afscheiding is.

Boosheid is afscheiding, want er moet iets anders zijn om boos op te worden (in mijn geval, mijn vader). Maar ook liefde is afscheiding, want er moet iets anders zijn om lief te hebben. Het object waarop we onze boosheid of liefde projecteren is het gevolg van onze onbewuste wens om afgescheiden te zijn en niet de oorzaak van onze boosheid of liefde. Liefde is niet beter dan boosheid, het is precies hetzelfde.

Er is niemand de oorzaak van mijn reacties, ik doe het mijzelf aan. IK wil afgescheiden zijn van Eenheid, IK heb deze wereld gecreëerd om mijn schuld te verhullen, IK projecteer die schuld op iets of iemand anders die IKZELF heb verzonnen en IK geef vervolgens dat iets of die iemand anders de schuld van mijn boosheid of liefde.

En dit geldt zo voor iedereen! Er is namelijk maar één denkgeest die gelooft dat het zich heeft afgescheiden van Eenheid, er is maar één denkgeest die zich schuldig voelt en er is maar één denkgeest die zichzelf een wereld droomt met van alles en nog wat erin, waarop hij zijn onbewuste schuld projecteert zodat hij zich niet meer schuldig hoeft te voelen.

Of de projectie de vorm van boosheid of liefde aanneemt, doet er niet toe; of je ten strijde trekt tijdens een oorlog of met een groep mensen samenkomt in liefdevolle meditatie is precies hetzelfde in een andere vorm; of je kleine kinderen doodslaat of passievol de liefde bedrijft, het heeft allemaal hetzelfde doel: afscheiding van Eenheid werkelijk maken.

Het geloof in afscheiding van Eenheid is de enige oorzaak, alles wat daarop volgt — de wereld, alle mensen, oorlogen, relaties, haat, liefde… noem alles maar op — is het gevolg daarvan. Al onze reacties, positief of negatief, zijn slechts reacties op ons collectieve onbewuste schuldgevoel over het feit dat we geloven dat we ons hebben afgescheiden van Eenheid.

Mijn vader is niet de oorzaak van mijn onvrede, mijn keuze voor afscheiding is de oorzaak van mijn onvrede; mijn vader is het gevolg van mijn keuze en een projectie die ik gebruik om mijn onvrede op te botvieren.

Met dit inzicht ben ikzelf als enige verantwoordelijk voor alles wat ik schijnbaar zie en ervaar. Ik ben verantwoordelijk, omdat ik als denkgeest dit alles heb gecreëerd, maar ik ben niet schuldig, omdat wat ik denk en geloof dat ik heb gedaan — kiezen voor afscheiding van Eenheid — onmogelijk is.

Je kunt niet schuldig zijn aan iets wat onmogelijk is, omdat iets wat onmogelijk is nooit is gebeurd. Als alles, deze wereld, de droomstaat, de hele kakofonie aan illusies, het gevolg is van mijn onmogelijke keuze voor afscheiding van Eenheid, dan is de enige oplossing dat ik opnieuw kies voor iets dat wel mogelijk is: Eenheid als denkgeest.

Hiervoor moet ik bereid zijn alles op te geven, want ik kan niet in deze wereld zijn en in Eenheid verblijven. Dit houdt niet in dat ik nu hier alles moet opgeven, maar dat ik bereid moet zijn om alles op te geven. Alles hier nu opgeven bestendigt alleen de afscheiding, omdat er iets anders moet zijn dat ik opgeef. (Wellicht is dat iets waarover ik een volgende keer wat kan zeggen.)

Klaar of niet klaar

Klaar of niet klaar, dat is de vraag die de afgelopen week langskwam. ‘Klaar’ is een term die door Jed McKenna is gedeponeerd (‘done’ in het Engels) en geeft aan dat je klaar bent met de zoektocht. Het verwijst naar wat vroeger ‘spirituele verlichting’ werd genoemd, maar die term wordt al jaren teveel misbruikt.

Jed McKenna stelt dat er na twee a drie jaar van intensieve Spirituele Autolyse er een soort van ‘verlichtingservaring’ kan plaatsvinden, waarna de denkgeest — in de vorm van het lichaam-brein-systeem — nog gemiddeld iets van tien jaar nodig heeft om hieraan te wennen, waarna het klaar is.

Mocht dit het geval zijn, mocht je ‘klaar’ zijn, dan is mijn ervaring inmiddels dat het beter is om hierover niets te zeggen. Het levert nogal wat verschillende reacties op bij de mensen tegen wie je zoiets vertelt. Mensen die helemaal niet bezig zijn met ‘wakker worden’ kijken je vreemd aan of lachen je uit, terwijl mensen die er wel mee bezig zijn je niet geloven en hun best gaan doen om te bewijzen dat het niet zo is.

De eerste groep mensen begrijp ik, die zijn er niet mee bezig en weten niet wat het is. De tweede groep verraste me, hun reactie vond ik wel interessant. Zeker de personen die zelf beweren ‘klaar’ te zijn, gaan heel erg hun best doen om te bewijzen dat jij het niet bent. Ik ben me gaan afvragen waarom dat is, want je zou denken dat je als iemand die ‘klaar’ is juist blij zou zijn als er meerdere schijnbare personages om je heen ook ‘klaar’ zijn.

Opeens begreep ik het. Er is natuurlijk maar één iets dat een mening heeft over een ander, en dat is de ego-denkgeest. Zodra ik ga nadenken over de status van een ander, of zodra een ander gaat nadenken over mijn status, kan dat alleen gebeuren onder leiding van de ego-denkgeest, want de Heilige Geest, of de juist gerichte denkgeest voor mensen die niet bekend zijn met Een Cursus in Wonderen, oordeelt niet en heeft geen mening over een ander.

De juist gerichte denkgeest (Heilige Geest, kortweg HG) houdt zich niet bezig met de vraag of iemand anders wel of niet ‘klaar’ is, omdat hij weet dat er geen anderen zijn. Dus, wanneer je afwijzend of goedkeurend reageert op de mededeling van een schijnbare andere dat hij ‘klaar’ is, is dat op zich wel weer een goede graadmeter voor jezelf.

Met andere woorden, wanneer je de conclusie trekt dat een ander wel of niet ‘klaar’ is, dan ben je het zelf overduidelijk nog niet, aangezien elk oordeel alleen vanuit de ego-denkgeest komt. ‘Klaar’ betekent vrij zijn van de ego-denkgeest, in de zin van dat je niet meer luistert naar wat de ego-denkgeest roept en in plaats daarvan voor de Heilige Geest kiest, die niet oordeelt.

Aan de andere kant, als jouw ‘klaar’ zijn afhankelijk is van de goedkeuring van een ander, dan weet je ook dat je nog niet klaar bent. Daarbovenop komt nog dat niemand anders kan weten of je klaar bent, net zoals jij niet kan weten of iemand anders klaar is. Alleen jijzelf en niemand anders kan weten of je klaar bent.

Maar goed, ik ben zo dom geweest om openlijk te beweren dat ik zo goed als klaar ben — niet eens dat ik klaar ben, maar slechts ‘zo goed als’. Ik was niet eens op zoek naar een schouderklopje, het was gewoon een mededeling binnen het verhaaltje dat ik vertelde.

Ik kan iedereen afraden om dat te gaan doen, tenzij je het als een leermoment beschouwt of voor jezelf wilt testen of je wel of niet of bijna ‘klaar’ bent. Wanneer je merkt dat je de reacties van die andere mensen persoonlijk opvat, dan ben je er nog niet, en als blijkt dat de reacties je niet raken of meteen van je afglijden, dan weet je dat je op de goede weg bent.

Niettemin, om confrontaties te voorkomen, is het beter om het gewoon voor je te houden en je niet bezig te houden met andere mensen, hun oordeel of hun status. Houd het lekker bij jezelf, want jij bent de enige die hier is en jij bent de enige die wakker hoeft te worden, en jij bent de enige die kan vaststellen of dat is gelukt.

Over Hemel, Hel en Vagevuur

Wij zijn inherent deel van Eenheid, omdat Eenheid het enige is dat er is en daarom moet alles inherent deel zijn van Eenheid. Als er iets anders zou zijn dan Eenheid, dan zou Eenheid geen eenheid zijn.

Die Eenheid kunnen we symbolisch ‘de Hemel’ noemen, en aangezien we geloven dat we ons los hebben gemaakt en hebben afgescheiden van die Eenheid, en ons dus niet in die symbolische Hemel bevinden, moeten we ons wel in ‘de Hel’ bevinden. Het is het één of het ander, er is geen tussenweg.

Omdat het voor ons te pijnlijk en te verschrikkelijk is om te accepteren dat we onszelf in de Hel hebben geplaatst, dromen we van een wereld tussen Hemel en Hel. Deze wereld tussen Hemel en Hel heet officieel ‘Vagevuur’, de plek van de zekerheid van de Hel en een veelal zinloze hoop op de Hemel. Dat is de wereld die we voor onszelf aan het dromen zijn.

Het maakt niet uit hoe we deze gedroomde wereld ervaren — leuk, niet leuk, prachtig of verschrikkelijk — het is nog steeds Vagevuur en het is nog steeds een droom. Tenzij we ons herinneren dat we de Hemel nooit hebben verlaten, zitten we in onze gedachten daadwerkelijk vast in de Hel, alwaar we dromen over een volgens ons iets beter Vagevuur.

Je kunt jezelf wijsmaken dat alles oké is in dit Vagevuur, dat alles goed is, en zelfs dat het prachtig en helemaal geweldig is, maar het blijft gewoon de Hel, aangezien we ons overduidelijk niet in de Hemel bevinden. Hierbij herinner ik ons nog even aan het feit dat de Hemel symbool staat voor Eenheid en de Hel symbool staat voor het idee dat we ons hebben afgescheiden van die Eenheid.

Vagevuur is de droom die we dromen omdat zowel het idee van afscheiding als ons bestaan in Hel te verschrikkelijk voor ons is. We kunnen ons wijsmaken, en we doen dat ook, dat als we ons heel goed gedragen in dit leven in dit Vagevuur, wij na onze dood naar de Hemel zullen gaan. Ook dat is een sprookje binnen de droom van Vagevuur.

Er is maar één oplossing voor dit probleem, en dat is ons herinneren dat we nooit Eenheid hebben verlaten, omdat dit letterlijk onmogelijk is. Dit weten, in plaats van ons herinneren dat we Eenheid nooit hebben verlaten, is niet genoeg. ‘Weten’ vindt altijd plaats in de droom en weten in de droom is altijd onder leiding van de ego-denkgeest; de god van het Vagevuur.

Ons herinneren dat we Eenheid, en daarmee de Hemel, nooit hebben verlaten, is van een andere orde. Dit vergt training van onze denkgeest, omdat we heel erg ons best hebben gedaan om het te vergeten, waardoor het niet vanzelfsprekend is dat we het ons zo maar weer kunnen herinneren. Het is niet voor niets dat Een Cursus in Wonderen een levenslange cursus is, en niet zo maar een boekje met wijsheden.

Zo zijn er dus mensen die weten dat deze wereld een illusie is, het gedroomde resultaat van het dromen van een droom, en denken dat ze er dan maar net zo goed van kunnen genieten. Sommigen gaan ervan uit dat het dromen stopt wanneer het lichaam in de droom sterft.

Niets is minder waar. De droom wordt gewoon opgevolgd door een nieuwe droom en die droom is niet altijd per se leuker dan de afgelopen droom. Wakker worden uit de droom doe je door je denkgeest te trainen in het herinneren dat we ons nooit hebben afgescheiden van Eenheid. Dit kunnen we doen in deze droom, zodat het niet nodig is om nog eens een droom te dromen.

Nogmaals, herinneren is werkelijk extreem anders dan weten dat het zo is. Weten dat het zo is, is geen herinnering dat het zo is. Weten is aangeleerde feitenkennis en feitenkennis wordt altijd aangeleerd onder leiding van de ego-denkgeest… en dat heeft altijd als enig doel om je vast te houden in Vagevuur, wat in feite de Hel is. Herinneren is het ophalen van de inherente en absolute kennis dat het zo is.

Wakker worden uit de droom begint met de realisatie en acceptatie, dat de wereld waarin we leven, deze wereld die we dromen, in feite de Hel is. Zolang je denkt dat deze droom nog iets leuks heeft, of voordelen oplevert, of je iets te bieden heeft, zal je nooit aannemen dat het de Hel is. Dan zal je nooit de stap zetten om je denkgeest te trainen zich werkelijk te herinneren dat er niet zoiets bestaat als Hel en dat je nooit de Hemel hebt verlaten.

Tot we ons werkelijk herinneren dat we de Hemel nooit hebben verlaten, zitten we vast in de Hel en dromen we over Vagevuur; droom op droom op droom. Het maakt niet uit hoe mooi we het decoreren — prachtig kleurtje verf op de muren en vooral heel veel speciale relaties — het blijft Vagevuur.

De oplossing, zoals ik al zei, is de denkgeest trainen in het ophalen van de herinnering aan Eenheid en het feit dat we die Eenheid nooit hebben verlaten. De oplossing voor ons bestaan in Hel is de herinnering aan onze aanwezigheid in de Hemel, maar dat gaat niet lukken zolang we de Hel serieus nemen en de Hemel zien als iets waar we wellicht in de toekomst een keer naartoe zullen gaan.

Ik ben niet dit lichaam

Ik ben niet dit lichaam. Dat is niet een obligate opmerking gebaseerd op een verzonnen of aangenomen geloof. Het is hoe het is… ik BEN NIET dit lichaam. Dit schreef ik gisteren op Facebook, niet om mijzelf op de borst te slaan, maar omdat het zo is.

Ik vervolgde als volgt:

Ik begrijp en kan me ook voorstellen dat andere mensen, die zich nog identificeren met hun lichaam, zo’n opmerking in twijfel trekken. Het is normaal om te denken en te geloven dat iedereen is zoals jijzelf denkt en gelooft dat jij bent, maar dat heeft niet per se iets met de werkelijkheid te maken. Als iemand een vampier is, dan verandert het feit dat jij denkt en gelooft dat hij een normaal persoon is niets aan het feit dat hij een vampier is. Ik weet dat ik niet dit lichaam ben en ik ervaar ook dat ik niet dit lichaam ben, en of iemand anders dat wel of niet gelooft verandert niets aan dat feit.

Ik heb het gevoel dat ik daar iets meer over moet vertellen, alleen heb ik nog geen idee wat dat moet zijn. Mijn standaard houding is tegenwoordig een afwachtende houding. Ik wacht tot er iets ‘binnenkomt’, iets van inspiriatie om iets te doen. Niet alleen gericht op het schrijven, maar ook op zoiets als het draaien van een was of wanneer ik ’s ochtends wel of niet uit bed kom. Als er niets ‘binnenkomt’ dan doe ik ook niets.

De laatste tijd is dat een sterker gevoel geworden, en ik vermoed dat dit samengaat met het sterkere gevoel dat ik niet dit lichaam ben. Waar dit voorheen voornamelijk een intellectueel ‘weten dat het zo is’ was, is het nu een inherente zekerheid. Er bestaat geen twijfel meer. Elk geloof dat ik dit lichaam zou kunnen zijn is weggevallen, en daarmee ook de scherpe krijsende stem van ego die altijd als eerste sprak.

Vandaar dat er, wanneer ik in die afwachtende houding verkeer, alleen stilte is. En met stilte bedoel ik echte stilte zoals je dit kunt ervaren in, bij voorbeeld, de bossen van Finland (daar ben ik geweest, en dat is echt heel stil). Het feit dat ik midden in Amsterdam woon, en dat er toch zo’n stilte kan ontstaan waarin de heilige geest (hogere macht, het universum — geef het een naam) kan spreken, is een bijzondere ervaring.

Ego is stil, of stiller dan normaal, omdat ego afhankelijk is van het geloof in dat lichaam. Wanneer dat geloof wegvalt, of doorzien is, dan heeft ego geen houvast meer en houdt het zich bezig met waarvoor het handig is. Het onthouden van waar de huissleutels liggen, het vinden van de weg ergens naartoe, het onthouden van de weg terug naar huis of waar ik mijn fiets heb geparkeerd.

Met iets anders houdt ego zich niet meer bezig, omdat het geloof in het lichaam als zijnde wat ik ben is verdwenen. Zolang er nog een klein beetje twijfel is over het wel of niet dit lichaam zijn, heeft ego genoeg houvast om zich ermee te bemoeien en overschreeuwt het de rustige stem van de heilige geest, en dat laatste beetje twijfel dat ik schijnbaar nog had, is weggevallen.

Hoe dat is gebeurd of waarom dat is gebeurd, weet ik niet. Ik weet alleen dat ik sinds gisteren met absolute zekerheid weet dat er geen greintje geloof meer is in het fabeltje dat ik dit lichaam ben. Elke fractie van identificatie met dat lichaam is verdwenen.

Wat ik daardoor nu ook weet, is dat dit — bijna letterlijk — een wereld van verschil is ten opzichte van de dag daarvoor. Met andere woorden, als dit jou overkomt, dan weet je het ook echt zeker. Tot die tijd kan ik alleen maar aandringen op ‘verder gaan’, omdat ik 100% zeker weet dat het werkt.

Frits vs. Ego: 1-0

Aan het einde van de vorige week, in de nacht van zaterdag op zondag, had ik weer eens een helder moment; noem het een inzicht of een openbaring. Ik herkende opeens een blinde vlek in mijn schijnbare bestaan op aarde waarvan ego vanzelfsprekend gebruik maakte om het resultaat van mijn ‘werk’ als cursist van Een Cursus in Wonderen te belemmeren en te vertragen.

Het inzicht, of de openbaring, betrof — o verrassing! — verslaving. Ik heb al vaker op deze weblog toegegeven dat ik een zwak voor alcohol heb, dus vanzelfsprekend ging het bij mij daarover; hoewel ik geloof dat het op elke verslaving van toepassing zou kunnen zijn.

Mijn meest indringende inzichten komen meestal tot mij tijdens het dromen, iets wat ik de laatste jaren, na heel lang niet gedroomd te hebben, steeds frequenter ervaar. In deze droom werd mij haarfijn uitgelegd dat alles wat ofwel schadelijk voor het lichaam is, ofwel de realiteit van het lichaam versterkt, ofwel hoe dan ook op het lichaam gericht is, altijd te maken heeft met een keuze voor de ego-denkgeest.

En ja, precies, je zou denken dat ik dat inmiddels wel door zou hebben, en dat is ook zo, behalve op het vlak van alcohol. Dat was dus een blinde vlek. Onbewust fabriceerde ik redenen waarom het alcohol drinken oké was en niets met ego te maken had. Zoals de drogreden dat het oké is om meer dan genoeg alcohol te drinken als ik het onder leiding van de Heilige Geest doe, want de Heilige Geest houdt zich niet bezig met het lichaam, en dus kan het geen kwaad.

Het inzicht, de openbaring, dat de redenen waarom het oké was juist vanuit de keuze voor de ego-denkgeest kwamen en juist het bestaan van het lichaam als werkelijkheid versterkten, ondermijnde de grip die de ego-denkgeest op mijn alcohol gebruik had. Het gevolg was dat ik de volgende dag geen alcohol heb gedronken, terwijl ik de weken daarvoor elke dag wel iets dronk.

Inmiddels zit ik op vier dagen zonder ook maar een gedachte aan het drinken van alcohol, en dat is werkelijk een unicum. Dit betekent niet dat ik nooit meer alcohol zal drinken, want daar gaat het niet om. Het gaat erom dat er niet de geestelijke noodzaak opkomt om alcohol te drinken. (Mensen die bekend zijn met verslaving, snappen wel wat ik bedoel.)

Maar, over dat eerste inzicht heen, kwam een paar dagen later een extra inzicht, waar de ego-denkgeest helemaal niet blij mee was. Ik realiseerde me opeens — hoewel ik ook dat wel wist, maar steevast wegredeneerde — dat de keuze voor de Heilige Geest, in plaats van de keuze voor de ego-denkgeest, alleen werkt als die keuze 100% is.

Dit houdt in, dat als ik voor de Heilige Geest kies, ik letterlijk alle illusies moet overgeven aan de Heilige Geest. Ik kan er niet voor kiezen om sommige dromen te bewaren, omdat ik die nog wel leuk vind. Alle dromen moeten worden overgegeven aan de Heilige Geest! Op dat moment besloot ik om aan te geven dat ik klaar ben om mij volledig terug te herinneren in Eenheid en bereid ben om alle dromen en alle illusies achter me te laten.

Ik besloot dat ik liever nu dan later wakker wil worden (als de dromende denkgeest) en deze droom van een leven op aarde achter mij wil laten. Ik gaf aan volledig bereid te zijn alles wat ik hier heb op te geven voor de absolute vrede in Eenheid, wat automatisch het einde van mijn autonome zelf als lichaam en personage betekent.

Dit alles opgeven om daarvoor in feite niets terug te krijgen, aangezien ik dan terugkeer naar daar waar, en dat wat ik altijd ben geweest, betekent in waarheid dat ik niets hoef op te geven om alles te verkrijgen, aangezien hier niets waar is — dus wat geef je dan op? — en die Eenheid alles is, aangezien dat het enige is dat werkelijk bestaat.

Zoals gezegd, daar was de ego-denkgeest niet blij mee, aangezien dit in feite een terdoodveroordeling van ego inhield. In paniek probeerde de ego-denkgeest mijn aandacht op het lichaam te richten door mij ziek te laten worden en gisteren heb ik dan ook de hele dag in bed doorgebracht.

Ik lag niet in bed om beter te worden, want dat zou alleen maar bevestigen dat het lichaam ziek kan worden, waardoor de ego-denkgeest zou hebben bewezen dat het lichaam bestaat. Ik lag in bed om te mediteren op het gegeven dat ik niet ziek ben, omdat het lichaam niet ziek kan zijn. Het lichaam is, net als ziekte, alleen maar een projectie van de in afscheiding gelovende denkgeest en bestaat niet werkelijk.

Ik heb gister de hele dag gebruikt om mijzelf, als denkgeest, te vergeven voor die ziekmakende projectie die, hoe kan het ook anders, onder leiding van de ego-denkgeest op het lichaam werd geprojecteerd. Mijn onbewuste Zelf had gekozen voor de ego-denkgeest, want anders was ik niet ziek geworden, dus ook dat vergaf ik mijzelf.

Dit hele pakket heb ik overgegeven aan de Heilige Geest, met alsnog de bevestiging dat ik liever nu dan later als denkgeest wil ontwaken om zo een einde aan deze droom te maken. Opnieuw heb ik de intentie geuit dat ik bereid ben om alles — wat niets is — op te geven voor daar waar, en dat wat ik altijd al ben geweest: één in Eenheid — wat alles is.

Ik kan me voorstellen dat dit verhaal voor veel mensen gestoord klinkt, maar als ik er voor kies om alles op te geven voor de terugkeer naar Eenheid, dan moet ik daar ook voor staan en open over zijn.

Postscriptum: Het lijkt er op dat de ego-denkgeest het voor nu heeft opgegeven. Ik moet nog even bijkomen van het ‘ziek zijn’ van gisteren, maar ik voel me alweer stukken beter, hoewel nog niet 100%.

De wereld is een schouwspel

Stel je voor, de wereld is een schouwspel. Iedereen is, net als jij, een acteur die een rol speelt. Maar ergens halverwege het schouwspel realiseer jij je dat vrijwel iedereen om je heen is vergeten dat hij of zij een acteur is die alleen maar een rol speelt in dit schouwspel.

In het begin lukt het je nog wel om mee te spelen, want dat is waarom je hier bent, maar gaandeweg wordt dat steeds zwaarder. Niet alleen omdat de mensen om je heen denken dat ze echt het personage zijn dat ze spelen, maar ook omdat ze geloven dat alles wat gespeeld wordt echt waar is.

Op een gegeven moment lukt het je niet meer om mee te spelen, omdat je ziet hoe verwoestend het is voor alle acteurs die geloven dat het schouwspel de echte wereld is. Dat er echt een pandemie is, dat er echt een oorlog gevoerd wordt, en dat zij echt zullen sterven wanneer hun schouwspel-personage het toneel verlaat.

Je probeert ze nog te redden, door ze wakker te schudden uit hun waan, maar al snel dringt het tot je door dat dit geen effect heeft. Het enige wat het oplevert is dat de andere acteurs je voor gek gaan verklaren, want ‘natuurlijk is dit echt waar, natuurlijk zijn we ons personage, natuurlijk is er een pandemie, natuurlijk is er een oorlog, natuurlijk gaan we dood.’

Je realiseert je dat je in feite een zangvogel bent in een kippenhok vol kippen. Daar zijn de kippen de norm en dus normaal, terwijl de zangvogel daar niet thuis hoort. Als je de kippen niet kan laten inzien dat ze zangvogels zijn die spelen kippen te zijn, wordt het tijd om dat op te geven, los te laten en te laten gaan.

Vanaf nu speel je nog wel een rol. Niet de rol van het personage, maar de rol van acteur. In deze rol laat je de andere acteurs, die werkelijk geloven dat ze hun rol zijn, zien dat je een acteur bent die een rol speelt. Niet door ze er met woorden en feiten van te overtuigen, maar bij wijze van voorbeeld. Hierbij benadruk je zoveel mogelijk dat we allemaal hetzelfde zijn: acteurs die een rol in een schouwspel spelen.

Een experiment

Bij wijze van experiment heb ik me een hele week geconcentreerd op het gegeven dat er maar één denkgeest is. Bij alles wat er gebeurde, bij alles wat op me afkwam, probeerde ik me te herinneren dat het allemaal een projectie is vanuit die ene denkgeest, dat ikzelf en alles en iedereen om me heen het gedroomde product is van die ene denkgeest.

Ik had een voor mijn doen drukke week achter de rug, waarbij ik vrijwel elke dag wel iets in deze wereld te doen had. Het waren vrijwel allemaal leuke bezigheden en de enige minder leuke, naar de tandarts, ging door omstandigheden niet door. Niettemin heb ik die week voor mijn doen met veel mensen gesproken over Een Cursus in Wonderen, de illusoire wereld, het dagelijkse leven, ziekte en gezondheid, het weer en zelfs houtbewerking.

Ik besloot om de daaropvolgende week, een week zonder afspraken — oké, ik had één afspraak staan, werken in ARTIS — naar ‘binnen te gaan’. Zo formuleerde ik het voor mijzelf. In plaats van op de wereld te reageren, was ik van plan om niet te reageren en alleen te voelen en te observeren wat die wereld bij mij van binnen doet.

Mijn uitgangspunt, was dat alles wat er in de wereld gebeurt, alles wat ik zie en ervaar, een projectie is van de innerlijke conditie van de denkgeest om zichzelf te laten zien wat er van binnen aan de hand is, wetende dat ook ikzelf, als Frits, een projectie van die denkgeest ben.

Wat uiteindelijk bleek te gebeuren, was dat niet ik naar binnen ging om te ervaren wat de schijnbare buitenwereld met mij doet, maar dat ik als denkgeest Frits begon te observeren als inherent onderdeel van die buitenwereld die ik als denkgeest projecteer. Ik dissocieerde mijzelf als het ware van het personage Frits om te kunnen zien in wat voor wereld die Frits werkelijk leeft, zodat ik als denkgeest mij kan realiseren waarom ik zoiets schijnbaar creëer.

In de psychologie wordt ‘dissociatie’ gezien als een beschermingsmethode tegen teveel indrukken van buitenaf, maar dat was dit niet. In dit geval was het, althans zoals ik het ervoer, te vergelijken met dat ik mijzelf als het ware in een bioscoopzaal had geplaatst, vanwaar ik vervolgens keek naar de film “Frits” waarin die Frits niet meer direct reageerde op wat er om hem heen gebeurde, omdat zijn kern — zijn wezen — zich had gedissocieerd en nu in de bioscoopzaal zat.

Je merkt dat ik nog niet precies weet hoe ik moet beschrijven wat het effect is geweest van dit redelijk simpele experiment. Wellicht is de meest duidelijke omschrijving degene die men aan Jezus toeschrijft: De ervaring van wel in deze wereld te zijn, maar niet van deze wereld — maar dan met de toevoeging dat ik als denkgeest meteen ook die hele wereld en alles daarin ben, aangezien dit alles de projectie is van die ene denkgeest die ik ben.

Dit leverde een directe ervaring op van tegelijk overal en nergens te zijn en tegelijk alles en niets te zijn. Het was het resultaat van de realisatie dat alles tegelijk gebeurt en dat ik iedereen ben — zoals ik al in mijn vorige blog heb geprobeerd te verwoorden.

ik ben niet alleen nu in deze tijd op aarde alles en iedereen, maar ik ben letterlijk alles en iedereen verspreid over de gehele schijnbare tijdlijn van verleden, heden en zelfs toekomst… en wellicht — en waarom ook niet? — interplanetair.

Uiteindelijk, nu ik dit zo opschrijf, zie ik dat deze afgelopen week een verduidelijking en uitbreiding is van een extreme ‘verlichtingservaring’ die ik in 2011 heb gehad, waarbij alles in tijd en ruimte implodeerde tot één punt in geen-tijd en geen-ruimte (beter kan ik het nog steeds niet verwoorden).

Ik heb blijkbaar iets meer dan tien jaar nodig gehad om deze ervaring, dat inzicht, die ontwaking — geef het maar een titel — te verwerken. Het lijkt alsof letterlijk elke identificatie met het personage Frits is opgelost. Natuurlijk kan ik dat nog niet met zekerheid stellen, want ego is veerkrachtig en kan zomaar weer zijn weg vinden om ook dit over te nemen en te verkankeren.

Het is nu mijn directe ervaring dat ik niets doe, maar dat alles wat blijkbaar gedaan moet worden gedaan wordt. Er is geen innerlijke discussie meer over wat wel en wat niet moet gebeuren, maar er gebeurt wat er gebeurt en zo niet dan niet. De vraag waarom iets gebeurt en waarom iets anders niet, komt niet meer op en een werkelijke mening over of iets dat gebeurt goed of fout is, is er niet meer.

Veel meer is er niet over te zeggen en wat er vanaf nu zal gaan gebeuren is voor mij ook een verrassing, die ik vanaf mijn zitplaats in de bioscoop zal gaan zien gebeuren.

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag