De gebroken lens

Vanochtend werd ik wakker met het idee dat ‘de denkgeest’ niets anders is dan de lens waardoorheen dat wat ik ben — en wat alles is — zijn licht schijnt. Als die lens schoon is, ontstaat er een helder beeld, en als de lens vuil is, ontstaat er een troebel beeld, maar als de lens is gebroken, ontstaat er een dubbel beeld.

De denkgeest die gelooft dat het zich heeft afgescheiden van eenheid is te vergelijken met een in meer dan miljarden stukjes gebroken lens. Wanneer het licht van eenheid daardoorheen schijnt, ontstaat er de wereld zoals wij die kennen, waarbij elk facet van de wereld — waaronder jij en ik — een projectie is van dat licht door verschillende fracties van die gebroken lens.

Wat we ervaren zijn allemaal losse delen, maar dat zijn alleen maar de projecties van dat ene licht door de gebroken lens van een gespleten denkgeest. Wanneer de denkgeest een gedachte heeft, dan wordt die gedachte geprojecteerd als onszelf of als een ander of als een gebeurtenis.

Dit kunnen we leuk vinden of niet leuk vinden, het kan geweldig zijn of een ramp, maar het blijft een verstoorde projectie door een gebroken lens. Wij zijn niet die afzonderlijke projecties, wij zijn niet de lens en wij zijn niet die gespleten denkgeest; we zijn dat licht. Het probleem van ons leven op aarde bestaat uit onze keuze van identificatie.

Als we onszelf zien als het personage op aarde, wat een projectie is, geprojecteerd door een heel klein fragment van een gebroken lens, dan zullen we de wereld om ons heen zien als een in potentie bedreigende fysieke waarheid waarmee we moeten onderhandelen en waartegen we ons moeten beschermen. We zullen dan proberen die uiterlijke wereld te bewerken en te veranderen zodat wij ons goed gaan voelen.

Maar die wereld is een projectie van het licht door die gebroken lens, net zoals jij dat bent. Het is het resultaat van de gespleten denkgeest, net zoals jij dat bent. Als je iets wilt veranderen aan die wereld of aan de mensen om je heen of aan jezelf, dan is het zinloos om je bezig te houden met de projectie. Wat je wilt doen, of zou moeten willen doen, is de gespleten denkgeest helen.

We zijn dat licht, jij bent dat licht, alles is dat licht, en dat licht verandert niet. Het is één licht, maar als dat door de verbrijzelde lens van een gespleten denkgeest schijnt, projecteert het de duizend-en-een dingen van de wereld — zoals de Zen en Tao meesters het noemden.

Het maakt niet uit wat de projectie laat zien, het blijft een projectie van dat ene licht. Het enige wat je kunt doen is de projectie wel of niet serieus nemen. En als de projectie iets laat zien wat je niet bevalt, probeer dan niet die projectie te veranderen, maar verander je gedachten over die projectie. Dat is de enige manier om de gespleten denkgeest te helen en er voor te zorgen dat het licht gewoon kan projecteren wat het bedoelt te projecteren.

Jij bent dat licht, eeuwig en onveranderlijk, dus waarom zou je je druk maken over iets dat slechts een verstoorde projectie van jezelf is door een verbrijzelde lens van een gespleten denkgeest? De reden waarom er iets wordt geprojecteerd dat je niet bevalt, is omdat dit iets is dat leeft in de gespleten denkgeest wat op een compleet gestoorde en verkrachte manier wordt geprojecteerd. Ga op zoek naar wat dat is in die denkgeest, verander je gedachten daarover en de projectie zal zich aanpassen.

Dit was wederom een poging om het onuitlegbare uit te leggen. De realisatie is zo helder, bijna tastbaar, maar woorden blijven ontoereikend.

Rupsen en vlinders (2)

Naar aanleiding van mijn vorig artikel — Rupsen en vlinders — stelde collega-blogger Illusje mij de volgende vraag:

Illusje:
“Goed verhaal van de rups en de vlinder. Alleen vraag ik me af of wel begrepen wordt dat de zelf die “verdwijnt” (oplost in Waarheid) de (ego)denkgeest is en niet een lichaam… [..] het is juist zo essentieel dat men niet denkt dat het lichaam eerst “dood” moet…”

Dus misschien is het een goed idee om daar iets over te schrijven?

Om heel eerlijk te zijn heb ik geen goed beeld van de mensen die deze blog lezen. Ik ken er een paar persoonlijk en van hen weet ik dat ze begrijpen dat ik met het rupsen en vlinders verhaal niet zeg dat het lichaam dood moet, maar dat het zelf — met andere woorden, de denkgeest die gelooft dat het is afgescheiden van Eénheid en denkt en gelooft een ‘lichaam-brein-systeem’ te zijn — moet sterven.

Van de meeste lezers heb ik geen persoonlijke achtergrond informatie. Ik heb geen idee waar ze zich bevinden in hun ‘spirituele ontwikkeling’ en als er lezers zijn die geloven dat ik het over een daadwerkelijk fysiek sterven van het lichaam heb, dan kan dat in theorie vervelende gevolgen hebben. Niet voor mij, maar voor de lezer in kwestie.

Deze wereld, inclusief het lichaam en alles en iedereen om het lichaam heen, is een illusie. Het is een projectie vanuit de denkgeest die gelooft dat het zich heeft afgescheiden van Eénheid. Vanuit dat geloof in afscheiding, in een poging zichzelf van de waarheid van afscheiding te overtuigen, droomt deze denkgeest een dualistische wereld. Het is zinloos om het gedroomde lichaam dood te laten gaan om een verlichte ‘vlinder’ te worden, aangezien er niet werkelijk een lichaam is.

Dit is waarom zelfmoord zinloos is en geen oplossing biedt. Je kunt niet iets vermoorden dat niet werkelijk bestaat en het lost geen enkel probleem op, omdat het probleem zich niet in het lichaam maar in de denkgeest bevindt dat dit gehele traumatische leven — werkelijk alles wat je denkt mee te maken en te ervaren — alleen maar projecteert. De enige acties die iets kunnen opleveren moeten als gedachtes plaatsvinden in de denkgeest en nergens anders.

Het kan alleen de denkgeest zijn (de rups) die op een gegeven moment genoeg heeft van de Big Macs in de spirituele MacDonald’s (de stupiditeit en onwaarheid van de wereld), zich vervolgens terugtrekt in zichzelf (de cocon) en zichzelf ontbindt tot een soort van oersoep (bijvoorbeeld middels spirituele autolyse!). Die ‘oersoep’ is waar ooit de beslissing werd genomen om te kiezen voor de onjuist gerichte denkgeest (de rups) en nu, terug in die ‘oersoep’, kan er opnieuw gekozen worden voor de juist gerichte denkgeest (de vlinder).

Helaas is het zo dat onze ego-denkgeest — de onjuist gerichte denkgeest vanwaaruit de illusoire wereld wordt geprojecteerd — elk verhaal vertaalt naar een letterlijke betekenis, maar letterlijk niets in deze wereld, in deze droomstaat, is letterlijk letterlijk; alles is symbolisch! Op het moment dat je het letterlijk gaat nemen — of dit nu een spiritueel verhaal is, een heilig boek, een wetboek of voor mijn part een liefdesbrief van de persoon van je dromen — maak je het waar en werkelijk en verleng je de droomstaat.

Niets in deze wereld is waar, niets in deze wereld is letterlijk wat het lijkt te zijn; ALLES IS SYMBOLISCH!! Zolang dit niet tot je doordringt, kun jij — als denkgeest — nooit de eerste stap nemen tot ontwaken in of uit de droomstaat, zul jij je nooit kunnen ontbinden in je symbolische cocon en zul je nooit uitvliegen als die symbolische vlinder.

Realiseren en herinneren

Wanneer er opeens de realisatie is hoe de Droomstaat in elkaar steekt, dan werkt dat aan de ene kant heel erg verhelderend, maar aan de andere kant kan er ook een gevoel van wanhoop en paniek ontstaan. Wanneer het gevoel van wanhoop of paniek ervaren wordt, dan komt dat altijd voort vanuit de Ego Denkgeest; dus vanuit het idee een lichaam met een naam te zijn. Laat je niet door die gevoelens van de wijs brengen, ze zijn niet echt waar.

Ik wil graag, in eerste instantie voor mijzelf, onder woorden gaan brengen hoe de Droomstaat volgens mij — na deze realisatie — in elkaar steekt. Hierbij moet ik mijn dank uitspreken aan Kenneth Wapnick, die dit zo duidelijk heeft verwoord in zijn boek De Boodschap van Een Cursus In Wonderen.

Waar Wapnick heel erg in details treedt, over het waarom en de mechanismes, laat ik die achterwege, omdat het voor mij niet belangrijk is waarom of hoe iets zo is gekomen. Als het blijkbaar zo is, dan is dat voor mij genoeg om mee te werken. Ik geloof dat het willen weten waarom iets zo is, altijd vanuit het ego-denksysteem komt en dat is niet waarop ik mij richt. Waarbij ik wil benadrukken dat er niets mis is met dit wel te doen, zoals Wapnick doet.

Hier mijn relaas:

Er is Dat wat IS en dat is het enige dat werkelijk is. Binnen Dat wat IS ontstond het onmogelijke idee dat afscheiding mogelijk is. Dit onmogelijke idee werd geloofd en serieus genomen en hieruit ontstond een schijnbaar Afgescheiden Denkgeest.

Dat wat IS
|
(idee van afscheiding)
|
(geloof in afscheiding)
|
(serieus nemen van afscheiding)
|
Afgescheiden Denkgeest

Het idee van afscheiding is een onmogelijk idee, dus het geloof in afscheiding en het serieus nemen van afscheiding is letterlijk waanzinnig. Maar aangezien de Afgescheiden Denkgeest er absoluut van overtuigd is dat het ten eerste mogelijk is en ten tweede daadwerkelijk is gebeurd, fabriceert de Afgescheiden Denkgeest, onder leiding van een verzonnen Ego Denkgeest, middels het verzinnen van ontelbare fragmenten, een Dualistisch Universum, puur en alleen om te bewijzen dat het mogelijk is en ook is gebeurd.

Dat wat IS
|
(idee van afscheiding)
|
(geloof in afscheiding)
|
(serieus nemen van afscheiding)
|
Afgescheiden Denkgeest
|
Ego Denkgeest
|
(Ontelbare fragmenten)
|
Dualistisch Universum

Dit Dualistische Universum is in feite een droomwereld waarop en waarin de Afgescheiden Denkgeest middels de Ego Denkgeest ontelbare losse fragmenten projecteert; voor elk deel een tegendeel en voor elke slachtoffer een dader, en andersom. Deze droomwereld is voor de Afgescheiden Denkgeest het bewijs dat afscheiding mogelijk is.

Dus, op het moment dat de Afgescheiden Denkgeest de Ego Denkgeest heeft verzonnen en daarvoor heeft gekozen, maakt de Ego Denkgeest het Dualistische Universum met daarin allerlei vormen, waaronder een planeet Aarde waarop allerlei vormen bestaan, waaronder dat wat ik hier in dat universum ‘mijzelf’ en ‘Frits’ noem.

Hier in dit Dualistische Universum heeft elk deel zijn tegendeel, met als enig doel het idee van afscheiding te versterken en te bewijzen. Niettemin is elk deel en elk tegendeel voortgekomen uit de Afgescheiden Denkgeest, die zelf weer is voortgekomen uit Dat wat IS, en daarom — vanuit het holografische gegeven: elk deel bevat het geheel — bevat elk deel en elk tegendeel dezelfde informatie. In feite is elk deel en elk tegendeel exact hetzelfde, alleen onze perceptie, onder leiding van de Ego Denkgeest, creëert de illusie van verschil.

Uiteindelijk is alles wat wij hier ervaren, inclusief de Ego Denkgeest én het Dualistische Universum, exact en volledig hetzelfde. Het is de projectie vanuit de Afgescheiden Denkgeest, om te bewijzen dat afscheiding mogelijk is, wat de illusie van verschil, van deel en tegendeel, van slachtoffers en daders, creëert. Uiteindelijk is het gehele Dualistische Universum een door de Afgescheiden Denkgeest gecreëerde illusie; met andere woorden, het dromen van een droom. Wanneer dit werkelijk doordringt, dan is er geen andere conclusie mogelijk dan inzien en accepteren dat ik als ‘Frits’ een droomkarakter ben binnen de droomwereld van delen en tegendelen die schijnbaar gedroomd wordt binnen de Afgescheiden Denkgeest.

Wanneer ik denk en geloof dat ik besta als ‘Frits’, dan kom ik ontiegelijk veel problemen tegen, maar in werkelijkheid besta ik niet als ‘Frits’ en binnen het Dualistische Universum bestaat dan ook geen enkel probleem, vooral ook omdat dit Dualistische Universum ook niet bestaat. Het enige probleem dat schijnbaar bestaat, bevindt zich in de Afgescheiden Denkgeest en bestaat uit het geloof in het onmogelijke idee dat afscheiding van Dat wat IS — wat niets meer en niets minder is dan Eénheid — mogelijk is.

Het is overduidelijk dat de oplossing voor dit probleem niet te vinden is binnen een Dualistisch Universum dat niet bestaat, net zoals het overduidelijk is dat de oplossing niet gevonden kan worden door ‘Frits’ die niet bestaat. De oplossing is alleen te vinden daar waar het probleem zich bevindt, en dat is in de Afgescheiden Denkgeest en nergens anders.

Nu heeft de Ego Denkgeest een extra probleem gecreëerd, namelijk dat wij als afgescheiden entiteit in een Dualistisch Universum gebaseerd op deel en tegendeel, daders en slachtoffers, niet meer weten dat we een projectie zijn in een droomwereld van de Afgescheiden Denkgeest. De eerste stap terug naar Eénheid moet het herinneren van onze bron zijn. Zolang we niet werkelijk weten wat we zijn, zitten we vast in de door ons als Afgescheiden Denkgeest gedroomde gevangenis.

Pas wanneer we werkelijk realiseren dat we niet dit lichaam met die naam zijn, maar dat dit lichaam met die naam een gedroomd karakter is binnen een gedroomd universum, én wanneer we werkelijk realiseren dat we hier in deze illusie niets kunnen doen, omdat het niet bestaat, kunnen we gaan terug herinneren naar wat we wel zijn. Dan zien we dat in werkelijkheid alles en iedereen alleen maar identieke fragmenten lijken te zijn die tezamen die Afgescheiden Denkgeest vormen. Er was nooit een Dualistisch Universum, er waren nooit afgescheiden entiteiten en vormen, er is alleen maar die Afgescheiden Denkgeest die een onmogelijk idee van afscheiding is gaan geloven.

Dus, als wij iets zijn, dan zijn we de Afgescheiden Denkgeest, getormenteerd door ons eigen waanzinnige en onmogelijke idee van afscheiding. Eenmaal daar teruggekeerd, kunnen we ons, als de Afgescheiden Denkgeest, de vergissing en het stupide onmogelijke idee dat afscheiding van Dat wat IS mogelijk is, vergeven. Op dat moment kiezen we niet voor de Ego Denkgeest maar voor iets anders, wat het dan automatisch overneemt; dit wordt wel de Hogere Macht of Heilige Geest genoemd. Vervolgens zal er de nieuwe situatie ontstaan waarin duidelijk wordt dat er werkelijk nooit iets is gebeurd en alleen Dat wat IS bestaat — het enige dat is; tijdloos, ruimteloos, vormloos, ongescheiden, onveranderlijk en onpersoonlijk als Eénheid.