Terug naar de kern

Vanochtend werd ik wakker met een hersenpan vol gedachtes over zaken die op dit moment (nog) niet spelen en zelfs virtuele discussies met mensen die alleen in mijn hoofd aanwezig waren. Kort gezegd, ik was me druk aan het maken over iets wat nu niet speelt, maar wellicht verderop deze week zou kunnen plaatsvinden.

Het is iets wat volgens mij heel veel mensen doen. We maken ons druk over iets dat in de toekomst zou kunnen gebeuren, afgaande op iets wat in het verleden heeft gespeeld. Een altijd zinloze exercitie, aangezien er alleen dit moment nu hier is. Het verleden is voorbij, de toekomst is alleen maar een idee en niemand weet hoe die er uit gaat zien, wat er gaat gebeuren en hoe dat zich zal uitspelen.

Het enige wat ik kan doen om dat soort van razernij in mijn hoofd te stoppen, is terug redeneren naar wat ik werkelijk weet, terug naar de kern. Ik kwam vanochtend, zoals altijd, weer hierop uit:

Er is alleen wat is (de context) met daarin de projectie van wat lijkt te zijn (ik en de wereld). De context is, de projectie is niet.

De context is het enige dat bestaat. Binnen die context is het gevoel IK BEN ontstaan als gevolg van een ‘nietig dwaas idee’ van afscheiding. Het gevoel IK BEN is de projector en het idee ‘ik ben dit lichaam in deze wereld’ is de projectie. De keuze tussen ego — de onjuist gerichte denkgeest — of niet ego — de juist gerichte denkgeest — is wat de projectie definieert.

“In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen.”

Uit: Een Cursus In Wonderen — T27.VIII.6:2-3.

Het nietig dwaas idee is het idee dat afscheiding van eenheid mogelijk is. Het serieus nemen van dit idee —het vergeten er om te lachen — is wat het gevoel IK BEN oproept en de keuze voor de onjuist gerichte denkgeest (ego) is wat het lichaam als personage en de wereld om dit personage heen verwezenlijkt — met andere woorden: waar maakt — met alle gevolgen van dien.

Een keuze voor de juist gerichte denkgeest zorgt ervoor dat we de wereld kunnen observeren als in een droom — niet wezenlijk en zonder wezenlijke gevolgen. Deze keuze, elke keuze, kan elk moment worden gemaakt, maar niet in het lichaam, niet met het brein, alleen in de denkgeest. Vandaar dat mediteren op, of het terugkeren naar het gevoel IK BEN — zoals Nisargadatta aanbood om te doen — een werkzame methode kan zijn.

Dit betekent overigens niet, dat door te kiezen voor de juist gerichte denkgeest de projectie opeens verandert. De projectie is wat de projectie is. Het enige wat de keuze voor de juist gerichte denkgeest of voor de onjuist gerichte denkgeest doet, is de projectie definieren. Met andere woorden, de keuze verandert de perceptie van de projectie, het verandert de manier waarop de projectie wordt ervaren.

Als laatste nog dit: de laatste zin van wat ik vanochtend dacht — ‘De context is, de projectie is niet — betekent hetzelfde als ‘Waarheid is, onwaarheid is niet‘ of ‘Eenheid is, dualiteit is niet‘.

Wat is is!

En daarna is het stil, omdat er niets op kan volgen, aangezien er geen twee is.

De maakbare wereld

Zodra de identificatie met een ‘ik’ in plaats is, ontstaat er het idee van een maakbare wereld. We geloven dit lichaam te zijn en geloven in een wereld te leven die we, mits we de juiste stappen nemen, kunnen aanpassen aan onze wil. Als je hard werkt, wordt je succesvol; wie goed doet, goed ontmoet; als je vecht voor principes en voor wat je gelooft dat ‘juist’ is, komt alles uiteindelijk goed.

Het geloof in een maakbare wereld, een wereld die te verbeteren is, betekent natuurlijk alleen maar dat we geloven dat er een wereld is. De ego-denkgeest wil dat we geloven in het bestaan van de wereld, want zonder dat geloof bestaat er geen ego-denkgeest. Dat is de enige reden waarom de ego-denkgeest ons aangespoort om ons te verzetten tegen onrecht, of, zoals nu in 2020, tegen de coronamaatregelen en de afbraak van onze burgerrechten.

In Een Cursus in Wonderen word hierover geregeld het kleed onder onze voeten vandaan getrokken. Ten eerste wordt er vele malen op gehamerd dat er geen wereld is, en ten tweede wordt er veelvuldig aangegeven dat deze wereld niets meer is dan het gevolg van een nietig dwaas idee — en alleen maar een idee — waarom we vergaten te lachen en dat idee, wat een misvatting was, werd gecorrigeerd op het moment dat het idee opkwam.

Dit laatste houdt in dat er nooit een wereld is ontstaan, maar dat er alleen het geloof in het idee bestaat dat er een wereld is ontstaan, terwijl dat niet zo is. Dit betekent automatisch dat er ook niet zoiets als een ‘ik’ in de vorm van een lichaam kan bestaan, aangezien zo’n lichaam een wereld nodig heeft om in te kunnen bestaan en… er is geen wereld!

Het probleem is natuurlijk dat we wel een wereld zien en ervaren waar er geen wereld is. Voor velen is het idee dat het slechts het dromen van een wereld is, net een stap te ver, want het ziet er zo echt uit, en de ervaring is zo realistisch, en als ik mijn teen stoot dan doet het pijn. Dat klopt allemaal. Zo overtuigend is het dromen van een wereld blijkbaar, maar dat maakt niet dat het ook daadwerkelijk waar is.

Omdat de illusoire wereld zo overtuigend is, worden we overgehaald om er interactie mee te hebben. Daar is op zich niets mis mee, zolang we maar niet denken dat we de wereld kunnen veranderen of moeten verbeteren. Zodra we geloven dat de wereld anders zou moeten zijn, en zodra we denken dat wij die wereld kunnen aanpassen aan wat wij willen, maken we die illusoire wereld tot werkelijkheid… en dat is het enige wat de ego-denkgeest wil.

Het bovenstaande als theorie levert niets op, zolang er het geloof in een ‘ik’ bestaat. Zolang we geloven dat we een personage in dit lichaam zijn — een losstaande, ± 80 tot 90 jaar levende, autonome entiteit — zullen we de wereld als absolute realiteit ervaren en zullen we hoe dan ook denken en geloven dat we er invloed op kunnen uitoefenen.

Zoals gezegd, dat is wat de ego-denkgeest wil en alle energie die we in deze wereld stoppen, houdt precies deze wereld in stand en versterkt precies die wereld die we nou juist willen veranderen. De oplossing is niet in deze wereld te vinden, omdat de wereld slechts de projectie is van de werkelijke oorzaak. De wereld is een illusoir gevolg van ons geloof een afgescheiden ‘ik’ te zijn, en zolang we niet die oorzaak aanpakken, gaat het gevolg gewoon door met schijnbaar bestaan.

Ga op zoek naar die ‘ik’ en probeer die ‘ik’ te lokaliseren. Als er een ‘ik’ bestaat, dan moet die te vinden zijn en moet je aan iemand anders kunnen laten zien waar die ‘ik’ zich bevindt. Wanneer dit niet blijkt te lukken, dan kun je niet anders dan accepteren dat jij niet bestaat, en als jij niet bestaat, wie is het dan die deze wereld ervaart?

Kiezen

Op een gegeven moment moet je daadwerkelijk een keuze maken tussen wat is en wat niet is. Het is verleidelijk om te blijven wedden op twee paarden, dat geeft ook een veilig gevoel, maar — zo blijkt — daar komt een keer een eind aan.

Wanneer dat moment komt, zoals dat nu voor mij hier is, sta je voor een dilemma. Je kunt dan niet meer voor de zekerheid aanhouden dat dit leven op aarde misschien toch wel echt waar is en daarnaast beweren dat het allemaal het dromen van een droom is. Je moet kiezen en je moet daarnaar leven.

De keuze is niet moeilijk. Al mijn onderzoek — extern en intern — wijzen uit dat er geen enkel aanneembaar bewijs is voor het bestaan van een fysieke realiteit. Dat betekent dat ‘het dromen van een droom’ de beste omschrijving is voor iets dat blijkbaar alleen uit gedachten ontstaat en bestaat.

Zoals Arthur Conan Doyle al schreef:

“Als je het onmogelijke elimineert, dan moet hetgeen wat overblijft — hoe onwaarschijnlijk ook — wel de waarheid zijn.”

Binnen Een Cursus in Wonderen bestaat er de keuze tussen de heilige geest en de ego-denkgeest, oftewel tussen de juist gerichte denkgeest (liefde) en de onjuist gerichte denkgeest (angst). Dit is in feite een keuze tussen wat waar is en wat niet of, zoals Jed McKenna het schrijft, tussen zien wat is in plaats van zien wat niet is.

Ik heb lange tijd tussen de twee kunnen schipperen, maar nu moet ik kiezen. De wereld zoals wij — als Eenheid — die projecteren staat op scherp en ik kan niet daarin meegaan en tegelijk zeggen dat het niet waar is. De ego-denkgeest wil dat ik er in meega, want daarmee bewijst het dat ik besta als een losstaande fysieke entiteit in een fysieke wereld. Maar ik geloof niet dat ik dit lichaam ben en ik geloof niet dat de wereld een fysieke realiteit is, dus hoe kan ik er dan in meegaan?

Als je voor de ego-denkgeest kiest, dan ontstaat er verzet en conflict, terwijl je daarvoor in de plaats vrede kunt zien als je kiest voor de heilige geest. Je zou zeggen dat dit niet een moeilijke keuze is, en verdomd, ik heb dat ook net gezegd, maar blijkbaar valt dat toch nog tegen. Je zou toch echt zeggen dat de keuze tussen conflict of vrede, tussen angst of liefde, gesneden koek is, maar blijkbaar moet je die koek zelf snijden.

Het probleem hierbij is dat de ego-denkgeest voortdurend schreeuwt wat er zou moeten gebeuren en hoe het zou moeten zijn, terwijl de heilige geest rustig afwacht tot er even een moment stilte is en dan zijn vinger opsteekt in de hoop dat je nu echt wilt luisteren. (Voor alle duidelijkheid, dit is de symboliek van Een Cursus in Wonderen, er bestaat niet letterlijk een ego-denkgeest of een heilige geest.)

Als ik kies voor het idee dat de wereld een fysieke realiteit is, dan maak ik deze wereld tot een waarheid en geef ik het de energie die het nodig heeft om te bestaan. Dit betekent dat ik aanneem dat er 7.7 miljard andere mensen zijn die deze wereld hun energie geven en dat ik een direct onderdeel ben van wat er nu gaande is.

Van daaruit bekeken ben ik slechts 1 mens in een zee van 7.7 miljard mensen en kan ik geen invloed uitoefenen op wat er gaande is, ook al maken veel mensen zichzelf wijs dat ze wel invloed kunnen uitoefenen, ook dat is deel van de illusie.

Als ik kies voor het idee dat dit het dromen van een droom is, een keuze waar al mijn onderzoek — extern en intern — naar wijst, dan accepteer ik dat deze wereld een projectie is binnen de droomstaat en dat het niet meer en niet minder is dan een gedroomde wereld met daarop 7.7 miljard gedroomde karakters en slechts 1 held van de droom: IK.

De ego-denkgeest zegt dan meteen dat het wel heel erg makkelijk is om de keuze voor de droomwereld te maken, want dan hoef je je nergens druk over te maken en kun je doen wat je wilt zonder je ergens verantwoordelijk voor te voelen. Zoals altijd speelt de ego-denkgeest in op het schuldgevoel.

Het klinkt aannemelijk wat de ego-denkgeest zegt, en ik vermoed dat veel mensen in mijn omgeving hetzelfde zullen zeggen, of op z’n minst zullen denken. Maar het is niet waar, ook niet als 7.7 miljard droomkarakters geloven dat het wel zo is.

Als dit alles het dromen van een droom is, dan is zien dat het een droom is en vanuit die lucide staat van dromen — vanuit Eenheid waarbinnen de droom blijkbaar gedroomd wordt — bewust te zijn van het dromen om van daaruit interactie te hebben, het beste wat je voor die droomwereld kunt doen.

Ik moet nu een keuze maken, omdat de wereld compleet krankzinnig lijkt te zijn geworden. Dit is natuurlijk altijd zo geweest, maar het lijkt nu overduidelijk zichtbaar te zijn geworden. Zoals mijn goede vriendin en “personal guru” A.V. mij schreef:

“Die hele kermis is totaal te gek voor woorden. Maar aan de andere kant, what’s fucking new? Het is net alsof de krankzinnigheid nu extra zichtbaar is geworden, maar het heeft er altijd al in gezeten wachtend op een uitbraak, als een soort zieke uitslag van een vervuild lijf wat zijn gif niet langer binnen kan houden. Alle stupiditeit waar we al zo lang mee te maken hebben en waar we mee dachten weg te komen krijgen we nu voor onze kiezen.”

De keuze is in feite al gemaakt. Het leven vanuit die keuze is het enige dat nog nodig is. Soms lukt het de ego-denkgeest om mij te overweldigen met die schijnbaar externe wereld, omdat het zo overtuigend is, en dan vergeet ik dat het een droomwereld is die niet als werkelijke realiteit bestaat. Dus ik moet streng zijn voor mijzelf en voor mijn keuze staan en deze kenbaar maken.

Bij deze!

Zelfs nu ik dit schrijf voel ik de ego-denkgeest aan me trekken en cirkelen zijn manipulatieve gedachten rond mijn hoofd… ‘Als je niets doet. als je je niet verzet, dan leef je straks in een dictatuur en dan gaat het helemaal fout met deze wereld! Je moet mensen wakker schudden, anders gaan we allemaal ten onder en komt het nooit meer goed!’ — et cetera. Juist dat iets doen, dat verzetten en het wakker schudden van 7.7 miljard mensen — really!? — is wat dit in stand houdt.

Het is wat de ego-denkgeest nodig heeft om überhaupt zijn wereld te kunnen projecteren en wat we nu zien en ervaren als schijnbaar collectief is het resultaat van ons geloof in die wereld van de ego-denkgeest. Elke actie binnen deze wereld versterkt alleen maar de wereld zoals deze is. Verzet levert alleen maar meer verzet op, net zoals vechten voor vrede of vrijheid alleen maar meer geweld oplevert en geen vrede of vrijheid.

Vergeet niet dat de ego-denkgeest alleen maar dualiteit kent dat altijd bestaat uit twee verschillende partijen die lijnrecht tegenover elkaar staan en alleen maar conflict kunnen creëren. Als je daarvoor kiest, hoe denk je dan het huidige conflict op te lossen? Een conflict dat er overigens nooit niet is geweest. Hoe denk je iets op te lossen door elke keer weer op de zelfde manier te werk te gaan terwijl je weet dat het de vorige keer ook niet werkte?

Voor mensen die geloven in dualiteit, in de fysieke werkelijkheid van deze wereld in dit universum, zal de keuze voor het idee dat er alleen Eenheid bestaat en dat deze wereld een gedroomde realiteit binnen de droomstaat is, een vlucht uit de harde realiteit lijken. Misschien denken sommige mensen dat ik hen verraad of in de steek laat, maar ook dat is alleen de ego-denkgeest die aan het schreeuwen is.

Ik moet kiezen voor wat mijn onderzoek heeft aangetoond, voor wat de momenten dat de ego-denkgeest zijn bek hield mij hebben laten zien en ervaren, en ik moet daarnaar leven. Er is geen wereld. Alles is Eenheid en dat is wat IK ben. Niet ik, het droomfiguur op aarde, maar IK, de Eenheid waarbinnen de droom schijnbaar plaatsvindt. Er is niemand anders dan die IK. Alles is het dromen van een droom en de held van de droom — een projectie van die IK — geeft alles alle betekenis die het heeft voor hem.

Noem me gek, noem me waanzinnig, een wappie, flappie of wat je maar wilt, maar ik heb letterlijk geen andere keuze meer. Ik ga ervan uit dat de resultaten van mijn onderzoek kloppen. Ik kies voor Eenheid in plaats van dualiteit, voor liefde in plaats van angst, voor vrede in plaats van conflict, en ik wens — of bid met heel mijn zijn — dat ik daarnaar mag leven en zo de kern van de oplossing mag zijn in plaats van onderdeel van het probleem.

Schuldgevoel en angst

Doorbraken en inzichten volgen elkaar de laatste tijd in rap tempo op. Deze hele ‘corona-crisis’ heeft natuurlijk een grote impact op iedereen en tenzij je alles voor zoete koek slikt, moet je wel vragen gaan stellen en vanzelf op onderzoek gaan.

De meest vanzelfsprekende manier van onderzoek is gericht op de buitenwereld, maar het meest productieve onderzoek is altijd naar binnen toe; wat doet het met mij? wat voel ik? waarom reageer ik zoals ik reageer? waarom doe ik wat ik doe? — et cetera.

Onderwerpen die altijd bij mij terugkomen, zijn depressie en alcoholisme; in de zin dat ik geregeld enigszins depressief ben en de neiging heb om meer dan genoeg alcohol te drinken. Over het laatste wil ik het nu hebben, maar voor ik verder ga, even dit: ik spreek in dit verhaal specifiek over alcohol gebruik, je kunt hiervoor elke vorm van verslavende substantie of bezigheid invullen om het verhaal wat algemener te maken.

Ik begin hierover, omdat ik een paar nachten geleden een ‘revelatie’ had, een helder inzicht dat ontstond na een opeenvolging van gedachtes:

  1. Ik vind de dagen te lang.
  2. Ik heb geen zin meer (in dit leven op deze manier).
  3. Ik heb alcohol nodig om de dag door te komen.

De gedachte die hierop volgde was: Ik denk dit nou wel, maar niet om de reden die ik denk (Een Cursus in Wonderen – Les 5: ‘Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk’). Met andere woorden, als ik niet alcohol drink om de dag door te komen die ik te lang vind, zoals ik mijzelf wijsmaak, waarom drink ik dan alcohol? Dat leek me een legitieme vraag.

Het antwoord was heel simpel, en vooral ook iets waarover ik al meer dan tien jaar heb gelezen in Een Cursus in Wonderen, namelijk: schuld! Het meest effectieve instrument dat de ego-denkgeest tot zijn beschikking heeft is ‘schuldgevoel’.

De ego-denkgeest creëert schuld. Daardoor voelen we ons schuldig over iets wat we doen wat we niet willen — want, wat zullen anderen er van denken? — of over wat wij geloven dat wij doen ten opzichte van anderen, of we projecteren schuld op anderen voor wat wij geloven dat anderen hebben gedaan ten opzichte van onszelf — of allemaal tegelijk. In alle gevallen creëert dit een idee van ‘ik en die ander’, waardoor er dualiteit ontstaat en een gevoel van gescheidenheid.

Dualiteit en het gevoel van gescheidenheid is het enige wat de ego-denkgeest wil en het enige wat hij nodig heeft om ‘wat is’ het idee te geven dat het een langdurig losstaande entiteit is — alias een lichaam-brein-systeem — kortweg ‘een lichaam’ — in een potentieel bedreigende wereld.

Nu werkt dat schuldgevoel het beste wanneer dit een onbewust schuldgevoel is, aangezien je alleen iets kunt bewerken of verwerken, als je weet dat je het hebt. De ego-denkgeest doet dus ontzettend goed zijn best om er voor te zorgen dat jij als lichaam-brein-systeem gelooft dat het iets anders is, dat het alles is behalve een schuldgevoel.

Dus ik dacht — onder leiding van de ego-denkgeest — dat ik alcohol drink omdat ik geen zin meer heb in dit leven zoals het nu is en dat daarom de dagen te lang zijn, en alcohol verzacht alles als je er maar genoeg van inneemt. Het inzicht dat dit niet de redenen zijn waarom ik drink, maar dat het drinken wordt gebruikt door de ego-denkgeest om een onbewust schuldgevoel te genereren — en daarmee dualiteit, gescheidenheid en een focus op het lichaam als zijnde wat ik ben — bracht een gevoel van vrede voort.

Dit onbewuste schuldgevoel zag er voor mij als volgt uit. Aan de ene kant was er een onbewust schuldgevoel over het feit dat ik net zo ben geworden als mijn vader, grootvader en overgrootvader (allen alcoholisten) en daarbovenop projecteerde ik een schuldgevoel op mijn vader voor het feit dat hij — middels zijn DNA — schuldig was voor het feit dat ik zo ben; en dit alles werd verborgen gehouden dankzij onware redenen die ik dacht. Heel erg sneaky van die ego-denkgeest.

Het inzicht dat dit allemaal niet waar is en dat het gebruik van alcohol een methode van de ego-denkgeest is om schuldgevoel op te roepen, waardoor het dus niet werkelijk mijn probleem en niet mijn alcoholgebruik is, brak het hele verhaal open en ik kon opeens zien dat het allemaal een spel is van de ego-denkgeest om dualiteit en gescheidenheid te simuleren.

Blijkbaar is het zo, dat als je dit spelletje van de ego-denkgeest werkelijk doorziet, deze mentale constructie om dualiteit en gescheidenheid te creëren uit elkaar valt. Wat overbleef was een inherent diep gevoel van vrede (Een Cursus in Wonderen – Les 34: ‘Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien’) en ik voelde de noodzaak om te drinken wegvallen (hoewel de eerlijkheid mij gebiedt om te zeggen dat de tijd mij dit zal leren, maar er is wel een heel sterk gevoel dat het zo is).

Een andere bijkomstigheid van het idee dat ik geen zin meer heb en dat de dagen te lang zijn, was dat dit een gevoel van onbewuste angst opriep; de angst voor de volgende dag die weer te lang is en waarin ik weer geen zin heb en de angst dat ik opnieuw teveel zal gaan drinken terwijl ik me had voorgenomen om dat niet te doen (wat overigens weer een schuldgevoel oproept). Deze angst is verdwenen als sneeuw voor de zon, puur door het inzicht dat dit niet de redenen zijn waarom er gedronken werd.

Wat automatisch overblijft is liefde, aangezien angst (en niet haat, zoals veel mensen denken) het tegenovergestelde van liefde is. Verwijder angst en liefde blijft over, dat is de enige manier. Je kunt angst niet verdrijven door liefde te genereren, je moet angst te lijf gaan en verslaan en van je afschudden voordat liefde die plaats kan innemen.

Even een kort overzicht.

  1. Ego-denkgeest heeft een schuldgevoel nodig om dualiteit en gescheidenheid te creeren om zodoende mij het gevoel te geven dat ik dit lichaam ben.
  2. Hiervoor gebruikt de ego-denkgeest, gezien mijn verleden, alcoholgebruik.
  3. Om ervoor te zorgen dat ‘ik’ dat spel niet doorzie, laat de ego-denkgeest mij geloven dat ik goede redenen heb om te drinken (geen zin meer, dag te lang, et cetera) waardoor de ware reden mij ontgaat.
  4. Hierdoor ontstaat ook, als bonus, onbewuste angst dat liefde onderdrukt.

Het doorzien van het spel van de ego-denkgeest is het enige wat nodig is om vrijwel alles te veranderen. Het spel van de ego-denkgeest werkt alleen zolang het schuldgevoel en de angst onbewust is, zodra het doorzien wordt, is dit specifieke spel voorbij. Dit wil overigens niet zeggen dat de ego-denkgeest niet nog meer spelletjes speelt, maar als je weet dat ze allemaal draaien om schuld en angst, dan ben je al een heel eind in de goede richting.

Dit is waarom, zoals ik al aan het begin schreef, het meest productieve onderzoek altijd naar binnen is gericht en waarom het noodzakelijk is dat je in staat bent om te accepteren dat het wellicht om onbewuste schuld en onbewuste angst draait, ook als je denkt en gelooft dat dit niet zo is. Vergeet niet dat de ego-denkgeest jou er altijd van overtuigt dat het om iets anders gaat, terwijl dat simpelweg niet zo is.

De 180° correctie

De truc die wijzelf op onszelf toepassen is dat we alles 180° hebben omgedraaid en zijn vergeten dat dit is wat we hebben gedaan. De correctie is dan vanzelfsprekend om alles 180° andersom te bezien.

Voor ik verder ga, wil ik aangeven dat ik met ‘wijzelf’ en ‘onszelf’ niet wij als ‘losstaande entiteiten in deze wereld’ bedoel, maar dat wat we allemaal werkelijk zijn, wat alles werkelijk is. Onze ervaring is dat we losstaande entiteiten in een dualistische realiteit zijn, maar als we hier de 180° correctie op toepassen, zien we dat we eenheid in een non-dualistische werkelijkheid moeten zijn.

Ik begrijp dat zo’n 180° correctie heel erg lastig is om toe te passen, omdat we daadwerkelijk geloven dat wat we zien en ervaren de werkelijke realiteit moet zijn. Waarom anders zouden we het zo zien en ervaren? De reden waarom we het zien en ervaren als dualistische realiteit met allemaal losstaande componenten, is omdat we om wat voor reden dan ook wilde vergeten dat we eenheid zijn in een non-dualistische werkelijkheid.

Verschillende spirituele stromingen hebben hiervoor uiteenlopende redenen aangedragen. Het maakt niet uit welke reden jou aanspreekt, omdat het gaat om het effect dat het heeft, en het effect is dat we denken dat we losstaande entiteiten in een dualistische realiteit zijn, terwijl dat niet zo is. We zijn daadwerkelijk het absolute tegenovergestelde.

Binnen Een Cursus in Wonderen wordt het verhaal verteld — en ik parafraseer en kort het in — dat we, omdat we boos waren op God, hebben gekozen voor de ego-denkgeest. Deze ego-denkgeest heeft zichzelf geprojecteert als vele losstaande entiteiten die zich stuk voor stuk identificeren als zijnde een individu, een ego.

In principe heeft de ego-denkgeest zich denkbeeldig opgesplitst in vele ego’s en heeft het ons ervan overtuigd dat wij dat zijn. Als je hier de 180° correctie op loslaat, dan krijg je het volgende:

We denken dat we allemaal een ego hebben, maar als je het omdraait, dan is er maar één ego en dat ego heeft ons allemaal.

Dit haalt de persoonlijke angel uit ons zijn. Wanneer je de 180° correctie toepast, dan zie je meteen dat je niet dat ego bent en dat creëert de mogelijkheid om opnieuw te kiezen, en deze keer niet voor de ego-denkgeest.

Je kunt die 180° correctie in principe overal op toepassen, omdat letterlijk alles 180° is omgedraaid, maar als je begint bij de basis van alles, dan heb je meteen alles gecorrigeerd. Dit lijkt mij niet alleen een slim idee, maar het bespaart je ook nog eens jaren van zelfonderzoek en geld dat je besteedt aan spirituele boeken en geneuzel van goeroes.

De basis van je leven is dat jij gelooft dat je een klein nietig mensje bent dat leeft in een grote potentieel bedreigende wereld binnen de context van de oneindige tijd en ruimte. Als je dit omdraait, dan zie je dat jij de oneindige allesomvattende context bent waarbinnen het verhaal van tijd en ruimte schijnbaar plaatsvindt met daarin een klein nietig mensje waarmee jij je schijnbaar identificeert.

Als je inziet dat jij die oneindige allesomvattende context bent, dan weet je dat dit voor alles en iedereen om je heen ook zo moet zijn; en als je dat ziet, dan weet je dat er alleen maar eenheid is in een non-dualistische werkelijkheid. Je ziet dan dat we niet allemaal één zijn, maar dat eenheid is wat alles en iedereen is. De 180° correctie lost alle paradoxen op en zet alles in de juiste volgorde.

Het bovenstaande is een volledig gratis methode om in één klap alles in het juiste perspectief te kunnen zien. Mocht je er iets aan hebben en toevallig geld overhouden dat je anders zou hebben besteed aan zelfonderzoek, spirituele boeken en goeroes, klik dan even op de link ‘Frits Snips Steunen‘ en gooi wat centjes in mijn virtuele hoed.

Er is geen universum (2)

Ik ben een beetje gaan zoeken op internet en kwam er al snel achter dat onze wetenschappers eigenlijk ook niet weten waarom er schijnbaar een universum bestaat dat voornamelijk uit materie bestaat, terwijl alle onderzochte wetenschappelijke data er op wijst dat het bestaan van een universum onmogelijk is.

Wanneer materie ontstaat wordt er meteen in gelijke mate antimaterie gecreëerd, omdat er altijd een balans moet zijn. Als er wit is dan moet er evenveel zwart zijn, als er goed is dan moet er evenveel kwaad zijn, puur voor de balans. Dit is eveneens het hele idee achter dualisme, waarover we het allemaal eens zijn; er kan niet het ene zonder het andere bestaan; het draait allemaal om balans. De vraag waarom er wel materie en vrijwel geen antimaterie bestaat, terwijl alles er op wijst dat materie altijd direct evenveel antimaterie creëert, is nog steeds een wetenschappelijk mysterie.

Wanneer materie en antimaterie met elkaar in contact komen, wat volgens de wetenschappelijke modellen na een oerknal zou zijn gebeurd, dan heffen ze elkaar op. Zoals plus en min elkaar opheffen: 20 en -20 creëren samen 0. Wanneer materie en antimaterie samenkomen, dan heffen ze elkaar op en blijft er alleen maar energie over; geen materie en dus geen universum met sterren, planeten, melkwegen, et cetera.

Onze wetenschapper hebben nog geen antwoord op de vraag waarom het lijkt alsof er wel een universum is, terwijl alles er op wijst dat het niet mogelijk is. Ze zijn bezig met theorieën, maar dat zijn geen feiten en vooralsnog letterlijk Sciencefiction. Ik vond deze uitspraken op het internet, door mijzelf vertaald.

Brid-Aine Parnell; “Higgs Boson Seems To Prove That The Universe Doesn’t Exist”:

“Niemand van ons zou hier moeten zijn. In feite zouden de hele wereld, de sterren en de sterrenstelsels hier ook niet moeten zijn. Volgens een nieuwe kosmologische studie had ons hele universum een moment nadat het voor het eerst was gemaakt, moeten verdwijnen.

Onderzoek van Britse kosmologen aan King’s College London (KCL) suggereert dat het heelal niet langer dan een seconde na de oerknal had mogen duren, volgens het standaardmodel dat wordt gesuggereerd door het Higgs-deeltje dat in 2012 werd gezien, samen met recente astronomische waarnemingen.”

Bron: www.forbes.com/sites/bridaineparnell/2014/06/24/higgs-boson-seems-to-prove-that-the-universe-doesnt-exist/#7b9e46d470a4

Van de website van CERN; “The matter-antimatter asymmetry problem — The Big Bang should have created equal amounts of matter and antimatter. So why is there far more matter than antimatter in the universe?”:

“De oerknal had in het vroege universum gelijke hoeveelheden materie en antimaterie moeten creëren. Maar tegenwoordig bestaat alles wat we zien, van de kleinste levensvormen op aarde tot de grootste sterrenobjecten, bijna volledig uit materie. [..] Een van de grootste uitdagingen in de natuurkunde is om erachter te komen wat er met de antimaterie is gebeurd, of waarom we een asymmetrie zien tussen materie en antimaterie.

Antimaterie-deeltjes delen dezelfde massa als hun materie-tegenhangers, maar eigenschappen zoals elektrische lading zijn tegengesteld. [..] Materie- en antimateriedeeltjes worden altijd als paar geproduceerd en, als ze in contact komen, vernietigen ze elkaar en laten ze pure energie achter. Tijdens de eerste fracties van een seconde van de oerknal zoemde het hete en dichte universum van deeltjes-antideeltjesparen die in en uit het bestaan ​​kwamen. Als materie en antimaterie samen worden gecreëerd en vernietigd, lijkt het erop dat het universum niets anders zou moeten bevatten dan overgebleven energie.”

Bron: home.cern/science/physics/matter-antimatter-asymmetry-problem

Marco Gersabeck; “Why Is There More Matter Than Antimatter?”:

“Laten we zo’n 13,8 miljard jaar teruggaan in de tijd, naar de oerknal. Deze gebeurtenis produceerde gelijke hoeveelheden van de materie waar je van gemaakt bent en iets dat antimaterie wordt genoemd. Er wordt aangenomen dat elk deeltje een antimaterie-metgezel heeft die vrijwel identiek is aan zichzelf, maar met de tegenovergestelde lading. Wanneer een deeltje en zijn antideeltje elkaar ontmoeten, vernietigen ze elkaar — verdwijnen in een uitbarsting van licht.

Waarom het universum dat we vandaag zien volledig uit materie bestaat, is een van de grootste mysteries van de moderne fysica. Als er ooit een gelijke hoeveelheid antimaterie was geweest, zou alles in het universum zijn vernietigd.”

Bron: www.scientificamerican.com/article/why-is-there-more-matter-than-antimatter

Alles wijst er dus op dat er geen universum kan bestaan, en zelfs als er een oerknal zou zijn geweest — iets wat ook nog steeds theorie is — zou het ontstane universum, als gevolg van de hoeveelheid materie en antimaterie, direct zijn vernietigd in een uitbarsting van licht, waarna er alleen energie zou zijn overgebleven.

Als ik dan kijk naar Een Cursus in Wonderen, die het heeft over “een nietig dwaas idee [..] waarom de Zoon van God vergat te lachen”, dan kunnen we dat nietig dwaas idee — het idee dat onze denkgeest zich kan afscheiden van Eenheid — gelijkstellen aan de oerknal van de wetenschap, aangezien het nietig dwaas idee en de oerknal beiden het begin inluiden van dit universum waarin we schijnbaar bestaan.

Een Cursus in Wonderen stelt ook dat, op het moment dat we dat nietig dwaas idee geloofden en de vergissing van afscheiding van Eenheid als waarheid aannamen, deze vergissing meteen werd gecorrigeerd. Met andere woorden, op het moment dat we de mogelijkheid tot afscheiding serieus namen, werd die vergissing gecorrigeerd en was er weer alleen maar Eenheid, oftewel: ‘Wat is/Bewustzijn/Brahman/Het Absolute/God’ (zie: deel 1).

De denkgeest dacht dat het zich kon afscheiden van Eenheid en dacht een universum te kunnen creëren, maar dat bleek een dwaas idee, waarna die vergissing meteen werd hersteld, waarna het universum meteen weer verdween. Brid-Aine Parnell (zie eerste quote) veronderstelt in feite hetzelfde: “Volgens een nieuwe kosmologische studie had ons hele universum een moment nadat het voor het eerst was gemaakt, moeten verdwijnen.”

Het enige bewijs dat we denken te hebben voor het bestaan van een universum en voor de aanname dat de materie en antimaterie deeltjes — ontstaan uit de oerknal — elkaar niet hebben vernietigt, is dat we allemaal een fysiek en objectief universum ervaren en waarnemen. We zien het en we leven er in, dus dan moet het bestaan, ook al wijst letterlijk alles erop dat het onmogelijk is en is er letterlijk geen greintje bewijs voor dat het wel mogelijk zou kunnen zijn.

Dus wellicht is het een idee om te kijken naar hoe wij dat universum ervaren, en of het wel echt zo is dat wij dat universum ervaren; dat wordt dan deel 3.

De externe projectie (2)

Elke situatie waarin ik mij nu bevind, zoals ik al vaker heb gezegd, is de externe projectie van de innerlijke conditie. De vergissing die ik tot nu maakte, is geloven dat ik, in de hoop een leukere externe projectie te creëren, de innerlijke conditie moet aanpassen of veranderen. Dat werkt volgens mij niet.

Dit is een vergissing die gemakkelijk wordt gemaakt, omdat ego letterlijk alles binnen een fractie van een seconde 180° omdraait. Wat er steeds gebeurde, is dat ik me realiseerde dat de ervaring van dit moment de externe projectie is van een innerlijke conditie en vervolgens dacht ik dat ik mij onprettig voelde als gevolg van die externe projectie, terwijl het ‘mij onprettig voelen’ de oorzaak was van de externe projectie.

Kort gezegd: er is een innerlijke conditie, die innerlijke conditie levert een onprettig gevoel op en dat onprettige gevoel wordt extern geprojecteerd als ‘de wereld’. Mijn externe wereld is het gevolg van hoe ik mij voel en hoe ik mij voel is het gevolg van de innerlijke conditie van de denkgeest.

Doordat ego het 180° omdraait en van een oorzaak een gevolg maakt, waardoor het gevolg opeens de oorzaak lijkt te zijn, wordt er gedacht dat ik de innerlijke conditie moet veranderen om zo een externe projectie te creëren waardoor ik mij prettig zou kunnen gaan voelen… en dat werkt dus niet.

De misvatting is als volgt, en ik weet dat ik hetzelfde ga zeggen in andere bewoording: er wordt gedacht dat, omdat de externe projectie mij onprettig doet voelen, ik de innerlijke conditie moet veranderen, waardoor de externe projectie zal worden bijgesteld, waardoor ik mij beter zal gaan voelen; terwijl de externe projectie alleen maar laat zien wat en waar ik nu ben, omdat dit is wat ik blijkbaar hebt gewild!

In plaats van de externe projectie te willen veranderen door de innerlijke conditie aan te passen, dien ik de externe projectie te gebruiken om vast te stellen wat ik dan wel wil, aangezien dat wat ik voorheen wilde niet is waar ik blij van word. Hierin moet ik wel verschrikkelijk, ontiegelijk en niets ontziend eerlijk zijn, ik moet vaststellen wat ik — als denkgeest — absoluut werkelijk wil en daarmee het doel vaststellen.

Zoals Een Cursus in Wonderen ook zegt in hoofdstuk 17.VI:

“In elke situatie waarin je onzeker bent, is het eerste wat je dient na te gaan heel eenvoudig: ‘Wat wil ik dat hiervan komt? Waartoe dient het?’ Opheldering over het doel hoort thuis aan het begin, want dat zal de afloop bepalen.”

Dit dien ik dan niet te doen omdat ik me beter wil voelen en niet omdat ik wil dat de externe projectie verandert, met andere woorden, ik moet dat niet doen omdat ik daadwerkelijk een bepaald effect of een bepaald iets wil creëren, maar puur en alleen omdat dit de enige manier is om de innerlijke conditie bij te stellen.

Door de externe projectie te gebruiken om vast te stellen wat mijn werkelijk doel is — en dat is niet meer geld, een leuker leven of wat voor aardse bullshit dan ook — train ik de denkgeest en verander ik de innerlijke conditie van die denkgeest, waarna de externe projectie zal vormgeven wat ik wil… ook al heb ik geen idee hoe dat er uit gaat zien.

Als die nieuwe externe projectie mij vervolgens rust oplevert — ook wel ‘de vrede van God’ genoemd — dan weet ik dat ik het juiste doel heb vastgesteld, en zo niet, dan gebruik ik deze nieuwe externe projectie om opnieuw het doel vast te stellen. Dit betekent overigens niet dat een externe projectie verkeerd of fout is; elke externe projectie is altijd helemaal perfect voor mij op dit moment!

Nadat ik al het vuilnis en alles wat overbodig is, al mijn veronderstellingen, al mijn aannamen, elk geloof dat ik ooit heb gehad en al mijn gehechtheid aan relaties, materiële en immateriële zaken heb verwijderd, is dit de laatste “spirituele” oefening die nog gedaan hoeft te worden. Het enige wat hiervoor nodig is in absolute eerlijkheid kijken naar de externe projectie, dat wat ik blijkbaar heb gewild, en die te gebruiken om vast te stellen wat het is dat ik werkelijk wil.

Wat ik werkelijk wil kan ik niet verkrijgen door de externe projectie te veranderen, want die is perfect, noch door de denkgeest (de innerlijke conditie) aan te passen, want de denkgeest slaapt, maar alleen door naar de externe projectie te kijken en te zien wat ik blijkbaar heb gewild, om vervolgens vast te stellen of dit werkelijk is wat ik wil. De mate van rust of vrede van God dat dit oplevert, is mijn graadmeter.

De denkgeest en de droom

Metafysica is een tricky iets, het onderzoekt namelijk niet “de werkelijkheid [..] zoals ze ons gegeven wordt uit zintuiglijke of instrumentele waarneming (wat bijvoorbeeld de fysica doet), maar [gaat] op zoek [..] naar het wezen van die werkelijkheid en wat er achter zit” [wiki] waardoor het al snel klinkt als fantasie, geloof of waan. Toch voel ik de noodzaak om vanuit de metafysica het een en ander neer te pennen.

Zoals in Een Cursus in Wonderen wordt beschreven, maar wat ook in andere spirituele stromingen, leringen en filosofieën is terug te vinden, is dit leven op aarde niets anders dan illusie, symbolisch omschreven als het dromen van een droom. Het is de externe projectie van de innerlijke conditie van een ‘denkgeest’ in de vorm van een personage (ik) in een wereld. Als we die ‘externe projectie van de innerlijke conditie’ symbolisch beschrijven als het dromen van een droom, dan houdt dit automatisch in dat die ‘denkgeest’ de dromer van die droom is.

‘Denkgeest’ is een symbolisch beeld voor een schijnbaar deel van Eénheid dat het idiote idee had dat het zich kon afscheiden van die Eénheid en sindsdien een droom droomt van dualisme. Die ‘denkgeest’ is dus niets anders dan een symbolisch beeld van het idiote idee van afscheiding en niet iets fysiek tastbaars.

Binnen het dromen van een droom is er altijd één personage waar de dromer zich mee identificeert en dat is de held van de droom. Die held is altijd het vormgegeven beeld van de dromer, zoals de ‘held’ in de dromen die wij ’s nachts dromen, ook altijd het vormgegeven beeld is van onszelf. Dit betekent automatisch, dat:

Als de ‘denkgeest’ de dromer van de droom is
En ik mij identificeer met de ‘held van de droom’
Dan ben ik die denkgeest.

Door het geloof in de werkelijkheid van die afscheiding, ontstaat er schijnbaar een ‘denkgeest’ die droomt van dualisme, en door het geloof in de werkelijkheid en waarheid van die droom, alsmede door de identificatie met de ‘held van de droom’, ontstaat er een ‘ik’ in een wereld en die ‘ik’ ben ik (Frits) — althans, ik geloof die ‘ik’ te zijn, in feite ben ik die ‘denkgeest’.

En dan begint hier pas hetgeen ik wilde schrijven, maar blijkbaar had ik een lange inleiding nodig…

IK (denkgeest) ben de dromer van de droom. Dat houdt automatisch in dat ik (Frits) de ‘held van de droom’ ben en dat de wereld om mij heen precies is wat IK (denkgeest) wil dromen. Ik (Frits) weet in principe niet dat ik gedroomd word en geloof daarom dat ik echt besta en een leven heb in een wereld waarmee ik moet onderhandelen om te kunnen overleven.

IK (denkgeest) weet niet dat IK droom (net zoals we tijdens onze nachtelijke dromen niet weten dat we dromen). IK (denkgeest) neem de droom voor waar aan, omdat IK werkelijk geloof dat IK me heb afgescheiden van Eénheid. (Wat onmogelijk is, omdat Eénheid minus een afgescheiden deel geen Eénheid meer kan zijn en het hele idee van Eénheid nou eenmaal is dat het een eenheid is.)

Onbewust stuur IK (denkgeest) die droom zo dat het de afscheiding van Eénheid keer op keer bevestigt. IK (denkgeest) bombardeer mijzelf (Frits) op een geweldig hoog tempo voortdurend met ‘bewijzen’ van dualisme, waardoor er geen tijd en ruimte is om te realiseren dat het maar een droom is en dat het idiote idee van afscheiding van Eénheid nooit is uitgevoerd en de separatie nooit heeft plaatsgevonden.

Eénheid is nog steeds Eénheid;
Er is geen twee.

Het resultaat, voor nu, voor mij (Frits), is dat mijn perceptie steeds fluctueert tussen ik (Frits) en IK (denkgeest). Ik (Frits) ervaar een wereld die me niet aanstaat en wil daar graag verandering aan toebrengen, maar ben daartoe niet in staat. De wereld die ervaren wordt, bestaat namelijk alleen als droom in MIJ (denkgeest) en niet rondom mij (Frits), dus ik (Frits) kan niets veranderen in of aan die wereld, omdat ook ik (Frits) alleen besta als ‘held van de droom’ in de droom in MIJ (denkgeest).

Noot: Vandaar dat Een Cursus in Wonderen ook voorstelt om niet de wereld te veranderen, maar je gedachten over de wereld te veranderen, en die gedachten vinden plaats in de ‘denkgeest’, waar geloofd wordt dat de gedroomde wereld werkelijkheid is, en niet in mij (Frits), wat slechts een droompersonage is in de gedroomde wereld.

Het lastige van dit verhaal, is dat het binnen dat verhaal, dus binnen de droom, wel kan worden begrepen, maar nooit volledig kan worden geaccepteerd en geleefd. Zodra de ‘held van de droom’ er mee aan de gang gaat, wordt het verwerkt door een gedroomd brein (de hersenen) in die droom en wordt het gezien en onderzocht door de bril van de fysica. Dat is net zoiets als de appel onderzoeken met instrumenten en apparaten die gericht zijn op bananen; dat levert een vertekend en verkeerd beeld op van de appel.

Voor iemand die zich volledig identificeert met de ‘held van de droom’ en volledig gelooft in de werkelijkheid en waarheid van de droom, is het volslagen mesjokke en gestoord om ook maar voor te stellen dat hij alleen maar ‘denkgeest’ is die droomt. Het is voor hem onmogelijk om voor te stellen dat er verder niemand is en dat letterlijk alles wat hij ziet en meemaakt een projectie is van zijn eigen fantasie, maar dat is precies wat dit is.

Het meest gestoorde hiervan, is dat ik (Frits) geloof en ervaar dat ik interactie heb met andere mensen, die zelf ook een leven hebben en dingen meemaken waar ik geen deel van uitmaak, terwijl niets van dat alles waar is. Het is een soort van schizofrene droom waarin ik alle rollen speel en meteen vergeet dat dit zo is, waardoor ik me druk kan maken over wat een ander doet, zegt of gelooft, en over wat een ander misschien zal denken over wat ik doe, zeg of geloof, terwijl ik zelf al die rollen speel en ik zelf het script heb geschreven en de regie voer. Niet ik (Frits) maar IK (denkgeest), aangezien ‘ik (Frits)’ ook zo’n rol is.

Terwijl ik dit schrijf, voel ik hoe het brein van mij (Frits) in een soort van gekte belandt. Hoe het bijna doordraait, omdat het niet kan vatten en verwerken wat er net geschreven is (hoe schizofreen is dat?).

Het idee dat IK (denkgeest) de enige ben die zeggenschap heeft en sturing geeft aan een als realiteit ervaren droom, maar dat IK (denkgeest) mij daar niet bewust van ben en dus niet werkelijk zeggenschap heb of sturing geef, en dat er verder niemand anders is die iets doet of kan doen, inclusief ikzelf (Frits), is voor het droompersonage ‘Frits’, de ‘held van de droom’, niet te bevatten.

Het idee dat alles en iedereen om mij heen, inclusief mijzelf, alleen bestaat in de droom die IK (denkgeest) droom, is met recht waanzinnig te noemen… en toch is het zo.

[‘FRITS’ LACHT HYSTERISCH. LICHTEN DOVEN EN HET DOEK VALT. IN HET DONKER HET GELUID VAN EEN PISTOOLSCHOT]

Het heilige ogenblik

De wereld is het resultaat van het krankzinnige en gestoorde idee dat wij ons zouden kunnen afscheiden van Eenheid. De wereld is, zoals ik al in een vorige blog heb geschreven, een externe projectie van een innerlijke conditie en die innerlijke conditie is het geloof dat we ons hebben afgescheiden van Eenheid, wat een gestoord geloof is, en omdat dit een compleet gestoord geloof is, is de wereld die wij zien en ervaren ook compleet gestoord.

Het is niet mogelijk om te leven en te bestaan in een compleet gestoorde wereld, dat is letterlijk Godsonmogelijk, maar blijkbaar willen we dat wel. Daarom zijn we voortdurend bezig om ons ervan te overtuigen dat het wel meevalt. Dit doen we door alles wat onze schijnbare ‘rust’ en onze schijnbare ‘vrede’ dreigt te verstoren, over het hoofd te zien, goed te praten, te bagatelliseren of te ontkennen. We leiden onszelf af met bezigheden en spelletjes, we verliezen ons in verslavingen, in seks of in iets anders waarvan we onszelf overtuigen dat het belangrijk is.

Iedereen doet dat, omdat het de enige manier is om te overleven in een compleet gestoorde wereld. Wanneer we eerlijk zouden kijken naar de wereld die wij hebben geschapen, een wereld waarin we elkaar om het minste en geringste te lijf gaan, waarin we elkaar uitbuiten en mishandelen, een ander onderdrukken of onszelf laten onderdrukken, waarin we letterlijk in staat zijn om alles te doen om onszelf als dit lichaam te beschermen, dan zouden we het niet meer aankunnen. We zouden dan zien dat letterlijk alles wat we doen, elke stap die we zetten, ten koste gaat van iets of iemand anders, dat elke handeling een vorm van moord is. We zouden letterlijk niet meer in staat zijn om één stap te verzetten, dus we moeten wel ontkennen en vergeten dat dit zo is.

Als we naar het nieuws kijken en merken dat we daar ongelukkig van worden, dan kijken we de volgende keer niet meer naar het nieuws of we vergeten het zodra het journaal voorbij is en denken er niet meer aan tot de volgende uitzending. Alles wat onze ‘rust’ en ‘vrede’ bedreigt, blokkeren we en vergeten we en dat blijven we doen tot de gestoordheid van dit leven, de krankzinnigheid van deze wereld, niet meer te verhullen is. En zelfs dan lukt het ons vaak nog om het te verhullen met een of andere spirituele oneliner als “alles is Liefde” of “er is nooit iets gebeurd” die we niet gebruiken waarvoor ze bedoeld zijn, maar om het dragelijk voor ons te maken.

Pas wanneer ook dat niet meer werkt, als letterlijk niets meer helpt en wanneer we niet meer in staat zijn om de krankzinnigheid te verhullen, te vergeten of te ontkennen, wanneer we niet meer in staat zijn om iets te verzinnen om onze ‘rust’ en ‘vrede’ te beschermen en te consolideren, pas dan ontstaat er de ruimte om een werkelijke rust te vinden in wat Een Cursus in Wonderen “de vrede van God” noemt.

Dit betekent niet dat de wereld niet meer gestoord en krankzinnig is, want dan zouden we die vrede van God weer gebruiken om het voor ons dragelijk te maken, het betekent alleen maar dat je er op een andere manier naar kijkt. Je ziet nog steeds dat de wereld gestoord en krankzinnig is, je ziet nog steeds dat alles en iedereen om je heen volslagen gestoord en krankzinnig is, inclusief jijzelf, maar je ziet dat het goed is zoals het is.

De vrede van God kan pas ervaren worden wanneer er wordt ingezien dat de ego-wereld gestoord en krankzinnig is en altijd is geweest en dat jij werkelijk niet meer in staat bent om iets te verzinnen, te vergeten, te verhullen of te ontkennen om het dragelijk te maken. In veel gevallen is dat het punt waarop doodgaan een beter alternatief is dan nog verder proberen te functioneren in deze krankzinnige gestoorde wereld.

Je kunt dit niet afdwingen, omdat het dan iets is wat we kunnen doen terwijl er letterlijk niets is dat we kunnen doen. Puur en alleen verstandelijk observeren dat de wereld gestoord is en dat alles in die wereld gestoord is, is niet genoeg, omdat we dat weer gebruiken om het dragelijk voor ons te maken. We gaan ons dan zien als speciaal, omdat wij inzien dat de wereld gestoord is en al die andere mensen zien dat niet.

Alleen jijzelf kunt weten wanneer je compleet verslagen bent door de ego-wereld en doodgaan prefereert boven nog één seconde langer te leven in deze gestoorde wereld. In Een Cursus in Wonderen wordt dit het Heilige Ogenblik genoemd; het moment waarop de Heilige Geest het stuur overneemt, omdat jijzelf daadwerkelijk geen mogelijkheid meer ziet om iets te doen of te veranderen aan deze gestoorde wereld. Jij ziet geen mogelijkheid meer om nog iets te verzinnen om het dragelijk te maken voor jou en dat is het moment waarop het einde verhaal is voor jou, voor wat je dacht te zijn, en het moment waarop jij sterft zonder dood te gaan.

Hoe verander je de wereld?

Ik kom toch elke keer weer bij het volgende terecht: De realiteit die je ervaart is een externe projectie van een innerlijke conditie. Het is een zin uit Een Cursus in Wonderen die ik voor mijn gemak hier geparafraseerd heb. Iedereen kan quotes uit zijn hoofd leren, maar de kunst is om het je eigen te maken zodat het daadwerkelijk iets voor of met je doet.

De realiteit die je ervaart is een externe projectie van een innerlijke conditie. Om dit goed te begrijpen moeten we weten wat er met 1: ‘de realiteit’; 2: ‘externe projectie’; en 3: ‘innerlijke conditie’ precies wordt bedoeld.

  1. De realiteit die ik ervaar is de wereld die ik zie, inclusief mijzelf als lichaam. Die wereld, inclusief mijzelf als lichaam, is, zoals de zin ons vertelt, een externe projectie.
  2. De externe projectie is iets dat wordt geprojecteerd op iets wat niet die projectie is. Zoals een film wordt geprojecteerd op een scherm, waarbij het scherm niet de film is.
  3. De innerlijke conditie is hetgeen dat geprojecteerd wordt en dat is iets dat bestaat voor hetgeen dat de projectie projecteert. Je zou het kunnen zien als de film die door de projector wordt geprojecteerd op het scherm.

Die innerlijke conditie is niet de conditie van het lichaam dat we denken te zijn, want het lichaam is een deel van de realiteit die ontstaat dankzij het samenspel tussen projector en scherm. De innerlijke conditie bevindt zich in de denkgeest van waaruit de projectie — lichaam, ego, wereld, de ervaren realiteit — geprojecteerd wordt op het blanco canvas van wat we de ‘echte wereld’ zouden kunnen noemen. De echte wereld is de wereld zoals die is zonder onze perceptie van de projectie, of, anders gezegd, het scherm zonder de film.

Het volledig begrijpen van de zin ‘De realiteit die je ervaart is een externe projectie van een innerlijke conditie’ laat mij ten eerste inzien dat het absoluut zinloos is om iets in of aan de geprojecteerde wereld en realiteit te veranderen. In een bioscoop loop ik, wanneer de film die ik zie mij niet bevalt, ook niet naar het filmscherm om daar iets te veranderen aan het verhaal, want het is alleen maar een projectie op een scherm.

Ten tweede laat het mij zien dat het even zinloos is om iets te veranderen aan het lichaam dat ik binnen deze geprojecteerde realiteit als ‘mijzelf’ ervaar. Dat lichaam is als de lens van de projector die de film projecteert en iedereen snapt, dat als je de lens van de projector aanpast, of zelfs vervangt door een andere lens, of mooier maakt met allemaal toeters en bellen, het verhaal van de film niet verandert.

En ten derde laat het me zien dat de enige plek waar ik iets aan de projectie kan veranderen, waar ik iets aan die innerlijke conditie kan doen die de oorzaak is van de projectie van mijn ervaren realiteit, zich voor de projector bevindt en dus voor het lichaam dat ik geloof te zijn, en dan kom je uit bij wat Een Cursus in Wonderen ‘de denkgeest’ noemt.

Om de allegorie van de bioscoop te gebruiken, de enige manier om het verhaal dat op het filmscherm wordt geprojecteerd te veranderen is niet door het beeldscherm te veranderen, niet door de projector te veranderen, maar door de film te veranderen. Dit betekent niet dat je de projectie op het scherm links laat liggen of gaat negeren, zoals zoveel non-dualisten doen, maar dat je de projectie tot je neemt zodat je het kunt gebruiken.

Om te weten hoe en waar ik het verhaal van de film wil veranderen, om te weten wat er mis is met het verhaal, moet ik de film eerst zien. Met andere woorden, ik moet mijn leven binnen de geprojecteerde realiteit leven en doorstaan zodat ik dat kan gebruiken om te zien wat de innerlijke conditie is van de denkgeest.

Alles wat ik ervaar, alles wat er om mij heen gebeurt, is mijn perceptie en interpretatie van de projectie van de innerlijke conditie van de denkgeest. Wanneer ik daarnaar kijk en alles tot mij neem, dan levert dat gevoelens en emoties op en die kan ik gebruiken. Door de tijd te nemen deze gevoelens en emoties te voelen, kan ik ze gebruiken om terug te keren naar eenheid, wat de denkgeest is. Daar, in die denkgeest, in die eenheid, kan de innerlijke conditie, middels het ‘zitten’ met de emoties en gevoelens, opgelost worden waarna de projectie — de wereld en de realiteit — anders kan worden ervaren.

De energie die deze wereld en realiteit in stand houdt, wat in feite de projectie in stand houdt, is de angst om het bovenstaande gegeven, dat de realiteit die je ervaart een externe projectie van een innerlijke conditie is, volledig te omarmen. Het is de angst om volledig te omarmen dat je niet bent wat je denkt te zijn, het is de angst om niet te bestaan en nooit te hebben bestaan, en dat wordt op het scherm van de wereld geprojecteerd als doodsangst.

Het maakt niet uit of die angst wordt geprojecteerd in de vorm van angst voor daadwerkelijk dood te zijn of in de vorm van angst voor de misschien pijnlijke manier waarop we doodgaan, of zelfs in de vorm van angst dat mensen om ons heen doodgaan. Het is allemaal dezelfde angst die er voor zorgt dat we niet in staat zijn om volledig terug te herinneren naar éénheid, dezelfde angst waardoor we niet in staat zijn om te kijken naar de innerlijke conditie en precies dezelfde angst die er voor zorgt dat er nooit iets verandert aan de projectie op het scherm.

Misschien overbodig, maar nog één keer de samenvatting. Als je iets wilt veranderen aan de wereld waarin je leeft, of iets wilt veranderen aan jezelf, dan kan dat alleen door de innerlijke conditie in de denkgeest te veranderen, net zoals je het verhaal op het filmscherm niet verandert door het scherm of de projector te veranderen, maar door de film te veranderen.

Hiervoor moet je onderzoeken waarom je die innerlijke conditie gelooft en voor waar aanneemt. Het absolute geloof in de waarheid van die innerlijke conditie is de enige voorwaarde voor de projectie van die innerlijke conditie als een externe realiteit. Onderzoek kan openbaren op welke aannames het is gebaseerd, welke verhalen je voor waar hebt aangenomen en gebruikt om je persoonlijkheid te fabriceren die weer verantwoordelijk is voor de manier waarop je de realiteit en de wereld om je heen waarneemt, interpreteert en ervaart.

Dit zelfonderzoek — niet naar de zelf die je denkt te zijn, niet naar het lichaam of de geest, maar naar de zelf als denkgeest, naar dat wat je werkelijk bent, dat wat vooraf gaat aan de projectie — kan leiden tot de conclusie dat alles is gebaseerd op valse aannames. Dat is waar de doodsangst vandaan komt. Die doodsangst wordt door de egodenkgeest gebruikt om te voorkomen dat jij dit onderzoek werkelijk oprecht en volledig gaat doen en houdt zo de externe projectie in stand als een daadwerkelijk bestaande externe realiteit.

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag