De gebroken lens

Vanochtend werd ik wakker met het idee dat ‘de denkgeest’ niets anders is dan de lens waardoorheen dat wat ik ben — en wat alles is — zijn licht schijnt. Als die lens schoon is, ontstaat er een helder beeld, en als de lens vuil is, ontstaat er een troebel beeld, maar als de lens is gebroken, ontstaat er een dubbel beeld.

De denkgeest die gelooft dat het zich heeft afgescheiden van eenheid is te vergelijken met een in meer dan miljarden stukjes gebroken lens. Wanneer het licht van eenheid daardoorheen schijnt, ontstaat er de wereld zoals wij die kennen, waarbij elk facet van de wereld — waaronder jij en ik — een projectie is van dat licht door verschillende fracties van die gebroken lens.

Wat we ervaren zijn allemaal losse delen, maar dat zijn alleen maar de projecties van dat ene licht door de gebroken lens van een gespleten denkgeest. Wanneer de denkgeest een gedachte heeft, dan wordt die gedachte geprojecteerd als onszelf of als een ander of als een gebeurtenis.

Dit kunnen we leuk vinden of niet leuk vinden, het kan geweldig zijn of een ramp, maar het blijft een verstoorde projectie door een gebroken lens. Wij zijn niet die afzonderlijke projecties, wij zijn niet de lens en wij zijn niet die gespleten denkgeest; we zijn dat licht. Het probleem van ons leven op aarde bestaat uit onze keuze van identificatie.

Als we onszelf zien als het personage op aarde, wat een projectie is, geprojecteerd door een heel klein fragment van een gebroken lens, dan zullen we de wereld om ons heen zien als een in potentie bedreigende fysieke waarheid waarmee we moeten onderhandelen en waartegen we ons moeten beschermen. We zullen dan proberen die uiterlijke wereld te bewerken en te veranderen zodat wij ons goed gaan voelen.

Maar die wereld is een projectie van het licht door die gebroken lens, net zoals jij dat bent. Het is het resultaat van de gespleten denkgeest, net zoals jij dat bent. Als je iets wilt veranderen aan die wereld of aan de mensen om je heen of aan jezelf, dan is het zinloos om je bezig te houden met de projectie. Wat je wilt doen, of zou moeten willen doen, is de gespleten denkgeest helen.

We zijn dat licht, jij bent dat licht, alles is dat licht, en dat licht verandert niet. Het is één licht, maar als dat door de verbrijzelde lens van een gespleten denkgeest schijnt, projecteert het de duizend-en-een dingen van de wereld — zoals de Zen en Tao meesters het noemden.

Het maakt niet uit wat de projectie laat zien, het blijft een projectie van dat ene licht. Het enige wat je kunt doen is de projectie wel of niet serieus nemen. En als de projectie iets laat zien wat je niet bevalt, probeer dan niet die projectie te veranderen, maar verander je gedachten over die projectie. Dat is de enige manier om de gespleten denkgeest te helen en er voor te zorgen dat het licht gewoon kan projecteren wat het bedoelt te projecteren.

Jij bent dat licht, eeuwig en onveranderlijk, dus waarom zou je je druk maken over iets dat slechts een verstoorde projectie van jezelf is door een verbrijzelde lens van een gespleten denkgeest? De reden waarom er iets wordt geprojecteerd dat je niet bevalt, is omdat dit iets is dat leeft in de gespleten denkgeest wat op een compleet gestoorde en verkrachte manier wordt geprojecteerd. Ga op zoek naar wat dat is in die denkgeest, verander je gedachten daarover en de projectie zal zich aanpassen.

Dit was wederom een poging om het onuitlegbare uit te leggen. De realisatie is zo helder, bijna tastbaar, maar woorden blijven ontoereikend.

In de denkgeest

Over om en nabij drie dagen is 2020 voorbij. Het is een tumultueus jaar geweest dat ergens in maart begon te ontsporen toen er opeens een ‘pandemie’ werd afgekondigd. Vanaf dat moment bleek een groot aantal mensen op aarde weg te glijden in een soort van blinde angst, terwijl ikzelf alleen maar in verzet ging.

Ik zag, en zie nog steeds, dat er geen ‘pandemie’ is en dat de angst die mensen ervaren volledig georkestreerd is middels een soort van massa hypnose dat over de wereld werd uitgestort via internetmedia, kranten, televisie, radio en de persconferenties. Als je een leugen maar vaak genoeg herhaald, gaan mensen vanzelf geloven dat het waar is, ongeacht hoe grotesk. de leugen ook is.

Ik merkte dat ik verrast was dat zo ontzettend veel mensen de leugen geloofden en de draconische maatregelen om een schijnbare virus — dat overduidelijk niet veel erger was dan een redelijke griep — te beteugelen accepteerden en ondergingen. Gaandeweg werd ik boos dat zoveel mensen zich zo lieten manipuleren en ergens halverwege oktober werd ik licht depressief van de mate van, wat ik ervoer als, ongekende stompzinnigheid om mij heen.

Halverwege oktober ging Nederland in een tweede gedeeltelijke lockdown en kondigde de Nederlandse regering aan dat er per 1 december een mondkapjesplicht zou ingaan. In mijn wereld is een mondkapjesplicht de meest stupide maatregel van alle stupide maatregelen, aangezien elk onderzoek heeft aangetoond dat ze niet werken, terwijl een groot aantal onderzoeken beweert dat ze zelfs averechts werken en schadelijk voor de gezondheid zijn.

Deze eerste december bleek voor mij een kantelpunt. Ik werd flink depressief wakker en was vooral ook heel erg boos. Op een of andere manier ben ik die dag doorgekomen, eerst als een soort zombie werkende in Artis en daarna waarschijnlijk met de nodige alcohol, maar vooral heel erg boos en steeds depressiever wordend.

Tijdens de nacht van 1 op 2 december had ik een inzicht dat me liet zien wat ego precies doet en waarom ik dit het grootste deel van het jaar, misschien zelf mijn leven, over het hoofd heb gezien. Ik heb meteen de volgende dag een blog geschreven — Schuldgevoel en Angst — waarin ik dit schreef:

De ego-denkgeest creëert schuld. Daardoor voelen we ons schuldig over iets wat we doen wat we niet willen — want, wat zullen anderen er van denken? — of over wat wij geloven dat wij doen ten opzichte van anderen, of we projecteren schuld op anderen voor wat wij geloven dat anderen hebben gedaan ten opzichte van onszelf — of allemaal tegelijk. In alle gevallen creëert dit een idee van ‘ik en die ander’, waardoor er dualiteit ontstaat en een gevoel van gescheidenheid.

Dualiteit en het gevoel van gescheidenheid is het enige wat de ego-denkgeest wil en het enige wat hij nodig heeft om ‘wat is’ het idee te geven dat het een langdurig losstaande entiteit is — alias een lichaam-brein-systeem — kortweg ‘een lichaam’ — in een potentieel bedreigende wereld.

Een week later schreef ik in ‘Kiezen‘ het volgende:

Binnen Een Cursus in Wonderen bestaat er de keuze tussen de heilige geest en de ego-denkgeest, oftewel tussen de juist gerichte denkgeest (liefde) en de onjuist gerichte denkgeest (angst). Dit is in feite een keuze tussen wat waar is en wat niet of, zoals Jed McKenna het schrijft, tussen zien wat is in plaats van zien wat niet is.

Ik heb lange tijd tussen de twee kunnen schipperen, maar nu moet ik kiezen. De wereld zoals wij — als Eenheid — die projecteren staat op scherp en ik kan niet daarin meegaan en tegelijk zeggen dat het niet waar is. De ego-denkgeest wil dat ik er in meega, want daarmee bewijst het dat ik besta als een losstaande fysieke entiteit in een fysieke wereld. Maar ik geloof niet dat ik dit lichaam ben en ik geloof niet dat de wereld een fysieke realiteit is, dus hoe kan ik er dan in meegaan?

Dat was de doorbraak waar het hele jaar 2020 naartoe had gewerkt, waardoor de hele corona-crisis zich van een vreselijke situatie naar het beste dat me kon overkomen transformeerde. Dit klinkt natuurlijk heel erg egoïstische, maar dat verandert zodra je inziet dat er maar één denkgeest is die de wereld projecteert en dat de enige plek waar verandering en transformatie kan plaatsvinden diezelfde denkgeest is. Hierdoor kan het niet iemand anders zijn dan alleen jijzelf die zo’n transformatie kan laten plaatsvinden.

Als dit voor mij zo werkt, dan moet het ook voor iedere andere schijnbare entiteit gelden, zoals jij die dit nu leest. De wereld is een externe duale projectie van een innerlijke non-duale conditie. Je verandert de wereld (de duale projectie) niet door in de wereld zaken te bevechten, je verandert de wereld door in de denkgeest (de non-duale conditie) de perceptie van die wereld te veranderen, waardoor de projectie van die wereld zal worden aangepast.

Met andere woorden, probeer niet de wereld te veranderen, maar verander de manier waarop je naar de wereld kijkt. Daarmee verander je de perceptie van de denkgeest, waardoor de projectie van de wereld automatisch zal worden aangepast aan die nieuwe perceptie.

Nu weet ik ook dat alles in deze wereld jou ervan overtuigt dat de problemen van deze wereld zich daadwerkelijk in deze wereld bevinden. Het is een extreem overtuigende show die wordt opgevoerd door ego en zolang je daarin meegaat, zolang je gelooft dat je dit lichaam in deze wereld bent, zul je oplossingen zoeken in deze wereld, terwijl de oplossing van het probleem zich simpelweg daar bevindt waar het probleem ligt: in de denkgeest.

Verander de denkgeest door te veranderen hoe jij denkt over jezelf en de wereld, en wanneer de denkgeest is aangepast, zul je zien dat hoe jij denkt over jezelf en de wereld opnieuw wordt aangepast, waardoor de denkgeest weer wordt aangepast. Et fucking cetera!

Orde op zaken

Ik voel de noodzaak om wat dingen in woorden om te zetten. Orde op zaken stellen, zoals men wel zegt, en ik vermoed dat het zaken zijn die niet heel erg logisch lijken te zijn binnen de consensusrealiteit en afwijken van wat een meerderheid wellicht als normaal bestempelt.

Veel mensen zullen denken dat hetgeen ik ga schrijven alleen maar een geloof is dat ik aanhang, en dan ook nog een volslagen waanzinnig geloof, een ‘busje komt zo’ geloof, maar dat is niet het geval. Ik weet deze zaken zeker en iedereen die de tijd en de moeite zou nemen om de consensusrealiteit te onderzoeken, zal gaan zien wat is in plaats van wat niet is en kan het dan ook zeker weten.

Om te beginnen heb ik vastgesteld dat er geen fysiek universum bestaat. Dit betekent dat alles wat gezien en ervaren wordt, niet werkelijk plaatsvindt. Binnen dat wat ik als schijnbaar lichaam zie en ervaar, bestaan er geen woorden om precies te beschrijven wat het dan wel is en hoe het werkt, maar het dichtst bij de ‘waarheid’ komt het symbolische idee van het dromen van een droom.

Het ‘iets’ waarbinnen het dromen van die droom is ontstaan — Een Cursus in Wonderen noemt dit ‘de denkgeest’ —, is wat ik ben. Ik ben dat ‘iets’ dat schijnbaar droomt en middels dat dromen projecteer ik mijzelf in veelvouden, oftewel in dualiteit. In die droom projecteer ik mijzelf in de vorm van een lichaam in een wereld vol met verschillende losstaande objecten en personages die wel of niet het beste met mij voorhebben.

Dit betekent dat ik binnen deze consensusrealiteit — het dromen van een leven op aarde — een losstaand personage lijk te zijn dat op elk moment bedreigd kan worden door de wereld om hem heen, terwijl ik in absolute waarheid alles ben. Ik ben dat personage, ik ben al die andere objecten en personages en ik ben die wereld. Ik ben letterlijk alles wat ik zie en ervaar in deze droomstaat en ik ben dat wat ziet en ervaart, omdat ik dat ‘iets’ ben waarbinnen het dromen van de droom plaatsvindt.

Kort gezegd, toen ik hier op aarde leek te verschijnen, op 19 september 1965, geloofde ik dat ik een van de vele personages op aarde was, terwijl ik in feite de enige ben die hier schijnbaar is. Ik ben de alfa en omega! Binnen de dualistische consensusrealiteit klinkt dit heel erg arrogant, maar in feite is iedereen diezelfde alfa en omega, omdat alles en iedereen letterlijk een projectie is binnen het dromen van de droom. Alles is ik en daarom is die ik alles, en ik ben die ik… maar jij ook.

Alles en iedereen is dat ‘iets’ waarbinnen het dromen van de droom plaatsvindt, dus als ik zeg dat ik het enige ben dat er is en dat ik de alfa en omega ben, dan geldt dit voor alles en iedereen precies zo. Het geldt ook voor jou, jij die dit nu lijkt te lezen. Dit betekent ook dat alles en iedereen, alles wat lijkt te gebeuren en wat lijkt plaats te vinden, alleen iets zegt over mij, omdat ik de enige ben die hier is en alles en iedereen is mijn projectie binnen het dromen van de droom.

Ik ben letterlijk alleen op de wereld en bovendien ben ik die wereld en alles erop en eraan. Ik ben alles en alles is een projectie van, voor en door mij. Niet ik als lichaam, niet ik als Frits, maar ik als dat ‘iets’ waarbinnen het dromen van de droom plaatsvindt; ik als ‘de denkgeest’, bij gebrek aan een beter symbool.

Naschrift:
Dit betekent niet dat we allemaal één zijn, dat is een foutieve in de droomstaat en ogen gesloten uitleg. Het betekent dat er alleen maar dat ‘iets’ is, die denkgeest, en dat alles en iedereen niet één is maar wel hetzelfde, namelijk, een projectie binnen het dromen van de droom. Er is geen ‘wij zijn’, er is alleen maar ‘ik ben’ en dat is die denkgeest.

De externe projectie (2)

Elke situatie waarin ik mij nu bevind, zoals ik al vaker heb gezegd, is de externe projectie van de innerlijke conditie. De vergissing die ik tot nu maakte, is geloven dat ik, in de hoop een leukere externe projectie te creëren, de innerlijke conditie moet aanpassen of veranderen. Dat werkt volgens mij niet.

Dit is een vergissing die gemakkelijk wordt gemaakt, omdat ego letterlijk alles binnen een fractie van een seconde 180° omdraait. Wat er steeds gebeurde, is dat ik me realiseerde dat de ervaring van dit moment de externe projectie is van een innerlijke conditie en vervolgens dacht ik dat ik mij onprettig voelde als gevolg van die externe projectie, terwijl het ‘mij onprettig voelen’ de oorzaak was van de externe projectie.

Kort gezegd: er is een innerlijke conditie, die innerlijke conditie levert een onprettig gevoel op en dat onprettige gevoel wordt extern geprojecteerd als ‘de wereld’. Mijn externe wereld is het gevolg van hoe ik mij voel en hoe ik mij voel is het gevolg van de innerlijke conditie van de denkgeest.

Doordat ego het 180° omdraait en van een oorzaak een gevolg maakt, waardoor het gevolg opeens de oorzaak lijkt te zijn, wordt er gedacht dat ik de innerlijke conditie moet veranderen om zo een externe projectie te creëren waardoor ik mij prettig zou kunnen gaan voelen… en dat werkt dus niet.

De misvatting is als volgt, en ik weet dat ik hetzelfde ga zeggen in andere bewoording: er wordt gedacht dat, omdat de externe projectie mij onprettig doet voelen, ik de innerlijke conditie moet veranderen, waardoor de externe projectie zal worden bijgesteld, waardoor ik mij beter zal gaan voelen; terwijl de externe projectie alleen maar laat zien wat en waar ik nu ben, omdat dit is wat ik blijkbaar hebt gewild!

In plaats van de externe projectie te willen veranderen door de innerlijke conditie aan te passen, dien ik de externe projectie te gebruiken om vast te stellen wat ik dan wel wil, aangezien dat wat ik voorheen wilde niet is waar ik blij van word. Hierin moet ik wel verschrikkelijk, ontiegelijk en niets ontziend eerlijk zijn, ik moet vaststellen wat ik — als denkgeest — absoluut werkelijk wil en daarmee het doel vaststellen.

Zoals Een Cursus in Wonderen ook zegt in hoofdstuk 17.VI:

“In elke situatie waarin je onzeker bent, is het eerste wat je dient na te gaan heel eenvoudig: ‘Wat wil ik dat hiervan komt? Waartoe dient het?’ Opheldering over het doel hoort thuis aan het begin, want dat zal de afloop bepalen.”

Dit dien ik dan niet te doen omdat ik me beter wil voelen en niet omdat ik wil dat de externe projectie verandert, met andere woorden, ik moet dat niet doen omdat ik daadwerkelijk een bepaald effect of een bepaald iets wil creëren, maar puur en alleen omdat dit de enige manier is om de innerlijke conditie bij te stellen.

Door de externe projectie te gebruiken om vast te stellen wat mijn werkelijk doel is — en dat is niet meer geld, een leuker leven of wat voor aardse bullshit dan ook — train ik de denkgeest en verander ik de innerlijke conditie van die denkgeest, waarna de externe projectie zal vormgeven wat ik wil… ook al heb ik geen idee hoe dat er uit gaat zien.

Als die nieuwe externe projectie mij vervolgens rust oplevert — ook wel ‘de vrede van God’ genoemd — dan weet ik dat ik het juiste doel heb vastgesteld, en zo niet, dan gebruik ik deze nieuwe externe projectie om opnieuw het doel vast te stellen. Dit betekent overigens niet dat een externe projectie verkeerd of fout is; elke externe projectie is altijd helemaal perfect voor mij op dit moment!

Nadat ik al het vuilnis en alles wat overbodig is, al mijn veronderstellingen, al mijn aannamen, elk geloof dat ik ooit heb gehad en al mijn gehechtheid aan relaties, materiële en immateriële zaken heb verwijderd, is dit de laatste “spirituele” oefening die nog gedaan hoeft te worden. Het enige wat hiervoor nodig is in absolute eerlijkheid kijken naar de externe projectie, dat wat ik blijkbaar heb gewild, en die te gebruiken om vast te stellen wat het is dat ik werkelijk wil.

Wat ik werkelijk wil kan ik niet verkrijgen door de externe projectie te veranderen, want die is perfect, noch door de denkgeest (de innerlijke conditie) aan te passen, want de denkgeest slaapt, maar alleen door naar de externe projectie te kijken en te zien wat ik blijkbaar heb gewild, om vervolgens vast te stellen of dit werkelijk is wat ik wil. De mate van rust of vrede van God dat dit oplevert, is mijn graadmeter.

Rupsen en vlinders (2)

Naar aanleiding van mijn vorig artikel — Rupsen en vlinders — stelde collega-blogger Illusje mij de volgende vraag:

Illusje:
“Goed verhaal van de rups en de vlinder. Alleen vraag ik me af of wel begrepen wordt dat de zelf die “verdwijnt” (oplost in Waarheid) de (ego)denkgeest is en niet een lichaam… [..] het is juist zo essentieel dat men niet denkt dat het lichaam eerst “dood” moet…”

Dus misschien is het een goed idee om daar iets over te schrijven?

Om heel eerlijk te zijn heb ik geen goed beeld van de mensen die deze blog lezen. Ik ken er een paar persoonlijk en van hen weet ik dat ze begrijpen dat ik met het rupsen en vlinders verhaal niet zeg dat het lichaam dood moet, maar dat het zelf — met andere woorden, de denkgeest die gelooft dat het is afgescheiden van Eénheid en denkt en gelooft een ‘lichaam-brein-systeem’ te zijn — moet sterven.

Van de meeste lezers heb ik geen persoonlijke achtergrond informatie. Ik heb geen idee waar ze zich bevinden in hun ‘spirituele ontwikkeling’ en als er lezers zijn die geloven dat ik het over een daadwerkelijk fysiek sterven van het lichaam heb, dan kan dat in theorie vervelende gevolgen hebben. Niet voor mij, maar voor de lezer in kwestie.

Deze wereld, inclusief het lichaam en alles en iedereen om het lichaam heen, is een illusie. Het is een projectie vanuit de denkgeest die gelooft dat het zich heeft afgescheiden van Eénheid. Vanuit dat geloof in afscheiding, in een poging zichzelf van de waarheid van afscheiding te overtuigen, droomt deze denkgeest een dualistische wereld. Het is zinloos om het gedroomde lichaam dood te laten gaan om een verlichte ‘vlinder’ te worden, aangezien er niet werkelijk een lichaam is.

Dit is waarom zelfmoord zinloos is en geen oplossing biedt. Je kunt niet iets vermoorden dat niet werkelijk bestaat en het lost geen enkel probleem op, omdat het probleem zich niet in het lichaam maar in de denkgeest bevindt dat dit gehele traumatische leven — werkelijk alles wat je denkt mee te maken en te ervaren — alleen maar projecteert. De enige acties die iets kunnen opleveren moeten als gedachtes plaatsvinden in de denkgeest en nergens anders.

Het kan alleen de denkgeest zijn (de rups) die op een gegeven moment genoeg heeft van de Big Macs in de spirituele MacDonald’s (de stupiditeit en onwaarheid van de wereld), zich vervolgens terugtrekt in zichzelf (de cocon) en zichzelf ontbindt tot een soort van oersoep (bijvoorbeeld middels spirituele autolyse!). Die ‘oersoep’ is waar ooit de beslissing werd genomen om te kiezen voor de onjuist gerichte denkgeest (de rups) en nu, terug in die ‘oersoep’, kan er opnieuw gekozen worden voor de juist gerichte denkgeest (de vlinder).

Helaas is het zo dat onze ego-denkgeest — de onjuist gerichte denkgeest vanwaaruit de illusoire wereld wordt geprojecteerd — elk verhaal vertaalt naar een letterlijke betekenis, maar letterlijk niets in deze wereld, in deze droomstaat, is letterlijk letterlijk; alles is symbolisch! Op het moment dat je het letterlijk gaat nemen — of dit nu een spiritueel verhaal is, een heilig boek, een wetboek of voor mijn part een liefdesbrief van de persoon van je dromen — maak je het waar en werkelijk en verleng je de droomstaat.

Niets in deze wereld is waar, niets in deze wereld is letterlijk wat het lijkt te zijn; ALLES IS SYMBOLISCH!! Zolang dit niet tot je doordringt, kun jij — als denkgeest — nooit de eerste stap nemen tot ontwaken in of uit de droomstaat, zul jij je nooit kunnen ontbinden in je symbolische cocon en zul je nooit uitvliegen als die symbolische vlinder.

De denkgeest en de droom

Metafysica is een tricky iets, het onderzoekt namelijk niet “de werkelijkheid [..] zoals ze ons gegeven wordt uit zintuiglijke of instrumentele waarneming (wat bijvoorbeeld de fysica doet), maar [gaat] op zoek [..] naar het wezen van die werkelijkheid en wat er achter zit” [wiki] waardoor het al snel klinkt als fantasie, geloof of waan. Toch voel ik de noodzaak om vanuit de metafysica het een en ander neer te pennen.

Zoals in Een Cursus in Wonderen wordt beschreven, maar wat ook in andere spirituele stromingen, leringen en filosofieën is terug te vinden, is dit leven op aarde niets anders dan illusie, symbolisch omschreven als het dromen van een droom. Het is de externe projectie van de innerlijke conditie van een ‘denkgeest’ in de vorm van een personage (ik) in een wereld. Als we die ‘externe projectie van de innerlijke conditie’ symbolisch beschrijven als het dromen van een droom, dan houdt dit automatisch in dat die ‘denkgeest’ de dromer van die droom is.

‘Denkgeest’ is een symbolisch beeld voor een schijnbaar deel van Eénheid dat het idiote idee had dat het zich kon afscheiden van die Eénheid en sindsdien een droom droomt van dualisme. Die ‘denkgeest’ is dus niets anders dan een symbolisch beeld van het idiote idee van afscheiding en niet iets fysiek tastbaars.

Binnen het dromen van een droom is er altijd één personage waar de dromer zich mee identificeert en dat is de held van de droom. Die held is altijd het vormgegeven beeld van de dromer, zoals de ‘held’ in de dromen die wij ’s nachts dromen, ook altijd het vormgegeven beeld is van onszelf. Dit betekent automatisch, dat:

Als de ‘denkgeest’ de dromer van de droom is
En ik mij identificeer met de ‘held van de droom’
Dan ben ik die denkgeest.

Door het geloof in de werkelijkheid van die afscheiding, ontstaat er schijnbaar een ‘denkgeest’ die droomt van dualisme, en door het geloof in de werkelijkheid en waarheid van die droom, alsmede door de identificatie met de ‘held van de droom’, ontstaat er een ‘ik’ in een wereld en die ‘ik’ ben ik (Frits) — althans, ik geloof die ‘ik’ te zijn, in feite ben ik die ‘denkgeest’.

En dan begint hier pas hetgeen ik wilde schrijven, maar blijkbaar had ik een lange inleiding nodig…

IK (denkgeest) ben de dromer van de droom. Dat houdt automatisch in dat ik (Frits) de ‘held van de droom’ ben en dat de wereld om mij heen precies is wat IK (denkgeest) wil dromen. Ik (Frits) weet in principe niet dat ik gedroomd word en geloof daarom dat ik echt besta en een leven heb in een wereld waarmee ik moet onderhandelen om te kunnen overleven.

IK (denkgeest) weet niet dat IK droom (net zoals we tijdens onze nachtelijke dromen niet weten dat we dromen). IK (denkgeest) neem de droom voor waar aan, omdat IK werkelijk geloof dat IK me heb afgescheiden van Eénheid. (Wat onmogelijk is, omdat Eénheid minus een afgescheiden deel geen Eénheid meer kan zijn en het hele idee van Eénheid nou eenmaal is dat het een eenheid is.)

Onbewust stuur IK (denkgeest) die droom zo dat het de afscheiding van Eénheid keer op keer bevestigt. IK (denkgeest) bombardeer mijzelf (Frits) op een geweldig hoog tempo voortdurend met ‘bewijzen’ van dualisme, waardoor er geen tijd en ruimte is om te realiseren dat het maar een droom is en dat het idiote idee van afscheiding van Eénheid nooit is uitgevoerd en de separatie nooit heeft plaatsgevonden.

Eénheid is nog steeds Eénheid;
Er is geen twee.

Het resultaat, voor nu, voor mij (Frits), is dat mijn perceptie steeds fluctueert tussen ik (Frits) en IK (denkgeest). Ik (Frits) ervaar een wereld die me niet aanstaat en wil daar graag verandering aan toebrengen, maar ben daartoe niet in staat. De wereld die ervaren wordt, bestaat namelijk alleen als droom in MIJ (denkgeest) en niet rondom mij (Frits), dus ik (Frits) kan niets veranderen in of aan die wereld, omdat ook ik (Frits) alleen besta als ‘held van de droom’ in de droom in MIJ (denkgeest).

Noot: Vandaar dat Een Cursus in Wonderen ook voorstelt om niet de wereld te veranderen, maar je gedachten over de wereld te veranderen, en die gedachten vinden plaats in de ‘denkgeest’, waar geloofd wordt dat de gedroomde wereld werkelijkheid is, en niet in mij (Frits), wat slechts een droompersonage is in de gedroomde wereld.

Het lastige van dit verhaal, is dat het binnen dat verhaal, dus binnen de droom, wel kan worden begrepen, maar nooit volledig kan worden geaccepteerd en geleefd. Zodra de ‘held van de droom’ er mee aan de gang gaat, wordt het verwerkt door een gedroomd brein (de hersenen) in die droom en wordt het gezien en onderzocht door de bril van de fysica. Dat is net zoiets als de appel onderzoeken met instrumenten en apparaten die gericht zijn op bananen; dat levert een vertekend en verkeerd beeld op van de appel.

Voor iemand die zich volledig identificeert met de ‘held van de droom’ en volledig gelooft in de werkelijkheid en waarheid van de droom, is het volslagen mesjokke en gestoord om ook maar voor te stellen dat hij alleen maar ‘denkgeest’ is die droomt. Het is voor hem onmogelijk om voor te stellen dat er verder niemand is en dat letterlijk alles wat hij ziet en meemaakt een projectie is van zijn eigen fantasie, maar dat is precies wat dit is.

Het meest gestoorde hiervan, is dat ik (Frits) geloof en ervaar dat ik interactie heb met andere mensen, die zelf ook een leven hebben en dingen meemaken waar ik geen deel van uitmaak, terwijl niets van dat alles waar is. Het is een soort van schizofrene droom waarin ik alle rollen speel en meteen vergeet dat dit zo is, waardoor ik me druk kan maken over wat een ander doet, zegt of gelooft, en over wat een ander misschien zal denken over wat ik doe, zeg of geloof, terwijl ik zelf al die rollen speel en ik zelf het script heb geschreven en de regie voer. Niet ik (Frits) maar IK (denkgeest), aangezien ‘ik (Frits)’ ook zo’n rol is.

Terwijl ik dit schrijf, voel ik hoe het brein van mij (Frits) in een soort van gekte belandt. Hoe het bijna doordraait, omdat het niet kan vatten en verwerken wat er net geschreven is (hoe schizofreen is dat?).

Het idee dat IK (denkgeest) de enige ben die zeggenschap heeft en sturing geeft aan een als realiteit ervaren droom, maar dat IK (denkgeest) mij daar niet bewust van ben en dus niet werkelijk zeggenschap heb of sturing geef, en dat er verder niemand anders is die iets doet of kan doen, inclusief ikzelf (Frits), is voor het droompersonage ‘Frits’, de ‘held van de droom’, niet te bevatten.

Het idee dat alles en iedereen om mij heen, inclusief mijzelf, alleen bestaat in de droom die IK (denkgeest) droom, is met recht waanzinnig te noemen… en toch is het zo.

[‘FRITS’ LACHT HYSTERISCH. LICHTEN DOVEN EN HET DOEK VALT. IN HET DONKER HET GELUID VAN EEN PISTOOLSCHOT]

Crisissen, angst en boosheid

De wereld staat op zijn kop. De ene crisis na de andere volgt elkaar op en al deze crisissen hebben één ding gemeen, ze leveren mensen angst en boosheid op. In deze wereld zijn bange mensen volgzaam, terwijl boze mensen makkelijk te manipuleren zijn.

Noot: Dit verhaal gaat over hoe het ervoor staat in de Droomstaat, verwar dat niet met hoe het in Waarheid is; het zijn twee verschillende werelden.

Er is de Corona crisis, de Black Lives Matter crisis, de klimaatverandering crisis, een economische crisis als gevolg van de Corona crisis en een maatschappelijke crisis als gevolg van de Black Lives Matter crisis en de Corona crisis. Maar, we hebben ook een basisrechten crisis, zoals het schenden van vrijheid van meningsuiting, van vrijheid van vergadering en betoging, van de onaantastbaarheid van lichaam en huisrecht, et cetera, als gevolg van de Corona crisis maatregelen… en dit zijn nog maar de zichtbare crisissen.

Mensen die bang zijn volgen veelal blind de bevelen op, omdat ze bang zijn voor de consequenties of de publieke opinie. Terwijl, zoals ik al zei, mensen die boos zijn makkelijk te manipuleren zijn en vaak maar een klein duwtje nodig hebben om ‘de tegenpartij’ te lijf te gaan. Wat zowel bange mensen als boze mensen gemeen hebben, is dat ze niet meer in staat zijn om rationeel en relativerend te denken en vooral zonder introspectie volledig vanuit ego functioneren.

Het zijn beangstigende tijden wanneer je je laat leiden door de—mijns inziens—gemanipuleerde media en gelooft dat alles wat ze je vertellen waar is, maar ook wanneer je inziet dat het allemaal grotendeels gecreëerde crisissen zijn, als onderdeel van een verborgen agenda, met een doel dat ons niet wordt verteld, kan de paniek je om het hart slaan. Hier spreek ik uit ervaring, want ik zie namelijk heel veel mensen die als een soort zombie meelopen aan de hand van onze leiders die, om wat voor reden dan ook, die verborgen agenda dienen, en actiefiguurtje ‘Frits’ wordt daar niet vrolijk van.

Iedereen die verder kan kijken dan een gemiddelde neus lang is, moet kunnen zien dat Rutte en zijn ‘merry band of’ kornuiten niet het beste met ons voorhebben. Zij dienen niet het volk, maar wel de verborgen agenda en de mensen die deze agenda opstellen. Het is het clubje mensen dat werkelijk de macht in handen heeft, de mensen die wij inmiddels “de 1%” noemen. Dit zijn mensen—liever gezegd, psychopaten—die het niets kan schelen wat er met ons gebeurt.

Het enige wat deze mensen willen, de politici en die 1%, is dat we ons gedragen en doen wat zij zeggen. Iedereen die hieraan niet voldoet, wordt net zo makkelijk verwijderd; zoals John F. Kennedy, Robert F. Kennedy, Martin Luther King, Malcolm X, Pim Fortuyn, Maarten van Traa, Els Borst en een shitload aan dissidenten en voor zichzelf denkende en daardoor dwarsliggende journalisten, onderzoekers en wetenschappers, om maar een paar voorbeelden te noemen.

Ik benadruk nogmaals dat het de bedoeling is dat we oftewel bang zijn, oftewel boos zijn (wat overigens een effect of resultaat van angst is), en het is om deze reden dat onze basisrechten worden geschonden en wellicht uiteindelijk worden afgeschaft. De Corona maatregelen schenden deze rechten al, een Corona-wet zou deze rechten afschaffen. Een wet draai je niet zomaar terug, zeker niet wanneer die wordt aangenomen door mensen die bekendstaan om hun leugenachtig gedrag (politici) en onder leiding staan van psychopaten (de 1%).

Dus, wat te doen? Wat te doen als je ziet dat de wereld naar de klote wordt geholpen door een handjevol psychopaten? Wat te doen als je merkt dat bijna niemand wil zien of horen wat er overduidelijk aan de hand is? En wat te doen als je—zoals ik—weet dat dit niets anders dan een Droomstaat is; een externe projectie van een interne conditie?

Een Cursus in Wonderen stelt heel duidelijk dat ik niets hoef te doen, maar zegt ook dat het ontkennen van de ervaren realiteit—de egorealiteit—niet de oplossing is. Ik moet naar ego kijken en zien wat het doet, ik moet kijken naar de resultaten van ego in de wereld, want anders kan ik niet vaststellen dat ik dat niet wil, en zonder dat kan ik niet opnieuw beslissen vanuit welk perspectief ik de wereld wil zien en door welke denkgeest—de juist gerichte denkgeest of de onjuist gerichte denkgeest—mijn acties moeten worden gestuurd.

Een Cursus in Wonderen stelt dat ik moet kijken naar die wereld, naar die crisissen, naar die politici, naar die 1%, naar die verborgen agenda en zien waartoe het leidt. Ik moet bekijken en me realiseren wat er gaande is in de wereld, aangezien dat een externe projectie is van mijn (als denkgeest) interne conditie, en vervolgens beslis ik of dit is wat ik wil of niet. Als het oordeel ‘niet’ is, wat het is, dan is ‘niet-naleving’ of ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’ de enige houding die ik in deze wereld kan aannemen.

Daarvoor hoef ik dus niets te doen, want juist meedoen met wat de regering, het kabinet, de politici, de media en de 1% mij opleggen is iets doen. Mij conformeren aan maatregelen of wetten die mijn basisrechten ontnemen, levert mij angst en boosheid op, want impliceert dat ik voor de onjuist gerichte denkgeest heb gekozen, en dat is iets doen—namelijk, de Droomstaat realiteit toekennen—en mij niet conformeren, en dus niet meedoen, is het resultaat van kiezen voor en vertrouwen op de juist gerichte denkgeest, omdat het geen angst en geen boosheid, maar vrede oplevert, en dat is dus niets doen.

Ik begrijp dat de ‘spirituele manier’ om problemen op te lossen veelal betekent dat je net doet alsof er niets aan de hand is en dat je de rest wel oplost met positief denken, mediteren en hopen dat het daardoor overwaait, of simpelweg heel hard gaan roepen dat het toch allemaal illusie is en dus niet waar. Maar dat is de ego-manier van denken en dat is nou net niet wat je moet willen als je daadwerkelijk ooit wilt ontwaken uit die Droomstaat.

De enige juiste ‘spirituele manier’, mijns inziens, is kijken naar de illusie—de door jou als schijnbare entiteit ervaren realiteit van de wereld zoals die nu is—en die illusie naar Waarheid brengen—oftewel, beslissen dat je dit niet wilt, wat zich in mijn geval uit door niet mee te doen aan de regels en wetten die politici en die 1% mij opleggen. Met andere woorden, burgerlijke ongehoorzaamheid.

Onpersoonlijk leven

Hoe doe je dat, onpersoonlijk leven? Het antwoord op die vraag is dat je dat niet doet, maar dat het zo is. Het leven is onpersoonlijk, het is altijd onpersoonlijk geweest en zal dat altijd zijn. Het enige ‘probleem’ is dat we denken dat we een persoon zijn en in een dualistische wereld leven. Vanuit dat perspectief overkomt alles ons ‘persoonlijk’ en doen wij ‘persoonlijk’ van alles en nog wat ten opzichte van al die anderen.

Nu zit er een groot verschil tussen weten dat het leven onpersoonlijk is en ervaren dat het leven onpersoonlijk is; letterlijk een wereld van verschil. Het ‘weten’ komt altijd voort uit de ego-denkgeest, aangezien er een persoon is — ik — die het weet. Misschien was er een onpersoonlijk helder moment, maar zodra we iets beweren te weten, is het geconfisqueerd door de ego-denkgeest Het ‘ervaren’ dat het leven onpersoonlijk is, daarentegen, wordt niet zozeer ervaren door een persoon, maar eerder ervaren in de denkgeest.

Dit is vaag, dat begrijp ik, maar hopelijk vind ik gaandeweg de woorden om het iets concreter te maken. Het heeft vanzelfsprekend te maken met de realisatie — wat weer iets anders is dan ‘het ontdekken’ of ‘ het uitgevogeld hebben’ — dat ik niet dit lichaam ben, maar iets anders wat hier aan voorafgaat. Dat is iets wat ik al heel lang weet (ego-denkgeest) en lang geleden heb ontdekt en uitgevogeld (ego-denkgeest).

Sinds kort is er de ervaring dat de realisatie (dat ik niet dit lichaam ben) er werkelijk is. Die realisatie wordt niet gedaan door ego-denkgeest, niet als een bedenksel van het brein, maar vindt spontaan plaats in wat ik ben: denkgeest. Hierdoor is het overduidelijk dat het weten en het ontdekken en het uitvogelen zich allemaal in de droom afspeelt en dat het realiseren buiten de droom plaatsvindt. Anders gezegd, op aarde onder leiding van de ego-denkgeest willen we weten, ontdekken en uitvogelen, maar in de denkgeest kan worden gezien en gerealiseerd dat ‘iets’ zo IS. Opnieuw, letterlijk een wereld van verschil.

Wanneer gezien en gerealiseerd wordt dat ik niet dit lichaam ben, maar denkgeest, dan kan worden gezien dat mij als lichaam op aarde niets overkomt dat ik als denkgeest niet zelf heb besloten of gekozen. Dat is een confronterende realisatie van complete verantwoordelijkheid voor letterlijk alles wat er zich binnen mijn directe ervaring als personage op aarde afspeelt — niets en niemand uitgesloten. Hierbij is het van belang dat we ‘verantwoordelijkheid’ niet gaan verwarren met ‘schuld’; niemand is ooit schuldig.

Ter verduidelijking: denkgeest is het schijnbare deel van Eénheid dat gelooft dat het zich heeft kunnen afscheiden van Eénheid. Lees hiervoor: Realiseren en herinneren en Gesprek met ‘Sandra’.

Ik, als denkgeest, en ik alleen, projecteer mijn geloof in afscheiding van Eénheid in de vorm van een wereld vol afgescheiden en losstaande objecten en fragmenten. Ik doe dat door voor de ego-denkgeest te kiezen, die alleen maar kan denken in verdeel en heers, in zwart en wit, in losstaande elkaar bedreigende fragmenten, in schuld en boete, en dat is de wereld die ik zie en ervaar. IK doe dat en niet de mensen of de situaties om mij heen zoals ik die schijnbaar ervaar als mens.

Doordat IK mij nu — als denkgeest— realiseer dat IK de wereld maak zoals die ervaren wordt door mij en dat IK alles wat gebeurt mijzelf — als denkgeest in de vorm van het lichaam — aandoe door voor de ego-denkgeest te hebben gekozen, kan ik — als denkgeest — beslissen om opnieuw te kiezen. Deze keer niet voor de ego-denkgeest, omdat de ego-denkgeest nooit heeft geleverd wat het beloofde en vooral heeft laten zien dat het er een puinzooi van maakt, maar tegen de ego-denkgeest.

Ik zag dat als een duidelijke streep in het zand, tot hier en niet verder, en vanaf dat moment ervaar ik mijn schijnbaar bestaan als ‘mens’ op een onpersoonlijke manier. Ik vind het nog lastig om te beschrijven hoe dat er in de praktijk uitziet, omdat het ten eerste nog heel vers is (een dag of 5) en omdat het vreemd genoeg niet heel erg bijzonder is. Bovendien is het nog te vroeg om vast te stellen of dit tijdelijk is — zoals de verlichtingservaringen die ik in het verleden heb gekend — of dat dit in grote lijnen zo blijft.

Ik houd jullie vanzelfsprekend op de hoogte.

Gesprek met ‘Sandra’

In gesprek met ‘Sandra’ (pseudoniem), naar aanleiding van wat ik geschreven heb en mijn opmerking dat er slechts één denkgeest is en dat het universum en alles daarin een projectie is van die denkgeest die schijnbaar droomt van afscheiding.

Dus, er is maar één denkgeest?

Ja, er is maar één denkgeest, maar ik zeg dat alleen op die manier om het binnen de illusie van de droom duidelijk te maken. Ik begrijp dat dit verwarrend kan zijn, want door te zeggen dat er slecht één denkgeest is, zou men kunnen denken dat ik impliceer dat er wellicht iets anders zou kunnen bestaan naast die denkgeest, terwijl dat niet zo is. Dus de meest accurate manier om het te zeggen is: Er is alleen maar denkgeest — maar dat is weer zo abstract dat veel mensen daar helemaal niets mee kunnen.

Er is alleen maar denkgeest en wij zijn die denkgeest?

Ja en nee. Ja, er is alleen maar denkgeest, en nee, buiten de illusie van de droom bestaat er niet zoiets als ‘wij’. De droom is de projectie van het idee van afscheiding in de denkgeest. De denkgeest is dat idee blijkbaar gaan geloven als zijnde waarheid. De denkgeest gelooft op een of andere manier, om wat voor reden dan ook, dat de droom werkelijkheid is en projecteert die droom van afscheiding, in de vorm van ontelbare schijnbaar losstaande fragmenten, op een wereld die niet werkelijk bestaat. Wij zijn die losstaande fragmenten, maar omdat het een droom is, bestaan ‘wij’ niet echt en zijn we in feite droomkarakters in die droom.

Hoe ontwaak ik dan uit die droom?

Het is belangrijk om na te gaan vanuit welke hoedanigheid je die vraag stelt. Als je de vraag stelt als de persoon die je denkt te zijn, in jouw geval als ‘Sandra’, dan is het antwoord dat je niet kunt ontwaken uit de droom, maar als je het vraagt als denkgeest, wat je in feite werkelijk bent, dan hangt het af van welke leraar je kiest. Kies je voor de ‘ego-denkgeest’, wat je je hele schijnbare leven hebt gedaan, dan gaat de droom gewoon door, maar kies je voor de ‘heilige geest’, dan zal je ontwaken.

Hoe doe ik dat?

Mijn idee is dat er drie vragen zijn die je voor jezelf moet beantwoorden. Ten eerste: Wil ik echt ontwaken? — Je moet weten wat je wilt en je moet heel zeker weten dat het is wat je wilt, anders is alles wat je doet zinloos. Het is niet iets wat je ‘erbij doet’, als hobby of zo. Je moet er echt voor de volle 200% voor willen gaan, omdat doorgaan op de oude weg, doorgaan met je leven zoals het nu is, zo ondraaglijk is geworden, dat dit geen optie meer is.

Als het antwoord op vraag één ‘ja’ is, dan is de tweede vraag: Wat ben ik? — Dat is de vraag waarmee je gaat onderzoeken of je daadwerkelijk ‘Sandra’ bent, of dat je misschien wat anders bent dan dat nietig, tijdgebonden en sterfelijk lichaam dat leeft in een waanzinnige en gewelddadige wereld. Als je dit serieus gaat onderzoeken, dan staat het antwoord op die vraag al vast, want Waarheid heeft maar één uitkomst; het is wat het is.

De laatste vraag, wanneer je klaar bent met vraag twee, is: Wil ik blijven ervaren wat ik tot nu toe heb ervaren, of wil ik wat anders, ook al weet ik niet wat dat is? — Dit is in feite een andere manier om te zeggen: Kies ik voor de ‘ego-denkgeest’ of niet? — Kies je ervoor om te blijven ervaren wat je tot nu toe hebt ervaren, dan kies je voor de ‘ego-denkgeest’ en blijf je dromen, kies je voor wat anders, ook al weet je niet wat dat is, dan kies je tegen de ‘ego-denkgeest’, waarna de ‘heilige geest’ het automatisch overneemt en je zult ontwaken — niet als ‘Sandra’, maar als denkgeest.

Dat klinkt redelijk simpel. Waarom wordt dan niet iedereen wakker?

Het is zeker heel simpel, alleen het probleem is dat de meeste afgescheiden fragmenten — ook wel mensen genoemd — niet voorbij de eerste vraag komen, omdat ze altijd nog wel iets kunnen verzinnen waardoor hun leven draaglijk kan worden gemaakt. En stel dat ze voorbij die eerste vraag komen, omdat hun leven daadwerkelijk absoluut ondraaglijk is geworden, dan blijven ze veelal hangen in vraag twee.

Waarom is dat?

Omdat de meeste mensen heel erg vast zitten in het geloof dat ze daadwerkelijk de persoon zijn die ze geloven te zijn. Maar ook omdat ze heel erg bang zijn voor de conclusie dat ze nooit zijn geweest wat ze dachten te zijn en omdat ze letterlijk doodsbang zijn om er achter te komen dat ze nooit werkelijk hebben bestaan. Wat jammer is, omdat na het succesvol beantwoorden van die tweede vraag, alles vanzelf gaat met een snelheid die jij als denkgeest aankunt, nooit te snel, maar ook zeker niet te langzaam.

En stel dat ik voorbij de tweede vraag kom, hoe groot is dan de kans dat ik ontwaak?

Na het beantwoorden van de tweede vraag is het antwoord op de derde vraag geen hogere wiskunde. Als je zo ver bent gekomen, dan is het vrijwel vanzelfsprekend dat je tegen de ‘ego-denkgeest’ zult kiezen (want waarom zou je terug willen keren naar je ondraaglijke leven?) en daarna hoef je feitelijk niets meer te doen, omdat de ‘heilige geest’ het overneemt en je zal leiden naar ‘wat anders’, waarvan je nog steeds niet weet of kan weten wat dat is.

Naar mijn bescheiden mening moet je wel extreem gestoord zijn om na het succesvol beantwoorden van de eerste twee vragen nog terug te willen keren naar de droomstaat en dat ondraaglijke leven. Het is mijn ervaring dat mensen die zo gestoord zijn, nooit zo ver zullen komen. Natuurlijk is het mogelijk dat er twijfel ontstaat wanneer je zo ver komt, maar uiteindelijk zul je de enige juiste keuze maken… dat is onvermijdelijk.

Laatste vraag: Wat als ik niet geloof in een ‘heilige geest’?

O, dat maakt niet uit. ‘Heilige geest’ is een naam, een beschrijving, een symbool voor wat het werkelijk is. Je bent vrij om het te benoemen zoals jij wilt, geef het een naam die voor jou werkt, dat verandert niets aan wat het is en hoe het werkt. Alle woorden en beschrijvingen zijn symbolen van symbolen, in feite twee keer verwijderd van de waarheid… dus maak je niet te druk over hoe iets heet, dat is verspilde energie en iets wat je onbewust gebruikt om jezelf gevangen te houden in de droomstaat.

Verder: poging 2

Van alles valt weg, alsof het universum (of hoe je het ook wilt noemen, hogere macht, heilige geest; geef het beestje maar een naam) aangeeft dat alles losgelaten en verwijderd moet worden. Niet door mij, maar als gebeurtenis, als beweging, als de richting waarin het onvermijdelijk gaat.

Ik heb even gekeken naar de headlines op de lokale nieuwssite; nooit een goed idee, maar goed, ik heb het gedaan. Vanaf 1 juni moet iedereen die gebruik maakt van het openbaar vervoer een mondkapje dragen. Nu maak ik nooit gebruik van het openbaar vervoer, maar hieronder vallen dus ook de veerponten die ik nodig heb om naar Amsterdam-Noord en Zaandam te gaan. Ik ben niet heel erg bereid om een mondkapje te dragen, dus dat levert de vraag op: ga ik er in mee of niet, met als gevolg dat ik me niet vrij kan bewegen als ik naar Amsterdam-Noord of Zaandam wil?

Verder zullen er geen evenementen kunnen worden georganiseerd tot er een vaccin is tegen Covid-19 en dat impliceert automatisch dat er alleen weer evenementen mogen worden georganiseerd wanneer iedereen gevaccineerd is, en dat impliceert dat uiteindelijk gedwongen of deels gedwongen vaccinatie nodig kan zijn. Opnieuw de vraag: ga ik daar in mee of niet, met als gevolg dat georganiseerde evenementen voor mij onmogelijk zijn, of bij deels of volledig gedwongen vaccinatie, normaal functioneren voor mij onmogelijk is?

Dit zijn geen politieke statements, ik zeg niet dat wat er nu gebeurt goed of fout is en ik ben inmiddels voorbij het punt waarop ik van mening ben dat het niet zo zou moeten zijn. Ik probeer alleen duidelijk te maken dat dit alles allemaal aanwijzingen zijn voor mij, want ik zie het zo.

Het zijn patronen die voor mij zichtbaar worden en onmiskenbaar aangeven dat van alles moet worden losgelaten en dat van alles moet wegvallen — opnieuw, niet door mij, maar als gebeurtenis, als beweging, als de richting waarin het onvermijdelijk gaat — omdat ‘gewoon’ of ‘normaal’ meedoen niet te doen is… voor mij!

De keuze die ik voor mij zie, is tussen:

  1. conformeren aan de waanzin van de egodenkgeest (mondkapje, anderhalvemetermaatschappij, vaccineren, et cetera) en;
  2. zien dat het waanzin is en er niet aan conformeren; niet met verzet, maar door er geen energie in te stoppen, door het los te laten en het te laten gaan… met alle consequenties van dien.

Ik begrijp dat mijn keuze om mij niet te conformeren voor een aantal mensen niet leuk zal zijn, maar ik geloof niet dat het voor mij nog realistisch is om mijn gedrag, of mijn Zijn, aan te passen aan wat mensen om mij heen gelukkig zou maken. Iedereen die gelukkig wil zijn, moet zichzelf gelukkig maken… dat mag niet van mij en mijn Zijn afhangen. Het is ook niet realistisch voor mij om mee te doen aan iets wat overduidelijk waanzinnig is.

Alle patronen die zichtbaar worden, in de vorm van de in mijn perceptie krankzinnige beslissingen die in de wereld worden genomen, geven binnen ‘mijn’ denkgeest aan — wat vanzelfsprekend een gespleten denkgeest is en niet DE Denkgeest — dat het dat niet wil, wat zich binnen mensentaal vertaalt als “dat ik dat niet wil.”

In plaats van te blijven hangen in “Dat wil ik niet!”, komt de vraag “Wat wil ik dan?” op. Duidelijkheid over het doel hoort aan het begin en bepaalt de uitkomst, zoals Een Cursus in W0nderen ook zegt:

“In elke situatie waarin je onzeker bent, is het eerste wat je dient na te gaan heel eenvoudig: ‘Wat wil ik dat hiervan komt? Waartoe dient het?’ Opheldering over het doel hoort thuis aan het begin, want dat zal de afloop bepalen. In de handelwijze van het ego is dit omgekeerd. De situatie wordt bepalend voor de afloop, die om het even wat kan zijn. De reden voor deze ongeorganiseerde aanpak is evident. Het ego heeft er geen benul van wat het als resultaat van de situatie wil. Het beseft wat het niet wil, maar dat is dan ook het enige. Het heeft volstrekt geen positief doel.”

— ECIW, Hoofdstuk 17 VI: Het bepalen van het doel.

Hoe het er dan gaat uitzien en waar het naartoe leidt, wat dat betekent voor actiefiguur ‘Frits’ en zijn directe omgeving, is voor mij net zo’n verrassing als voor ieder ander, maar ‘hier’ heerst wel heel duidelijk het gevoel dat de keuze is gemaakt. Helderheid over het doel is het enige wat hiervoor nodig is, want als het doel helder is, is de afloop bepaald en hoef ik niets te doen.

“Nu hoef jij je slechts te herinneren dat je niets hoeft te doen. Je zou er veel meer baat bij hebben je nu alleen hierop te concentreren dan erover te peinzen wat je moet doen. Wanneer ten langen leste vrede komt voor hen die worstelen met verleiding en vechten tegen het toegeven aan zonde; wanneer het licht uiteindelijk komt in de denkgeest die zich aan contemplatie heeft overgegeven; of wanneer het doel tenslotte door wie ook wordt bereikt, dan gaat dit steeds met maar één gelukkig inzicht gepaard: ‘Ik hoef niets te doen.’”

— ECIW, Hoofdstuk 18 VII: Ik hoef niets te doen.