Het jaar nul

Als blogschrijver voel ik me genoodzaakt om toch iets te schrijven over het nieuwe jaar 2021, maar ik heb niet het gevoel dat ik iets zinnigs over het komende jaar kan vertellen.

Ik heb niet echt het gevoel dat er iets is geëindigd en iets anders is begonnen. Het voelt niet alsof 2020 is afgelopen noch dat 2021 is begonnen. In feite is alle waarde die ik voorheen aan een jaar gaf — 1965 geboren, et cetera, et cetera, tot nu — opgelost en verdwenen. Het voelt als het jaar nul en het voelt alsof het altijd jaar nul is geweest.

Bijzonder is wel dat het jaar nul nooit heeft bestaan. We zijn 2021 jaar geleden bij 1 begonnen te tellen en voor het jaar 1 was het ’t jaar -1. Er is nooit een jaar nul geweest en omdat er in feite nooit iets is gebeurd — zoals dat normaal is binnen het dromen van een droom — is het wel toepasselijk dat ik het gevoel heb te leven in het jaar nul, waar het overigens elke dag maandag is.

Waarom maandag? — hoor ik je denken. Maandag is de saaiste dag van de week en gevoelsmatig het begin van de week. Vrijdag begint het weekend en zaterdag zijn we vrij en gaan we leuke dingen doen, zondag gebruiken we om bij te komen van de zaterdag en maandag moeten we weer normaal doen.

Het is natuurlijk veel eerlijker om te stellen dat het elke dag ‘geendag’ is in het jaar nul, maar als ik ’s ochtends opsta lijkt het toch echt een dag te zijn, vandaar dat ik dan maar maandag kies, de minst leuke, minst boeiende, minst bijzondere dag van wat wij een week noemen. In feite doet de dag er niet toe.

Het jaar nul is een oneindige herhaling van ‘geentijd’ waarin niets werkelijk plaatsvindt, terwijl er van alles lijkt plaats te vinden. Je kunt het wonderlijk en magisch noemen of je kunt het waanzinnig en mesjokke noemen. Het ene is niet beter omdat het positief klinkt, zoals het andere niet slechter is omdat we het negatief noemen. Hoe we het noemen, zien of ervaren maakt niet werkelijk uit aangezien het niet werkelijk plaatsvindt.

“Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen. Niet ieder is bereid dit te aanvaarden en ieder moet zo ver gaan als hij zich kan laten leiden langs de weg die hem naar de waarheid voert. Hij zal terugkeren en weer verder gaan, of misschien een tijdje ervoor terugwijken en terugkeren eens weer.”

(Een Cursus in Wonderen; WdI.132.6:2,3,4)

Het jaar nul houdt ook in dat er geen verwachtingen zijn, aangezien het na dit jaar nul weer een jaar nul is. In principe is elke seconde het ‘geenbegin’ van het jaar nul en elke seconde weet je weer niet wat er de volgende seconde staat te gebeuren. Verwachten dat er straks A of B zal gebeuren, creëert alleen een grote kans op teleurstelling… en alleen ego kan teleurgesteld zijn omdat alleen ego iets verwacht.

Ik verwacht niet dat het straks beter wordt dan het was noch dat het slechter wordt dan het is. Alles wat er gebeurt, alles wat plaatsvindt, is een verhaal dat we als een (soort van) ‘collectief bewustzijn’ of ‘collectieve denkgeest’ dromen; het is het resultaat van wat wij geloven dat waar is. Nu kan ik gaan wijzen naar dat andere deel van dat collectief, naar de ‘mensen’ die het voor mij wellicht zouden kunnen verpesten, maar dat is zinloos, aangezien ik hier de enige ben die er is… net als jij.

Of het verhaal leuk is of luguber, wonderlijk of waanzinnig, magisch of mesjokke, is van geen belang. Het is alleen maar een verhaal, het dromen van een droom, waarin jaren, maanden en dagen elkaar schijnbaar opvolgen en de ene gebeurtenis schijnbaar het gevolg is van een eerder gebeurde gebeurtenis dat we ‘oorzaak’ noemen. Het enige dat er toe doet is het inzicht en de realisatie dat het verhaal niet waar is en niet meer dan het dromen van een droom.

Het is dus gewoon weer het jaar nul zoals het altijd jaar nul is geweest en altijd jaar nul zal zijn. Wat er gebeurt maakt niets uit, want er is geen wereld en er is nog nooit iets gebeurd. Elke nieuwe schijnbare seconde heeft geen connectie met de vorige schijnbare seconde noch met de volgende schijnbare seconde.

Wat wij de oorzaak van een gevolg noemen, is alleen maar het gevolg van wat we als gevolg ervaren, waardoor het gevolg de oorzaak is van wat we voor oorzaak aanzien. Er is geen onderlinge connectie anders dan dat het allemaal jaar nul is. Het is allemaal nieuw en voor de eerste keer en niemand weet wat dit is, waarom het zo is of waar het naartoe gaat.

Ik zeker niet… maar dat interesseert me gelukkig ook niet meer zo heel erg. Ik zie het wel langskomen en merk wel hoe er gereageerd gaat worden. Ik wens iedereen een jaar nul toe.

Realiseren en herinneren

Wanneer er opeens de realisatie is hoe de Droomstaat in elkaar steekt, dan werkt dat aan de ene kant heel erg verhelderend, maar aan de andere kant kan er ook een gevoel van wanhoop en paniek ontstaan. Wanneer het gevoel van wanhoop of paniek ervaren wordt, dan komt dat altijd voort vanuit de Ego Denkgeest; dus vanuit het idee een lichaam met een naam te zijn. Laat je niet door die gevoelens van de wijs brengen, ze zijn niet echt waar.

Ik wil graag, in eerste instantie voor mijzelf, onder woorden gaan brengen hoe de Droomstaat volgens mij — na deze realisatie — in elkaar steekt. Hierbij moet ik mijn dank uitspreken aan Kenneth Wapnick, die dit zo duidelijk heeft verwoord in zijn boek De Boodschap van Een Cursus In Wonderen.

Waar Wapnick heel erg in details treedt, over het waarom en de mechanismes, laat ik die achterwege, omdat het voor mij niet belangrijk is waarom of hoe iets zo is gekomen. Als het blijkbaar zo is, dan is dat voor mij genoeg om mee te werken. Ik geloof dat het willen weten waarom iets zo is, altijd vanuit het ego-denksysteem komt en dat is niet waarop ik mij richt. Waarbij ik wil benadrukken dat er niets mis is met dit wel te doen, zoals Wapnick doet.

Hier mijn relaas:

Er is Dat wat IS en dat is het enige dat werkelijk is. Binnen Dat wat IS ontstond het onmogelijke idee dat afscheiding mogelijk is. Dit onmogelijke idee werd geloofd en serieus genomen en hieruit ontstond een schijnbaar Afgescheiden Denkgeest.

Dat wat IS
|
(idee van afscheiding)
|
(geloof in afscheiding)
|
(serieus nemen van afscheiding)
|
Afgescheiden Denkgeest

Het idee van afscheiding is een onmogelijk idee, dus het geloof in afscheiding en het serieus nemen van afscheiding is letterlijk waanzinnig. Maar aangezien de Afgescheiden Denkgeest er absoluut van overtuigd is dat het ten eerste mogelijk is en ten tweede daadwerkelijk is gebeurd, fabriceert de Afgescheiden Denkgeest, onder leiding van een verzonnen Ego Denkgeest, middels het verzinnen van ontelbare fragmenten, een Dualistisch Universum, puur en alleen om te bewijzen dat het mogelijk is en ook is gebeurd.

Dat wat IS
|
(idee van afscheiding)
|
(geloof in afscheiding)
|
(serieus nemen van afscheiding)
|
Afgescheiden Denkgeest
|
Ego Denkgeest
|
(Ontelbare fragmenten)
|
Dualistisch Universum

Dit Dualistische Universum is in feite een droomwereld waarop en waarin de Afgescheiden Denkgeest middels de Ego Denkgeest ontelbare losse fragmenten projecteert; voor elk deel een tegendeel en voor elke slachtoffer een dader, en andersom. Deze droomwereld is voor de Afgescheiden Denkgeest het bewijs dat afscheiding mogelijk is.

Dus, op het moment dat de Afgescheiden Denkgeest de Ego Denkgeest heeft verzonnen en daarvoor heeft gekozen, maakt de Ego Denkgeest het Dualistische Universum met daarin allerlei vormen, waaronder een planeet Aarde waarop allerlei vormen bestaan, waaronder dat wat ik hier in dat universum ‘mijzelf’ en ‘Frits’ noem.

Hier in dit Dualistische Universum heeft elk deel zijn tegendeel, met als enig doel het idee van afscheiding te versterken en te bewijzen. Niettemin is elk deel en elk tegendeel voortgekomen uit de Afgescheiden Denkgeest, die zelf weer is voortgekomen uit Dat wat IS, en daarom — vanuit het holografische gegeven: elk deel bevat het geheel — bevat elk deel en elk tegendeel dezelfde informatie. In feite is elk deel en elk tegendeel exact hetzelfde, alleen onze perceptie, onder leiding van de Ego Denkgeest, creëert de illusie van verschil.

Uiteindelijk is alles wat wij hier ervaren, inclusief de Ego Denkgeest én het Dualistische Universum, exact en volledig hetzelfde. Het is de projectie vanuit de Afgescheiden Denkgeest, om te bewijzen dat afscheiding mogelijk is, wat de illusie van verschil, van deel en tegendeel, van slachtoffers en daders, creëert. Uiteindelijk is het gehele Dualistische Universum een door de Afgescheiden Denkgeest gecreëerde illusie; met andere woorden, het dromen van een droom. Wanneer dit werkelijk doordringt, dan is er geen andere conclusie mogelijk dan inzien en accepteren dat ik als ‘Frits’ een droomkarakter ben binnen de droomwereld van delen en tegendelen die schijnbaar gedroomd wordt binnen de Afgescheiden Denkgeest.

Wanneer ik denk en geloof dat ik besta als ‘Frits’, dan kom ik ontiegelijk veel problemen tegen, maar in werkelijkheid besta ik niet als ‘Frits’ en binnen het Dualistische Universum bestaat dan ook geen enkel probleem, vooral ook omdat dit Dualistische Universum ook niet bestaat. Het enige probleem dat schijnbaar bestaat, bevindt zich in de Afgescheiden Denkgeest en bestaat uit het geloof in het onmogelijke idee dat afscheiding van Dat wat IS — wat niets meer en niets minder is dan Eénheid — mogelijk is.

Het is overduidelijk dat de oplossing voor dit probleem niet te vinden is binnen een Dualistisch Universum dat niet bestaat, net zoals het overduidelijk is dat de oplossing niet gevonden kan worden door ‘Frits’ die niet bestaat. De oplossing is alleen te vinden daar waar het probleem zich bevindt, en dat is in de Afgescheiden Denkgeest en nergens anders.

Nu heeft de Ego Denkgeest een extra probleem gecreëerd, namelijk dat wij als afgescheiden entiteit in een Dualistisch Universum gebaseerd op deel en tegendeel, daders en slachtoffers, niet meer weten dat we een projectie zijn in een droomwereld van de Afgescheiden Denkgeest. De eerste stap terug naar Eénheid moet het herinneren van onze bron zijn. Zolang we niet werkelijk weten wat we zijn, zitten we vast in de door ons als Afgescheiden Denkgeest gedroomde gevangenis.

Pas wanneer we werkelijk realiseren dat we niet dit lichaam met die naam zijn, maar dat dit lichaam met die naam een gedroomd karakter is binnen een gedroomd universum, én wanneer we werkelijk realiseren dat we hier in deze illusie niets kunnen doen, omdat het niet bestaat, kunnen we gaan terug herinneren naar wat we wel zijn. Dan zien we dat in werkelijkheid alles en iedereen alleen maar identieke fragmenten lijken te zijn die tezamen die Afgescheiden Denkgeest vormen. Er was nooit een Dualistisch Universum, er waren nooit afgescheiden entiteiten en vormen, er is alleen maar die Afgescheiden Denkgeest die een onmogelijk idee van afscheiding is gaan geloven.

Dus, als wij iets zijn, dan zijn we de Afgescheiden Denkgeest, getormenteerd door ons eigen waanzinnige en onmogelijke idee van afscheiding. Eenmaal daar teruggekeerd, kunnen we ons, als de Afgescheiden Denkgeest, de vergissing en het stupide onmogelijke idee dat afscheiding van Dat wat IS mogelijk is, vergeven. Op dat moment kiezen we niet voor de Ego Denkgeest maar voor iets anders, wat het dan automatisch overneemt; dit wordt wel de Hogere Macht of Heilige Geest genoemd. Vervolgens zal er de nieuwe situatie ontstaan waarin duidelijk wordt dat er werkelijk nooit iets is gebeurd en alleen Dat wat IS bestaat — het enige dat is; tijdloos, ruimteloos, vormloos, ongescheiden, onveranderlijk en onpersoonlijk als Eénheid.

Wat het leven is

Zo aan het einde van het jaar lijkt me een mooi moment om eens te bekijken wat dit leven op aarde nou werkelijk is. Dit staat los van wat wij denken dat dit leven is en ook los van wat al die wetenschappers denken dat dit leven is.

Ik moet beginnen met een analogie, en wel de analogie van het dromen. Wanneer je in bed ligt en gaat slapen, bestaat er de kans dat je gaat dromen. Althans, dat is wat jij jezelf, achteraf, wanneer je ontwaakt, wijs maakt. Jijzelf bent niet gaan dromen, maar dromen is iets dat als activiteit ontstaat als gevolg van de diepe slaap. Je bent niet in bed gaan liggen met het idee ‘nu ga ik dromen’, maar je viel in slaap en daar was opeens de schijnbare activiteit ‘dromen’.

Tijdens het dromen ontstaat er een wereld die voorheen niet bestond met daarin een ‘held’ die verdacht veel op jou lijkt. Die ‘held’ is gecreëerd naar het evenbeeld van de bron waarin het dromen gebeurt en jij, als die bron, identificeert jezelf met die ‘held’ van de droom. Niet dat jij daadwerkelijk die ‘held’ bent, want jij, als de bron, ligt in diepe slaap in bed. In feite lig je in coma terwijl het dromen gaande is in jou.

De ‘held’ van de droom maakt van alles mee in een gedroomde wereld waarvan hij denkt en gelooft dat die werkelijkheid is en los van hem staat. Alles wat er in deze wereld gebeurt overkomt hem en heeft effect op hem, en hij, als de ‘held’ van de droom, moet zich beschermen en weren tegen deze buitenwereld. Dit blijft zo tot jij ontwaakt uit je coma, waarna de droom misschien als herinnering blijft bestaan maar niet als daadwerkelijk plaatsgevonden realiteit. Er is letterlijk niets gebeurd.

Het is weliswaar mogelijk om de ‘held’ tijdens het dromen van de droom zich in de droom te laten realiseren dat de realiteit waarin hij zich bevindt het dromen van een droom is. Dit noemen we ‘lucide dromen’. In plaats van dat de gedroomde buitenwereld de ‘held’ van de droom overkomt en beïnvloedt, kan de ‘held’ van de droom in de droom ontwaken en het dromen beïnvloeden. Het dromen overkomt hem niet meer, maar hij overkomt het dromen.

Omdat jij jezelf als bron in coma identificeert met deze ‘held’, geloof je wanneer je wakker wordt uit je coma dat jij de droom hebt kunnen manipuleren en dat jij ‘wakker’ was in de droom, terwijl het alleen maar de ‘held’ in de droom was, het personage dat tijdens het dromen naar jouw evenbeeld is geschapen, dat ‘wakker’ was in de droom en de droom kon manipuleren. Jijzelf lag nog steeds in coma en was niet in staat om iets te doen of iets te willen en je zal het gebeuren pas claimen wanneer je ontwaakt uit die coma.

Dat is wat het leven is, een gedroomd verhaal binnen een bron, en net zoals jij niet je droom droomt, zo ook droomt die ‘bron’ niet het gedroomde verhaal dat schijnbaar of blijkbaar in die ‘bron’ verschijnt. Het verschil tussen de analogie en de werkelijkheid is dat jij in de analogie van de nachtelijke droom ontwaakt als persoon, als ‘iets’, die zich de droom wellicht herinnert en zich dan bewust is van het gedroomde verhaal, terwijl de ‘bron’ in de werkelijkheid niet ‘iets’ is.

Dit houdt in dat in werkelijkheid jij als de ‘held’ van de droom alleen kan ontwaken in de droom en daarmee het dromen om kunt vormen tot lucide dromen. Dit betekent dat de buitenwereld niet iets is dat jou overkomt of effect heeft op jou, maar dat jij de buitenwereld overkomt en dat jij beslist wat het is. Jij hebt dan effect op de buitenwereld omdat die buitenwereld precies hetzelfde is als wat jij bent: het gedroomde in een gedroomd verhaal.

Dit, het ontwaken in het dromen, waarna jij als ‘held’ van de droom ziet wat dit leven werkelijk is, namelijk: het dromen van een droom, is de enige mogelijkheid om volledig mentaal-volwassen in deze schijnbare realiteit te staan. Pas dan zie je wat is in plaats van wat niet is, of liever gezegd, je ziet wat niet is als iets wat niet is in plaats van iets wat is. Het dromen houdt niet op, maar je wordt niet meer in de maling genomen dat het een werkelijke harde realiteit is die werkelijk in positieve of negatieve zin daadwerkelijk effect op je kan hebben, omdat je weet dat het alleen maar dromen is.

Vanzelfsprekend kan er ontwaakt worden uit de droom, maar aangezien ‘de bron’ niet ‘iets’ is, is er niet iets dat ontwaakt uit de droom en is er niet iets dat zich achteraf bewust kan zijn van dat er schijnbaar gedroomd is en kan er niet worden vastgesteld dat er ooit iets is gebeurd. Voor jij als gedroomde ‘held’ binnen het dromen is ontwaken uit de droom letterlijk het absolute einde van jouw verhaal, niet omdat je dan ophoudt te bestaan, maar omdat je nooit hebt bestaan en omdat er nooit werkelijk iets is gebeurd.

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag