Blijven kiezen

Als alles éénheid is, en dat is het omdat er geen twee is, dan kan er geen tweestrijd bestaan. Er kan niet iets zijn dat tegenover iets anders staat en er kan niet iemand zijn die jou of mij of wat dan ook iets aandoet of bedreigt.

Dit is simpele logica, maar het brein, ons denken, doet er alles aan om dit te weerspreken, en de ego-denkgeest versterkt dat alleen maar door dualiteit te projecteren waar alleen éénheid bestaat. We zien dualiteit en nemen aan dat dit waar moet zijn. Vervolgens ervaren we dat iets ons bedreigt — direct of indirect, daadwerkelijk of in potentie — en gaan ons daartegen beschermen.

Maar naast dat iets wat we niet graag willen, die schijnbaar door ons ervaren bedreiging — en of dit nu een misdadiger, een natuurramp, Covid-19 of een gedwongen vaccinatie is, doet er niet toe — is er automatisch ook iets wat we wel graag willen. Is het dan niet veel logischer om je te richten op dat wat je wel graag wil, in plaats van je te verzetten tegen dat wat je niet graag wil?

Het is het één of het ander. Je kunt niet geloven dat alles één is en vervolgens geloven dat er iets is dat jou bedreigt, en als je dat wel gelooft, kun je je niet verzetten tegen dat wat je niet wilt en je tegelijk richten op wat je wel wilt. Je moet hierin een keuze maken.

Binnen Een Cursus in Wonderen wordt dit de keuze tussen de ego-denkgeest en de heilige geest genoemd, tussen de onjuist gerichte denkgeest en de juist gerichte denkgeest. Dit houdt niet in dat je hiermee de bedreiging ontkent of dat hierdoor de bedreiging verdwijnt, maar het houdt in dat je er op een andere manier naar kijkt en er op een andere manier op reageert.

Wanneer je kiest voor de juist gerichte denkgeest, dan kies je in feit voor de overtuiging dat alles éénheid is. Dan neem je aan en kies je ervoor om te geloven dat zowel dat wat je niet wilt en dat wat je wel wilt beide projecties zijn vanuit je onbewuste Zelf (hoofdletter Z) en kies je ervoor om je aandacht te schenken aan wat je wel wilt.

Dat wat je niet wilt is er dan nog steeds, en dat brengt ons op het moeilijkste onderdeel, namelijk het vanuit liefde en vergeving omarmen van dat wat je niet wilt — die misdadiger, die ziekte, die vaccinatie — aangezien ook dat een projectie is vanuit dat wat je werkelijk bent; vanuit jij als éénheid. In feite is dat wat je niet wilt een projectie van het deel van jij als éénheid dat nog roept om liefde en vergeving.

Het vervelende is dat jij als personage hier niet veel over te zeggen hebt, ook al ben je de enige die er iets over te zeggen heeft. Het brein, ons denken, gaat dit nooit begrijpen en kan dit nooit uitvoeren. Het enige wat wij hier nu kunnen doen, stel dat we geloven wat ik hierboven heb beschreven, is ons Zelf (hoofdletter Z) er aan herinneren dat we willen kiezen voor wat we willen, en dan maar hopen dat het brein en ons denken het opgeeft om die keuze te dwarsbomen.

Daarom wordt dit ook wel ‘genade’ (‘grace’) genoemd, het moment waarop ons denken het opgeeft nadat we keer op keer, jaar na jaar, eeuw na eeuw, leven na leven, voortdurend hebben gekozen voor de juist gerichte denkgeest om vervolgens weer te worden verleid door de onjuist gerichte denkgeest.

Pas dan, wanneer het denken het opgeeft — iets waar we geen controle over hebben — kunnen we rusten in die juist gerichte denkgeest en ons focussen op wat we willen, en dat wat we niet willen, zullen we dan in liefde en vergeving kunnen omarmen tot het langzaamaan zal oplossen. Ik zie dit als de enige plausibele oplossing.

Les 5 en Les 34

Gewoonlijk zou ik nu in ARTIS staan om een vrijwilligersdienst te draaien, maar omdat premier Rutte en minister De Jonge hebben besloten dat, onder andere, alle dierentuinen twee weken dicht moeten, zit ik nu thuis met de handen in het haar… dat wil zeggen, als ik haar zou hebben.

Ik zou me heel erg kunnen opwinden over het feit dat een regering mij beknot in mijn vrijheid over een verzonnen pandemie en een virus dat niet bestaat (nog los van het feit dat ik sinds kort heb gezien dat we nooit ziek worden van een virus of een bacterie), maar dat doe ik niet. Misschien heb ik me al genoeg opgewonden en heb ik het eindelijk opgegeven… wat goed zou zijn.

De bovenstaande gedachte kwam langs en vervolgens moest ik denken aan les 5 en les 34 van Een Cursus in Wonderen. Samen zijn ze de samenvatting van wat de Cursus probeert te onderwijzen, maar tezamen zijn ze ook een goede leidraad voor overleven in deze waanzinnig gestoorde maatschappij. Les 5 stelt: Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk; en les 34 stelt: Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien.

Als ik deze lessen volg, dan moet ik ten eerste toegeven dat, stel dat ik mij zou opwinden over het feit dat premier Rutte en minister de Jonge beslissen dat ik iets niet mag doen wat ik heel erg leuk vind om te doen, dit niet is om de reden die ik denk, namelijk, dat ik iets niet mag doen wat ik leuk vind om te doen, en ten tweede dien ik me te realiseren dat ik, hoewel ik me misschien opwind, ik daar vrede voor in de plaats zou kunnen zien.

Het bovenstaande is een logisch gevolg van de twee lessen en ik heb het alleen even helemaal uitgeschreven voor het geval het niet logisch is voor iemand die de Cursus niet kent. Wat voor de een gesneden koek is, is voor een ander misschien een niet te behappen monstercake. Het is dus niet zo dat ik denk dat mijn lezers niet slim genoeg zijn om zelf uit te vogelen wat het daadwerkelijk inhoudt.

Stel dat ik me zou opwinden over wat er gaande is, dan is dat niet om wat premier Rutte doet, niet om wat minister De Jonge doet en niet om het feit dat ik niet mag werken in ARTIS, want dat zijn allemaal personen, objecten en zaken waarop ik mijn boosheid projecteer. Alles is altijd alleen maar de projectie van wat er speelt in de denkgeest — zoals ik al verscheidene keren heb geschreven — en in die denkgeest kan er de keuze worden gemaakt om mee te gaan in die projectie, dus mee te gaan in boosheid, of om ervoor te kiezen die boosheid te vervangen door vrede.

Die laatste stap klinkt simpeler dan hij is, aangezien ik ‘boosheid’ pas kan vervangen door ‘vrede’ als ik inzie dat die boosheid zoals die geprojecteerd wordt niet een legitieme boosheid is en niet ontstaat als gevolg van iets buiten mij. De boosheid ontstaat niet omdat iemand anders — Rutte en De Jonge — iets doet en niet omdat iets buiten mij niet gaat zoals ik graag wil zien dat het gaat, maar omdat ik — als denkgeest — schijnbaar heb gekozen voor het onjuist gerichte deel van die denkgeest in plaats van voor het juist gerichte deel van die denkgeest.

Met andere woorden, les 34 (Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien) kan pas worden uitgevoerd wanneer je in staat bent om terug te keren naar die denkgeest, zodat je op dat niveau kan inzien wat les 5 (Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk) werkelijk betekent. Daarom is les 34 niet les 6, er is een groot leerproces nodig om les 34 op en na les 5 toe te passen.

Niettemin zou je, wanneer je de Cursus goed hebt doorlopen — wat jaren van studie kan betekenen — de hele Cursus weggooien en alleen les 5 en les 34 bewaren: Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk en ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien. Met andere woorden, ik maak me druk over iets waarover ik mij niet werkelijk druk maak, dus ik houd daar mee op, ik adem in en ik adem uit, en vergeet het.

Nu is het geval zo, zoals ik al zei, dat ik me er niet druk over maak, dus wellicht heb ik de Cursus voldoende doorlopen om meteen in te zien dat mijzelf opwinden zinloos is. Het altijd is gericht op iets buiten mij, terwijl alles altijd alleen maar de externe projectie is van de innerlijke conditie. Het is altijd een projectie van de denkgeest die het vervolgens interpreteert als iets wat het niet is en dat heeft letterlijk helemaal niets met zoiets als ‘waarheid’ te maken.

Door terug te keren naar de denkgeest — naar de innerlijke conditie, als het ware — kan het duidelijk worden wat dan wel de reden is van de ‘boosheid’, en dat kan alleen maar het geloof in afscheiding zijn, aangezien alles alleen maar de projectie van dat geloof is. Dit is ongeacht of je ‘weet’ dat alles Eenheid is, ongeacht de mate waarin je ‘verlicht’ of ‘ontwaakt’ bent, want het simpele feit dat je dit duale leven als lichaam-brein-systeem ervaart, betekent dat dit geloof in afscheiding er is.

Door hiervoor in de plaats vrede te zien, vergeef je jezelf als denkgeest dat je schijnbaar nog steeds gelooft in de mogelijkheid tot afscheiding van Eenheid. Het mooie is dat letterlijk iedereen dit kan doen. Je hoeft er niet uitermate slim voor te zijn, je hoeft niet jaren aan de voeten van een goeroe te zitten of duizenden heilige boeken te verslinden… iedereen kan dit nu doen en wakker worden in deze droomstaat.