Blijven kiezen

Als alles éénheid is, en dat is het omdat er geen twee is, dan kan er geen tweestrijd bestaan. Er kan niet iets zijn dat tegenover iets anders staat en er kan niet iemand zijn die jou of mij of wat dan ook iets aandoet of bedreigt.

Dit is simpele logica, maar het brein, ons denken, doet er alles aan om dit te weerspreken, en de ego-denkgeest versterkt dat alleen maar door dualiteit te projecteren waar alleen éénheid bestaat. We zien dualiteit en nemen aan dat dit waar moet zijn. Vervolgens ervaren we dat iets ons bedreigt — direct of indirect, daadwerkelijk of in potentie — en gaan ons daartegen beschermen.

Maar naast dat iets wat we niet graag willen, die schijnbaar door ons ervaren bedreiging — en of dit nu een misdadiger, een natuurramp, Covid-19 of een gedwongen vaccinatie is, doet er niet toe — is er automatisch ook iets wat we wel graag willen. Is het dan niet veel logischer om je te richten op dat wat je wel graag wil, in plaats van je te verzetten tegen dat wat je niet graag wil?

Het is het één of het ander. Je kunt niet geloven dat alles één is en vervolgens geloven dat er iets is dat jou bedreigt, en als je dat wel gelooft, kun je je niet verzetten tegen dat wat je niet wilt en je tegelijk richten op wat je wel wilt. Je moet hierin een keuze maken.

Binnen Een Cursus in Wonderen wordt dit de keuze tussen de ego-denkgeest en de heilige geest genoemd, tussen de onjuist gerichte denkgeest en de juist gerichte denkgeest. Dit houdt niet in dat je hiermee de bedreiging ontkent of dat hierdoor de bedreiging verdwijnt, maar het houdt in dat je er op een andere manier naar kijkt en er op een andere manier op reageert.

Wanneer je kiest voor de juist gerichte denkgeest, dan kies je in feit voor de overtuiging dat alles éénheid is. Dan neem je aan en kies je ervoor om te geloven dat zowel dat wat je niet wilt en dat wat je wel wilt beide projecties zijn vanuit je onbewuste Zelf (hoofdletter Z) en kies je ervoor om je aandacht te schenken aan wat je wel wilt.

Dat wat je niet wilt is er dan nog steeds, en dat brengt ons op het moeilijkste onderdeel, namelijk het vanuit liefde en vergeving omarmen van dat wat je niet wilt — die misdadiger, die ziekte, die vaccinatie — aangezien ook dat een projectie is vanuit dat wat je werkelijk bent; vanuit jij als éénheid. In feite is dat wat je niet wilt een projectie van het deel van jij als éénheid dat nog roept om liefde en vergeving.

Het vervelende is dat jij als personage hier niet veel over te zeggen hebt, ook al ben je de enige die er iets over te zeggen heeft. Het brein, ons denken, gaat dit nooit begrijpen en kan dit nooit uitvoeren. Het enige wat wij hier nu kunnen doen, stel dat we geloven wat ik hierboven heb beschreven, is ons Zelf (hoofdletter Z) er aan herinneren dat we willen kiezen voor wat we willen, en dan maar hopen dat het brein en ons denken het opgeeft om die keuze te dwarsbomen.

Daarom wordt dit ook wel ‘genade’ (‘grace’) genoemd, het moment waarop ons denken het opgeeft nadat we keer op keer, jaar na jaar, eeuw na eeuw, leven na leven, voortdurend hebben gekozen voor de juist gerichte denkgeest om vervolgens weer te worden verleid door de onjuist gerichte denkgeest.

Pas dan, wanneer het denken het opgeeft — iets waar we geen controle over hebben — kunnen we rusten in die juist gerichte denkgeest en ons focussen op wat we willen, en dat wat we niet willen, zullen we dan in liefde en vergeving kunnen omarmen tot het langzaamaan zal oplossen. Ik zie dit als de enige plausibele oplossing.

In de denkgeest

Over om en nabij drie dagen is 2020 voorbij. Het is een tumultueus jaar geweest dat ergens in maart begon te ontsporen toen er opeens een ‘pandemie’ werd afgekondigd. Vanaf dat moment bleek een groot aantal mensen op aarde weg te glijden in een soort van blinde angst, terwijl ikzelf alleen maar in verzet ging.

Ik zag, en zie nog steeds, dat er geen ‘pandemie’ is en dat de angst die mensen ervaren volledig georkestreerd is middels een soort van massa hypnose dat over de wereld werd uitgestort via internetmedia, kranten, televisie, radio en de persconferenties. Als je een leugen maar vaak genoeg herhaald, gaan mensen vanzelf geloven dat het waar is, ongeacht hoe grotesk. de leugen ook is.

Ik merkte dat ik verrast was dat zo ontzettend veel mensen de leugen geloofden en de draconische maatregelen om een schijnbare virus — dat overduidelijk niet veel erger was dan een redelijke griep — te beteugelen accepteerden en ondergingen. Gaandeweg werd ik boos dat zoveel mensen zich zo lieten manipuleren en ergens halverwege oktober werd ik licht depressief van de mate van, wat ik ervoer als, ongekende stompzinnigheid om mij heen.

Halverwege oktober ging Nederland in een tweede gedeeltelijke lockdown en kondigde de Nederlandse regering aan dat er per 1 december een mondkapjesplicht zou ingaan. In mijn wereld is een mondkapjesplicht de meest stupide maatregel van alle stupide maatregelen, aangezien elk onderzoek heeft aangetoond dat ze niet werken, terwijl een groot aantal onderzoeken beweert dat ze zelfs averechts werken en schadelijk voor de gezondheid zijn.

Deze eerste december bleek voor mij een kantelpunt. Ik werd flink depressief wakker en was vooral ook heel erg boos. Op een of andere manier ben ik die dag doorgekomen, eerst als een soort zombie werkende in Artis en daarna waarschijnlijk met de nodige alcohol, maar vooral heel erg boos en steeds depressiever wordend.

Tijdens de nacht van 1 op 2 december had ik een inzicht dat me liet zien wat ego precies doet en waarom ik dit het grootste deel van het jaar, misschien zelf mijn leven, over het hoofd heb gezien. Ik heb meteen de volgende dag een blog geschreven — Schuldgevoel en Angst — waarin ik dit schreef:

De ego-denkgeest creëert schuld. Daardoor voelen we ons schuldig over iets wat we doen wat we niet willen — want, wat zullen anderen er van denken? — of over wat wij geloven dat wij doen ten opzichte van anderen, of we projecteren schuld op anderen voor wat wij geloven dat anderen hebben gedaan ten opzichte van onszelf — of allemaal tegelijk. In alle gevallen creëert dit een idee van ‘ik en die ander’, waardoor er dualiteit ontstaat en een gevoel van gescheidenheid.

Dualiteit en het gevoel van gescheidenheid is het enige wat de ego-denkgeest wil en het enige wat hij nodig heeft om ‘wat is’ het idee te geven dat het een langdurig losstaande entiteit is — alias een lichaam-brein-systeem — kortweg ‘een lichaam’ — in een potentieel bedreigende wereld.

Een week later schreef ik in ‘Kiezen‘ het volgende:

Binnen Een Cursus in Wonderen bestaat er de keuze tussen de heilige geest en de ego-denkgeest, oftewel tussen de juist gerichte denkgeest (liefde) en de onjuist gerichte denkgeest (angst). Dit is in feite een keuze tussen wat waar is en wat niet of, zoals Jed McKenna het schrijft, tussen zien wat is in plaats van zien wat niet is.

Ik heb lange tijd tussen de twee kunnen schipperen, maar nu moet ik kiezen. De wereld zoals wij — als Eenheid — die projecteren staat op scherp en ik kan niet daarin meegaan en tegelijk zeggen dat het niet waar is. De ego-denkgeest wil dat ik er in meega, want daarmee bewijst het dat ik besta als een losstaande fysieke entiteit in een fysieke wereld. Maar ik geloof niet dat ik dit lichaam ben en ik geloof niet dat de wereld een fysieke realiteit is, dus hoe kan ik er dan in meegaan?

Dat was de doorbraak waar het hele jaar 2020 naartoe had gewerkt, waardoor de hele corona-crisis zich van een vreselijke situatie naar het beste dat me kon overkomen transformeerde. Dit klinkt natuurlijk heel erg egoïstische, maar dat verandert zodra je inziet dat er maar één denkgeest is die de wereld projecteert en dat de enige plek waar verandering en transformatie kan plaatsvinden diezelfde denkgeest is. Hierdoor kan het niet iemand anders zijn dan alleen jijzelf die zo’n transformatie kan laten plaatsvinden.

Als dit voor mij zo werkt, dan moet het ook voor iedere andere schijnbare entiteit gelden, zoals jij die dit nu leest. De wereld is een externe duale projectie van een innerlijke non-duale conditie. Je verandert de wereld (de duale projectie) niet door in de wereld zaken te bevechten, je verandert de wereld door in de denkgeest (de non-duale conditie) de perceptie van die wereld te veranderen, waardoor de projectie van die wereld zal worden aangepast.

Met andere woorden, probeer niet de wereld te veranderen, maar verander de manier waarop je naar de wereld kijkt. Daarmee verander je de perceptie van de denkgeest, waardoor de projectie van de wereld automatisch zal worden aangepast aan die nieuwe perceptie.

Nu weet ik ook dat alles in deze wereld jou ervan overtuigt dat de problemen van deze wereld zich daadwerkelijk in deze wereld bevinden. Het is een extreem overtuigende show die wordt opgevoerd door ego en zolang je daarin meegaat, zolang je gelooft dat je dit lichaam in deze wereld bent, zul je oplossingen zoeken in deze wereld, terwijl de oplossing van het probleem zich simpelweg daar bevindt waar het probleem ligt: in de denkgeest.

Verander de denkgeest door te veranderen hoe jij denkt over jezelf en de wereld, en wanneer de denkgeest is aangepast, zul je zien dat hoe jij denkt over jezelf en de wereld opnieuw wordt aangepast, waardoor de denkgeest weer wordt aangepast. Et fucking cetera!

De maakbare wereld

Zodra de identificatie met een ‘ik’ in plaats is, ontstaat er het idee van een maakbare wereld. We geloven dit lichaam te zijn en geloven in een wereld te leven die we, mits we de juiste stappen nemen, kunnen aanpassen aan onze wil. Als je hard werkt, wordt je succesvol; wie goed doet, goed ontmoet; als je vecht voor principes en voor wat je gelooft dat ‘juist’ is, komt alles uiteindelijk goed.

Het geloof in een maakbare wereld, een wereld die te verbeteren is, betekent natuurlijk alleen maar dat we geloven dat er een wereld is. De ego-denkgeest wil dat we geloven in het bestaan van de wereld, want zonder dat geloof bestaat er geen ego-denkgeest. Dat is de enige reden waarom de ego-denkgeest ons aangespoort om ons te verzetten tegen onrecht, of, zoals nu in 2020, tegen de coronamaatregelen en de afbraak van onze burgerrechten.

In Een Cursus in Wonderen word hierover geregeld het kleed onder onze voeten vandaan getrokken. Ten eerste wordt er vele malen op gehamerd dat er geen wereld is, en ten tweede wordt er veelvuldig aangegeven dat deze wereld niets meer is dan het gevolg van een nietig dwaas idee — en alleen maar een idee — waarom we vergaten te lachen en dat idee, wat een misvatting was, werd gecorrigeerd op het moment dat het idee opkwam.

Dit laatste houdt in dat er nooit een wereld is ontstaan, maar dat er alleen het geloof in het idee bestaat dat er een wereld is ontstaan, terwijl dat niet zo is. Dit betekent automatisch dat er ook niet zoiets als een ‘ik’ in de vorm van een lichaam kan bestaan, aangezien zo’n lichaam een wereld nodig heeft om in te kunnen bestaan en… er is geen wereld!

Het probleem is natuurlijk dat we wel een wereld zien en ervaren waar er geen wereld is. Voor velen is het idee dat het slechts het dromen van een wereld is, net een stap te ver, want het ziet er zo echt uit, en de ervaring is zo realistisch, en als ik mijn teen stoot dan doet het pijn. Dat klopt allemaal. Zo overtuigend is het dromen van een wereld blijkbaar, maar dat maakt niet dat het ook daadwerkelijk waar is.

Omdat de illusoire wereld zo overtuigend is, worden we overgehaald om er interactie mee te hebben. Daar is op zich niets mis mee, zolang we maar niet denken dat we de wereld kunnen veranderen of moeten verbeteren. Zodra we geloven dat de wereld anders zou moeten zijn, en zodra we denken dat wij die wereld kunnen aanpassen aan wat wij willen, maken we die illusoire wereld tot werkelijkheid… en dat is het enige wat de ego-denkgeest wil.

Het bovenstaande als theorie levert niets op, zolang er het geloof in een ‘ik’ bestaat. Zolang we geloven dat we een personage in dit lichaam zijn — een losstaande, ± 80 tot 90 jaar levende, autonome entiteit — zullen we de wereld als absolute realiteit ervaren en zullen we hoe dan ook denken en geloven dat we er invloed op kunnen uitoefenen.

Zoals gezegd, dat is wat de ego-denkgeest wil en alle energie die we in deze wereld stoppen, houdt precies deze wereld in stand en versterkt precies die wereld die we nou juist willen veranderen. De oplossing is niet in deze wereld te vinden, omdat de wereld slechts de projectie is van de werkelijke oorzaak. De wereld is een illusoir gevolg van ons geloof een afgescheiden ‘ik’ te zijn, en zolang we niet die oorzaak aanpakken, gaat het gevolg gewoon door met schijnbaar bestaan.

Ga op zoek naar die ‘ik’ en probeer die ‘ik’ te lokaliseren. Als er een ‘ik’ bestaat, dan moet die te vinden zijn en moet je aan iemand anders kunnen laten zien waar die ‘ik’ zich bevindt. Wanneer dit niet blijkt te lukken, dan kun je niet anders dan accepteren dat jij niet bestaat, en als jij niet bestaat, wie is het dan die deze wereld ervaart?

Kiezen

Op een gegeven moment moet je daadwerkelijk een keuze maken tussen wat is en wat niet is. Het is verleidelijk om te blijven wedden op twee paarden, dat geeft ook een veilig gevoel, maar — zo blijkt — daar komt een keer een eind aan.

Wanneer dat moment komt, zoals dat nu voor mij hier is, sta je voor een dilemma. Je kunt dan niet meer voor de zekerheid aanhouden dat dit leven op aarde misschien toch wel echt waar is en daarnaast beweren dat het allemaal het dromen van een droom is. Je moet kiezen en je moet daarnaar leven.

De keuze is niet moeilijk. Al mijn onderzoek — extern en intern — wijzen uit dat er geen enkel aanneembaar bewijs is voor het bestaan van een fysieke realiteit. Dat betekent dat ‘het dromen van een droom’ de beste omschrijving is voor iets dat blijkbaar alleen uit gedachten ontstaat en bestaat.

Zoals Arthur Conan Doyle al schreef:

“Als je het onmogelijke elimineert, dan moet hetgeen wat overblijft — hoe onwaarschijnlijk ook — wel de waarheid zijn.”

Binnen Een Cursus in Wonderen bestaat er de keuze tussen de heilige geest en de ego-denkgeest, oftewel tussen de juist gerichte denkgeest (liefde) en de onjuist gerichte denkgeest (angst). Dit is in feite een keuze tussen wat waar is en wat niet of, zoals Jed McKenna het schrijft, tussen zien wat is in plaats van zien wat niet is.

Ik heb lange tijd tussen de twee kunnen schipperen, maar nu moet ik kiezen. De wereld zoals wij — als Eenheid — die projecteren staat op scherp en ik kan niet daarin meegaan en tegelijk zeggen dat het niet waar is. De ego-denkgeest wil dat ik er in meega, want daarmee bewijst het dat ik besta als een losstaande fysieke entiteit in een fysieke wereld. Maar ik geloof niet dat ik dit lichaam ben en ik geloof niet dat de wereld een fysieke realiteit is, dus hoe kan ik er dan in meegaan?

Als je voor de ego-denkgeest kiest, dan ontstaat er verzet en conflict, terwijl je daarvoor in de plaats vrede kunt zien als je kiest voor de heilige geest. Je zou zeggen dat dit niet een moeilijke keuze is, en verdomd, ik heb dat ook net gezegd, maar blijkbaar valt dat toch nog tegen. Je zou toch echt zeggen dat de keuze tussen conflict of vrede, tussen angst of liefde, gesneden koek is, maar blijkbaar moet je die koek zelf snijden.

Het probleem hierbij is dat de ego-denkgeest voortdurend schreeuwt wat er zou moeten gebeuren en hoe het zou moeten zijn, terwijl de heilige geest rustig afwacht tot er even een moment stilte is en dan zijn vinger opsteekt in de hoop dat je nu echt wilt luisteren. (Voor alle duidelijkheid, dit is de symboliek van Een Cursus in Wonderen, er bestaat niet letterlijk een ego-denkgeest of een heilige geest.)

Als ik kies voor het idee dat de wereld een fysieke realiteit is, dan maak ik deze wereld tot een waarheid en geef ik het de energie die het nodig heeft om te bestaan. Dit betekent dat ik aanneem dat er 7.7 miljard andere mensen zijn die deze wereld hun energie geven en dat ik een direct onderdeel ben van wat er nu gaande is.

Van daaruit bekeken ben ik slechts 1 mens in een zee van 7.7 miljard mensen en kan ik geen invloed uitoefenen op wat er gaande is, ook al maken veel mensen zichzelf wijs dat ze wel invloed kunnen uitoefenen, ook dat is deel van de illusie.

Als ik kies voor het idee dat dit het dromen van een droom is, een keuze waar al mijn onderzoek — extern en intern — naar wijst, dan accepteer ik dat deze wereld een projectie is binnen de droomstaat en dat het niet meer en niet minder is dan een gedroomde wereld met daarop 7.7 miljard gedroomde karakters en slechts 1 held van de droom: IK.

De ego-denkgeest zegt dan meteen dat het wel heel erg makkelijk is om de keuze voor de droomwereld te maken, want dan hoef je je nergens druk over te maken en kun je doen wat je wilt zonder je ergens verantwoordelijk voor te voelen. Zoals altijd speelt de ego-denkgeest in op het schuldgevoel.

Het klinkt aannemelijk wat de ego-denkgeest zegt, en ik vermoed dat veel mensen in mijn omgeving hetzelfde zullen zeggen, of op z’n minst zullen denken. Maar het is niet waar, ook niet als 7.7 miljard droomkarakters geloven dat het wel zo is.

Als dit alles het dromen van een droom is, dan is zien dat het een droom is en vanuit die lucide staat van dromen — vanuit Eenheid waarbinnen de droom blijkbaar gedroomd wordt — bewust te zijn van het dromen om van daaruit interactie te hebben, het beste wat je voor die droomwereld kunt doen.

Ik moet nu een keuze maken, omdat de wereld compleet krankzinnig lijkt te zijn geworden. Dit is natuurlijk altijd zo geweest, maar het lijkt nu overduidelijk zichtbaar te zijn geworden. Zoals mijn goede vriendin en “personal guru” A.V. mij schreef:

“Die hele kermis is totaal te gek voor woorden. Maar aan de andere kant, what’s fucking new? Het is net alsof de krankzinnigheid nu extra zichtbaar is geworden, maar het heeft er altijd al in gezeten wachtend op een uitbraak, als een soort zieke uitslag van een vervuild lijf wat zijn gif niet langer binnen kan houden. Alle stupiditeit waar we al zo lang mee te maken hebben en waar we mee dachten weg te komen krijgen we nu voor onze kiezen.”

De keuze is in feite al gemaakt. Het leven vanuit die keuze is het enige dat nog nodig is. Soms lukt het de ego-denkgeest om mij te overweldigen met die schijnbaar externe wereld, omdat het zo overtuigend is, en dan vergeet ik dat het een droomwereld is die niet als werkelijke realiteit bestaat. Dus ik moet streng zijn voor mijzelf en voor mijn keuze staan en deze kenbaar maken.

Bij deze!

Zelfs nu ik dit schrijf voel ik de ego-denkgeest aan me trekken en cirkelen zijn manipulatieve gedachten rond mijn hoofd… ‘Als je niets doet. als je je niet verzet, dan leef je straks in een dictatuur en dan gaat het helemaal fout met deze wereld! Je moet mensen wakker schudden, anders gaan we allemaal ten onder en komt het nooit meer goed!’ — et cetera. Juist dat iets doen, dat verzetten en het wakker schudden van 7.7 miljard mensen — really!? — is wat dit in stand houdt.

Het is wat de ego-denkgeest nodig heeft om überhaupt zijn wereld te kunnen projecteren en wat we nu zien en ervaren als schijnbaar collectief is het resultaat van ons geloof in die wereld van de ego-denkgeest. Elke actie binnen deze wereld versterkt alleen maar de wereld zoals deze is. Verzet levert alleen maar meer verzet op, net zoals vechten voor vrede of vrijheid alleen maar meer geweld oplevert en geen vrede of vrijheid.

Vergeet niet dat de ego-denkgeest alleen maar dualiteit kent dat altijd bestaat uit twee verschillende partijen die lijnrecht tegenover elkaar staan en alleen maar conflict kunnen creëren. Als je daarvoor kiest, hoe denk je dan het huidige conflict op te lossen? Een conflict dat er overigens nooit niet is geweest. Hoe denk je iets op te lossen door elke keer weer op de zelfde manier te werk te gaan terwijl je weet dat het de vorige keer ook niet werkte?

Voor mensen die geloven in dualiteit, in de fysieke werkelijkheid van deze wereld in dit universum, zal de keuze voor het idee dat er alleen Eenheid bestaat en dat deze wereld een gedroomde realiteit binnen de droomstaat is, een vlucht uit de harde realiteit lijken. Misschien denken sommige mensen dat ik hen verraad of in de steek laat, maar ook dat is alleen de ego-denkgeest die aan het schreeuwen is.

Ik moet kiezen voor wat mijn onderzoek heeft aangetoond, voor wat de momenten dat de ego-denkgeest zijn bek hield mij hebben laten zien en ervaren, en ik moet daarnaar leven. Er is geen wereld. Alles is Eenheid en dat is wat IK ben. Niet ik, het droomfiguur op aarde, maar IK, de Eenheid waarbinnen de droom schijnbaar plaatsvindt. Er is niemand anders dan die IK. Alles is het dromen van een droom en de held van de droom — een projectie van die IK — geeft alles alle betekenis die het heeft voor hem.

Noem me gek, noem me waanzinnig, een wappie, flappie of wat je maar wilt, maar ik heb letterlijk geen andere keuze meer. Ik ga ervan uit dat de resultaten van mijn onderzoek kloppen. Ik kies voor Eenheid in plaats van dualiteit, voor liefde in plaats van angst, voor vrede in plaats van conflict, en ik wens — of bid met heel mijn zijn — dat ik daarnaar mag leven en zo de kern van de oplossing mag zijn in plaats van onderdeel van het probleem.

Schuldgevoel en angst

Doorbraken en inzichten volgen elkaar de laatste tijd in rap tempo op. Deze hele ‘corona-crisis’ heeft natuurlijk een grote impact op iedereen en tenzij je alles voor zoete koek slikt, moet je wel vragen gaan stellen en vanzelf op onderzoek gaan.

De meest vanzelfsprekende manier van onderzoek is gericht op de buitenwereld, maar het meest productieve onderzoek is altijd naar binnen toe; wat doet het met mij? wat voel ik? waarom reageer ik zoals ik reageer? waarom doe ik wat ik doe? — et cetera.

Onderwerpen die altijd bij mij terugkomen, zijn depressie en alcoholisme; in de zin dat ik geregeld enigszins depressief ben en de neiging heb om meer dan genoeg alcohol te drinken. Over het laatste wil ik het nu hebben, maar voor ik verder ga, even dit: ik spreek in dit verhaal specifiek over alcohol gebruik, je kunt hiervoor elke vorm van verslavende substantie of bezigheid invullen om het verhaal wat algemener te maken.

Ik begin hierover, omdat ik een paar nachten geleden een ‘revelatie’ had, een helder inzicht dat ontstond na een opeenvolging van gedachtes:

  1. Ik vind de dagen te lang.
  2. Ik heb geen zin meer (in dit leven op deze manier).
  3. Ik heb alcohol nodig om de dag door te komen.

De gedachte die hierop volgde was: Ik denk dit nou wel, maar niet om de reden die ik denk (Een Cursus in Wonderen – Les 5: ‘Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk’). Met andere woorden, als ik niet alcohol drink om de dag door te komen die ik te lang vind, zoals ik mijzelf wijsmaak, waarom drink ik dan alcohol? Dat leek me een legitieme vraag.

Het antwoord was heel simpel, en vooral ook iets waarover ik al meer dan tien jaar heb gelezen in Een Cursus in Wonderen, namelijk: schuld! Het meest effectieve instrument dat de ego-denkgeest tot zijn beschikking heeft is ‘schuldgevoel’.

De ego-denkgeest creëert schuld. Daardoor voelen we ons schuldig over iets wat we doen wat we niet willen — want, wat zullen anderen er van denken? — of over wat wij geloven dat wij doen ten opzichte van anderen, of we projecteren schuld op anderen voor wat wij geloven dat anderen hebben gedaan ten opzichte van onszelf — of allemaal tegelijk. In alle gevallen creëert dit een idee van ‘ik en die ander’, waardoor er dualiteit ontstaat en een gevoel van gescheidenheid.

Dualiteit en het gevoel van gescheidenheid is het enige wat de ego-denkgeest wil en het enige wat hij nodig heeft om ‘wat is’ het idee te geven dat het een langdurig losstaande entiteit is — alias een lichaam-brein-systeem — kortweg ‘een lichaam’ — in een potentieel bedreigende wereld.

Nu werkt dat schuldgevoel het beste wanneer dit een onbewust schuldgevoel is, aangezien je alleen iets kunt bewerken of verwerken, als je weet dat je het hebt. De ego-denkgeest doet dus ontzettend goed zijn best om er voor te zorgen dat jij als lichaam-brein-systeem gelooft dat het iets anders is, dat het alles is behalve een schuldgevoel.

Dus ik dacht — onder leiding van de ego-denkgeest — dat ik alcohol drink omdat ik geen zin meer heb in dit leven zoals het nu is en dat daarom de dagen te lang zijn, en alcohol verzacht alles als je er maar genoeg van inneemt. Het inzicht dat dit niet de redenen zijn waarom ik drink, maar dat het drinken wordt gebruikt door de ego-denkgeest om een onbewust schuldgevoel te genereren — en daarmee dualiteit, gescheidenheid en een focus op het lichaam als zijnde wat ik ben — bracht een gevoel van vrede voort.

Dit onbewuste schuldgevoel zag er voor mij als volgt uit. Aan de ene kant was er een onbewust schuldgevoel over het feit dat ik net zo ben geworden als mijn vader, grootvader en overgrootvader (allen alcoholisten) en daarbovenop projecteerde ik een schuldgevoel op mijn vader voor het feit dat hij — middels zijn DNA — schuldig was voor het feit dat ik zo ben; en dit alles werd verborgen gehouden dankzij onware redenen die ik dacht. Heel erg sneaky van die ego-denkgeest.

Het inzicht dat dit allemaal niet waar is en dat het gebruik van alcohol een methode van de ego-denkgeest is om schuldgevoel op te roepen, waardoor het dus niet werkelijk mijn probleem en niet mijn alcoholgebruik is, brak het hele verhaal open en ik kon opeens zien dat het allemaal een spel is van de ego-denkgeest om dualiteit en gescheidenheid te simuleren.

Blijkbaar is het zo, dat als je dit spelletje van de ego-denkgeest werkelijk doorziet, deze mentale constructie om dualiteit en gescheidenheid te creëren uit elkaar valt. Wat overbleef was een inherent diep gevoel van vrede (Een Cursus in Wonderen – Les 34: ‘Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien’) en ik voelde de noodzaak om te drinken wegvallen (hoewel de eerlijkheid mij gebiedt om te zeggen dat de tijd mij dit zal leren, maar er is wel een heel sterk gevoel dat het zo is).

Een andere bijkomstigheid van het idee dat ik geen zin meer heb en dat de dagen te lang zijn, was dat dit een gevoel van onbewuste angst opriep; de angst voor de volgende dag die weer te lang is en waarin ik weer geen zin heb en de angst dat ik opnieuw teveel zal gaan drinken terwijl ik me had voorgenomen om dat niet te doen (wat overigens weer een schuldgevoel oproept). Deze angst is verdwenen als sneeuw voor de zon, puur door het inzicht dat dit niet de redenen zijn waarom er gedronken werd.

Wat automatisch overblijft is liefde, aangezien angst (en niet haat, zoals veel mensen denken) het tegenovergestelde van liefde is. Verwijder angst en liefde blijft over, dat is de enige manier. Je kunt angst niet verdrijven door liefde te genereren, je moet angst te lijf gaan en verslaan en van je afschudden voordat liefde die plaats kan innemen.

Even een kort overzicht.

  1. Ego-denkgeest heeft een schuldgevoel nodig om dualiteit en gescheidenheid te creeren om zodoende mij het gevoel te geven dat ik dit lichaam ben.
  2. Hiervoor gebruikt de ego-denkgeest, gezien mijn verleden, alcoholgebruik.
  3. Om ervoor te zorgen dat ‘ik’ dat spel niet doorzie, laat de ego-denkgeest mij geloven dat ik goede redenen heb om te drinken (geen zin meer, dag te lang, et cetera) waardoor de ware reden mij ontgaat.
  4. Hierdoor ontstaat ook, als bonus, onbewuste angst dat liefde onderdrukt.

Het doorzien van het spel van de ego-denkgeest is het enige wat nodig is om vrijwel alles te veranderen. Het spel van de ego-denkgeest werkt alleen zolang het schuldgevoel en de angst onbewust is, zodra het doorzien wordt, is dit specifieke spel voorbij. Dit wil overigens niet zeggen dat de ego-denkgeest niet nog meer spelletjes speelt, maar als je weet dat ze allemaal draaien om schuld en angst, dan ben je al een heel eind in de goede richting.

Dit is waarom, zoals ik al aan het begin schreef, het meest productieve onderzoek altijd naar binnen is gericht en waarom het noodzakelijk is dat je in staat bent om te accepteren dat het wellicht om onbewuste schuld en onbewuste angst draait, ook als je denkt en gelooft dat dit niet zo is. Vergeet niet dat de ego-denkgeest jou er altijd van overtuigt dat het om iets anders gaat, terwijl dat simpelweg niet zo is.

Niets doen

Het is het meest lastige om voor elkaar te krijgen: niets doen! Het probleem is, dat op het moment dat je niets gaat doen je iets aan het doen bent, namelijk: niets. In veel gevallen denken we, dat als we maar meegaan met de stroom, dat we dan niets aan het doen zijn, omdat we ons niet verzetten, maar ook dat is iets doen, namelijk: meegaan met de stroom en je niet verzetten.

Het hele corona-gebeuren, de maatregelen, de onzin, de leugens — hoe vreselijk dan ook — is een geweldige periode om te kijken naar dat niets doen. De polarisatie is zo uitvergroot, zo zwart-wit, waarbij voor- en tegenstanders, mensen die het officiële verhaal geloven en zij die dat niet doen, lijnrecht tegenover elkaar staan, waardoor je bijna gedwongen wordt om een standpunt in te nemen. Doe dan maar eens niets! Serieus, hoe doe je dan niets?

Ik schreef het volgende op mijn Facebook pagina:

Of je je nu verzet tegen de schijnbare realiteit of niet, of je nu vecht tegen de ‘machthebbers’ of dat je hen volgt, je maakt de schijnbare realiteit nog steeds echt. Het is echt hetzelfde verschil, twee kanten van dezelfde medaille.

Ik weet dat het moeilijk is om dit te voorkomen, want we willen allemaal iets doen. We willen ermee instemmen of ertegen vechten, maar beide acties maken deel uit van hetzelfde probleem. Je kunt niet winnen, omdat het een doorgestoken kaart is.

Het is een paradox. Het is een Catch 22. Het is een onmogelijke positie waar je niet uit kunt komen, tenzij je ziet dat je er nooit in zat. De oplossing is om het bijna ondoenlijke te doen… Niets.

Het probleem is niet de corona-maatregelen of de situatie waarin we ons nu schijnbaar bevinden. Dat is alleen maar de schijnbare realiteit en het is de functie van de wereld waarin we ons lijken te bevinden om die schijnbare realiteit ‘echt’ te maken, zodat wij geloven dat we hier zijn als een afgescheiden entiteit in een dualistische werkelijkheid. Het probleem is dat we het geloven.

De ego-denkgeest projecteert deze wereld zodat we geloven dat we een losstaande entiteit zijn. Het maakt de ego-denkgeest niet uit of we voor de corona-maatregelen zijn of er tegen, of we geloven dat er een virus is of dat niet geloven, zolang we maar een zijde kiezen en zolang we maar iets geloven.

Het maakt de ego-denkgeest niet uit aan welke kant ik sta, zolang ik maar aan een kant sta en een kant kies. Als ik me verzet tegen de corona-maatregelen, dan geef ik de wereld een werkelijkheidswaarde die het niet verdient, maar als ik me niet verzet en meega met de maatregelen, dan geef ik de wereld dezelfde werkelijkheidswaarde die het niet verdient. Dus de vraag blijft: hoe doe ik dan niets?

Ik ga niet beweren dat ik het weet, maar volgens mij is het gedroomde lichaam-brein-systeem in de droomstaat een autonoom iets. Hiermee bedoel ik dat het gedroomd wordt met een schijnbare functie binnen de droom. Dit betekent dat, wanneer mijn identificatie met het lichaam-brein-systeem wegvalt, het lichaam-brein-systeem nog steeds die functie uitvoert zonder dat ik — als wat ik werkelijk ben — er iets mee van doen heb.

Dit is een tricky iets, want de enige die ziet en weet dat hij in feite niets doet, is de persoon zelf, aangezien het lijkt alsof hij wel iets doet, aangezien hij nog steeds een interactie met de situatie in de wereld heeft. Maar omdat de identificatie met het lichaam-brein-systeem verdwenen is, is het alleen het lichaam-brein-systeem dat iets doet.

Uiteindelijk is er maar één hier en dat ben jezelf. Jijzelf bent éénheid dat zich uit in veelheid. Je bent denkgeest die zich afgescheiden droomt, waardoor het zelf een gespleten denkgeest lijkt te zijn geworden. Binnen die gespleten denkgeest is er een onjuist gerichte denkgeest en een juist gerichte denkgeest ontstaan en de keuze voor de onjuist gerichte denkgeest is waardoor deze wereld wordt geprojecteerd.

De onjuist gerichte denkgeest is wat Een Cursus in Wonderen de ego-denkgeest noemt en de juist gerichte denkgeest wordt de heilige geest genoemd. De overkoepelende denkgeest wordt de keuze makende denkgeest genoemd die voor de ego-denkgeest of de heilige geest kan kiezen. De keuze makende denkgeest is in feite wat jijzelf bent en daar kan de realisatie ontstaan dat het niet het lichaam-brein-systeem is.

Het bovenstaande is een manier om de theorie onder woorden te brengen, maar waar het om gaat is dat je pas niets kunt doen wanneer er de realisatie is dat je niet dat lichaam in die wereld bent. Je kunt pas niets doen wanneer je inziet dat je in werkelijke werkelijkheid niet een fysieke, afgescheiden entiteit bent, maar denkgeest die gelooft dat het zich afgescheiden heeft van éénheid en daarom kiest voor de ego-denkgeest, die vervolgens de dualistische wereld projecteert.

Wanneer je ziet dat jijzelf niet dat lichaam bent, niet dat bent dat iets doet in de gedroomde wereld, dan zie je ook dat jijzelf in feite niets doet en nooit iets hebt gedaan. Op het canvas van de gedroomde wereld, de projectie van de ego-denkgeest, lijkt het nog steeds of er van alles gaande is en dat jij, als het geprojecteerde lichaam, van alles doet en vindt en wilt, maar in de keuze makende denkgeest is er de realisatie en vooral de duidelijkheid dat dit niet werkelijk zo is.

Het maakt dan niet uit of je voor of tegen iets bent, aangezien jij niet dat bent dat voor of tegen iets is. Dus als je ergens voor bent, laat het lichaam dat uiten, en als je ergens tegen bent, laat het lichaam dat dan uiten. Zolang er de duidelijkheid heerst dat jij niet dat lichaam bent die dat alles doet, maakt het allemaal niets uit. Het heeft letterlijk geen enkel effect op wat je werkelijk bent: die denkgeest die droomt en gelooft dat het zich afgescheiden heeft, maar in feite gewoon éénheid is dat zich projecteert als veelheid.

Niets doen is niet niets doen. Niets doen ontstaat spontaan wanneer er de realisatie is dat je niet iets kunt doen en nog nooit iets hebt gedaan, en dat kan alleen ontstaan wanneer jij je realiseert dat je niet dat lichaam op aarde bent, maar éénheid dat zich als veelheid projecteert. Het is de prachtige paradox die stelt dat jij hier niet bent, maar wel de enige bent die hier is.

Frits Snips steunen tijdens de koude wintermaanden? KLIK HIER.

Een rondje Autolyse

Het is weer eens tijd voor Autolyse, dus dit is niet werkelijk een stuk over een onderwerp, maar gewoon schrijven om het schrijven zodat er naar gekeken kan worden en het verwerkt kan worden; en dat is wat Autolyse is.

Het afgelopen jaar is letterlijk voor iedereen complete waanzin geweest en daardoor heeft de ego-denkgeest vrij spel gekregen om mensen in de droomstaat te houden of ze terug te trekken. Het heeft ook zijn uitwerking op mij gehad, waaronder de afgelopen dagen een depressie.

Ik kan verklaren waarom ik depressief was, maar dat zijn alleen redenen die ik denk en een depressie is nooit om de redenen die ik denk, dus daar ga ik het niet over hebben. De enige ware reden voor een depressie, is identificatie met het lichaam-brein-systeem en het geloof in de wereld om mij heen en in feite het geloof in de afscheiding van het geheel.

Blijkbaar geloof ik dit lichaam te zijn, want hoe anders zou ik depressief kunnen zijn? Er moet iets zijn dat depressief is, zonder dat iets kan er niets depressief zijn, dus ik moet wel zijn gaan geloven dat ik dat ben. Dus… back to basics! Terug naar de basisvraag ‘wat ben ik?’ — of liever gezegd, wat ben ik niet?

Zo’n rondje inquiry gaat inmiddels vrij snel, omdat ik al zo vaak door die malle molen ben gegaan. Binnen geen tijd kon ik weer bewust vaststellen dat het personage dat ik denk te zijn, slechts een verzameling etiketten is. Man, zoon, broer, vriend, vrijwilliger, publieksbegeleider, ex-muzikant, et cetera.

Ik kon snel vaststellen dat ik die etiketten niet ben, en iedereen die dit zou doen komt uiteindelijk uit op de conclusie dat er niet iets is dat ik ben. Ik kan alleen vaststellen dat ik ben. Er is een bewust zijn van het bestaan van iets waaraan ooit etiketten zijn gehangen, maar ik ben niet dat iets, en als ik al iets ben, is het dat bewustzijn dat zich bewust is.

Het opnieuw bekijken van die etiketten, die zo makkelijk weer kunnen worden aangebracht, werkt verhelderend. Door ze te zien en ze in gedachten te verwijderen, kom ik steeds dichter bij de kern van wat ik ben. Althans, dat lijkt zo, want zodra ik de etiketten heb verwijderd, blijkt er geen kern te zijn.

Er is in feite alleen maar leegheid waaraan al die etiketten zijn gehangen en er is het bewust zijn van die leegheid, al of niet manifest gemaakt middels de etiketten. Wat de etiketten ‘echt’ doen lijken is de mate waarin ik gehecht ben aan het object waarnaar die etiketten verwijzen.

Als ik gehecht ben aan het object ‘vader’, dan geloof ik dat ik zijn ‘zoon’ ben. Als ik gehecht ben aan het object ‘zus’, dan geloof ik dat ik haar ‘broer’ ben. Et cetera! Het is de gehechtheid aan iets extern dat het etiket creëert en wanneer we het etiket geloven, zijn we het opeens zelf geworden. Zoon of broer is totale onzin, maar zodra ik me hecht aan het idee van een vader en een zus, ben ik opeens een zoon en een broer.

Dit betekent dat, mits iemand werkelijk ontwaakt uit de droomstaat, die iemand alle gehechtheid met objecten en etiketten kwijt is. Er is dan niets meer waarmee hij zich identificeert en niets waarmee hij zich emotioneel verbonden voelt. Hij hoeft het niet zelf actief kwijt te raken, maar uiteindelijk zal elke gehechtheid verdwijnen, want anders is het niet mogelijk om geheel los te komen van een geloof in de etiketten, en daarmee in het geloof een losstaande entiteit te zijn.

Mijn depressieve gevoelens, die niet van mij zijn, maar bij wijze van spreken, voel ik inmiddels wegdrijven, puur en alleen omdat ik weer even heb vastgesteld dat ik niet Frits ben, zoon van, broer van, vriend van, et cetera. Er is geen kern waar een depressie op kan landen, er kan alleen het idee van, en het geloof in een kern zijn waarop een depressie schijnbaar kan landen. Zonder ‘ik’ is er niets waaraan iets kan blijven plakken.

Alle familiebanden, vriendschapsbanden, gewone relaties of liefdesrelaties, zijn een creatie van de ego-denkgeest. Zolang ik me emotioneel verbonden voel met een externe entiteit, geloof ik blijkbaar in de afscheiding en vanzelfsprekend geloof ik dan een losstaande en bestaande entiteit te zijn en vanzelfsprekend kan ik dan depressief worden.

Aan de andere kant is het ook weer zo dat al die banden, al die emotionele verbintenissen, verdwijnen zodra het inzicht er weer is, dat ik niet die etiketten ben en niet die Frits ben. In plaats van dat ik geloof dat ik een zoon, broer of vriend ten tijde van corona ben, kan ik nu weer spelen alsof ik een zoon, broer of vriend ten tijde van corona ben. Acteur, regisseur, auteur en publiek in één.

Ik sluit af met een zin die net door vriend Houk op Facebook wordt geplaatst:

“Het geheel hobbelt altijd maar door in de leegte van zijn en creëert continue een show om wat te doen te hebben.” — © Houk van Lier.

Hoe toepasselijk!

Co-creatieve droomstaat

In zijn boeken heeft Jed McKenna het vaak over co-creatieve samenwerking met het universum en geïntegreerd zijn in de co-creatieve droomstaat, wat beide een manier is om hetzelfde te zeggen: een lichter leven in overeenkomst, en in lijn met ‘wat is’, waarbij wat jij wil is ‘wat is’ en ‘wat is’ is wat jij wilt.

Ik ga hier straks dieper op in, maar eerst even de betekenis van co-creatie, zodat we allemaal weten waarover we het hebben:

Co-creatie is een vorm van samenwerking, waarbij alle deelnemers invloed hebben op het proces en het resultaat van dit proces [..]. Kenmerken van co-creatie zijn dialoog, ‘common ground’, enthousiasme, daadkracht en focus op resultaat. Voorwaarden voor succesvolle co-creatie zijn gelijkwaardigheid van de deelnemers, wederkerigheid, openheid en vertrouwen. (bron: Wikipedia)

Het verschil tussen een co-creatief proces in lijn met ‘wat is’ en bijvoorbeeld ‘The Law of Attraction’, wat daar erg op lijkt, is dat het bij het eerste niet gaat over het verkrijgen van op egogebaseerde gedomineerde hebbedingetjes als een nieuwe auto, een groter huis, meer geld of de liefde van je leven middels positieve gedachtes of bidden en smeken tot het universum, maar over zijn wat je bent als geïntegreerd deel van ‘wat is’, waardoor je vanzelf uiteindelijk alles krijgt wat je toekomt als uniek punt van perceptie binnen ‘wat is’.

Om volledig in lijn met ‘wat is’ te functioneren, moet je spiritueel en mentaal volwassen worden en om spiritueel en mentaal volwassen te worden, moet je eerst weten dat je dat nu niet bent. Vanzelfsprekend geld dat niet voor mensen die het al zijn, maar ik vermoed dat die dit niet zullen lezen, en als je dit wel leest, dan ben je het waarschijnlijk nog niet. Uitzonderingen daargelaten.

Dit co-creatieve proces in lijn met ‘wat is’ betreed je niet zolang je nog leeft in een op egogebaseerde gedomineerde realiteit waarbinnen je een losstaande autonome entiteit bent dat leeft in een potentieel bedreigende wereld buiten je. Dat is de realiteit zoals die wordt ervaren door spirituele kinderen van 15 tot 100 jaar en dat is vrijwel iedereen, dus zie het niet als een belediging.

De enige manier om spirituele en mentale volwassenheid te bereiken, is door alles wat je gelooft en denkt te weten tegen het licht te houden en te zien voor wat het is, namelijk: niet waar! Vanaf dag één van je bestaan heb je, vanuit het idee dat wat je verteld werd waar was, laag op laag van valse kennis en verkeerde informatie toegevoegd aan wat je al wist. Tegen de tijd dat je de kans krijgt om zelf na te denken, is het meestal al te laat; dan ben je iets van 20 of 25 jaar oud en dan zit je al muurvast in de ego-denkgeest.

Door het verzamelen van die lagen van valse kennis en verkeerde informatie heb je jouw eigen personage opgebouwd aan de hand van die ego-denkgeest, waardoor je bent gaan leven vanuit een op egogebaseerde gedomineerde realiteitszin. Om moeiteloos te kunnen leven in lijn met ‘wat is’, moet je loskomen van die op egogebaseerde gedomineerde realiteitszin en om daar los van te komen, moet je dat personage dat je denkt te zijn laag voor laag verwijderen.

De enige manier om dit voor elkaar te krijgen, de enige manier die ik ken waarvan ik weet dat hij werkt, is door zelf na te denken en dat personage, die zelf, te onderzoeken… en de beste manier die ik weet te verzinnen is middels Zelfonderzoek en Spirituele Autolyse.

Ik ga nu niet in op die twee methodes. Ga voor meer informatie over Zelfonderzoek en Spirituele Autolyse naar: www.autolyse.nl.

De reden waarom de meeste mensen niet in lijn leven met ‘wat is’ en dus niet het leven leiden dat ze zouden kunnen leiden, is omdat ze ego-gebonden zijn en een op egogebaseerde gedomineerde realiteitszin hebben. Ze hebben meestal een vastomlijnd idee, of een overtuiging van hoe het leven is en hoe het zou moeten zijn, wat er zou moeten gebeuren, wat ze zouden moeten hebben en hoe ze dat moeten verkrijgen, welk werk ze zouden moeten doen, hoe ze hun leven moeten indelen (huisje-boompje-beestje of een alternatieve variant), hoe andere mensen zich dienen te gedragen, wat goed en fout is, wat mooi en lelijk is, wat dit en dat en zus en zo is.

Met al die aannames en vastomlijnde uitgangspunten, verzetten ze zich tegen ‘wat is’. Het gevolg daarvan is dat hun leven nooit helemaal is wat ze willen dat het is en dat komt omdat zij geloven te zijn wat zij niet zijn in een realiteit die niet is wat ze denken dat het is. In veel gevallen zijn deze mensen ronduit ongelukkig en leven een miserabel leven waarin ze proberen te graaien wat er te graaien valt, of ze maken zich wijs dat ze gelukkig zijn en proberen wat ze hebben krampachtig vast te houden. Beide zijn verzet tegen ‘wat is’ en dat weerhoud hen ervan om mee te gaan in de stroom van ‘wat is’.

Je hoeft niets te doen om geïntegreerd te leven in een co-creatieve droomstaat, wat een ander omschrijving is voor ontwaken in de droomstaat, je moet alleen ophouden met alles te doen wat dit tegenwerkt. Dit doe je door alle lagen van kennis, geloof, aannames en overtuigingen te verwijderen tot je terugkomt op het punt waarop er begonnen is met het aanbrengen van al die lagen; het moment waarop je koos voor ego in plaats van ‘wat is’.

Zoals gezegd, dit verwijderen kun je doen middels Zelfonderzoek en Spirituele Autolyse. Dit kost je, als je het heel serieus doet, een jaar of twee, misschien drie van je leven en — ik zeg het er bij — dat zullen niet de leukste twee a drie jaren van je leven zijn. Niettemin zal je verrast zijn wanneer het over is, opeens lijkt het niet meer zo lang te hebben geduurd en niet zo pijnlijk te zijn geweest als je dacht toen je er middenin zat (net als bij een bevalling, zo is mij verteld, maar op dat gebied ben ik geen expert).

Ooit koos je voor ego in plaats van ‘wat is’ omdat je niet beter wist en iedereen in je omgeving ooit allemaal hebben gekozen voor ego in plaats van ‘wat is’. Na succesvol Zelfonderzoek en Spirituele Autolyse ben je terug op datzelfde punt waar je ooit koos voor ego in plaats van ‘wat is’, maar nu ben je volwassen en geen baby meer! Nu kun je opnieuw kiezen en nu kun je kiezen voor ‘wat is’ en dan kun je eindelijk het leven leiden dat bij je past en alles verkrijgen wat je toekomt als geïntegreerd deel van de co-creative droomstaat, volledig in lijn met ‘wat is’.

PS: Ik krijg af en toe berichten dat mensen zich aangesproken voelen en soms zelfs boos worden omdat ik het woordje ‘je’ gebruik in plaats van ‘ik’ of ‘men’. Hierbij wil ik graag laten weten dat dit niet mijn probleem is, maar het probleem van degene die zich aangesproken voelt.

Als jij je aangesproken voelt, en misschien zelfs boos wordt, omdat ik het woordje ‘je’ gebruik in plaats van ‘ik’ of ‘men’, dan weet je bij deze zeker dat jij nog leeft vanuit een op egogebaseerde gedomineerde realiteitszin en wellicht kun je dan, in plaats van je aangesproken te voelen en boos te worden, dit zien als een uitnodiging om eindelijk een keer voor spirituele en mentale volwassenheid te gaan.

Alles is oké (2)

Het is al dagenlang bloedheet in Nederland en het lichaam waarmee ik het moet doen is daartegen slecht bestand — zo blijkt. We zitten nu op acht tropische dagen en dat houdt in dat het elke dag 30° Celsius of hoger is. Meestal hoger, helaas.

Ik merk dat ik vandaag wil dat het anders is. Ik wil dat het ophoudt en weer koeler wordt, zodat ik kan gaan wandelen en weer actief kan zijn zonder me kapot te zweten. Met andere woorden: ik krijg de pest in, maar — zoals Een Cursus in Wonderen zegt — niet om de reden die ik denk.

Het lijkt vaak zo te zijn, dat wanneer een nieuw inzicht zich heeft genesteld, alles in het werk wordt gesteld om dit weer terug te draaien. Ik denk ook dat dit zo is, want het enige doel van de droomstaat is om de droomstaat in stand te houden en als werkelijkheid te zien. Alles wat dit plan tegenwerkt of onderuithaalt moet in de knop worden gebroken.

Het inzicht dat ik had was heel duidelijk en blijkt een van de sterkste tegengiffen tegen de droomstaat te zijn. Heel simpel gezegd komt het hier op neer: alles is precies zoals het moet zijn, er is niets mis, omdat het alleen maar het resultaat kan zijn van wat ik — als denkgeest — schijnbaar heb gewild. Wat ik ervaar is wat ik blijkbaar geloof en daarmee is alles wat ik zie en ervaar er alleen voor mij om van te leren.

Na dat inzicht ontstaat er, opnieuw vanuit Een Cursus in Wonderen, de vraag: onder leiding van welke ‘leraar’ heb ik dit gewild? Heb ik dit gewild onder leiding van de ego-denkgeest, dan wordt het ervaren als vervelend, kut en klote, maar als ik het heb gewild onder leiding van de heilige geest, dan wordt het ervaren als oké, goed en prima. Met andere woorden, het feit dat ik nu vandaag een probleem heb met deze hittegolf, laat mij zien dat ik blijkbaar heb gekozen voor de leiding van de ego-denkgeest.

Waarom weet ik dat dit zo is? Heel simpel. Gisteren was het net zo warm als vandaag en toen heb ik drie uur in de Dierentuin gewerkt (waar ik vrijwilliger ben). Ik heb drie uur lang in de brandende zon gestaan, zonder dat ik daar een probleem mee had. Het was gister bloedheet en helemaal oké, terwijl het nu net zo heet is en blijkbaar niet oké… het enige wat anders kan zijn is de keuze tussen de ego-denkgeest en de heilige geest.

Voor alle duidelijkheid, er is niet zoiets als een ego-denkgeest of een heilige geest, dit zijn symbolen voor de onjuist gerichte denkgeest en de juist gerichte denkgeest. Denk ik vanuit de eerste, dan ervaar ik mijzelf als ‘slachtoffer’ en alles als iets wat mij overkomt, denk ik vanuit de tweede, dan gaat het niet over mij en wordt alles als oké ervaren. En, voor nog meer duidelijkheid, alles is natuurlijk ook altijd oké en alles gaat in zijn geheel niet over mij.

Deze hittegolf — net als de corona-crisis, net als de daaropvolgende maatregelen, net als de paniekerige mainstream én conspiracy reacties, net als letterlijk alles wat ik heb mogen ervaren in mijn bijna 55 jaar in de droomstaat— is materiaal dat wordt aangeleverd en gepresenteerd, zodat ik de les kan leren die ik moet leren.

Na deze les, in feite na elke les, zijn er twee mogelijke uitkomsten: ik vind het klote of ik vind het oké. De eerste uitkomst — klote! — geeft aan dat ik voor de onjuist gerichte denkgeest heb gekozen, en de tweede — oké! — geeft aan dat ik voor de juist gerichte denkgeest heb gekozen. In het eerste geval ontstaat er de mogelijkheid om opnieuw te kiezen, en in het tweede geval is alles precies zoals het moet zijn… oké!

Natuurlijk is alles, wanneer het als klote wordt ervaren, ook oké, alleen zie en ervaar ik het niet als zodanig. Dus blijkbaar, zoals ik al zei, heb ik vandaag de leiding van de onjuist gerichte denkgeest gekozen. Nu ik dit zie, kan ik overnieuw beginnen met hetzelfde te doen onder leiding van de juist gerichte denkgeest. Dit klink als een hoop extra werk, maar in feite is het werk al gedaan op het moment dat er het inzicht is dat ik voor de onjuist gerichte denkgeest heb gekozen.

Een keuze voor de onjuist gerichte denkgeest heeft altijd als effect een vervelend of ongelukkig gevoel. Zo’n keuze is nooit een onherstelbare fout, het is altijd een vergissing en elke vergissing wordt altijd meteen gecorrigeerd op het moment dat de vergissing wordt gezien en herkend, zoals een schaduw verdwijnt wanneer je er een licht op schijnt

Een toneelstuk

Het voelt alsof er een oorlog woedt in dit lichaam. Af en toe zijn er hevige conflicten die dan weer worden afgewisseld met rustige momenten, maar veelal blijft het bij pesterijen over en weer en het elkaar uitdagen. Dus misschien is ‘oorlog’ een wat overdreven benaming, laten we het een ‘schermutseling’ noemen. Maar wie tegen wie?

In termen van Een Cursus in Wonderen is het ’t beste te omschrijven als een gevecht van de ego-denkgeest tegen de juist gerichte denkgeest. Die juist gerichte denkgeest vecht niet werkelijk terug, maar wacht rustig af tot de ego-denkgeest uitgeput is en het voor een tijdje weer opgeeft — net als een kleuter die een woedeaanval heeft en op een gegeven moment doodmoe neerstort.

Meer spiritueel bekeken, is het te omschrijven als valse-zelf tegen ware-zelf, waarbij ware-zelf weet dat het in feite geen-zelf is en om die reden niet terug hoeft te vechten; ware-geen-zelf hoeft alleen af te wachten tot valse-zelf het opgeeft. Hoe we het omschrijven maakt niet uit, het resultaat is een gevoel van onrust in het lichaam en het brein.

Dit is overigens niets om me zorgen over te maken, voor mij is het iets om blij mee te zijn, hoewel dit ‘blij zijn’ pas komt wanneer het voorbij is. Ik weet, inmiddels uit ervaring, dat als de ego-denkgeest — of kortweg ‘ego’ — in opstand komt, er iets aan het veranderen is waar de ego-denkgeest niet blij mee is… en dat is altijd goed, het betekent altijd ‘verder’.

De meest voor de hand liggende reactie op een gevoel van onrust, de reactie die de meeste mensen zullen hebben, is om dat onrustige gevoel kwijt te willen raken. Maar dat is precies de reden waarom de ego-denkgeest deze schermutseling is begonnen, dus de onrust bestrijden is vanzelfsprekend precies wat ik niet wil doen. De ego-denkgeest is niet werkelijk iets en verzet en strijd hiertegen geeft het juist een realiteit die het niet heeft.

De manier om hiermee om te gaan, voor mij, is om me te realiseren dat ik in werkelijkheid — in absolute waarheid — de toeschouwer ben en het gebeuren slechts waarneem. Het is dan alsof ik in een toneelzaal zit en naar een voorstelling kijk. Ik ervaar het effect van de emoties op toneel en het verhaal dat uitgebeeld wordt, maar ik weet dat het niet waar is en dat het niets met mij te maken heeft.

Ik los de onrust op het toneel niet op door, bijvoorbeeld, alcohol te gaan drinken en ook niet door te gaan sporten of andere afleiding te zoeken. Wat ook niets oplevert is om boos te worden of mijzelf te verzuipen in een pesthumeur. Het enige wat ik kan doen, is me realiseren dat het slechts een voorstelling is die op een gegeven moment tot een einde komt. Ik kan dan simpelweg kijken naar wat er gebeurt en af en toe zelfs lachen om de absurditeit van het toneelstuk.