Gedachten, denken en weten

Er zijn drie zaken die we vrij makkelijk met elkaar verwarren of met elkaar in verbinding brengen, terwijl ze letterlijk niets met elkaar te maken hebben. Die drie zaken zijn gedachten, denken en weten.

Laat ik beginnen met ‘gedachten’. Wat zijn gedachten? We denken veelal dat gedachten iets zijn wat wij hebben. Wij denken, dus de gedachten die we ervaren zijn onze gedachten, waarbij we aannemen dat de gedachten die we hebben, voortkomen uit wat wij denken.

Dit is niet zo. Volgens onze wetenschappers schieten er per dag ongeveer veertig- tot zestigduizend gedachten door ons brein. Min acht uur slaap, is dat drieduizend gedachten per uur en zo’n vijftig per minuut. Het merendeel van die gedachten valt je niet eens op en de paar die jij ‘jouw gedachten’ noemt zijn alleen maar de gedachten die het denken claimt.

Het zijn niet jouw gedachten en ze worden niet gegenereerd door jouw denken. Het enige wat jouw denken doet met gedachten, is het claimen van die paar gedachten die je opvallen om daar vervolgens over na te denken en te beslissen of de gedachte waar is of niet.

Die veertig- tot zestigduizend gedachten zijn universeel en vinden buiten ons om plaats. Al die gedachten zijn voor iedereen dezelfde gedachten, het is maar net wie een van die 40.000 tot 60.000 gedachten per dag, 3000 gedachten per uur en 50 gedachten per minuut oppikt, claimt als zijn gedachte en beslist wat voor waarde de gedachte voor hem heeft.

Denken daarentegen, is iets wat ons brein doet. Het is niet een actief iets, maar een reactief iets. Ons brein denkt na over de informatie die door het lichaam wordt aangeleverd. Het brein komt niet met originele gedachten, maar de externe informatie wordt van buitenaf aangeleverd door het lichaam — via de zintuigen in de vorm van sensaties of gedachten — en daarna denkt het brein erover na.

Het brein absorbeert de informatie die wordt aangeleverd door de zintuigen van het lichaam en denkt na of het goed is of niet. Het beslist of iets juist is of niet, of het een goed idee is of niet. Simpelweg gezegd beslist het brein de hele dag over ‘ja’ of ‘nee’ en ‘doen’ of ‘niet doen’.

Natuurlijk is het brein ingewikkelder dan dat, aangezien het bestaat uit drie delen: het bewuste brein (super ego), het onbewuste brein (ego) en het onderbewuste brein (Id). Ik heb het hier alleen over het bewuste brein, aangezien dat het enige deel is waarvan we ons bewust kunnen zijn.

Voor meer informatie over Id, Ego en Superego, lees een oude blog van mij: DE DRIE-EENHEID VAN DE EGO-DENKGEEST – DEEL 1 & DEEL 2; of Google ID EGO SUPEREGO FREUD.

De verwarring tussen denken en weten vindt plaats wanneer we ergens over na hebben gedacht en vervolgens tot de conclusie komen dat we het snappen. Wanneer we denken dat we het snappen, beslist het brein dat we het nu weten. Dit is nooit het geval. Weten is nooit een resultaat van denken. Het enige resultaat van denken kan zijn dat wij zelf denken en geloven dat we het weten, maar dat heeft niets met weten te maken en alles met denken en geloven.

Weten vindt alleen plaats in de denkgeest die de wereld en ons lichaam projecteert. Je kunt alleen iets weten wanneer er de absolute realisatie is dat jij niet dat lichaam bent en dat de wereld niet iets is dat zich buiten jou plaatsvindt of een effect op je kan hebben. Dat is ook het enige dat je kunt weten en het enige dat je hoeft te weten.

Het is wat oude goeroes als Ramana Maharshi en Nisargadatta Maharaj het ‘IK BEN’ noemden. IK BEN is het enige dat je als denkgeest kunt weten; je weet dat je bent, maar niet als dat lichaam in deze wereld in dit universum.

Samenvattend:

Gedachten zijn niet van ons, het zijn ideeën die om ons heen draaien of zweven. Pas wanneer het denken een gedachte claimt, geloven we dat het onze gedachte is, en pas wanneer het denken er over nagedacht heeft, wordt er besloten of het een goede of slechte gedachte is.

Het denken vindt plaats in ons brein, dat alleen maar kan nadenken over informatie dat door onze zintuigen wordt aangeleverd. Het denken beslist of het positief of negatief is, of we het doen of niet, en het beslist of iets waar is of niet waar is. Deze beslissing maakt het niet waar of onwaar, het levert alleen het geloof op dat iets waar is of niet, waarna we alleen maar geloven dat we het weten.

Het echte weten vindt alleen plaats in de denkgeest en ontstaat na de absolute realisatie dat we niet ons lichaam zijn, niet dat ik-personage. Dit weten bestaat uit de enige wetenschap die mogelijk is: IK BEN. Elk ander weten dan IK BEN is gebaseerd op vermoedens, veronderstellingen en aannames en niets meer dan het geloof het te weten, wat gewoon geloven is en niet weten.

Gedachten komen niet voort uit ons denken, ze staan los van ons en kunnen alleen worden geclaimd door ons denken. Ons denken levert niet iets weten op, alleen het geloof en de overtuiging dat we iets weten. Weten staat los van ons brein en vindt alleen plaats in de denkgeest na de realisatie dat we denkgeest zijn en niet dat lichaam.

Overigens, wanneer er de realisatie is dat we denkgeest zijn en niet ons lichaam, is het vrijwel meteen overduidelijk dat het brein in dat lichaam niets ons brein is, het denken niet ons denken en de gedachten niet onze gedachten. Hierdoor blijft alleen het weten van IK BEN over.

In de denkgeest

Over om en nabij drie dagen is 2020 voorbij. Het is een tumultueus jaar geweest dat ergens in maart begon te ontsporen toen er opeens een ‘pandemie’ werd afgekondigd. Vanaf dat moment bleek een groot aantal mensen op aarde weg te glijden in een soort van blinde angst, terwijl ikzelf alleen maar in verzet ging.

Ik zag, en zie nog steeds, dat er geen ‘pandemie’ is en dat de angst die mensen ervaren volledig georkestreerd is middels een soort van massa hypnose dat over de wereld werd uitgestort via internetmedia, kranten, televisie, radio en de persconferenties. Als je een leugen maar vaak genoeg herhaald, gaan mensen vanzelf geloven dat het waar is, ongeacht hoe grotesk. de leugen ook is.

Ik merkte dat ik verrast was dat zo ontzettend veel mensen de leugen geloofden en de draconische maatregelen om een schijnbare virus — dat overduidelijk niet veel erger was dan een redelijke griep — te beteugelen accepteerden en ondergingen. Gaandeweg werd ik boos dat zoveel mensen zich zo lieten manipuleren en ergens halverwege oktober werd ik licht depressief van de mate van, wat ik ervoer als, ongekende stompzinnigheid om mij heen.

Halverwege oktober ging Nederland in een tweede gedeeltelijke lockdown en kondigde de Nederlandse regering aan dat er per 1 december een mondkapjesplicht zou ingaan. In mijn wereld is een mondkapjesplicht de meest stupide maatregel van alle stupide maatregelen, aangezien elk onderzoek heeft aangetoond dat ze niet werken, terwijl een groot aantal onderzoeken beweert dat ze zelfs averechts werken en schadelijk voor de gezondheid zijn.

Deze eerste december bleek voor mij een kantelpunt. Ik werd flink depressief wakker en was vooral ook heel erg boos. Op een of andere manier ben ik die dag doorgekomen, eerst als een soort zombie werkende in Artis en daarna waarschijnlijk met de nodige alcohol, maar vooral heel erg boos en steeds depressiever wordend.

Tijdens de nacht van 1 op 2 december had ik een inzicht dat me liet zien wat ego precies doet en waarom ik dit het grootste deel van het jaar, misschien zelf mijn leven, over het hoofd heb gezien. Ik heb meteen de volgende dag een blog geschreven — Schuldgevoel en Angst — waarin ik dit schreef:

De ego-denkgeest creëert schuld. Daardoor voelen we ons schuldig over iets wat we doen wat we niet willen — want, wat zullen anderen er van denken? — of over wat wij geloven dat wij doen ten opzichte van anderen, of we projecteren schuld op anderen voor wat wij geloven dat anderen hebben gedaan ten opzichte van onszelf — of allemaal tegelijk. In alle gevallen creëert dit een idee van ‘ik en die ander’, waardoor er dualiteit ontstaat en een gevoel van gescheidenheid.

Dualiteit en het gevoel van gescheidenheid is het enige wat de ego-denkgeest wil en het enige wat hij nodig heeft om ‘wat is’ het idee te geven dat het een langdurig losstaande entiteit is — alias een lichaam-brein-systeem — kortweg ‘een lichaam’ — in een potentieel bedreigende wereld.

Een week later schreef ik in ‘Kiezen‘ het volgende:

Binnen Een Cursus in Wonderen bestaat er de keuze tussen de heilige geest en de ego-denkgeest, oftewel tussen de juist gerichte denkgeest (liefde) en de onjuist gerichte denkgeest (angst). Dit is in feite een keuze tussen wat waar is en wat niet of, zoals Jed McKenna het schrijft, tussen zien wat is in plaats van zien wat niet is.

Ik heb lange tijd tussen de twee kunnen schipperen, maar nu moet ik kiezen. De wereld zoals wij — als Eenheid — die projecteren staat op scherp en ik kan niet daarin meegaan en tegelijk zeggen dat het niet waar is. De ego-denkgeest wil dat ik er in meega, want daarmee bewijst het dat ik besta als een losstaande fysieke entiteit in een fysieke wereld. Maar ik geloof niet dat ik dit lichaam ben en ik geloof niet dat de wereld een fysieke realiteit is, dus hoe kan ik er dan in meegaan?

Dat was de doorbraak waar het hele jaar 2020 naartoe had gewerkt, waardoor de hele corona-crisis zich van een vreselijke situatie naar het beste dat me kon overkomen transformeerde. Dit klinkt natuurlijk heel erg egoïstische, maar dat verandert zodra je inziet dat er maar één denkgeest is die de wereld projecteert en dat de enige plek waar verandering en transformatie kan plaatsvinden diezelfde denkgeest is. Hierdoor kan het niet iemand anders zijn dan alleen jijzelf die zo’n transformatie kan laten plaatsvinden.

Als dit voor mij zo werkt, dan moet het ook voor iedere andere schijnbare entiteit gelden, zoals jij die dit nu leest. De wereld is een externe duale projectie van een innerlijke non-duale conditie. Je verandert de wereld (de duale projectie) niet door in de wereld zaken te bevechten, je verandert de wereld door in de denkgeest (de non-duale conditie) de perceptie van die wereld te veranderen, waardoor de projectie van die wereld zal worden aangepast.

Met andere woorden, probeer niet de wereld te veranderen, maar verander de manier waarop je naar de wereld kijkt. Daarmee verander je de perceptie van de denkgeest, waardoor de projectie van de wereld automatisch zal worden aangepast aan die nieuwe perceptie.

Nu weet ik ook dat alles in deze wereld jou ervan overtuigt dat de problemen van deze wereld zich daadwerkelijk in deze wereld bevinden. Het is een extreem overtuigende show die wordt opgevoerd door ego en zolang je daarin meegaat, zolang je gelooft dat je dit lichaam in deze wereld bent, zul je oplossingen zoeken in deze wereld, terwijl de oplossing van het probleem zich simpelweg daar bevindt waar het probleem ligt: in de denkgeest.

Verander de denkgeest door te veranderen hoe jij denkt over jezelf en de wereld, en wanneer de denkgeest is aangepast, zul je zien dat hoe jij denkt over jezelf en de wereld opnieuw wordt aangepast, waardoor de denkgeest weer wordt aangepast. Et fucking cetera!

Ik doe niet mee

Misschien heb ik je aandacht, of je weigert dit te lezen. Laat ik daarom aan het begin zeggen dat dit niet over Covid-19 gaat en niet over ‘influencers’ of BN’ers die ik niet ken. Het gaat over niet meedoen aan de waanzin dat we leven noemen. Het is een lang artikel geworden, maar ik moest het kwijt.

Het leven in de droomstaat is gebaseerd op meedoen. Iedereen moet op zijn minst altijd in grote lijnen meedoen met de algemene basis van de maatschappij waarin zij leven. Dat is de enige manier waarop een samenleving in stand kan worden gehouden en daarmee de enige manier om de droomstaat in stand te houden.

Hiervoor is het noodzakelijk dat zo weinig mogelijk mensen zelf gaan nadenken. Maya, de architect en godin van de droomstaat, en Ego, de dictator van de droomstaat, willen niet dat iemand op onderzoek uitgaat, alle bewijzen verzamelt, daar zelf een mening over probeert te vormen, de droomstaat gaat zien voor wat het is (een droom) en zijn eigen plan gaat trekken.

Het is noodzakelijk voor het voortbestaan van de droomstaat dat het grootste gedeelde van de mensheid mee blijft lopen met een kudde, waarbij het bij uitzondering is toegestaan om deel te zijn van een alternatieve kudde, zolang beide kuddes maar wel dezelfde kant op gaan.

Over de gehele droomstaat verspreid zijn er vele verschillende kuddes, maar alle kuddes bestaan uit mensen die niet zelf nadenken, dus uiteindelijk gaan alle kuddes de kant op die Maya en Ego hebben aangegeven. Hoe meer afstand je kunt nemen van het systeem, hoe duidelijker je zult zien dat al die verschillende kuddes in feite samen één immens grote kudde vormen.

Het systeem werkt perfect. De meeste mensen denken dat ze echt nadenken, terwijl ze alleen maar hun programmering volgen. Zij rennen op een of andere manier — normaal of alternatief — met een kudde mee, denkende dat ze voor zichzelf nadenken, terwijl ze gewoon meedoen aan het groepsdenken dat geleid wordt door Ego.

Als er toevallig wel iemand is die zelf nadenkt, dan wordt deze persoon al snel door de kudde terechtgewezen. Deze persoon zal in de meeste gevallen vanuit angst om alleen verder te moeten gaan zijn excuus aanbieden en zich weer voegen in de kudde.

Denken, echt denken, is een daad van verzet en wordt altijd afgestraft. Weinig mensen durven daarna nog verder te gaan met nadenken en het is bij uitzondering dat iemand werkelijk loskomt van de kudde. Het mag duidelijk zijn dat de mensen die netjes meedoen en trouw in lijn lopen nog nooit een seconde echt hebben nagedacht.

Het gevolg van echt nadenken is altijd afstand nemen van de kudde. Dit hoeft niet per se fysiek te zijn, omdat denken niet een fysiek iets is, maar door zelf echt na te denken ben je bezig met eindelijk spiritueel en mentaal volwassen te worden, en daarmee word je automatisch een ander wezen dan de rest van de kudde. Je begeeft je nog wel in de kudde, maar je behoort niet meer tot de kudde — of, zoals de bekende spreuk gaat, je bent nog wel in de wereld maar niet meer van de wereld.

Om toch terug te komen op die influencers en BN’ers die ik niet ken, maar waarover ik gehoord heb. Zij durfden uit te spreken dat zij niet meer meedoen en de reactie van de kudde was geweldig. Los van de hele Corona/Covid-19 discussie en los van of de influencers/BN’ers wel of niet goed geïnformeerd waren, liet het gebeuren prachtig zien hoe een kudde reageert op een daad van verzet en hoe snel die influencers en BN’ers — vanuit de angst om niet meer “geliked” te worden door diezelfde kudde — zich terugtrokken, hun excuus aanboden en zich weer in de kudde voegden.

Dat was een prachtig staaltje samenwerking tussen Maya en Ego om de droomstaat in stand te houden. Deze influencers en BN’ers zijn de mensen waar de jeugd naar luistert, en het zou verschrikkelijk zijn voor de toekomst van de droomstaat als die jeugd daadwerkelijk voor zichzelf zou gaan nadenken. Stel je voor dat een hele generatie daadwerkelijk spiritueel en mentaal volwassen zou worden? Nee, dat is ondenkbaar voor de tandem Maya-Ego.

Waar Maya en Ego (of Big Sister en Big Brother) het meestal op zijn beloop laten, omdat het niet werkelijk een bedreiging is voor de droomstaat, grepen zij nu meteen in, en binnen een paar dagen was het voorbij. Wat een gestroomlijnde actie. Respect! Dit is wat er elke dag in het klein gebeurt, maar wat we nu op een wat groter niveau hebben kunnen aanschouwen.

Angst om niet meer “geliked” te worden door de kudde waarvan we deel denken uit te maken, angst om vrienden en familie te verliezen, om inkomen, huis en haard te verliezen, houdt ons in veel gevallen gevangen in de droomstaat. Dit zorgt ervoor dat vrijwel niemand ooit werkelijk spiritueel en mentaal volwassen wordt en zich nooit ontwikkelt tot wat hij of zij in potentie is.

Ik heb eerder de vergelijking gemaakt met de rups en de vlinder, waarbij onze maatschappij een samenleving is van rupsen die ten onrechte denken dat ze vlinders zijn. Zij vallen de echte vlinders aan en wijzen hen terecht en halen hen weer over om net te doen alsof ze ook rupsen zijn die net doen alsof ze vlinders zijn.

Het is ieders ultieme potentie om een vlinder te zijn, maar daarvoor moet je het rups zijn achter je laten. Als je werkelijk wilt worden, en uiteindelijk wilt zijn wat je werkelijk in potentie bent, binnen een droomstaat die opeens meewerkt in plaats van tegenwerkt, moet je stoppen met meedoen met de kudde. Je moet alles wat je gelooft, alles wat je hebt aangenomen van de kudde, alles waarvan je overtuigd bent, gaan onderzoeken.

Je moet zelf gaan nadenken, echt nadenken, en de angst voor de mening en de reactie van de kudde overwinnen. Vanzelfsprekend ga je denken dat je van alles en nog wat gaat verliezen — zoals vrienden, familie, inkomen, huis en haard — maar ik weet uit ervaring dat dit niet zo hoeft te zijn. Je kunt als een vlinder in rupsenland leven, zolang je maar weet dat je geen rups bent en je niet laat verleiden tot rupsgedrag.

Weten dat je geen rups meer bent, zonder daaraan te gaan twijfelen door alles wat de echte rupsen je toewerpen, is niet moeilijk. Als je zelf hebt nagedacht en daadwerkelijk bent ontwaakt in de droomstaat (want daar heb ik het over), dan twijfel je geen moment meer of je wel of niet een vlinder bent. Dan zal alles wat de kudde probeert te doen om je weer in te lijven geen effect hebben.

Je zult ook ervaren dat de droomstaat gaat meewerken, dingen gaan opeens als vanzelf waardoor er niets meer is waartegen je verzet voelt. Positief of negatief verwatert tot wat is, en wat is kan alleen maar oké zijn, omdat het is wat is. Niet dat je alles leuk gaat vinden, maar het hoeft niet anders te zijn; dus als het niet lukt om het aan te passen, dan is dat dus de stroom waarop je meedrijft.

De externe projectie (2)

Elke situatie waarin ik mij nu bevind, zoals ik al vaker heb gezegd, is de externe projectie van de innerlijke conditie. De vergissing die ik tot nu maakte, is geloven dat ik, in de hoop een leukere externe projectie te creëren, de innerlijke conditie moet aanpassen of veranderen. Dat werkt volgens mij niet.

Dit is een vergissing die gemakkelijk wordt gemaakt, omdat ego letterlijk alles binnen een fractie van een seconde 180° omdraait. Wat er steeds gebeurde, is dat ik me realiseerde dat de ervaring van dit moment de externe projectie is van een innerlijke conditie en vervolgens dacht ik dat ik mij onprettig voelde als gevolg van die externe projectie, terwijl het ‘mij onprettig voelen’ de oorzaak was van de externe projectie.

Kort gezegd: er is een innerlijke conditie, die innerlijke conditie levert een onprettig gevoel op en dat onprettige gevoel wordt extern geprojecteerd als ‘de wereld’. Mijn externe wereld is het gevolg van hoe ik mij voel en hoe ik mij voel is het gevolg van de innerlijke conditie van de denkgeest.

Doordat ego het 180° omdraait en van een oorzaak een gevolg maakt, waardoor het gevolg opeens de oorzaak lijkt te zijn, wordt er gedacht dat ik de innerlijke conditie moet veranderen om zo een externe projectie te creëren waardoor ik mij prettig zou kunnen gaan voelen… en dat werkt dus niet.

De misvatting is als volgt, en ik weet dat ik hetzelfde ga zeggen in andere bewoording: er wordt gedacht dat, omdat de externe projectie mij onprettig doet voelen, ik de innerlijke conditie moet veranderen, waardoor de externe projectie zal worden bijgesteld, waardoor ik mij beter zal gaan voelen; terwijl de externe projectie alleen maar laat zien wat en waar ik nu ben, omdat dit is wat ik blijkbaar hebt gewild!

In plaats van de externe projectie te willen veranderen door de innerlijke conditie aan te passen, dien ik de externe projectie te gebruiken om vast te stellen wat ik dan wel wil, aangezien dat wat ik voorheen wilde niet is waar ik blij van word. Hierin moet ik wel verschrikkelijk, ontiegelijk en niets ontziend eerlijk zijn, ik moet vaststellen wat ik — als denkgeest — absoluut werkelijk wil en daarmee het doel vaststellen.

Zoals Een Cursus in Wonderen ook zegt in hoofdstuk 17.VI:

“In elke situatie waarin je onzeker bent, is het eerste wat je dient na te gaan heel eenvoudig: ‘Wat wil ik dat hiervan komt? Waartoe dient het?’ Opheldering over het doel hoort thuis aan het begin, want dat zal de afloop bepalen.”

Dit dien ik dan niet te doen omdat ik me beter wil voelen en niet omdat ik wil dat de externe projectie verandert, met andere woorden, ik moet dat niet doen omdat ik daadwerkelijk een bepaald effect of een bepaald iets wil creëren, maar puur en alleen omdat dit de enige manier is om de innerlijke conditie bij te stellen.

Door de externe projectie te gebruiken om vast te stellen wat mijn werkelijk doel is — en dat is niet meer geld, een leuker leven of wat voor aardse bullshit dan ook — train ik de denkgeest en verander ik de innerlijke conditie van die denkgeest, waarna de externe projectie zal vormgeven wat ik wil… ook al heb ik geen idee hoe dat er uit gaat zien.

Als die nieuwe externe projectie mij vervolgens rust oplevert — ook wel ‘de vrede van God’ genoemd — dan weet ik dat ik het juiste doel heb vastgesteld, en zo niet, dan gebruik ik deze nieuwe externe projectie om opnieuw het doel vast te stellen. Dit betekent overigens niet dat een externe projectie verkeerd of fout is; elke externe projectie is altijd helemaal perfect voor mij op dit moment!

Nadat ik al het vuilnis en alles wat overbodig is, al mijn veronderstellingen, al mijn aannamen, elk geloof dat ik ooit heb gehad en al mijn gehechtheid aan relaties, materiële en immateriële zaken heb verwijderd, is dit de laatste “spirituele” oefening die nog gedaan hoeft te worden. Het enige wat hiervoor nodig is in absolute eerlijkheid kijken naar de externe projectie, dat wat ik blijkbaar heb gewild, en die te gebruiken om vast te stellen wat het is dat ik werkelijk wil.

Wat ik werkelijk wil kan ik niet verkrijgen door de externe projectie te veranderen, want die is perfect, noch door de denkgeest (de innerlijke conditie) aan te passen, want de denkgeest slaapt, maar alleen door naar de externe projectie te kijken en te zien wat ik blijkbaar heb gewild, om vervolgens vast te stellen of dit werkelijk is wat ik wil. De mate van rust of vrede van God dat dit oplevert, is mijn graadmeter.

Egocentrisch middelpunt

In eerdere artikelen heb ik al eens beschreven hoe ons ik-gevoel ontstaat. Het is een goocheltruc van de ego-denkgeest en het is vrij simpel, maar zo snel dat we het niet zien gebeuren. Het draait letterlijk om het egocentrisch middelpunt.

Als voorbeeld neem ik ‘zien’ dat simpelweg gebeurt. Er is zien en omdat dit zien schijnbaar plaatsvindt in tijd en ruimte wordt er aangenomen dat er iemand is die ziet. Die ‘iemand die ziet’ is een illusie, het is niet waar en wordt alleen maar aangenomen als waar; er is alleen zien als activiteit en dat wordt niet door iets of iemand gedaan.

De ego-denkgeest draait het plaatje volledig om. Waar eerst vanuit het ‘zien’ de onterechte aanname ontstond dat er iemand moet zijn die ziet, bevind die nietbestaande ‘iemand die ziet’ zich na de omdraaiing opeens voor het ‘zien’. Dankzij die omdraaiing is er plotsklaps iemand die actief en opzettelijk kijkt en wij identificeren onszelf met die ‘iemand’, waardoor we vrijwel automatisch zeggen dat wij kijken terwijl we letterlijk niets met die actie te maken hebben.

De as waar het plaatje om draait, waardoor “zien —> iemand die ziet” verandert in “iemand die kijkt —> zien”, noem ik het egocentrisch middelpunt. Het is het punt waarmee we ons identificeren, omdat letterlijk alles om dat punt draait. Zien wordt ‘ik kijk’, horen wordt ‘ik luister’, gedachten worden ‘ik denk’, et cetera. De ego-denkgeest creëert, naar aanleiding van wat spontaan en vanzelf gebeurt, vanuit het niets een personage dat alles claimt als van hem of door hem gedaan en dat personage wordt geprojecteerd op het egocentrische middelpunt dat we denken te zijn, het egocentrisch middelpunt dat we IK noemen.

Wij zijn niet die IK, niet dat egocentrisch middelpunt, wij zijn wat daaraan vooraf gaat, maar omdat we ons door die omdraaiing van de feiten zijn gaan identificeren met en als dat egocentrisch middelpunt hebben we ons ego gecreëerd. We doen wat ego ons opdraagt, omdat we geloven dat wij dat zelf zijn.

Ego gelooft dat het ’t middelpunt van het universum is en het is hetgeen dat zich voelt aangesproken wanneer iemand iets vervelends zegt. Ego is hetgeen dat zich beledigd voelt of aangevallen voelt. Ego is hetgeen dat altijd gelijk moet hebben omdat het ervan overtuigd is dat het altijd gelijk heeft. Ego is en blijft eeuwig een klein kind. Het weet niets, kan niets en is puur en alleen op zichzelf gericht en toch luisteren we er naar alsof het God is.

Het meest belangrijke dat we moeten weten over dat ego is dat het een verzonnen creatie is van de vergissing dat wij geloven dat wij dat egocentrisch middelpunt zijn. De reden waarom we dit zijn gaan geloven is omdat we niet zien dat de ego-denkgeest middels een supersnelle goocheltruc ‘Waarheid’ omdraait en er ‘onze realiteit’ van maakt, zoals ik aan het begin heb beschreven.

Waarheid is dat wij niets te maken hebben met wat er hier allemaal gebeurt en dat niets wat hier allemaal gebeurt ooit enig effect op ons kan hebben, maar onze realiteit is dat we geloven dat dit wel zo is waardoor we het ook ervaren alsof het zo is. Die misvatting draait om dat egocentrisch middelpunt waarmee de ego-denkgeest letterlijk alles verdraait.

Zolang we ons identificeren met dat personage dat alles lijkt te doen, met dat ego dat gecreëerd is vanuit het omdraaien van feiten rond dat egocentrisch middelpunt, bekijken we en handelen we altijd en zonder uitzondering vanuit het verkeerde en onvolwassen perspectief. De meesten van ons doen dit en dat is de reden waarom vrijwel niemand in staat is om een goede weldoordachte beslissing te nemen of een juiste gedachte te hebben, en ook de reden waarom de paar die hiertoe wel in staat zijn voor gek worden verklaard.

Liefde en relaties

Liefde en relaties zijn misschien wel de bouwstenen van ons leven. De mens is een sociale aap, ook al lijkt dat vaak niet zo te zijn, en we hebben liefde en onderlinge relaties nodig. Liefde en relaties horen ook mooi te zijn, dus alles wat ik er over opschrijf dat ‘mooi’ is zal worden beaamd door vrijwel iedereen; alleen doen we vrijwel altijd het tegenovergestelde er mee.

Maar, liefde kent geen tegenovergestelde. Ik vermoed dat de meeste mensen denken dat ‘haat’ het tegenovergestelde is van ‘liefde’, maar dat is niet werkelijk zo. Haat is alleen maar het gebrek aan liefde, de afwezigheid van liefde en een roep om liefde. Het idee dat haat het tegenovergestelde is van liefde ontstaat alleen maar omdat we niet werkelijk weten wat liefde is.

We verwarren verliefdheid en het houden van iemand met liefde, maar dat is een soort van liefde dat gedefinieerd en geleid wordt door het ego en dat is automatisch ‘liefde’ zoals dat gezien en ervaren wordt vanuit het kind perspectief. Deze ‘ego-liefde’ moet voldoen aan bepaalde voorwaarden en moet er op een bepaalde manier uitzien.

Het is geconditioneerde liefde waarbij het object van onze liefde moet voldoen aan hoe wij vinden dat hij of zij zou moeten zijn. Wanneer er niet meer aan die voorwaarden en het van tevoren vastgesteld beeld wordt voldaan, kan deze ‘liefde’ afkoelen en zelfs omslaan naar ‘haat’. Liefde die kan omslaan naar haat is nooit liefde geweest en is eerder vergelijkbaar met bezittingsdrang gericht op eigen genoegdoening.

Ego-liefde levert vanzelf ego-relaties en ego-acties op. Het is volledig gericht op het gevoel dat het ons oplevert, volledig gericht op zelf gratificatie. Zolang de ander zich gedraagt volgens de condities die we hebben verzonnen, voelen we ons gelukkig, en wanneer de ander hiervan afwijkt en zich niet gedraagt zoals wij dat willen, voelen we ons niet meer gelukkig. In beiden gevallen komt het door die ander die de oorzaak er van is of er schuldig aan is.

Ego-liefde kan zich ook in andere vormen laten zien, zoals een liefde voor dieren of het willen helpen van mensen in nood, maar ook dat is vrijwel altijd gericht op zelf gratificatie waarbij we ons beter of belangrijker voelen. Ego-liefde is niet een liefde voor een ander, een hulpbehoevende of een dier, maar altijd en alleen maar een liefde voor zelf en zelf heeft een vooropgezet idee over hoe het er uit moet zien en waaraan het moet voldoen. We verwachten een bedankje of een lintje of erkenning.

Liefde gezien en ervaren vanuit het volwassen perspectief is absoluut en ongeconditioneerd. Het object van die liefde wordt gezien als perfect zoals het is en hoeft niet te voldoen aan van te voren vastgestelde ideeën en voorwaarden. Deze liefde, wat we echte liefde zouden kunnen noemen, kan niet door ego worden gedefinieerd of geleid, omdat ego helemaal niets snapt van dat soort liefde. Het wordt niet herkend door ego en als ego er zijn handen aan brandt dan maakt ego er iets van wat het niet is, te weten, ego-liefde.

Relaties gebaseerd op echte liefde kunnen in principe niet stuklopen, maar ze kunnen wel veranderen. Het is heel goed mogelijk dat zo’n relatie niet werkt binnen het dualistische leven en de omstandheden, maar dan wordt er gekozen voor een andere vorm zonder dat de liefde afkoelt of omslaat in haat. Dit is zo omdat je niet van iemand houdt om er zelf beter van te worden en je geluk hangt niet af van hoe de ander zich gedraagt.

Ongeconditioneerde liefde betekent dat je van een ander houdt zonder voorwaarden of verwachtingen. Je houdt van die ander ongeacht of die ander er is of niet, zich wel of niet gedraagt zoals jij het ’t liefst zou willen zien, wel of geen intieme relatie met je wilt hebben en zelfs ongeacht of die ander wel of niet van jou houdt. Met deze liefde hoeft niets te worden gedaan omdat die liefde gewoon alleen maar is. Als het uitmondt in een relatie of een intieme relatie is dat cool, maar als dat niet gebeurt is dat net zo cool. Die liefde is en kent letterlijk absoluut geen tegenovergestelde.

Als je leeft vanuit deze echte liefde dan is het onmogelijk om te wijzen naar anderen alsof zij schuldig zijn aan jouw ongeluk of gebrek. Het is onmogelijk om te zien dat iemand anders daadwerkelijk iets fout heeft gedaan. Natuurlijk is iedereen verantwoordelijk voor zijn of haar daden, maar niemand is ooit schuldig. Negatieve acties en daden komen niet voort uit haat, maar uit een gebrek aan liefde. Deze acties en daden zijn een roep om liefde — echte liefde — en iemand schuldig verklaren en te straffen werkt averechts.

Maar dat is wel wat we doen, omdat we niet weten wat echte liefde is en ons leven leiden aan de hand van ego-liefde. Ego-liefde heeft wel een tegenovergestelde en dat is ego-haat en wanneer andere mensen of dieren niet voldoen aan de vanuit ego-liefde vooropgestelde eisen en voorwaarden, dan reageren we vanuit ego-haat en straffen we de ander of het dier.

Een wereld geleid en gestuurd vanuit ego-liefde en ego-haat is de wereld waarin we leven. Niet omdat die wereld zo is, maar omdat wij zo’n wereld creëren. We doen dit vanzelfsprekend onbewust omdat het merendeel van ons leeft vanuit het kind perspectief. We weten niet dat we zo’n wereld creëren omdat we niet weten dat hetgeen wij liefde een haat noemen alleen maar ego-liefde en ego-haat is.

Alles wat er fout gaat in die wereld is vrijwel altijd de schuld van anderen en we willen dat die anderen gaan veranderen, het anders gaan doen en zich dan vooral gaan gedragen zoals wij dat willen. Dit gaat nooit werken, zoals het verleden ons laat zien, omdat het allemaal aan de hand van ego gebeurt. In plaats van die anderen te vergeven en liefde te geven, straffen we ze en verwachten we dat ze zich aanpassen uit angst voor nog meer straf. Het resultaat is de extreem zieke en gestoorde wereld waarin we leven.

Pas wanneer we daarvan loskomen en in staat zijn om te zien wat iets is in plaats van geloven dat het is wat wij aan de hand van ego denken dat het is, zullen we zien dat er alleen liefde en een roep om liefde bestaat. Er bestaat dan niet meer zoiets als ‘haat’ en een wereld zonder haat hoeft niet te veranderen, het is perfect zoals het is en wanneer er een roep om liefde ontstaat dan is dat wat je het geeft. Zoals je een dorstig iemand niet een stuk droog brood geeft, maar water, geef je iemand die om liefde roept, liefde. Helaas, met een wereldbevolking die voornamelijk bestaat uit mensen die de wereld aanschouwen vanuit het kind perspectief, is dat niet onze werkelijkheid.

We hebben niet door dat wij die werkelijkheid zelf creëren, maar geloven dat die werkelijkheid ons overkomt. We geloven dat we slachtoffers zijn van de daden en acties van anderen en zijn niet in staat om te zien dat wijzelf de daders zijn en het slachtoffer van een wereld die wijzelf hebben gecreëerd. Dit blijven we doen zolang we geloven dat er zoiets als haat bestaat en zolang we geloven dat er haat bestaat, kunnen we nooit begrijpen of zien wat echte liefde is en zijn we niet in staat om een volwassen relatie te hebben met een ander en de wereld om ons heen.