Gedachten, denken en weten

Er zijn drie zaken die we vrij makkelijk met elkaar verwarren of met elkaar in verbinding brengen, terwijl ze letterlijk niets met elkaar te maken hebben. Die drie zaken zijn gedachten, denken en weten.

Laat ik beginnen met ‘gedachten’. Wat zijn gedachten? We denken veelal dat gedachten iets zijn wat wij hebben. Wij denken, dus de gedachten die we ervaren zijn onze gedachten, waarbij we aannemen dat de gedachten die we hebben, voortkomen uit wat wij denken.

Dit is niet zo. Volgens onze wetenschappers schieten er per dag ongeveer veertig- tot zestigduizend gedachten door ons brein. Min acht uur slaap, is dat drieduizend gedachten per uur en zo’n vijftig per minuut. Het merendeel van die gedachten valt je niet eens op en de paar die jij ‘jouw gedachten’ noemt zijn alleen maar de gedachten die het denken claimt.

Het zijn niet jouw gedachten en ze worden niet gegenereerd door jouw denken. Het enige wat jouw denken doet met gedachten, is het claimen van die paar gedachten die je opvallen om daar vervolgens over na te denken en te beslissen of de gedachte waar is of niet.

Die veertig- tot zestigduizend gedachten zijn universeel en vinden buiten ons om plaats. Al die gedachten zijn voor iedereen dezelfde gedachten, het is maar net wie een van die 40.000 tot 60.000 gedachten per dag, 3000 gedachten per uur en 50 gedachten per minuut oppikt, claimt als zijn gedachte en beslist wat voor waarde de gedachte voor hem heeft.

Denken daarentegen, is iets wat ons brein doet. Het is niet een actief iets, maar een reactief iets. Ons brein denkt na over de informatie die door het lichaam wordt aangeleverd. Het brein komt niet met originele gedachten, maar de externe informatie wordt van buitenaf aangeleverd door het lichaam — via de zintuigen in de vorm van sensaties of gedachten — en daarna denkt het brein erover na.

Het brein absorbeert de informatie die wordt aangeleverd door de zintuigen van het lichaam en denkt na of het goed is of niet. Het beslist of iets juist is of niet, of het een goed idee is of niet. Simpelweg gezegd beslist het brein de hele dag over ‘ja’ of ‘nee’ en ‘doen’ of ‘niet doen’.

Natuurlijk is het brein ingewikkelder dan dat, aangezien het bestaat uit drie delen: het bewuste brein (super ego), het onbewuste brein (ego) en het onderbewuste brein (Id). Ik heb het hier alleen over het bewuste brein, aangezien dat het enige deel is waarvan we ons bewust kunnen zijn.

Voor meer informatie over Id, Ego en Superego, lees een oude blog van mij: DE DRIE-EENHEID VAN DE EGO-DENKGEEST – DEEL 1 & DEEL 2; of Google ID EGO SUPEREGO FREUD.

De verwarring tussen denken en weten vindt plaats wanneer we ergens over na hebben gedacht en vervolgens tot de conclusie komen dat we het snappen. Wanneer we denken dat we het snappen, beslist het brein dat we het nu weten. Dit is nooit het geval. Weten is nooit een resultaat van denken. Het enige resultaat van denken kan zijn dat wij zelf denken en geloven dat we het weten, maar dat heeft niets met weten te maken en alles met denken en geloven.

Weten vindt alleen plaats in de denkgeest die de wereld en ons lichaam projecteert. Je kunt alleen iets weten wanneer er de absolute realisatie is dat jij niet dat lichaam bent en dat de wereld niet iets is dat zich buiten jou plaatsvindt of een effect op je kan hebben. Dat is ook het enige dat je kunt weten en het enige dat je hoeft te weten.

Het is wat oude goeroes als Ramana Maharshi en Nisargadatta Maharaj het ‘IK BEN’ noemden. IK BEN is het enige dat je als denkgeest kunt weten; je weet dat je bent, maar niet als dat lichaam in deze wereld in dit universum.

Samenvattend:

Gedachten zijn niet van ons, het zijn ideeën die om ons heen draaien of zweven. Pas wanneer het denken een gedachte claimt, geloven we dat het onze gedachte is, en pas wanneer het denken er over nagedacht heeft, wordt er besloten of het een goede of slechte gedachte is.

Het denken vindt plaats in ons brein, dat alleen maar kan nadenken over informatie dat door onze zintuigen wordt aangeleverd. Het denken beslist of het positief of negatief is, of we het doen of niet, en het beslist of iets waar is of niet waar is. Deze beslissing maakt het niet waar of onwaar, het levert alleen het geloof op dat iets waar is of niet, waarna we alleen maar geloven dat we het weten.

Het echte weten vindt alleen plaats in de denkgeest en ontstaat na de absolute realisatie dat we niet ons lichaam zijn, niet dat ik-personage. Dit weten bestaat uit de enige wetenschap die mogelijk is: IK BEN. Elk ander weten dan IK BEN is gebaseerd op vermoedens, veronderstellingen en aannames en niets meer dan het geloof het te weten, wat gewoon geloven is en niet weten.

Gedachten komen niet voort uit ons denken, ze staan los van ons en kunnen alleen worden geclaimd door ons denken. Ons denken levert niet iets weten op, alleen het geloof en de overtuiging dat we iets weten. Weten staat los van ons brein en vindt alleen plaats in de denkgeest na de realisatie dat we denkgeest zijn en niet dat lichaam.

Overigens, wanneer er de realisatie is dat we denkgeest zijn en niet ons lichaam, is het vrijwel meteen overduidelijk dat het brein in dat lichaam niets ons brein is, het denken niet ons denken en de gedachten niet onze gedachten. Hierdoor blijft alleen het weten van IK BEN over.

Terug naar de kern

Vanochtend werd ik wakker met een hersenpan vol gedachtes over zaken die op dit moment (nog) niet spelen en zelfs virtuele discussies met mensen die alleen in mijn hoofd aanwezig waren. Kort gezegd, ik was me druk aan het maken over iets wat nu niet speelt, maar wellicht verderop deze week zou kunnen plaatsvinden.

Het is iets wat volgens mij heel veel mensen doen. We maken ons druk over iets dat in de toekomst zou kunnen gebeuren, afgaande op iets wat in het verleden heeft gespeeld. Een altijd zinloze exercitie, aangezien er alleen dit moment nu hier is. Het verleden is voorbij, de toekomst is alleen maar een idee en niemand weet hoe die er uit gaat zien, wat er gaat gebeuren en hoe dat zich zal uitspelen.

Het enige wat ik kan doen om dat soort van razernij in mijn hoofd te stoppen, is terug redeneren naar wat ik werkelijk weet, terug naar de kern. Ik kwam vanochtend, zoals altijd, weer hierop uit:

Er is alleen wat is (de context) met daarin de projectie van wat lijkt te zijn (ik en de wereld). De context is, de projectie is niet.

De context is het enige dat bestaat. Binnen die context is het gevoel IK BEN ontstaan als gevolg van een ‘nietig dwaas idee’ van afscheiding. Het gevoel IK BEN is de projector en het idee ‘ik ben dit lichaam in deze wereld’ is de projectie. De keuze tussen ego — de onjuist gerichte denkgeest — of niet ego — de juist gerichte denkgeest — is wat de projectie definieert.

“In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen.”

Uit: Een Cursus In Wonderen — T27.VIII.6:2-3.

Het nietig dwaas idee is het idee dat afscheiding van eenheid mogelijk is. Het serieus nemen van dit idee —het vergeten er om te lachen — is wat het gevoel IK BEN oproept en de keuze voor de onjuist gerichte denkgeest (ego) is wat het lichaam als personage en de wereld om dit personage heen verwezenlijkt — met andere woorden: waar maakt — met alle gevolgen van dien.

Een keuze voor de juist gerichte denkgeest zorgt ervoor dat we de wereld kunnen observeren als in een droom — niet wezenlijk en zonder wezenlijke gevolgen. Deze keuze, elke keuze, kan elk moment worden gemaakt, maar niet in het lichaam, niet met het brein, alleen in de denkgeest. Vandaar dat mediteren op, of het terugkeren naar het gevoel IK BEN — zoals Nisargadatta aanbood om te doen — een werkzame methode kan zijn.

Dit betekent overigens niet, dat door te kiezen voor de juist gerichte denkgeest de projectie opeens verandert. De projectie is wat de projectie is. Het enige wat de keuze voor de juist gerichte denkgeest of voor de onjuist gerichte denkgeest doet, is de projectie definieren. Met andere woorden, de keuze verandert de perceptie van de projectie, het verandert de manier waarop de projectie wordt ervaren.

Als laatste nog dit: de laatste zin van wat ik vanochtend dacht — ‘De context is, de projectie is niet — betekent hetzelfde als ‘Waarheid is, onwaarheid is niet‘ of ‘Eenheid is, dualiteit is niet‘.

Wat is is!

En daarna is het stil, omdat er niets op kan volgen, aangezien er geen twee is.