In de denkgeest

Over om en nabij drie dagen is 2020 voorbij. Het is een tumultueus jaar geweest dat ergens in maart begon te ontsporen toen er opeens een ‘pandemie’ werd afgekondigd. Vanaf dat moment bleek een groot aantal mensen op aarde weg te glijden in een soort van blinde angst, terwijl ikzelf alleen maar in verzet ging.

Ik zag, en zie nog steeds, dat er geen ‘pandemie’ is en dat de angst die mensen ervaren volledig georkestreerd is middels een soort van massa hypnose dat over de wereld werd uitgestort via internetmedia, kranten, televisie, radio en de persconferenties. Als je een leugen maar vaak genoeg herhaald, gaan mensen vanzelf geloven dat het waar is, ongeacht hoe grotesk. de leugen ook is.

Ik merkte dat ik verrast was dat zo ontzettend veel mensen de leugen geloofden en de draconische maatregelen om een schijnbare virus — dat overduidelijk niet veel erger was dan een redelijke griep — te beteugelen accepteerden en ondergingen. Gaandeweg werd ik boos dat zoveel mensen zich zo lieten manipuleren en ergens halverwege oktober werd ik licht depressief van de mate van, wat ik ervoer als, ongekende stompzinnigheid om mij heen.

Halverwege oktober ging Nederland in een tweede gedeeltelijke lockdown en kondigde de Nederlandse regering aan dat er per 1 december een mondkapjesplicht zou ingaan. In mijn wereld is een mondkapjesplicht de meest stupide maatregel van alle stupide maatregelen, aangezien elk onderzoek heeft aangetoond dat ze niet werken, terwijl een groot aantal onderzoeken beweert dat ze zelfs averechts werken en schadelijk voor de gezondheid zijn.

Deze eerste december bleek voor mij een kantelpunt. Ik werd flink depressief wakker en was vooral ook heel erg boos. Op een of andere manier ben ik die dag doorgekomen, eerst als een soort zombie werkende in Artis en daarna waarschijnlijk met de nodige alcohol, maar vooral heel erg boos en steeds depressiever wordend.

Tijdens de nacht van 1 op 2 december had ik een inzicht dat me liet zien wat ego precies doet en waarom ik dit het grootste deel van het jaar, misschien zelf mijn leven, over het hoofd heb gezien. Ik heb meteen de volgende dag een blog geschreven — Schuldgevoel en Angst — waarin ik dit schreef:

De ego-denkgeest creëert schuld. Daardoor voelen we ons schuldig over iets wat we doen wat we niet willen — want, wat zullen anderen er van denken? — of over wat wij geloven dat wij doen ten opzichte van anderen, of we projecteren schuld op anderen voor wat wij geloven dat anderen hebben gedaan ten opzichte van onszelf — of allemaal tegelijk. In alle gevallen creëert dit een idee van ‘ik en die ander’, waardoor er dualiteit ontstaat en een gevoel van gescheidenheid.

Dualiteit en het gevoel van gescheidenheid is het enige wat de ego-denkgeest wil en het enige wat hij nodig heeft om ‘wat is’ het idee te geven dat het een langdurig losstaande entiteit is — alias een lichaam-brein-systeem — kortweg ‘een lichaam’ — in een potentieel bedreigende wereld.

Een week later schreef ik in ‘Kiezen‘ het volgende:

Binnen Een Cursus in Wonderen bestaat er de keuze tussen de heilige geest en de ego-denkgeest, oftewel tussen de juist gerichte denkgeest (liefde) en de onjuist gerichte denkgeest (angst). Dit is in feite een keuze tussen wat waar is en wat niet of, zoals Jed McKenna het schrijft, tussen zien wat is in plaats van zien wat niet is.

Ik heb lange tijd tussen de twee kunnen schipperen, maar nu moet ik kiezen. De wereld zoals wij — als Eenheid — die projecteren staat op scherp en ik kan niet daarin meegaan en tegelijk zeggen dat het niet waar is. De ego-denkgeest wil dat ik er in meega, want daarmee bewijst het dat ik besta als een losstaande fysieke entiteit in een fysieke wereld. Maar ik geloof niet dat ik dit lichaam ben en ik geloof niet dat de wereld een fysieke realiteit is, dus hoe kan ik er dan in meegaan?

Dat was de doorbraak waar het hele jaar 2020 naartoe had gewerkt, waardoor de hele corona-crisis zich van een vreselijke situatie naar het beste dat me kon overkomen transformeerde. Dit klinkt natuurlijk heel erg egoïstische, maar dat verandert zodra je inziet dat er maar één denkgeest is die de wereld projecteert en dat de enige plek waar verandering en transformatie kan plaatsvinden diezelfde denkgeest is. Hierdoor kan het niet iemand anders zijn dan alleen jijzelf die zo’n transformatie kan laten plaatsvinden.

Als dit voor mij zo werkt, dan moet het ook voor iedere andere schijnbare entiteit gelden, zoals jij die dit nu leest. De wereld is een externe duale projectie van een innerlijke non-duale conditie. Je verandert de wereld (de duale projectie) niet door in de wereld zaken te bevechten, je verandert de wereld door in de denkgeest (de non-duale conditie) de perceptie van die wereld te veranderen, waardoor de projectie van die wereld zal worden aangepast.

Met andere woorden, probeer niet de wereld te veranderen, maar verander de manier waarop je naar de wereld kijkt. Daarmee verander je de perceptie van de denkgeest, waardoor de projectie van de wereld automatisch zal worden aangepast aan die nieuwe perceptie.

Nu weet ik ook dat alles in deze wereld jou ervan overtuigt dat de problemen van deze wereld zich daadwerkelijk in deze wereld bevinden. Het is een extreem overtuigende show die wordt opgevoerd door ego en zolang je daarin meegaat, zolang je gelooft dat je dit lichaam in deze wereld bent, zul je oplossingen zoeken in deze wereld, terwijl de oplossing van het probleem zich simpelweg daar bevindt waar het probleem ligt: in de denkgeest.

Verander de denkgeest door te veranderen hoe jij denkt over jezelf en de wereld, en wanneer de denkgeest is aangepast, zul je zien dat hoe jij denkt over jezelf en de wereld opnieuw wordt aangepast, waardoor de denkgeest weer wordt aangepast. Et fucking cetera!

Les 5 en Les 34

Gewoonlijk zou ik nu in ARTIS staan om een vrijwilligersdienst te draaien, maar omdat premier Rutte en minister De Jonge hebben besloten dat, onder andere, alle dierentuinen twee weken dicht moeten, zit ik nu thuis met de handen in het haar… dat wil zeggen, als ik haar zou hebben.

Ik zou me heel erg kunnen opwinden over het feit dat een regering mij beknot in mijn vrijheid over een verzonnen pandemie en een virus dat niet bestaat (nog los van het feit dat ik sinds kort heb gezien dat we nooit ziek worden van een virus of een bacterie), maar dat doe ik niet. Misschien heb ik me al genoeg opgewonden en heb ik het eindelijk opgegeven… wat goed zou zijn.

De bovenstaande gedachte kwam langs en vervolgens moest ik denken aan les 5 en les 34 van Een Cursus in Wonderen. Samen zijn ze de samenvatting van wat de Cursus probeert te onderwijzen, maar tezamen zijn ze ook een goede leidraad voor overleven in deze waanzinnig gestoorde maatschappij. Les 5 stelt: Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk; en les 34 stelt: Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien.

Als ik deze lessen volg, dan moet ik ten eerste toegeven dat, stel dat ik mij zou opwinden over het feit dat premier Rutte en minister de Jonge beslissen dat ik iets niet mag doen wat ik heel erg leuk vind om te doen, dit niet is om de reden die ik denk, namelijk, dat ik iets niet mag doen wat ik leuk vind om te doen, en ten tweede dien ik me te realiseren dat ik, hoewel ik me misschien opwind, ik daar vrede voor in de plaats zou kunnen zien.

Het bovenstaande is een logisch gevolg van de twee lessen en ik heb het alleen even helemaal uitgeschreven voor het geval het niet logisch is voor iemand die de Cursus niet kent. Wat voor de een gesneden koek is, is voor een ander misschien een niet te behappen monstercake. Het is dus niet zo dat ik denk dat mijn lezers niet slim genoeg zijn om zelf uit te vogelen wat het daadwerkelijk inhoudt.

Stel dat ik me zou opwinden over wat er gaande is, dan is dat niet om wat premier Rutte doet, niet om wat minister De Jonge doet en niet om het feit dat ik niet mag werken in ARTIS, want dat zijn allemaal personen, objecten en zaken waarop ik mijn boosheid projecteer. Alles is altijd alleen maar de projectie van wat er speelt in de denkgeest — zoals ik al verscheidene keren heb geschreven — en in die denkgeest kan er de keuze worden gemaakt om mee te gaan in die projectie, dus mee te gaan in boosheid, of om ervoor te kiezen die boosheid te vervangen door vrede.

Die laatste stap klinkt simpeler dan hij is, aangezien ik ‘boosheid’ pas kan vervangen door ‘vrede’ als ik inzie dat die boosheid zoals die geprojecteerd wordt niet een legitieme boosheid is en niet ontstaat als gevolg van iets buiten mij. De boosheid ontstaat niet omdat iemand anders — Rutte en De Jonge — iets doet en niet omdat iets buiten mij niet gaat zoals ik graag wil zien dat het gaat, maar omdat ik — als denkgeest — schijnbaar heb gekozen voor het onjuist gerichte deel van die denkgeest in plaats van voor het juist gerichte deel van die denkgeest.

Met andere woorden, les 34 (Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien) kan pas worden uitgevoerd wanneer je in staat bent om terug te keren naar die denkgeest, zodat je op dat niveau kan inzien wat les 5 (Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk) werkelijk betekent. Daarom is les 34 niet les 6, er is een groot leerproces nodig om les 34 op en na les 5 toe te passen.

Niettemin zou je, wanneer je de Cursus goed hebt doorlopen — wat jaren van studie kan betekenen — de hele Cursus weggooien en alleen les 5 en les 34 bewaren: Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk en ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien. Met andere woorden, ik maak me druk over iets waarover ik mij niet werkelijk druk maak, dus ik houd daar mee op, ik adem in en ik adem uit, en vergeet het.

Nu is het geval zo, zoals ik al zei, dat ik me er niet druk over maak, dus wellicht heb ik de Cursus voldoende doorlopen om meteen in te zien dat mijzelf opwinden zinloos is. Het altijd is gericht op iets buiten mij, terwijl alles altijd alleen maar de externe projectie is van de innerlijke conditie. Het is altijd een projectie van de denkgeest die het vervolgens interpreteert als iets wat het niet is en dat heeft letterlijk helemaal niets met zoiets als ‘waarheid’ te maken.

Door terug te keren naar de denkgeest — naar de innerlijke conditie, als het ware — kan het duidelijk worden wat dan wel de reden is van de ‘boosheid’, en dat kan alleen maar het geloof in afscheiding zijn, aangezien alles alleen maar de projectie van dat geloof is. Dit is ongeacht of je ‘weet’ dat alles Eenheid is, ongeacht de mate waarin je ‘verlicht’ of ‘ontwaakt’ bent, want het simpele feit dat je dit duale leven als lichaam-brein-systeem ervaart, betekent dat dit geloof in afscheiding er is.

Door hiervoor in de plaats vrede te zien, vergeef je jezelf als denkgeest dat je schijnbaar nog steeds gelooft in de mogelijkheid tot afscheiding van Eenheid. Het mooie is dat letterlijk iedereen dit kan doen. Je hoeft er niet uitermate slim voor te zijn, je hoeft niet jaren aan de voeten van een goeroe te zitten of duizenden heilige boeken te verslinden… iedereen kan dit nu doen en wakker worden in deze droomstaat.

Het leven van je droom

Vanochtend dacht ik, als dit een droomstaat is — en dat is het! — dan moet in principe (in theorie, vanzelfsprekend) alles mogelijk zijn. Letterlijk alles wat er aan gedachten of ideeën bij mij langskomt moet leiden tot hetgeen waarop die gedachten en ideeën gericht zijn.

Bijvoorbeeld, als het idee of de gedachte opkomt dat ik iets heel graag wil hebben, doen of meemaken, dan zou dit logischerwijs moeten gebeuren, aangezien dit het dromen van een droom is waarin alles wat als idee langskomt automatisch gedroomd wordt, want dat is wat dromen is. Ook als wij ’s nachts dromen, is ons brein bezig de aanwezige ideeën en gedachten uit te beelden in een verhaal.

Dus, zo vroeg ik me af, als dit leven het dromen van een droom is — en dat is het! — waarom wordt alles wat ik wil hebben, doen of meemaken niet meteen gematerialiseerd? Het idee is er, de gedachte is er, dus waarom gebeurt er heel vaak niets, gebeurt er meestal het tegenovergestelde en ben ik zelfs verrast als het wel een keer gebeurt?

Het antwoord is in feite heel simpel. Blijkbaar is er iets dat het idee en de gedachte overstemt. Blijkbaar is er een overtuiging dat me vertelt dat het niet een goed idee is, dat het niet goed voor mij is, dat het niet geschikt is, dat ik er geen recht op heb of dat het simpelweg onmogelijk is. Die overtuiging is blijkbaar zo sterk dat het dat wat ik wil hebben, doen of meemaken overstemt, en dus wordt die overtuiging uitgevoerd en is dat de realiteit die ik ervaar.

Ik kom er steeds weer op terug, omdat het werkelijk zo is: De wereld, de realiteit die ik ervaar, is de externe projectie van een innerlijke conditie. Ik weet dat dit gericht is op de denkgeest en niet op onszelf als lichaam, maar het lichaam is de projectie van de denkgeest en werkt dus op eenzelfde manier. Deze blog gaat niet over wakker worden uit de droomstaat, maar over spelen met alle mogelijkheden in de droomstaat.

Dus als ik wil weten waarom de realiteit die ik ervaar niet is wat ik hier op aarde denk of geloof te willen ervaren, dan moet ik kijken naar die innerlijk conditie. Welke innerlijke onbewuste overtuiging zorgt ervoor dat ik niet ervaar wat ik geloof en denk te willen ervaren? Die innerlijke onbewuste overtuiging overstemt de wensgedachte en vervolgens wordt die innerlijke onbewuste overtuiging geprojecteerd in plaats van de wensgedachte.

In principe geeft het feit, dat als je niet leeft zoals je wilt leven of als je niet tevreden bent met hoe jouw wereld er uitziet, al aan dat er zo’n overtuiging moet bestaan. Dat is niet fout of verkeerd, het is ook niet iets wat je jezelf aandoet, het is simpelweg hoe het onder leiding van de ego-denkgeest werkt. Vrijwel iedereen doet het of heeft er last van, maar dat hoeft niet zo te zijn.

Zonder die innerlijke onbewuste overtuiging zou je meteen het leven leiden dat je wilt en zou je op zijn minst tevreden moeten zijn met je leven, aangezien dit het dromen van een droom is waar ideeën en gedachten automatisch worden verbeeld in een verhaal en waar wonderen simpelweg plaatsvinden.

De reden waar dit niet voortdurend gebeurt, is omdat de wens — het idee en de gedachte — wordt overstemt door een onbewuste overtuiging. Die overtuiging kun je vinden middels zelfonderzoek — hoe anders? — en als je hem vindt, dan kun je hem vrij simpel verwijderen of doen oplossen, tenzij je gelooft dat het deel is van wat je bent, een deel van je identiteit, dan moet je er waarschijnlijk wat meer energie instoppen.

Dit is overigens niet alleen hoe het werkt in de droomstaat, het is hoe de droomstaat werkt, het is wat de droomstaat is. En natuurlijk is het allemaal niet waar, maar het is wel hoe het schijnbaar is en waarom zou je daar niet mee spelen? Wat win je door vast te houden aan onderdrukkende emoties en belemmerende overtuigingen? Wat heb je te verliezen als je ze verwijdert? En waarom zou je dan niet gebruikmaken van de mogelijkheden die dan vrijkomen?

We stellen geen grenzen aan wat mogelijk is in onze nachtelijke dromen, waarom zouden we dan grenzen stellen aan wat mogelijk is in de droomstaat? Alles is mogelijk omdat alles illusie is. De kern van de droomstaat is dat het bestaat uit oneindige mogelijkheden en daarvan gebruiken we misschien twee procent… dat moet beter kunnen.

Alles is oké

Het is vrijdag 7 augustus. Buiten is het inmiddels — ten tijde van dit schrijven is het 12:50 uur — 30° Celsius en de verwachting is dat het gaat oplopen tot 33°. Dat is voor mij een beetje teveel van het goede, dus ik heb besloten om de rest van de dag binnen te blijven. Ik heb meer dan genoeg boodschappen in huis, ik heb geluncht en nu ben ik dit aan het schrijven.

Zo ziet een blog eruit als ik schrijf over wat er daadwerkelijk gaande is in mijn leven. Fucking boring, right? Het is zelfs nog saaier geworden dan het al was, aangezien ik me letterlijk helemaal niet meer bezighoud met het verleden en de toekomst, en dat was het enige wat nog enig drama kon veroorzaken.

Personages die slapen willen vaak wakker worden om voor altijd bevrijd te zijn van het drama in hun leven zonder de hoogtepunten te verliezen, om de rest van de tijd in hemelse gelukzaligheid te leven met alles wat hun hartje maar begeert… maar de realiteit is anders. Als je wakker wordt, dan is er niets meer wat je begeert, niets wat je moet doen, niets wat je per se wilt en ‘gelukzaligheid’ is niet van toepassing omdat er geen tegenovergestelde meer is.

Nee, wakker zijn is, bekeken vanuit de droomstaat, saai en zeker iets wat je niet zou moeten willen zolang je redelijk gelukkig slaapt. Maar als je eenmaal wakker bent, bestaat ‘saai’ niet meer, dus dat scheelt, maar ook ‘spannend’ is verdwenen. Het enige wat dan nog ervaren wordt, is een ‘oké-zijn’ en dat is, zoals het woord al zegt, alleen maar oké.

Jed McKenna schreef (en ik parafraseer, want ik heb de quote niet bij handen), dat pasgeboren baby’s niet anders worden ervaren dan patiënten op een brandwondenafdeling van een ziekenhuis. Toen ik dat voor het eerst las, begreep ik het niet, maar dat is wat dit is; het resultaat van wakker zijn is zien dat beiden helemaal oké zijn, omdat alles altijd helemaal oké is.

Als er honderden, of duizenden, of honderdduizenden, of voor mijn part miljoenen mensen doodgaan aan een virus, dan is dat net zo oké als dat dit niet zou gebeuren. Voor iemand in de droomstaat klinkt dat harteloos, maar als je uit de droomstaat bent ontwaakt, is het een uiting van absolute liefde voor alles wat schijnbaar is, zonder enig onderscheid.

Het is allemaal oké omdat, als het plaatsvindt, het precies is wat plaatsvindt en niet wat niet plaatsvindt. Het is de externe projectie van de innerlijke conditie van de denkgeest en het kan dus alleen maar een perfecte projectie zijn. De projectie die ik zie is er speciaal voor mij om van af te lezen waar ik mij bevind binnen de droomstaat, en hoe wakkerder ik word, hoe minder drama ik zal ervaren… en wat mij betreft is dat echt heel erg ontzettend oké.

Als ik nu ’s ochtends wakker word, herinner ik mijzelf er aan dat alles helemaal oké is en niet beter zou kunnen zijn, ongeacht wat er staat te gebeuren en ongeacht wat de uitkomst zal zijn. En ja, ik geef het toe, dat is eigenlijk best wel fucking boring.

But I like it!

De externe projectie (2)

Elke situatie waarin ik mij nu bevind, zoals ik al vaker heb gezegd, is de externe projectie van de innerlijke conditie. De vergissing die ik tot nu maakte, is geloven dat ik, in de hoop een leukere externe projectie te creëren, de innerlijke conditie moet aanpassen of veranderen. Dat werkt volgens mij niet.

Dit is een vergissing die gemakkelijk wordt gemaakt, omdat ego letterlijk alles binnen een fractie van een seconde 180° omdraait. Wat er steeds gebeurde, is dat ik me realiseerde dat de ervaring van dit moment de externe projectie is van een innerlijke conditie en vervolgens dacht ik dat ik mij onprettig voelde als gevolg van die externe projectie, terwijl het ‘mij onprettig voelen’ de oorzaak was van de externe projectie.

Kort gezegd: er is een innerlijke conditie, die innerlijke conditie levert een onprettig gevoel op en dat onprettige gevoel wordt extern geprojecteerd als ‘de wereld’. Mijn externe wereld is het gevolg van hoe ik mij voel en hoe ik mij voel is het gevolg van de innerlijke conditie van de denkgeest.

Doordat ego het 180° omdraait en van een oorzaak een gevolg maakt, waardoor het gevolg opeens de oorzaak lijkt te zijn, wordt er gedacht dat ik de innerlijke conditie moet veranderen om zo een externe projectie te creëren waardoor ik mij prettig zou kunnen gaan voelen… en dat werkt dus niet.

De misvatting is als volgt, en ik weet dat ik hetzelfde ga zeggen in andere bewoording: er wordt gedacht dat, omdat de externe projectie mij onprettig doet voelen, ik de innerlijke conditie moet veranderen, waardoor de externe projectie zal worden bijgesteld, waardoor ik mij beter zal gaan voelen; terwijl de externe projectie alleen maar laat zien wat en waar ik nu ben, omdat dit is wat ik blijkbaar hebt gewild!

In plaats van de externe projectie te willen veranderen door de innerlijke conditie aan te passen, dien ik de externe projectie te gebruiken om vast te stellen wat ik dan wel wil, aangezien dat wat ik voorheen wilde niet is waar ik blij van word. Hierin moet ik wel verschrikkelijk, ontiegelijk en niets ontziend eerlijk zijn, ik moet vaststellen wat ik — als denkgeest — absoluut werkelijk wil en daarmee het doel vaststellen.

Zoals Een Cursus in Wonderen ook zegt in hoofdstuk 17.VI:

“In elke situatie waarin je onzeker bent, is het eerste wat je dient na te gaan heel eenvoudig: ‘Wat wil ik dat hiervan komt? Waartoe dient het?’ Opheldering over het doel hoort thuis aan het begin, want dat zal de afloop bepalen.”

Dit dien ik dan niet te doen omdat ik me beter wil voelen en niet omdat ik wil dat de externe projectie verandert, met andere woorden, ik moet dat niet doen omdat ik daadwerkelijk een bepaald effect of een bepaald iets wil creëren, maar puur en alleen omdat dit de enige manier is om de innerlijke conditie bij te stellen.

Door de externe projectie te gebruiken om vast te stellen wat mijn werkelijk doel is — en dat is niet meer geld, een leuker leven of wat voor aardse bullshit dan ook — train ik de denkgeest en verander ik de innerlijke conditie van die denkgeest, waarna de externe projectie zal vormgeven wat ik wil… ook al heb ik geen idee hoe dat er uit gaat zien.

Als die nieuwe externe projectie mij vervolgens rust oplevert — ook wel ‘de vrede van God’ genoemd — dan weet ik dat ik het juiste doel heb vastgesteld, en zo niet, dan gebruik ik deze nieuwe externe projectie om opnieuw het doel vast te stellen. Dit betekent overigens niet dat een externe projectie verkeerd of fout is; elke externe projectie is altijd helemaal perfect voor mij op dit moment!

Nadat ik al het vuilnis en alles wat overbodig is, al mijn veronderstellingen, al mijn aannamen, elk geloof dat ik ooit heb gehad en al mijn gehechtheid aan relaties, materiële en immateriële zaken heb verwijderd, is dit de laatste “spirituele” oefening die nog gedaan hoeft te worden. Het enige wat hiervoor nodig is in absolute eerlijkheid kijken naar de externe projectie, dat wat ik blijkbaar heb gewild, en die te gebruiken om vast te stellen wat het is dat ik werkelijk wil.

Wat ik werkelijk wil kan ik niet verkrijgen door de externe projectie te veranderen, want die is perfect, noch door de denkgeest (de innerlijke conditie) aan te passen, want de denkgeest slaapt, maar alleen door naar de externe projectie te kijken en te zien wat ik blijkbaar heb gewild, om vervolgens vast te stellen of dit werkelijk is wat ik wil. De mate van rust of vrede van God dat dit oplevert, is mijn graadmeter.

De denkgeest en de droom

Metafysica is een tricky iets, het onderzoekt namelijk niet “de werkelijkheid [..] zoals ze ons gegeven wordt uit zintuiglijke of instrumentele waarneming (wat bijvoorbeeld de fysica doet), maar [gaat] op zoek [..] naar het wezen van die werkelijkheid en wat er achter zit” [wiki] waardoor het al snel klinkt als fantasie, geloof of waan. Toch voel ik de noodzaak om vanuit de metafysica het een en ander neer te pennen.

Zoals in Een Cursus in Wonderen wordt beschreven, maar wat ook in andere spirituele stromingen, leringen en filosofieën is terug te vinden, is dit leven op aarde niets anders dan illusie, symbolisch omschreven als het dromen van een droom. Het is de externe projectie van de innerlijke conditie van een ‘denkgeest’ in de vorm van een personage (ik) in een wereld. Als we die ‘externe projectie van de innerlijke conditie’ symbolisch beschrijven als het dromen van een droom, dan houdt dit automatisch in dat die ‘denkgeest’ de dromer van die droom is.

‘Denkgeest’ is een symbolisch beeld voor een schijnbaar deel van Eénheid dat het idiote idee had dat het zich kon afscheiden van die Eénheid en sindsdien een droom droomt van dualisme. Die ‘denkgeest’ is dus niets anders dan een symbolisch beeld van het idiote idee van afscheiding en niet iets fysiek tastbaars.

Binnen het dromen van een droom is er altijd één personage waar de dromer zich mee identificeert en dat is de held van de droom. Die held is altijd het vormgegeven beeld van de dromer, zoals de ‘held’ in de dromen die wij ’s nachts dromen, ook altijd het vormgegeven beeld is van onszelf. Dit betekent automatisch, dat:

Als de ‘denkgeest’ de dromer van de droom is
En ik mij identificeer met de ‘held van de droom’
Dan ben ik die denkgeest.

Door het geloof in de werkelijkheid van die afscheiding, ontstaat er schijnbaar een ‘denkgeest’ die droomt van dualisme, en door het geloof in de werkelijkheid en waarheid van die droom, alsmede door de identificatie met de ‘held van de droom’, ontstaat er een ‘ik’ in een wereld en die ‘ik’ ben ik (Frits) — althans, ik geloof die ‘ik’ te zijn, in feite ben ik die ‘denkgeest’.

En dan begint hier pas hetgeen ik wilde schrijven, maar blijkbaar had ik een lange inleiding nodig…

IK (denkgeest) ben de dromer van de droom. Dat houdt automatisch in dat ik (Frits) de ‘held van de droom’ ben en dat de wereld om mij heen precies is wat IK (denkgeest) wil dromen. Ik (Frits) weet in principe niet dat ik gedroomd word en geloof daarom dat ik echt besta en een leven heb in een wereld waarmee ik moet onderhandelen om te kunnen overleven.

IK (denkgeest) weet niet dat IK droom (net zoals we tijdens onze nachtelijke dromen niet weten dat we dromen). IK (denkgeest) neem de droom voor waar aan, omdat IK werkelijk geloof dat IK me heb afgescheiden van Eénheid. (Wat onmogelijk is, omdat Eénheid minus een afgescheiden deel geen Eénheid meer kan zijn en het hele idee van Eénheid nou eenmaal is dat het een eenheid is.)

Onbewust stuur IK (denkgeest) die droom zo dat het de afscheiding van Eénheid keer op keer bevestigt. IK (denkgeest) bombardeer mijzelf (Frits) op een geweldig hoog tempo voortdurend met ‘bewijzen’ van dualisme, waardoor er geen tijd en ruimte is om te realiseren dat het maar een droom is en dat het idiote idee van afscheiding van Eénheid nooit is uitgevoerd en de separatie nooit heeft plaatsgevonden.

Eénheid is nog steeds Eénheid;
Er is geen twee.

Het resultaat, voor nu, voor mij (Frits), is dat mijn perceptie steeds fluctueert tussen ik (Frits) en IK (denkgeest). Ik (Frits) ervaar een wereld die me niet aanstaat en wil daar graag verandering aan toebrengen, maar ben daartoe niet in staat. De wereld die ervaren wordt, bestaat namelijk alleen als droom in MIJ (denkgeest) en niet rondom mij (Frits), dus ik (Frits) kan niets veranderen in of aan die wereld, omdat ook ik (Frits) alleen besta als ‘held van de droom’ in de droom in MIJ (denkgeest).

Noot: Vandaar dat Een Cursus in Wonderen ook voorstelt om niet de wereld te veranderen, maar je gedachten over de wereld te veranderen, en die gedachten vinden plaats in de ‘denkgeest’, waar geloofd wordt dat de gedroomde wereld werkelijkheid is, en niet in mij (Frits), wat slechts een droompersonage is in de gedroomde wereld.

Het lastige van dit verhaal, is dat het binnen dat verhaal, dus binnen de droom, wel kan worden begrepen, maar nooit volledig kan worden geaccepteerd en geleefd. Zodra de ‘held van de droom’ er mee aan de gang gaat, wordt het verwerkt door een gedroomd brein (de hersenen) in die droom en wordt het gezien en onderzocht door de bril van de fysica. Dat is net zoiets als de appel onderzoeken met instrumenten en apparaten die gericht zijn op bananen; dat levert een vertekend en verkeerd beeld op van de appel.

Voor iemand die zich volledig identificeert met de ‘held van de droom’ en volledig gelooft in de werkelijkheid en waarheid van de droom, is het volslagen mesjokke en gestoord om ook maar voor te stellen dat hij alleen maar ‘denkgeest’ is die droomt. Het is voor hem onmogelijk om voor te stellen dat er verder niemand is en dat letterlijk alles wat hij ziet en meemaakt een projectie is van zijn eigen fantasie, maar dat is precies wat dit is.

Het meest gestoorde hiervan, is dat ik (Frits) geloof en ervaar dat ik interactie heb met andere mensen, die zelf ook een leven hebben en dingen meemaken waar ik geen deel van uitmaak, terwijl niets van dat alles waar is. Het is een soort van schizofrene droom waarin ik alle rollen speel en meteen vergeet dat dit zo is, waardoor ik me druk kan maken over wat een ander doet, zegt of gelooft, en over wat een ander misschien zal denken over wat ik doe, zeg of geloof, terwijl ik zelf al die rollen speel en ik zelf het script heb geschreven en de regie voer. Niet ik (Frits) maar IK (denkgeest), aangezien ‘ik (Frits)’ ook zo’n rol is.

Terwijl ik dit schrijf, voel ik hoe het brein van mij (Frits) in een soort van gekte belandt. Hoe het bijna doordraait, omdat het niet kan vatten en verwerken wat er net geschreven is (hoe schizofreen is dat?).

Het idee dat IK (denkgeest) de enige ben die zeggenschap heeft en sturing geeft aan een als realiteit ervaren droom, maar dat IK (denkgeest) mij daar niet bewust van ben en dus niet werkelijk zeggenschap heb of sturing geef, en dat er verder niemand anders is die iets doet of kan doen, inclusief ikzelf (Frits), is voor het droompersonage ‘Frits’, de ‘held van de droom’, niet te bevatten.

Het idee dat alles en iedereen om mij heen, inclusief mijzelf, alleen bestaat in de droom die IK (denkgeest) droom, is met recht waanzinnig te noemen… en toch is het zo.

[‘FRITS’ LACHT HYSTERISCH. LICHTEN DOVEN EN HET DOEK VALT. IN HET DONKER HET GELUID VAN EEN PISTOOLSCHOT]

Verder: poging 1

Tijdens de zoektocht naar Waarheid — of verlichting, bevrijding, de vrede van God, geef het een naam — zijn er verschillende momenten waarop je denkt dat je ‘er bent’ en dat je ‘klaar’ bent; dat je het einde van de weg hebt bereikt en gevonden hebt wat je zocht. Ik heb door de jaren heen veel van die momenten gehad en vaak heb ik geloofd ik dat ik daadwerkelijk ‘klaar’ was.

Maar sinds een aantal jaren weet ik dat ‘klaar’ niet werkelijk bestaat zolang je nog op aarde rondwandelt; er is altijd verder. Zo’n verder is momenteel aan de gang. Van het ene op het andere moment werd ik uit mijn redelijk stabiele ‘klaar’ gevoel gemieterd — een ‘klaar’ gevoel waarvan ik wist dat het niet ‘klaar’ was, waardoor ik ook wist dat dit wat nu gebeurd is moest gebeuren. Niettemin gebeurt zoiets toch altijd weer onverwachts en blijf je achter met een ‘wat de fuk is dit!‘ gevoel.

Opeens zie ik de wereld in, naar ik aanneem, de standaard vorm; als het scherm waarop ik de wereld waarin ik geloofde op projecteerde. Hoewel alles er op dit moment nog steeds hetzelfde uitziet, voelt het aan als een soort van desolaat niemandsland waarin een verhaallijn wordt uitgerold dat geen enkele punchline, conclusie of logica heeft. Volslagen krankzinnigheid alom.

Dat is op zich niet een slechte beschrijving van de wereld, er is hier namelijk niemand en nog nooit iemand geweest en het verhaal dat wordt verteld, gaat uiteindelijk nergens over en nergens naartoe; het heeft geen begin en geen einde, maar begint zomaar ergens vanuit het niets en stopt onverwachts halverwege een actie of gebeurtenis.

De wereld die we zien is het resultaat van wat we geloven, aannemen en veronderstellen dat waar is, daarmee kleuren we alles, tot aan ons eigen karakter in. Wanneer dat opeens zomaar wegvalt, is die wereld opeens onpersoonlijk (hoewel niet op een negatieve manier), kleurloos (hoewel de kleuren er gewoon zijn, alleen niet meer in hun oude betekenis) en vooral krankzinnig gestoord (hoewel niet per se op een bedreigende manier).

‘Eenzaam’ is ook een woord dat opkomt, maar ook weer niet in de betekenis zoals we dat normaal gebruiken. Eerder als de samenvoeging ‘een-saam’; een alleen zijn dat meteen alles omvat. Maar het voelt wel alsof ik iets heb verloren, iets kwijt ben. Er wordt een soort van gevoel van afscheid of rouw waargenomen, terwijl ik weet dat hetgeen dat ik verloren zou hebben — het is onduidelijk wat dat is — nooit hier is geweest, althans niet als losstaand of afgescheiden iets, waardoor het niet te verliezen is.

Het is me wel duidelijk dat ik (nog) niet de woorden kan vinden om deze nieuwe situatie, dit nieuwe ‘verder’, te beschrijven. Ik zal dat waarschijnlijk wel de komende tijd blijven proberen, want dat is wat ik doe. Dat is wat ‘Spirituele Autolyse’ is, dat is wat zelfonderzoek — of beter gezegd, onderzoek van Zelf — is. Dat is wat ‘steeds weer verder’ inhoudt: eerlijk kijken naar- en ontleden van jezelf en de wereld om je heen zoals jij die waarneemt.

Ik herhaal nogmaals, de wereld is een externe projectie van een innerlijke conditie, dus als ik wil weten waarom de wereld is zoals ik die ervaar, dan moet ik kijken naar de bron van die ervaring. Ik moet kijken naar de oorzaak van het probleem, omdat daar ook het antwoord moet liggen. De bron van de ervaring, de oorzaak en daarmee het probleem en daarom ook de oplossing, kan alleen gevonden worden door te kijken naar de innerlijke conditie.

Dit kan niet gedaan worden met het lichaam-geest-systeem, niet vanuit het personage dat in deze wereld rondloopt, dus er moet een andere manier zijn.

Het heilige ogenblik

De wereld is het resultaat van het krankzinnige en gestoorde idee dat wij ons zouden kunnen afscheiden van Eenheid. De wereld is, zoals ik al in een vorige blog heb geschreven, een externe projectie van een innerlijke conditie en die innerlijke conditie is het geloof dat we ons hebben afgescheiden van Eenheid, wat een gestoord geloof is, en omdat dit een compleet gestoord geloof is, is de wereld die wij zien en ervaren ook compleet gestoord.

Het is niet mogelijk om te leven en te bestaan in een compleet gestoorde wereld, dat is letterlijk Godsonmogelijk, maar blijkbaar willen we dat wel. Daarom zijn we voortdurend bezig om ons ervan te overtuigen dat het wel meevalt. Dit doen we door alles wat onze schijnbare ‘rust’ en onze schijnbare ‘vrede’ dreigt te verstoren, over het hoofd te zien, goed te praten, te bagatelliseren of te ontkennen. We leiden onszelf af met bezigheden en spelletjes, we verliezen ons in verslavingen, in seks of in iets anders waarvan we onszelf overtuigen dat het belangrijk is.

Iedereen doet dat, omdat het de enige manier is om te overleven in een compleet gestoorde wereld. Wanneer we eerlijk zouden kijken naar de wereld die wij hebben geschapen, een wereld waarin we elkaar om het minste en geringste te lijf gaan, waarin we elkaar uitbuiten en mishandelen, een ander onderdrukken of onszelf laten onderdrukken, waarin we letterlijk in staat zijn om alles te doen om onszelf als dit lichaam te beschermen, dan zouden we het niet meer aankunnen. We zouden dan zien dat letterlijk alles wat we doen, elke stap die we zetten, ten koste gaat van iets of iemand anders, dat elke handeling een vorm van moord is. We zouden letterlijk niet meer in staat zijn om één stap te verzetten, dus we moeten wel ontkennen en vergeten dat dit zo is.

Als we naar het nieuws kijken en merken dat we daar ongelukkig van worden, dan kijken we de volgende keer niet meer naar het nieuws of we vergeten het zodra het journaal voorbij is en denken er niet meer aan tot de volgende uitzending. Alles wat onze ‘rust’ en ‘vrede’ bedreigt, blokkeren we en vergeten we en dat blijven we doen tot de gestoordheid van dit leven, de krankzinnigheid van deze wereld, niet meer te verhullen is. En zelfs dan lukt het ons vaak nog om het te verhullen met een of andere spirituele oneliner als “alles is Liefde” of “er is nooit iets gebeurd” die we niet gebruiken waarvoor ze bedoeld zijn, maar om het dragelijk voor ons te maken.

Pas wanneer ook dat niet meer werkt, als letterlijk niets meer helpt en wanneer we niet meer in staat zijn om de krankzinnigheid te verhullen, te vergeten of te ontkennen, wanneer we niet meer in staat zijn om iets te verzinnen om onze ‘rust’ en ‘vrede’ te beschermen en te consolideren, pas dan ontstaat er de ruimte om een werkelijke rust te vinden in wat Een Cursus in Wonderen “de vrede van God” noemt.

Dit betekent niet dat de wereld niet meer gestoord en krankzinnig is, want dan zouden we die vrede van God weer gebruiken om het voor ons dragelijk te maken, het betekent alleen maar dat je er op een andere manier naar kijkt. Je ziet nog steeds dat de wereld gestoord en krankzinnig is, je ziet nog steeds dat alles en iedereen om je heen volslagen gestoord en krankzinnig is, inclusief jijzelf, maar je ziet dat het goed is zoals het is.

De vrede van God kan pas ervaren worden wanneer er wordt ingezien dat de ego-wereld gestoord en krankzinnig is en altijd is geweest en dat jij werkelijk niet meer in staat bent om iets te verzinnen, te vergeten, te verhullen of te ontkennen om het dragelijk te maken. In veel gevallen is dat het punt waarop doodgaan een beter alternatief is dan nog verder proberen te functioneren in deze krankzinnige gestoorde wereld.

Je kunt dit niet afdwingen, omdat het dan iets is wat we kunnen doen terwijl er letterlijk niets is dat we kunnen doen. Puur en alleen verstandelijk observeren dat de wereld gestoord is en dat alles in die wereld gestoord is, is niet genoeg, omdat we dat weer gebruiken om het dragelijk voor ons te maken. We gaan ons dan zien als speciaal, omdat wij inzien dat de wereld gestoord is en al die andere mensen zien dat niet.

Alleen jijzelf kunt weten wanneer je compleet verslagen bent door de ego-wereld en doodgaan prefereert boven nog één seconde langer te leven in deze gestoorde wereld. In Een Cursus in Wonderen wordt dit het Heilige Ogenblik genoemd; het moment waarop de Heilige Geest het stuur overneemt, omdat jijzelf daadwerkelijk geen mogelijkheid meer ziet om iets te doen of te veranderen aan deze gestoorde wereld. Jij ziet geen mogelijkheid meer om nog iets te verzinnen om het dragelijk te maken voor jou en dat is het moment waarop het einde verhaal is voor jou, voor wat je dacht te zijn, en het moment waarop jij sterft zonder dood te gaan.

Hoe verander je de wereld?

Ik kom toch elke keer weer bij het volgende terecht: De realiteit die je ervaart is een externe projectie van een innerlijke conditie. Het is een zin uit Een Cursus in Wonderen die ik voor mijn gemak hier geparafraseerd heb. Iedereen kan quotes uit zijn hoofd leren, maar de kunst is om het je eigen te maken zodat het daadwerkelijk iets voor of met je doet.

De realiteit die je ervaart is een externe projectie van een innerlijke conditie. Om dit goed te begrijpen moeten we weten wat er met 1: ‘de realiteit’; 2: ‘externe projectie’; en 3: ‘innerlijke conditie’ precies wordt bedoeld.

  1. De realiteit die ik ervaar is de wereld die ik zie, inclusief mijzelf als lichaam. Die wereld, inclusief mijzelf als lichaam, is, zoals de zin ons vertelt, een externe projectie.
  2. De externe projectie is iets dat wordt geprojecteerd op iets wat niet die projectie is. Zoals een film wordt geprojecteerd op een scherm, waarbij het scherm niet de film is.
  3. De innerlijke conditie is hetgeen dat geprojecteerd wordt en dat is iets dat bestaat voor hetgeen dat de projectie projecteert. Je zou het kunnen zien als de film die door de projector wordt geprojecteerd op het scherm.

Die innerlijke conditie is niet de conditie van het lichaam dat we denken te zijn, want het lichaam is een deel van de realiteit die ontstaat dankzij het samenspel tussen projector en scherm. De innerlijke conditie bevindt zich in de denkgeest van waaruit de projectie — lichaam, ego, wereld, de ervaren realiteit — geprojecteerd wordt op het blanco canvas van wat we de ‘echte wereld’ zouden kunnen noemen. De echte wereld is de wereld zoals die is zonder onze perceptie van de projectie, of, anders gezegd, het scherm zonder de film.

Het volledig begrijpen van de zin ‘De realiteit die je ervaart is een externe projectie van een innerlijke conditie’ laat mij ten eerste inzien dat het absoluut zinloos is om iets in of aan de geprojecteerde wereld en realiteit te veranderen. In een bioscoop loop ik, wanneer de film die ik zie mij niet bevalt, ook niet naar het filmscherm om daar iets te veranderen aan het verhaal, want het is alleen maar een projectie op een scherm.

Ten tweede laat het mij zien dat het even zinloos is om iets te veranderen aan het lichaam dat ik binnen deze geprojecteerde realiteit als ‘mijzelf’ ervaar. Dat lichaam is als de lens van de projector die de film projecteert en iedereen snapt, dat als je de lens van de projector aanpast, of zelfs vervangt door een andere lens, of mooier maakt met allemaal toeters en bellen, het verhaal van de film niet verandert.

En ten derde laat het me zien dat de enige plek waar ik iets aan de projectie kan veranderen, waar ik iets aan die innerlijke conditie kan doen die de oorzaak is van de projectie van mijn ervaren realiteit, zich voor de projector bevindt en dus voor het lichaam dat ik geloof te zijn, en dan kom je uit bij wat Een Cursus in Wonderen ‘de denkgeest’ noemt.

Om de allegorie van de bioscoop te gebruiken, de enige manier om het verhaal dat op het filmscherm wordt geprojecteerd te veranderen is niet door het beeldscherm te veranderen, niet door de projector te veranderen, maar door de film te veranderen. Dit betekent niet dat je de projectie op het scherm links laat liggen of gaat negeren, zoals zoveel non-dualisten doen, maar dat je de projectie tot je neemt zodat je het kunt gebruiken.

Om te weten hoe en waar ik het verhaal van de film wil veranderen, om te weten wat er mis is met het verhaal, moet ik de film eerst zien. Met andere woorden, ik moet mijn leven binnen de geprojecteerde realiteit leven en doorstaan zodat ik dat kan gebruiken om te zien wat de innerlijke conditie is van de denkgeest.

Alles wat ik ervaar, alles wat er om mij heen gebeurt, is mijn perceptie en interpretatie van de projectie van de innerlijke conditie van de denkgeest. Wanneer ik daarnaar kijk en alles tot mij neem, dan levert dat gevoelens en emoties op en die kan ik gebruiken. Door de tijd te nemen deze gevoelens en emoties te voelen, kan ik ze gebruiken om terug te keren naar eenheid, wat de denkgeest is. Daar, in die denkgeest, in die eenheid, kan de innerlijke conditie, middels het ‘zitten’ met de emoties en gevoelens, opgelost worden waarna de projectie — de wereld en de realiteit — anders kan worden ervaren.

De energie die deze wereld en realiteit in stand houdt, wat in feite de projectie in stand houdt, is de angst om het bovenstaande gegeven, dat de realiteit die je ervaart een externe projectie van een innerlijke conditie is, volledig te omarmen. Het is de angst om volledig te omarmen dat je niet bent wat je denkt te zijn, het is de angst om niet te bestaan en nooit te hebben bestaan, en dat wordt op het scherm van de wereld geprojecteerd als doodsangst.

Het maakt niet uit of die angst wordt geprojecteerd in de vorm van angst voor daadwerkelijk dood te zijn of in de vorm van angst voor de misschien pijnlijke manier waarop we doodgaan, of zelfs in de vorm van angst dat mensen om ons heen doodgaan. Het is allemaal dezelfde angst die er voor zorgt dat we niet in staat zijn om volledig terug te herinneren naar éénheid, dezelfde angst waardoor we niet in staat zijn om te kijken naar de innerlijke conditie en precies dezelfde angst die er voor zorgt dat er nooit iets verandert aan de projectie op het scherm.

Misschien overbodig, maar nog één keer de samenvatting. Als je iets wilt veranderen aan de wereld waarin je leeft, of iets wilt veranderen aan jezelf, dan kan dat alleen door de innerlijke conditie in de denkgeest te veranderen, net zoals je het verhaal op het filmscherm niet verandert door het scherm of de projector te veranderen, maar door de film te veranderen.

Hiervoor moet je onderzoeken waarom je die innerlijke conditie gelooft en voor waar aanneemt. Het absolute geloof in de waarheid van die innerlijke conditie is de enige voorwaarde voor de projectie van die innerlijke conditie als een externe realiteit. Onderzoek kan openbaren op welke aannames het is gebaseerd, welke verhalen je voor waar hebt aangenomen en gebruikt om je persoonlijkheid te fabriceren die weer verantwoordelijk is voor de manier waarop je de realiteit en de wereld om je heen waarneemt, interpreteert en ervaart.

Dit zelfonderzoek — niet naar de zelf die je denkt te zijn, niet naar het lichaam of de geest, maar naar de zelf als denkgeest, naar dat wat je werkelijk bent, dat wat vooraf gaat aan de projectie — kan leiden tot de conclusie dat alles is gebaseerd op valse aannames. Dat is waar de doodsangst vandaan komt. Die doodsangst wordt door de egodenkgeest gebruikt om te voorkomen dat jij dit onderzoek werkelijk oprecht en volledig gaat doen en houdt zo de externe projectie in stand als een daadwerkelijk bestaande externe realiteit.

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag