De gebroken lens

Vanochtend werd ik wakker met het idee dat ‘de denkgeest’ niets anders is dan de lens waardoorheen dat wat ik ben — en wat alles is — zijn licht schijnt. Als die lens schoon is, ontstaat er een helder beeld, en als de lens vuil is, ontstaat er een troebel beeld, maar als de lens is gebroken, ontstaat er een dubbel beeld.

De denkgeest die gelooft dat het zich heeft afgescheiden van eenheid is te vergelijken met een in meer dan miljarden stukjes gebroken lens. Wanneer het licht van eenheid daardoorheen schijnt, ontstaat er de wereld zoals wij die kennen, waarbij elk facet van de wereld — waaronder jij en ik — een projectie is van dat licht door verschillende fracties van die gebroken lens.

Wat we ervaren zijn allemaal losse delen, maar dat zijn alleen maar de projecties van dat ene licht door de gebroken lens van een gespleten denkgeest. Wanneer de denkgeest een gedachte heeft, dan wordt die gedachte geprojecteerd als onszelf of als een ander of als een gebeurtenis.

Dit kunnen we leuk vinden of niet leuk vinden, het kan geweldig zijn of een ramp, maar het blijft een verstoorde projectie door een gebroken lens. Wij zijn niet die afzonderlijke projecties, wij zijn niet de lens en wij zijn niet die gespleten denkgeest; we zijn dat licht. Het probleem van ons leven op aarde bestaat uit onze keuze van identificatie.

Als we onszelf zien als het personage op aarde, wat een projectie is, geprojecteerd door een heel klein fragment van een gebroken lens, dan zullen we de wereld om ons heen zien als een in potentie bedreigende fysieke waarheid waarmee we moeten onderhandelen en waartegen we ons moeten beschermen. We zullen dan proberen die uiterlijke wereld te bewerken en te veranderen zodat wij ons goed gaan voelen.

Maar die wereld is een projectie van het licht door die gebroken lens, net zoals jij dat bent. Het is het resultaat van de gespleten denkgeest, net zoals jij dat bent. Als je iets wilt veranderen aan die wereld of aan de mensen om je heen of aan jezelf, dan is het zinloos om je bezig te houden met de projectie. Wat je wilt doen, of zou moeten willen doen, is de gespleten denkgeest helen.

We zijn dat licht, jij bent dat licht, alles is dat licht, en dat licht verandert niet. Het is één licht, maar als dat door de verbrijzelde lens van een gespleten denkgeest schijnt, projecteert het de duizend-en-een dingen van de wereld — zoals de Zen en Tao meesters het noemden.

Het maakt niet uit wat de projectie laat zien, het blijft een projectie van dat ene licht. Het enige wat je kunt doen is de projectie wel of niet serieus nemen. En als de projectie iets laat zien wat je niet bevalt, probeer dan niet die projectie te veranderen, maar verander je gedachten over die projectie. Dat is de enige manier om de gespleten denkgeest te helen en er voor te zorgen dat het licht gewoon kan projecteren wat het bedoelt te projecteren.

Jij bent dat licht, eeuwig en onveranderlijk, dus waarom zou je je druk maken over iets dat slechts een verstoorde projectie van jezelf is door een verbrijzelde lens van een gespleten denkgeest? De reden waarom er iets wordt geprojecteerd dat je niet bevalt, is omdat dit iets is dat leeft in de gespleten denkgeest wat op een compleet gestoorde en verkrachte manier wordt geprojecteerd. Ga op zoek naar wat dat is in die denkgeest, verander je gedachten daarover en de projectie zal zich aanpassen.

Dit was wederom een poging om het onuitlegbare uit te leggen. De realisatie is zo helder, bijna tastbaar, maar woorden blijven ontoereikend.

Blijven kiezen

Als alles éénheid is, en dat is het omdat er geen twee is, dan kan er geen tweestrijd bestaan. Er kan niet iets zijn dat tegenover iets anders staat en er kan niet iemand zijn die jou of mij of wat dan ook iets aandoet of bedreigt.

Dit is simpele logica, maar het brein, ons denken, doet er alles aan om dit te weerspreken, en de ego-denkgeest versterkt dat alleen maar door dualiteit te projecteren waar alleen éénheid bestaat. We zien dualiteit en nemen aan dat dit waar moet zijn. Vervolgens ervaren we dat iets ons bedreigt — direct of indirect, daadwerkelijk of in potentie — en gaan ons daartegen beschermen.

Maar naast dat iets wat we niet graag willen, die schijnbaar door ons ervaren bedreiging — en of dit nu een misdadiger, een natuurramp, Covid-19 of een gedwongen vaccinatie is, doet er niet toe — is er automatisch ook iets wat we wel graag willen. Is het dan niet veel logischer om je te richten op dat wat je wel graag wil, in plaats van je te verzetten tegen dat wat je niet graag wil?

Het is het één of het ander. Je kunt niet geloven dat alles één is en vervolgens geloven dat er iets is dat jou bedreigt, en als je dat wel gelooft, kun je je niet verzetten tegen dat wat je niet wilt en je tegelijk richten op wat je wel wilt. Je moet hierin een keuze maken.

Binnen Een Cursus in Wonderen wordt dit de keuze tussen de ego-denkgeest en de heilige geest genoemd, tussen de onjuist gerichte denkgeest en de juist gerichte denkgeest. Dit houdt niet in dat je hiermee de bedreiging ontkent of dat hierdoor de bedreiging verdwijnt, maar het houdt in dat je er op een andere manier naar kijkt en er op een andere manier op reageert.

Wanneer je kiest voor de juist gerichte denkgeest, dan kies je in feit voor de overtuiging dat alles éénheid is. Dan neem je aan en kies je ervoor om te geloven dat zowel dat wat je niet wilt en dat wat je wel wilt beide projecties zijn vanuit je onbewuste Zelf (hoofdletter Z) en kies je ervoor om je aandacht te schenken aan wat je wel wilt.

Dat wat je niet wilt is er dan nog steeds, en dat brengt ons op het moeilijkste onderdeel, namelijk het vanuit liefde en vergeving omarmen van dat wat je niet wilt — die misdadiger, die ziekte, die vaccinatie — aangezien ook dat een projectie is vanuit dat wat je werkelijk bent; vanuit jij als éénheid. In feite is dat wat je niet wilt een projectie van het deel van jij als éénheid dat nog roept om liefde en vergeving.

Het vervelende is dat jij als personage hier niet veel over te zeggen hebt, ook al ben je de enige die er iets over te zeggen heeft. Het brein, ons denken, gaat dit nooit begrijpen en kan dit nooit uitvoeren. Het enige wat wij hier nu kunnen doen, stel dat we geloven wat ik hierboven heb beschreven, is ons Zelf (hoofdletter Z) er aan herinneren dat we willen kiezen voor wat we willen, en dan maar hopen dat het brein en ons denken het opgeeft om die keuze te dwarsbomen.

Daarom wordt dit ook wel ‘genade’ (‘grace’) genoemd, het moment waarop ons denken het opgeeft nadat we keer op keer, jaar na jaar, eeuw na eeuw, leven na leven, voortdurend hebben gekozen voor de juist gerichte denkgeest om vervolgens weer te worden verleid door de onjuist gerichte denkgeest.

Pas dan, wanneer het denken het opgeeft — iets waar we geen controle over hebben — kunnen we rusten in die juist gerichte denkgeest en ons focussen op wat we willen, en dat wat we niet willen, zullen we dan in liefde en vergeving kunnen omarmen tot het langzaamaan zal oplossen. Ik zie dit als de enige plausibele oplossing.

Gedachten, denken en weten

Er zijn drie zaken die we vrij makkelijk met elkaar verwarren of met elkaar in verbinding brengen, terwijl ze letterlijk niets met elkaar te maken hebben. Die drie zaken zijn gedachten, denken en weten.

Laat ik beginnen met ‘gedachten’. Wat zijn gedachten? We denken veelal dat gedachten iets zijn wat wij hebben. Wij denken, dus de gedachten die we ervaren zijn onze gedachten, waarbij we aannemen dat de gedachten die we hebben, voortkomen uit wat wij denken.

Dit is niet zo. Volgens onze wetenschappers schieten er per dag ongeveer veertig- tot zestigduizend gedachten door ons brein. Min acht uur slaap, is dat drieduizend gedachten per uur en zo’n vijftig per minuut. Het merendeel van die gedachten valt je niet eens op en de paar die jij ‘jouw gedachten’ noemt zijn alleen maar de gedachten die het denken claimt.

Het zijn niet jouw gedachten en ze worden niet gegenereerd door jouw denken. Het enige wat jouw denken doet met gedachten, is het claimen van die paar gedachten die je opvallen om daar vervolgens over na te denken en te beslissen of de gedachte waar is of niet.

Die veertig- tot zestigduizend gedachten zijn universeel en vinden buiten ons om plaats. Al die gedachten zijn voor iedereen dezelfde gedachten, het is maar net wie een van die 40.000 tot 60.000 gedachten per dag, 3000 gedachten per uur en 50 gedachten per minuut oppikt, claimt als zijn gedachte en beslist wat voor waarde de gedachte voor hem heeft.

Denken daarentegen, is iets wat ons brein doet. Het is niet een actief iets, maar een reactief iets. Ons brein denkt na over de informatie die door het lichaam wordt aangeleverd. Het brein komt niet met originele gedachten, maar de externe informatie wordt van buitenaf aangeleverd door het lichaam — via de zintuigen in de vorm van sensaties of gedachten — en daarna denkt het brein erover na.

Het brein absorbeert de informatie die wordt aangeleverd door de zintuigen van het lichaam en denkt na of het goed is of niet. Het beslist of iets juist is of niet, of het een goed idee is of niet. Simpelweg gezegd beslist het brein de hele dag over ‘ja’ of ‘nee’ en ‘doen’ of ‘niet doen’.

Natuurlijk is het brein ingewikkelder dan dat, aangezien het bestaat uit drie delen: het bewuste brein (super ego), het onbewuste brein (ego) en het onderbewuste brein (Id). Ik heb het hier alleen over het bewuste brein, aangezien dat het enige deel is waarvan we ons bewust kunnen zijn.

Voor meer informatie over Id, Ego en Superego, lees een oude blog van mij: DE DRIE-EENHEID VAN DE EGO-DENKGEEST – DEEL 1 & DEEL 2; of Google ID EGO SUPEREGO FREUD.

De verwarring tussen denken en weten vindt plaats wanneer we ergens over na hebben gedacht en vervolgens tot de conclusie komen dat we het snappen. Wanneer we denken dat we het snappen, beslist het brein dat we het nu weten. Dit is nooit het geval. Weten is nooit een resultaat van denken. Het enige resultaat van denken kan zijn dat wij zelf denken en geloven dat we het weten, maar dat heeft niets met weten te maken en alles met denken en geloven.

Weten vindt alleen plaats in de denkgeest die de wereld en ons lichaam projecteert. Je kunt alleen iets weten wanneer er de absolute realisatie is dat jij niet dat lichaam bent en dat de wereld niet iets is dat zich buiten jou plaatsvindt of een effect op je kan hebben. Dat is ook het enige dat je kunt weten en het enige dat je hoeft te weten.

Het is wat oude goeroes als Ramana Maharshi en Nisargadatta Maharaj het ‘IK BEN’ noemden. IK BEN is het enige dat je als denkgeest kunt weten; je weet dat je bent, maar niet als dat lichaam in deze wereld in dit universum.

Samenvattend:

Gedachten zijn niet van ons, het zijn ideeën die om ons heen draaien of zweven. Pas wanneer het denken een gedachte claimt, geloven we dat het onze gedachte is, en pas wanneer het denken er over nagedacht heeft, wordt er besloten of het een goede of slechte gedachte is.

Het denken vindt plaats in ons brein, dat alleen maar kan nadenken over informatie dat door onze zintuigen wordt aangeleverd. Het denken beslist of het positief of negatief is, of we het doen of niet, en het beslist of iets waar is of niet waar is. Deze beslissing maakt het niet waar of onwaar, het levert alleen het geloof op dat iets waar is of niet, waarna we alleen maar geloven dat we het weten.

Het echte weten vindt alleen plaats in de denkgeest en ontstaat na de absolute realisatie dat we niet ons lichaam zijn, niet dat ik-personage. Dit weten bestaat uit de enige wetenschap die mogelijk is: IK BEN. Elk ander weten dan IK BEN is gebaseerd op vermoedens, veronderstellingen en aannames en niets meer dan het geloof het te weten, wat gewoon geloven is en niet weten.

Gedachten komen niet voort uit ons denken, ze staan los van ons en kunnen alleen worden geclaimd door ons denken. Ons denken levert niet iets weten op, alleen het geloof en de overtuiging dat we iets weten. Weten staat los van ons brein en vindt alleen plaats in de denkgeest na de realisatie dat we denkgeest zijn en niet dat lichaam.

Overigens, wanneer er de realisatie is dat we denkgeest zijn en niet ons lichaam, is het vrijwel meteen overduidelijk dat het brein in dat lichaam niets ons brein is, het denken niet ons denken en de gedachten niet onze gedachten. Hierdoor blijft alleen het weten van IK BEN over.

Terug naar de kern

Vanochtend werd ik wakker met een hersenpan vol gedachtes over zaken die op dit moment (nog) niet spelen en zelfs virtuele discussies met mensen die alleen in mijn hoofd aanwezig waren. Kort gezegd, ik was me druk aan het maken over iets wat nu niet speelt, maar wellicht verderop deze week zou kunnen plaatsvinden.

Het is iets wat volgens mij heel veel mensen doen. We maken ons druk over iets dat in de toekomst zou kunnen gebeuren, afgaande op iets wat in het verleden heeft gespeeld. Een altijd zinloze exercitie, aangezien er alleen dit moment nu hier is. Het verleden is voorbij, de toekomst is alleen maar een idee en niemand weet hoe die er uit gaat zien, wat er gaat gebeuren en hoe dat zich zal uitspelen.

Het enige wat ik kan doen om dat soort van razernij in mijn hoofd te stoppen, is terug redeneren naar wat ik werkelijk weet, terug naar de kern. Ik kwam vanochtend, zoals altijd, weer hierop uit:

Er is alleen wat is (de context) met daarin de projectie van wat lijkt te zijn (ik en de wereld). De context is, de projectie is niet.

De context is het enige dat bestaat. Binnen die context is het gevoel IK BEN ontstaan als gevolg van een ‘nietig dwaas idee’ van afscheiding. Het gevoel IK BEN is de projector en het idee ‘ik ben dit lichaam in deze wereld’ is de projectie. De keuze tussen ego — de onjuist gerichte denkgeest — of niet ego — de juist gerichte denkgeest — is wat de projectie definieert.

“In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen.”

Uit: Een Cursus In Wonderen — T27.VIII.6:2-3.

Het nietig dwaas idee is het idee dat afscheiding van eenheid mogelijk is. Het serieus nemen van dit idee —het vergeten er om te lachen — is wat het gevoel IK BEN oproept en de keuze voor de onjuist gerichte denkgeest (ego) is wat het lichaam als personage en de wereld om dit personage heen verwezenlijkt — met andere woorden: waar maakt — met alle gevolgen van dien.

Een keuze voor de juist gerichte denkgeest zorgt ervoor dat we de wereld kunnen observeren als in een droom — niet wezenlijk en zonder wezenlijke gevolgen. Deze keuze, elke keuze, kan elk moment worden gemaakt, maar niet in het lichaam, niet met het brein, alleen in de denkgeest. Vandaar dat mediteren op, of het terugkeren naar het gevoel IK BEN — zoals Nisargadatta aanbood om te doen — een werkzame methode kan zijn.

Dit betekent overigens niet, dat door te kiezen voor de juist gerichte denkgeest de projectie opeens verandert. De projectie is wat de projectie is. Het enige wat de keuze voor de juist gerichte denkgeest of voor de onjuist gerichte denkgeest doet, is de projectie definieren. Met andere woorden, de keuze verandert de perceptie van de projectie, het verandert de manier waarop de projectie wordt ervaren.

Als laatste nog dit: de laatste zin van wat ik vanochtend dacht — ‘De context is, de projectie is niet — betekent hetzelfde als ‘Waarheid is, onwaarheid is niet‘ of ‘Eenheid is, dualiteit is niet‘.

Wat is is!

En daarna is het stil, omdat er niets op kan volgen, aangezien er geen twee is.

Filters

Ik ga eens even wat spelen met symbolen. In principe voor mijzelf, om dat wat schijnbaar in mijn hoofd zit eruit te halen, zodat ik er naar kan kijken en mee aan de slag kan. Ik werd wakker met het idee “projecteren” en dat de wereld die we zien niets anders dan een projectie is. Maar hoe werkt dat dan?

Om dit tot een duidelijk beeld of idee om te vormen, moet ik gebruik maken van symbolen. Met andere woorden, ik geef alles een symbolische naam, wat betekent dat we de woorden niet serieus moeten nemen, maar de betekenis wel, met weer andere woorden, neem niet de vorm serieus, maar de inhoud wel.

Het begint bij de erkenning dat er niet niets kan zijn, wat betekent dat er altijd iets moet zijn. Dit ‘iets’ noem ik ‘wat is’. ‘Wat is’ kun je zien als grenzeloze energie van oneindige mogelijkheden. Het is wat is en daarmee is het wat wij zijn en wat alles is, bovendien is ‘wat is’ het enige dat is.

‘Wat is’ projecteert een schijnbare uiterlijke wereld en dat doet het via lichamen. Mijn lichaam is bij wijze van spreken de lens waardoorheen ‘wat is’ een wereld projecteert. De wereld die door een schone lens zou worden geprojecteerd zou absoluut perfect zijn, aangezien ‘wat is’ is wat is en dat kan niet anders dan perfect zijn en perfectie projecteren.

Overduidelijk is de wereld die we ervaren niet perfect en meer dan vaak is die wereld verschrikkelijk. Dus er moet iets mis zijn met de lens, aangezien de projectie zelf perfect is. Wij zijn die lens, ik ben die lens, en het enige wat die lens kan vervuilen moet vanuit het lichaam zelf komen. Met andere woorden, wij als het lichaam vervuilen de perfecte projectie.

Dat wat de lens vervuilt zijn onze gevoelens, emoties, geloven en overtuigingen en het zijn al die gevoelens, emoties, geloven en overtuigingen bij elkaar waarmee ons ego wordt gevormd: dat wat we denken en geloven te zijn, het actiefiguur ‘Frits’.

We kunnen die gevoelens, emoties, geloven en overtuigingen zien als filters die voor de lens worden geschoven. Als we bijvoorbeeld het filter ‘angst’ voor de lens schuiven, dan wordt er een wereld van angst geprojecteerd, en bij het filter ‘onzekerheid’ wordt er een onzekere wereld geprojecteerd. Et cetera.

Het is dus niet de wereld die niet perfect is, het is de projectie door een lens met filters van angst, boosheid, eenzaamheid, doodsangst, et cetera, dat doet lijken alsof de wereld niet perfect is. Mensen reageren op hun beurt weer op die door een vervuilde lens vervormde projectie.

Onbewust van de door de filters vervuilde lens, denken ze dat de wereld echt zo vreselijk is en reageren op een manier waarvan zij geloven dat het ’t beste is voor henzelf. Ze reageren op een vervormde projectie en kunnen alleen vervormd reageren, wat weer meer filters genereert, wat de projectie nog meer vervormd. Die reacties zijn niet fout of verkeerd, maar ze zijn wel gebaseerd op valse aannames en een vervormde en verstoorde perceptie.

De enige mogelijke oplossing is in eerste instantie de filters voor de lens vandaan halen en in tweede instantie het verwijderen van de lens. De filters verwijder je door zelfonderzoek. Door te gaan onderzoeken wat jouw gevoelens, emoties, geloven en overtuigingen zijn vanuit de basiskennis dat geen van jouw gevoelens, emoties, geloven en overtuigingen waar zijn.

Lokaliseer jouw gevoelens, emoties, geloven en overtuigingen en zie ze voor wat ze zijn — niet waar — en daarna zullen ze vanzelf in een voor jouw perfect tempo oplossen. Hierbij kun je de wereld zoals jij die ervaart gebruiken, omdat de wereld die je ervaart een directe reflectie is van jouw gevoelens, emoties, geloven en overtuigingen. Het zijn, bijvoorbeeld, niet de gebeurtenissen in de wereld die je bang maken, het is angst in jezelf die een wereld projecteert waarvoor je denkt bang te zijn.

Wanneer al je filters zijn opgelost en daarmee verwijderd, zie je de wereld zoals die werkelijk geprojecteerd wordt. Het is nog steeds een projectie, maar je zult die wereld volkomen anders ervaren. Hoe je die wereld dan ervaart is voor elke lens/elk lichaam/elk personage anders, maar het kan niet anders dan perfect zijn, aangezien de projectie niet meer vervormd wordt door filters. In plaats van dat je gelooft dat je IN een wereld leeft, zal je het eerder ervaren als een 3D film ervaring waarbij je zelf kunt beslissen hoe serieus je het wilt nemen.

De tweede instantie, het verwijderen van de gehele lens, is iets wat je wel of niet zult doen. Het is niet iets dat je kunt willen, het is meer iets dat sommige mensen wel en sommige mensen niet overkomt. In principe ben je beter af als het verwijderen van de lens je niet overkomt, dus ik zou me daar, als ik jou was, niet al teveel op richten. Ga eerst die filters maar verwijderen en zie en ervaar wat er gebeurt.

Orde op zaken

Ik voel de noodzaak om wat dingen in woorden om te zetten. Orde op zaken stellen, zoals men wel zegt, en ik vermoed dat het zaken zijn die niet heel erg logisch lijken te zijn binnen de consensusrealiteit en afwijken van wat een meerderheid wellicht als normaal bestempelt.

Veel mensen zullen denken dat hetgeen ik ga schrijven alleen maar een geloof is dat ik aanhang, en dan ook nog een volslagen waanzinnig geloof, een ‘busje komt zo’ geloof, maar dat is niet het geval. Ik weet deze zaken zeker en iedereen die de tijd en de moeite zou nemen om de consensusrealiteit te onderzoeken, zal gaan zien wat is in plaats van wat niet is en kan het dan ook zeker weten.

Om te beginnen heb ik vastgesteld dat er geen fysiek universum bestaat. Dit betekent dat alles wat gezien en ervaren wordt, niet werkelijk plaatsvindt. Binnen dat wat ik als schijnbaar lichaam zie en ervaar, bestaan er geen woorden om precies te beschrijven wat het dan wel is en hoe het werkt, maar het dichtst bij de ‘waarheid’ komt het symbolische idee van het dromen van een droom.

Het ‘iets’ waarbinnen het dromen van die droom is ontstaan — Een Cursus in Wonderen noemt dit ‘de denkgeest’ —, is wat ik ben. Ik ben dat ‘iets’ dat schijnbaar droomt en middels dat dromen projecteer ik mijzelf in veelvouden, oftewel in dualiteit. In die droom projecteer ik mijzelf in de vorm van een lichaam in een wereld vol met verschillende losstaande objecten en personages die wel of niet het beste met mij voorhebben.

Dit betekent dat ik binnen deze consensusrealiteit — het dromen van een leven op aarde — een losstaand personage lijk te zijn dat op elk moment bedreigd kan worden door de wereld om hem heen, terwijl ik in absolute waarheid alles ben. Ik ben dat personage, ik ben al die andere objecten en personages en ik ben die wereld. Ik ben letterlijk alles wat ik zie en ervaar in deze droomstaat en ik ben dat wat ziet en ervaart, omdat ik dat ‘iets’ ben waarbinnen het dromen van de droom plaatsvindt.

Kort gezegd, toen ik hier op aarde leek te verschijnen, op 19 september 1965, geloofde ik dat ik een van de vele personages op aarde was, terwijl ik in feite de enige ben die hier schijnbaar is. Ik ben de alfa en omega! Binnen de dualistische consensusrealiteit klinkt dit heel erg arrogant, maar in feite is iedereen diezelfde alfa en omega, omdat alles en iedereen letterlijk een projectie is binnen het dromen van de droom. Alles is ik en daarom is die ik alles, en ik ben die ik… maar jij ook.

Alles en iedereen is dat ‘iets’ waarbinnen het dromen van de droom plaatsvindt, dus als ik zeg dat ik het enige ben dat er is en dat ik de alfa en omega ben, dan geldt dit voor alles en iedereen precies zo. Het geldt ook voor jou, jij die dit nu lijkt te lezen. Dit betekent ook dat alles en iedereen, alles wat lijkt te gebeuren en wat lijkt plaats te vinden, alleen iets zegt over mij, omdat ik de enige ben die hier is en alles en iedereen is mijn projectie binnen het dromen van de droom.

Ik ben letterlijk alleen op de wereld en bovendien ben ik die wereld en alles erop en eraan. Ik ben alles en alles is een projectie van, voor en door mij. Niet ik als lichaam, niet ik als Frits, maar ik als dat ‘iets’ waarbinnen het dromen van de droom plaatsvindt; ik als ‘de denkgeest’, bij gebrek aan een beter symbool.

Naschrift:
Dit betekent niet dat we allemaal één zijn, dat is een foutieve in de droomstaat en ogen gesloten uitleg. Het betekent dat er alleen maar dat ‘iets’ is, die denkgeest, en dat alles en iedereen niet één is maar wel hetzelfde, namelijk, een projectie binnen het dromen van de droom. Er is geen ‘wij zijn’, er is alleen maar ‘ik ben’ en dat is die denkgeest.

Zelfontwikkeling?

Een van de vervelende feiten van dit leven, voor de ego-denkgeest alias egozelf, is dat het onmogelijk is om iets te veranderen aan of voor jezelf. Het lijkt alsof we die vrijheid wel hebben, maar mijn persoonlijke ervaring en constatering (na jaren van onderzoek en contemplatie) is dat we die vrijheid niet hebben.

Er zijn verschillende redenen waarom we niet in staat zijn om iets aan of voor onszelf te veranderen. Ten eerste zijn wij niet dit lichaam-geest-systeem, dus als we in staat zouden zijn om iets te veranderen, dan zou dit niet zijn voor ons maar voor het lichaam-geest-systeem. Maar, helaas, dit lichaam-geest-systeem is een gedroomd karakter in een gedroomde realiteit en bestaat niet werkelijk; dus hoe verander je iets aan of voor iets wat niet werkelijk bestaat?

Deze eerste reden is in principe nog wel te begrijpen, maar egozelf kan en wil dat niet accepteren. Een reactie hierop kan zijn dat we toch gewoon blijven proberen er iets aan te veranderen, want het is toch maar een droom en het maakt niet echt uit, en stel dat het niet zo is, dan is het beter om het te blijven proberen; tegen beter weten in. Een andere reactie kan zijn om niets meer te doen, omdat het zinloos is, en ergens te gaan zitten met een grote spirituele glimlach op ons gezicht waarmee we laten zien hoe verlicht we zijn; eveneens tegen beter weten in.

Er is ook nog een tweede reden waarom we niets kunnen veranderen aan of voor onszelf. Die tweede reden is veel lastiger om te begrijpen en al helemaal onmogelijk om te accepteren voor egozelf. Deze tweede reden is heel simpel, overzichtelijk en bijna logisch te noemen, maar volkomen ongeloofwaardig voor egozelf en daarmee voor ons. Hij gaat als volgt:

Er is alleen eenheid. De kern van eenheid is dat afscheiding onmogelijk is. Blijkbaar is er de gedachte aan afscheiding van eenheid ontstaan en die gedachte werd als serieuze mogelijkheid gezien. Maar, omdat afscheiding onmogelijk is, werd deze afscheiding gecorrigeerd op het moment dat deze schijnbaar plaatsvond.

Dit betekent dat het leven dat wij leiden al voorbij was op het moment dat het leek te gebeuren. Elke gebeurtenis en ervaring is al doorleefd voordat we er aan begonnen, alles is al gebeurd voor het kon plaatsvinden. Dit houdt in dat het leven wat we nu denken te leven als het lichaam dat we nu denken te zijn, een mentale herbeleving is van iets wat schijnbaar heeft plaatsgevonden, is gecorrigeerd en wat dus al voorbij is. Hoe kun je iets veranderen aan of voor iets wat al voorbij is?

Tijd is een illusie binnen de Droomstaat. Het idee en de uitvoering van afscheiding van eenheid heeft schijnbaar plaatsgevonden binnen tijdloosheid en dat is waarom het is gecorrigeerd en voorbij was voor het kon plaatsvinden. Binnen tijdloosheid kan in principe niets plaatsvinden of alles gebeurt tegelijk waardoor het tegen elkaar kan worden weggesreept. Wat we als ons leven ervaren, is een projectie (geen realiteit) geprojecteerd en uitgerekt in tijd (illusie). Hierdoor lijkt het alsof er iets heeft plaatsgevonden (het verleden), er nu iets ervaren wordt en plaatsvindt (het heden) dat kan leiden tot iets wat nog moet plaatsvinden (de toekomst).

Deze projectie (illusie) in tijd (illusie) zorgt ervoor dat we geloven dat we de mogelijkheid hebben om iets te veranderen aan iets waarvan we geloven dat het nog moet plaatsvinden, maar de realiteit is dat alles al is gebeurd voor het kon gebeuren, waardoor er nooit iets is gebeurd. Het is vergelijkbaar met een film op een DVD. Wanneer we beginnen te kijken naar de film, weten we niet hoe deze eindigt en denken we dat er van alles kan gebeuren, terwijl de realiteit is dat het verhaal van de film, compleet met het einde, al vaststaat op de DVD.

Het is letterlijk onmogelijk voor het lichaam-geest-systeem onder leiding van egozelf om te geloven en te accepteren dat wat we denken dat plaatsvindt niet plaatsvindt en dat we alleen maar leven in de illusie van gebeurtenissen, geprojecteerd en uitgerekt in de illusie van tijd, waardoor er de illusie van vrije wil kan ontstaan, waardoor er het onterechte idee ontstaat dat we iets kunnen veranderen aan en voor onszelf.

Als ik het nu even op mijzelf betrek, dan is het zo dat ik begrijp dat er niets is gebeurd omdat het waanzinnige idee van afscheiding is gecorrigeerd voor het kon worden uitgevoerd. Ik weet dat dit leven van mij de projectie is van iets wat nooit heeft plaatsgevonden, waardoor het vanzelfsprekend niet te veranderen is, maar dit lichaam-geest-systeem is niet in staat om dit te accepteren. Dit zorgt ervoor dat er een strijd gaande is in dit systeem, aangezien er iets is waarvan het systeem vindt dat het moet veranderen, terwijl ik weet dat dit niet mogelijk is.

Ik weet niet wat ik hiermee aanmoet, terwijl ik heel goed weet dat ik er niets mee aan hoef te moeten. Ik hoef niets te doen, maar ik mag wel van alles doen. De oplossing is niet om niets te doen, maar wel om gewoon iets te doen zonder te denken dat dit het door mij gewenste effect zal hebben, aangezien het al allemaal is gebeurd en nooit is gebeurd.

Het is zo idioot dat, stel dat iets wat ik probeer te veranderen daadwerkelijk verandert, dan nog is dat omdat het al heeft plaatsgevonden. Niettemin gaat het denken van egozelf daarmee aan de haal en zorgt ervoor dat het systeem gaat geloven dat het niet zou hebben plaatsgevonden als de verandering niet in beweging zou zijn gezet, terwijl ook dat iets is wat al heeft plaatsgevonden voor het kon plaatsvinden.

Mijn plan — wat al heeft plaatsgevonden — is om gewoon te proberen iets te veranderen — wat al heeft plaatsgevonden — zonder te verwachten wat voor effect dit zal hebben — omdat het al heeft plaatsgevonden — op mijn leven — wat al heeft plaatsgevonden. Hoe krankzinnig is dat?