De externe projectie (2)

Elke situatie waarin ik mij nu bevind, zoals ik al vaker heb gezegd, is de externe projectie van de innerlijke conditie. De vergissing die ik tot nu maakte, is geloven dat ik, in de hoop een leukere externe projectie te creëren, de innerlijke conditie moet aanpassen of veranderen. Dat werkt volgens mij niet.

Dit is een vergissing die gemakkelijk wordt gemaakt, omdat ego letterlijk alles binnen een fractie van een seconde 180° omdraait. Wat er steeds gebeurde, is dat ik me realiseerde dat de ervaring van dit moment de externe projectie is van een innerlijke conditie en vervolgens dacht ik dat ik mij onprettig voelde als gevolg van die externe projectie, terwijl het ‘mij onprettig voelen’ de oorzaak was van de externe projectie.

Kort gezegd: er is een innerlijke conditie, die innerlijke conditie levert een onprettig gevoel op en dat onprettige gevoel wordt extern geprojecteerd als ‘de wereld’. Mijn externe wereld is het gevolg van hoe ik mij voel en hoe ik mij voel is het gevolg van de innerlijke conditie van de denkgeest.

Doordat ego het 180° omdraait en van een oorzaak een gevolg maakt, waardoor het gevolg opeens de oorzaak lijkt te zijn, wordt er gedacht dat ik de innerlijke conditie moet veranderen om zo een externe projectie te creëren waardoor ik mij prettig zou kunnen gaan voelen… en dat werkt dus niet.

De misvatting is als volgt, en ik weet dat ik hetzelfde ga zeggen in andere bewoording: er wordt gedacht dat, omdat de externe projectie mij onprettig doet voelen, ik de innerlijke conditie moet veranderen, waardoor de externe projectie zal worden bijgesteld, waardoor ik mij beter zal gaan voelen; terwijl de externe projectie alleen maar laat zien wat en waar ik nu ben, omdat dit is wat ik blijkbaar hebt gewild!

In plaats van de externe projectie te willen veranderen door de innerlijke conditie aan te passen, dien ik de externe projectie te gebruiken om vast te stellen wat ik dan wel wil, aangezien dat wat ik voorheen wilde niet is waar ik blij van word. Hierin moet ik wel verschrikkelijk, ontiegelijk en niets ontziend eerlijk zijn, ik moet vaststellen wat ik — als denkgeest — absoluut werkelijk wil en daarmee het doel vaststellen.

Zoals Een Cursus in Wonderen ook zegt in hoofdstuk 17.VI:

“In elke situatie waarin je onzeker bent, is het eerste wat je dient na te gaan heel eenvoudig: ‘Wat wil ik dat hiervan komt? Waartoe dient het?’ Opheldering over het doel hoort thuis aan het begin, want dat zal de afloop bepalen.”

Dit dien ik dan niet te doen omdat ik me beter wil voelen en niet omdat ik wil dat de externe projectie verandert, met andere woorden, ik moet dat niet doen omdat ik daadwerkelijk een bepaald effect of een bepaald iets wil creëren, maar puur en alleen omdat dit de enige manier is om de innerlijke conditie bij te stellen.

Door de externe projectie te gebruiken om vast te stellen wat mijn werkelijk doel is — en dat is niet meer geld, een leuker leven of wat voor aardse bullshit dan ook — train ik de denkgeest en verander ik de innerlijke conditie van die denkgeest, waarna de externe projectie zal vormgeven wat ik wil… ook al heb ik geen idee hoe dat er uit gaat zien.

Als die nieuwe externe projectie mij vervolgens rust oplevert — ook wel ‘de vrede van God’ genoemd — dan weet ik dat ik het juiste doel heb vastgesteld, en zo niet, dan gebruik ik deze nieuwe externe projectie om opnieuw het doel vast te stellen. Dit betekent overigens niet dat een externe projectie verkeerd of fout is; elke externe projectie is altijd helemaal perfect voor mij op dit moment!

Nadat ik al het vuilnis en alles wat overbodig is, al mijn veronderstellingen, al mijn aannamen, elk geloof dat ik ooit heb gehad en al mijn gehechtheid aan relaties, materiële en immateriële zaken heb verwijderd, is dit de laatste “spirituele” oefening die nog gedaan hoeft te worden. Het enige wat hiervoor nodig is in absolute eerlijkheid kijken naar de externe projectie, dat wat ik blijkbaar heb gewild, en die te gebruiken om vast te stellen wat het is dat ik werkelijk wil.

Wat ik werkelijk wil kan ik niet verkrijgen door de externe projectie te veranderen, want die is perfect, noch door de denkgeest (de innerlijke conditie) aan te passen, want de denkgeest slaapt, maar alleen door naar de externe projectie te kijken en te zien wat ik blijkbaar heb gewild, om vervolgens vast te stellen of dit werkelijk is wat ik wil. De mate van rust of vrede van God dat dit oplevert, is mijn graadmeter.

Het heilige ogenblik

De wereld is het resultaat van het krankzinnige en gestoorde idee dat wij ons zouden kunnen afscheiden van Eenheid. De wereld is, zoals ik al in een vorige blog heb geschreven, een externe projectie van een innerlijke conditie en die innerlijke conditie is het geloof dat we ons hebben afgescheiden van Eenheid, wat een gestoord geloof is, en omdat dit een compleet gestoord geloof is, is de wereld die wij zien en ervaren ook compleet gestoord.

Het is niet mogelijk om te leven en te bestaan in een compleet gestoorde wereld, dat is letterlijk Godsonmogelijk, maar blijkbaar willen we dat wel. Daarom zijn we voortdurend bezig om ons ervan te overtuigen dat het wel meevalt. Dit doen we door alles wat onze schijnbare ‘rust’ en onze schijnbare ‘vrede’ dreigt te verstoren, over het hoofd te zien, goed te praten, te bagatelliseren of te ontkennen. We leiden onszelf af met bezigheden en spelletjes, we verliezen ons in verslavingen, in seks of in iets anders waarvan we onszelf overtuigen dat het belangrijk is.

Iedereen doet dat, omdat het de enige manier is om te overleven in een compleet gestoorde wereld. Wanneer we eerlijk zouden kijken naar de wereld die wij hebben geschapen, een wereld waarin we elkaar om het minste en geringste te lijf gaan, waarin we elkaar uitbuiten en mishandelen, een ander onderdrukken of onszelf laten onderdrukken, waarin we letterlijk in staat zijn om alles te doen om onszelf als dit lichaam te beschermen, dan zouden we het niet meer aankunnen. We zouden dan zien dat letterlijk alles wat we doen, elke stap die we zetten, ten koste gaat van iets of iemand anders, dat elke handeling een vorm van moord is. We zouden letterlijk niet meer in staat zijn om één stap te verzetten, dus we moeten wel ontkennen en vergeten dat dit zo is.

Als we naar het nieuws kijken en merken dat we daar ongelukkig van worden, dan kijken we de volgende keer niet meer naar het nieuws of we vergeten het zodra het journaal voorbij is en denken er niet meer aan tot de volgende uitzending. Alles wat onze ‘rust’ en ‘vrede’ bedreigt, blokkeren we en vergeten we en dat blijven we doen tot de gestoordheid van dit leven, de krankzinnigheid van deze wereld, niet meer te verhullen is. En zelfs dan lukt het ons vaak nog om het te verhullen met een of andere spirituele oneliner als “alles is Liefde” of “er is nooit iets gebeurd” die we niet gebruiken waarvoor ze bedoeld zijn, maar om het dragelijk voor ons te maken.

Pas wanneer ook dat niet meer werkt, als letterlijk niets meer helpt en wanneer we niet meer in staat zijn om de krankzinnigheid te verhullen, te vergeten of te ontkennen, wanneer we niet meer in staat zijn om iets te verzinnen om onze ‘rust’ en ‘vrede’ te beschermen en te consolideren, pas dan ontstaat er de ruimte om een werkelijke rust te vinden in wat Een Cursus in Wonderen “de vrede van God” noemt.

Dit betekent niet dat de wereld niet meer gestoord en krankzinnig is, want dan zouden we die vrede van God weer gebruiken om het voor ons dragelijk te maken, het betekent alleen maar dat je er op een andere manier naar kijkt. Je ziet nog steeds dat de wereld gestoord en krankzinnig is, je ziet nog steeds dat alles en iedereen om je heen volslagen gestoord en krankzinnig is, inclusief jijzelf, maar je ziet dat het goed is zoals het is.

De vrede van God kan pas ervaren worden wanneer er wordt ingezien dat de ego-wereld gestoord en krankzinnig is en altijd is geweest en dat jij werkelijk niet meer in staat bent om iets te verzinnen, te vergeten, te verhullen of te ontkennen om het dragelijk te maken. In veel gevallen is dat het punt waarop doodgaan een beter alternatief is dan nog verder proberen te functioneren in deze krankzinnige gestoorde wereld.

Je kunt dit niet afdwingen, omdat het dan iets is wat we kunnen doen terwijl er letterlijk niets is dat we kunnen doen. Puur en alleen verstandelijk observeren dat de wereld gestoord is en dat alles in die wereld gestoord is, is niet genoeg, omdat we dat weer gebruiken om het dragelijk voor ons te maken. We gaan ons dan zien als speciaal, omdat wij inzien dat de wereld gestoord is en al die andere mensen zien dat niet.

Alleen jijzelf kunt weten wanneer je compleet verslagen bent door de ego-wereld en doodgaan prefereert boven nog één seconde langer te leven in deze gestoorde wereld. In Een Cursus in Wonderen wordt dit het Heilige Ogenblik genoemd; het moment waarop de Heilige Geest het stuur overneemt, omdat jijzelf daadwerkelijk geen mogelijkheid meer ziet om iets te doen of te veranderen aan deze gestoorde wereld. Jij ziet geen mogelijkheid meer om nog iets te verzinnen om het dragelijk te maken voor jou en dat is het moment waarop het einde verhaal is voor jou, voor wat je dacht te zijn, en het moment waarop jij sterft zonder dood te gaan.

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag